Nalatenschap in ontwerp
BONHOEFFER - PASSIE VOOR GOD EN WERELD [1]
Het jaar 2006 is vol herdenkingen (Mozart, Rembrandt, Sjostakovitsj). Eén naam mag niet worden vergeten, die van de grote getuige van Christus, Dietrich Bonhoeffer. Op 4 februari is het een eeuw geleden dat hij in Breslau (het huidige Wroclaw, Polen) geboren werd.
Studie
De jonge Dietrich groeit op als zesde kind in een gezin van acht kinderen. Hij komt uit een liberaal, aristocratisch en enigszins Pruisisch milieu, waar culturele vorming (muziek!) hoog staat aangeschreven. Vanaf zijn zesde jaar woont het gezin in Berlijn waar zijn vader een vooraanstaande psychiater is. Bonhoeffer gaat theologie studeren, hij promoveert op jonge leeftijd op een studie over de kerk (gemeenschap der heiligen) en wordt na verloop van tijd docent aan de universiteit van Berlijn. Daaraan voorafgaand is hij enige tijd vicaris bij de Duitse gemeenschap in Barcelona en hij studeert een jaar lang in New York. Ook krijgt de oecumenische beweging zijn hart.
In de jaren dertig raakt Bonhoeffer intens betrokken bij de Duitse kerkstrijd. Hij sluit zich aan bij de Belijdende Kerk, het alternatief voor de Hitler-gezinde Duitse christenen. Van 1935 tot 1937 geeft Bonhoeffer leiding aan een – al snel illegaal verklaard – predikantenseminarie van de Belijdende Kerk in Finkenwalde. Twee belangrijke boeken schrijft Bonhoeffer in die periode. Het klassiek geworden Navolging, waarin de Bergrede aan de orde komt en de betekenis van de kerk als lichaam van Christus, en Leven met elkander, een soort handleiding voor en neerslag van het leven in het seminarium. (Dit laatste boekje werd in de jaren vijftig nog in de Hervormde Kerk aanbevolen om de gemeenschap in wijkgemeenten te bevorderen).
Wending
Als een van de weinigen – ook binnen de Belijdende Kerk – had Bonhoeffer oog voor het lot van de Joden. Beroemd is zijn uitspraak, gedaan voor theologiestudenten, dat ‘alleen wie voor de Joden schreeuwt, Gregoriaans mag zingen’ (Nur wer für die Juden schreit darf gregorianisch singen). Wat heb je aan een zorgvuldige, verantwoorde liturgie, als ondertussen op straat de Joden worden opgepakt?
In de jaren dertig verlaat Bonhoeffer zijn vaderland tweemaal voor langere tijd. Van najaar 1933 tot 1935 is hij predikant in Londen en in 1939 vertrekt hij opnieuw – min of meer op de vlucht – naar de Verenigde Staten. Zijn gedachten komen echter niet meer los van Duitsland en hij besluit al snel om terug te gaan. In zijn dagboekaantekeningen schrijft hij: ‘Het is vreemd, ik ben bij het nemen van al mijn beslissingen nooit helemaal zeker van de motieven. Is dat een teken van onduidelijkheid, van innerlijke onoprechtheid, of van het feit dat wij verder dan ons kennen geleid worden – of beide? (…) Hij [God] ziet hoeveel persoonlijks, hoeveel angst er in mijn beslissing van vandaag steekt, hoe moedig die mag lijken.’ Net voordat de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, is Bonhoeffer terug. Zijn aanvankelijke pacifisme heeft plaatsgemaakt voor de bereidheid om Hitlers regime actief ten val te brengen. ‘Wie de christelijke beschaving wil redden, moet bidden om de nederlaag van Duitsland’ (brief aan Reinhold Niebuhr). En voor Bonhoeffer houdt bidden ook handelen in. Bonhoeffer wordt opgeroepen om dienst te nemen en hij komt terecht bij de contraspionagedienst, waarin een verzetscel actief is. Zijn positie stelt hem in staat contact te onderhouden met kerken in het buitenland.
Einde en begin
In januari 1943 verlooft Dietrich zich met de veel jongere Maria von Wedemeyer. Van hun trouwplannen zal nooit iets terechtkomen. In april van datzelfde jaar wordt Bonhoeffer gearresteerd. Vanuit cel 92 in de gevangenis van Tegel schrijft hij innige liefdesbrieven aan Maria, die jaren later zijn uitgegeven en zich nauwelijks laten lezen ‘zonder een gevoel van onbehagen, schaamte bijna’ (J.W. Schulte Nordholt). Andere brieven die Bonhoeffer schrijft aan zijn hartsvriend Eberhard Bethge, zullen na de oorlog verschijnen onder de titel Verzet en Overgave en maken een diepe indruk. Na een nieuwe aanslag op Hitler (20 juli 1944) wordt Bonhoeffer met dit complot in verband gebracht. Op 9 april 1945 wordt hij samen met andere samenzweerders op persoonlijk bevel van Hitler opgehangen. Net voordat hij wordt opgehaald voor zijn executie, heeft hij zijn medegevangen nog bemoedigd vanuit de Schrift (Jes. 53 en 1 Petr. 1:3). Zijn laatste woorden zijn: ‘Dit is het einde, voor mij het begin van het leven.’
Betekenis
Wat maakt het ook vandaag de moeite waard om Bonhoeffer te lezen? Waarin schuilt zijn betekenis voor ons? Daarop zijn verschillende antwoorden te geven. Ieder zal daarin eigen accenten leggen.
Wie werken van Bonhoeffer leest, wordt deelgenoot van een grote rijkdom aan gedachten. Naast duidelijk afgeronde studies zoals het radicale Navolging is veel van Bonhoeffers nalatenschap in ontwerp. Dat wil ook zeggen: in ontwikkeling en misschien ook wel inconsistent. Je kunt er geen systeem van maken, er zijn veel losse eindjes en zijn overwegingen nodigen de lezer uit tot doordenking. Dat maakt mede Bonhoeffers aantrekkelijkheid uit en misschien is dat ook wel de grootste valkuil. Want gemakkelijk kunnen zo citaten uit hun verband worden gerukt. Hierdoor is Bonhoeffer in met name de jaren zestig, zeventig geannexeerd als voorman van de ‘linkse kerk’; terwijl vandaag aan de dag vooral de ‘vrome’ Bonhoeffer in zwang lijkt, als aanjager van onze geestelijke ervaringen. In zijn handzame boekje Dietrich Bonhoeffer, een inleiding met kernteksten (Boekencentrum 2005) heeft dr. T.G. van der Linden echter aandacht gevraagd voor de constante in Bonhoeffers werk: hij was altijd weer bezig te ontdekken wat de betekenis van Jezus Christus was in een veranderende wereld.
Jezus Christus
Daarmee wordt een kern geraakt. Het gaat Bonhoeffer om Jezus Christus – in zijn hart brandt hartstochtelijk een vuur voor Hem – en het gaat Bonhoeffer om de wereld. Zijn vroomheid is nooit vlucht uit de wereld, maar in toenemende mate betrokken op de wereld.
Indrukwekkend is een briefpassage in Verzet en Overgave (21 juli 1944). Bonhoeffer schrijft aan Bethge: ‘Ik moet denken aan een gesprek met een jonge Franse predikant, dertien jaar geleden in Amerika. We hadden ons eenvoudig de vraag gesteld wat we eigenlijk wilden met ons leven. Hij zei: ik zou een heilige willen worden (…). Dat maakte indruk op me. Toch kwam ik met een andere mening en zei ongeveer: ik zou willen leren geloven. Lange tijd heb ik niet beseft hoe diep deze tegenstelling is.’
Iets verder schrijft Bonhoeffer: ‘Later heb ik ervaren, en ik ervaar het tot op dit moment, dat je pas leert geloven als je midden in de aardsheid van dit leven staat; als je er van afziet iets te maken van jezelf – een heilige, een bekeerd zondaar, een man van de kerk (een priesterlijke figuur!) een rechtvaardige of een onrechtvaardige, een zieke of een gezonde; als je aards leeft, dus met alle taken en problemen, successen en mislukkingen, met alle ervaringen en twijfels; want dan geef je je helemaal over aan God, dan neem je niet meer je eigen lijden maar Gods lijden in de wereld serieus, dan waak je met Christus in Gethsemané. Dat is, meen ik, geloof, dat is metanoia [= bekering]; zo word je een mens, een christen (vgl. Jer. 45!).’ Bonhoeffer schrijft deze woorden in de gevangenis, op de dag na de mislukte aanslag op Hitler.
Hoofdlijnen
In dit citaat komen verschillende hoofdlijnen uit Bonhoeffers werk samen. Christen-zijn betekent vooral
Konden wij weten dat Uw liefde zo’n pijn doet, dat Uw genade zo hard is? Gij zijt mij te sterk geweest en hebt overmocht. Toen de gedachte aan U sterk in mij werd, werd ik zwak. Toen Gij u over mij heenboog, was ik verloren; toen was mijn wil gebroken, mijn kracht te gering, ik moest de weg van het lijden gaan, ik kon niet meer terug, de beslissing over mijn leven was gevallen. Niet ik heb beslist, Gij hebt beslist. Gij hebt mij aan U gebonden, in lief en leed. God, waarom zijt Gij ons zo verschrikkelijk nabij? Passages uit een preek over Jeremia 20:7 in Londen, ca. 1933/4
‘mens-zijn’. En het is ook: navolging van Christus zélfs tot in Gethsemané. Van groot belang is dat het geloof zich voltrekt in het volle leven; het houdt het in deze wereld uit. Juist in de gewone dingen van elke dag moet een christen de proef doorstaan. Daarnaast is er in dit fragment de band met de Schrift, met Jeremia 45 (uit het door Bonhoeffer hooggeachte Oude Testament), een hoofdstuk dat regelmatig terugkeert. Baruch, de secretaris van de profeet, wordt in dat gedeelte door God afgebracht van de aandacht voor zijn eigen lot (‘de grote dingen’) om oog te krijgen voor het werk van God dat wordt afgebroken (‘dat Ik gebouwd heb, breek Ik af ). Niet alleen Baruch lijdt, God lijdt ook.
Tenslotte kom je al lezend onder de indruk van Bonhoeffers echtheid, zijn waarachtigheid. Wat hij zegt, komt uit de diepte. Uit de diepte van de omgang met God aan Wie hij zich in lief en leed gebonden wist.
Op zaterdag 11 februari organiseert het Bonhoeffer Werkgezelschap i.s.m. met het Citypastoraat van de Domkerk een publieksdag in Utrecht over Bonhoeffer. Meer informatie www.domkerk.nl/gemeente/bonhoeffer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 februari 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's