Dietrich wilde ’leren geloven’
BONHOEFFER - PASSIE VOOR GOD EN WERELD [2]
Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) wilde geen heilige zijn - zo schreef hij - hij wilde ‘leren geloven’. Van zijn geestelijke nalatenschap geldt dat ze elementen bevat die ons vandaag ook kunnen ‘leren geloven’. In dit artikel wil ik enkele thema’s onder de aandacht brengen.
Kostbare en goedkope genade
Klassiek is het openingsdeel geworden van Bonhoeffers boek Navolging. Daar introduceert hij het verschil tussen ‘kostbare’ en ‘goedkope’ genade. Wat is goedkope genade? Het is ‘genade als te grabbel gegooide waar, vergeving, troost, sacrament, alles te grabbel gegooid; genade als onuitputtelijke voorraadkamer van de kerk, waaruit met lichtvaardige hand gedachteloos wordt uitgestort; (…) genade die niets kost.’ Het is rechtvaardiging van de zónde en niet van de zondaar. Het is prediking van de vergeving zonder verootmoediging, het is avondmaal zonder belijdenis van zonden. ‘Goedkope genade is genade zonder navolging, genade zonder kruis, genade zonder de levende, mens geworden Jezus Christus.’
Bonhoeffer verzet zich tegen het hanteren van genade als een systeem. Waar we spreken over genade zonder navolging van Christus, zonder dat de vergeving mij scheidt van de zonde, daar is zij de doodsvijand van de kerk. Kostbare genade daarentegen, is ‘het evangelie, dat altijd weer moet worden gezocht, de gave waarom moet worden gebeden, de deur waarop moet worden aangeklopt.’ Die genade heb je dus niet in eigen beheer; die ontvang je. Voor kostbare genade is ook een hoge prijs betaald: het heeft God het leven van zijn Zoon gekost.
Bovenstaande citaten spreken voor zichzelf. Bonhoeffer waarschuwt tegen vanzelfsprekendheid en vrijblijvendheid. Dit raakt enerzijds de persoonlijke omgang van de christen met de genadige God. Bonhoeffer richt echter vooral zijn pijlen tegen de brede volkskerk van zijn dagen die wel de rechtvaardiging leerde maar geen oog had voor het leven der gehoorzaamheid.
Hierdoor bleek zij ook weerloos tegenover de geesten uit de afgrond die Duitsland in hun greep kregen. De tegenstelling van kostbare en goedkope genade heeft zijn actualiteit behouden. Ook in onze dagen kan het gevaar van de goedkope genade de kop opsteken. Een kleiner wordende en/of missionair bewogen kerk kan in haar pogen om mensen vast te houden of voor het evangelie te interesseren de navolging buiten beschouwing laten. Genade wordt dan een bleek begrip. Wat u ook fout gedaan hebt, de kerk staat klaar met haar vergeving; maar de radicaliteit ontbreekt. Albert Camus noemt in een van zijn romans de kerk daarom een ‘alles omvattende wasserij’. Van Bonhoeffer kunnen we (opnieuw) leren dat rechtvaardiging door het geloof en leven in gehoorzaamheid aan Jezus Christus bijeenhoren.
Het laatste en het voorlaatste
In zijn Ethiek heeft Bonhoeffer een belangrijk onderscheid gemaakt tussen wat hij noemt ‘het laatste’ en het ‘voorlaatste’. Het voorlaatste dat is het aardse leven; het ligt in de tijd waarin we wachten op God. Het laatste ligt in de tijd waarin God zijn genadewoord spreekt: ‘Zie, Ik maak alle dingen nieuw.’
Er bestaat tussen het voorlaatste en het laatste een spanning en die spanning mag je niet opheffen. Bonhoeffer laat zien dat van verschillende kanten die spanning toch - op een onaanvaardbare manier - wordt opgelost. Enerzijds (de radicale visie) worden alle kaarten op het laatste gezet met als gevolg dat ‘wat er van de wereld terechtkomt niet meer van belang is, de christen draagt daarvoor geen verantwoordelijkheid en de wereld moet tóch te gronde gaan.’ In de andere benadering (door Bonhoeffer aangeduid als het compromis) gaat alle aandacht uit naar het voorlaatste, omdat het laatste gezien wordt als ‘iets dat van een andere planeet afkomstig is’ (G.G. de Kruijf ). Het leven dat voorafgaat aan het laatste, draagt zijn zin echter niet in zichzelf. Het is nauw verbonden met het laatste.
Voor Bonhoeffer betekent bovengenoemd onderscheid een nieuwe waardering van het gewone leven en de verantwoordelijkheid van de gelovigen daarin. Zijn herontdekking van het Oude Testament speelt daarin een cruciale rol. Op de tweede advent (5 december) 1943 schrijft hij aan zijn vriend Eberhard Bethge: ‘Ik merk steeds weer hoe oudtestamentisch ik denk en voel; ik heb de afgelopen maanden ook veel meer het Oude dan het Nieuwe Testament gelezen. Alleen wie de onuitsprekelijkheid van Gods naam kent, mag wel eens de naam Jezus Christus uitspreken. Alleen wie zo houdt van het leven en de aarde, dat met het verlies hiervan alles verloren schijnt, mag in de opstanding der doden en een nieuwe wereld geloven. Alleen wie zich plaatst onder de wet van God, mag ook wel eens over genade spreken. (…) Wie al te snel, al te direct nieuwtestamentisch wil leven en denken is mijns inziens geen christen. (…) Men kan, men mag het laatste woord niet zeggen vóór het voorlaatste. We beleven het voorlaatste en geloven in het laatste, zo is het toch?’ (Verzet en overgave)
Van Bonhoeffer kunnen we (opnieuw) leren dat het geloof geen wissel op de eeuwigheid is of een vlucht uit de vaak bittere werkelijkheid. Wie dat denkt, maakt de genade óók goedkoop, zodat het christelijke leven in deze wereld verdampt. Het ‘voorlaatste’ en het ‘laatste’ hebben elkaar nodig. Ook hier gaat het om de navolging van Christus.
Het a-religieuze
In zijn brieven aan Bethge, gebundeld in Verzet en overgave, voorziet Bonhoeffer de komst van de a-religieuze mens. Een mens die niet meer vertrouwd is met het traditionele christendom dat er negentien eeuwen is geweest. De vraag wie Christus vandaag werkelijk voor ons is, kan niet meer met theologische dan wel vrome woorden aan mensen duidelijk worden gemaakt, schrijft Bonhoeffer in zijn belangrijke brief van 30 april 1944. Het zal er nu om gaan ‘werelds’ over God te spreken. En hoe zal dat kunnen? (de brief van 30 april bevatmaar liefst veertien vraagtekens). Bonhoeffer zegt het in zijn bekende brief, geschreven bij de doop van Bethges zoon Dietrich Wilhelm Rüdiger (mei 1944), zo: ‘Al de oude, grote woorden van de christelijke verkondiging worden over je uitgesproken en het bevel van Jezus Christus om te dopen wordt wat jou betreft uitgevoerd, zonder dat je er iets van begrijpt. Maar ook wijzelf zijn weer helemaal teruggeworpen op het begin en moeten weer leren te verstaan. Wat verzoening en verlossing, wat wedergeboorte en Heilige Geest, wat liefde voor de vijand, kruis en opstanding, wat leven in Christus en navolging van Christus betekent, dat is allemaal zo moeilijk en zo ver weg, dat wij het nauwelijks meer wagen erover te spreken.’ Bonhoeffer is op zoek naar een nieuwe taal ‘misschien heel a-religieus, maar bevrijdend en verlossend, zoals de taal van Jezus dit was.’
Deze passages hebben na de oorlog sterk de aandacht getrokken en men ging Bonhoeffer beschouwen als theoloog van de secularisatie in zijn vraag naar een religieloze interpretatie van de bijbelse kernwoorden.
Hoewel wij nu aan het begin van de 21e eeuw een geweldige opleving van het verschijnsel religie meemaken, doen we er goed aan de vraag van Bonhoeffer grondig in ons op te nemen: hoe spreken we in deze tijd (a-religieus of hyperreligieus) over God. Anders gezegd: Wie is Christus vandaag werkelijk voor ons?
Het Arkanum
Het spreken over een a-religieuze tijd en het verlangen naar een nieuwe taal is echter één kant van de zaak. Bonhoeffer spreekt ook over het arkanum (‘Arkandisziplin’) van de kerk. Letterlijk betekent dat Latijnse woord: dat wat geheim of geheimenisvol is; het verborgene.
In bepaalde perioden van de Vroege kerk kende men het arkanum, de geheimhoudingsplicht. Vooral gold dit rondom de sacramenten van doop en avondmaal. In die geheimenissen moest je eerst worden ingewijd. Ook het Credo en het Onze Vader vielen onder het arkanum. Voor de ongelovigen moest de betekenis geheim gehouden worden. Het arkanum vervulde een functie tegenover de nieuwsgierigheid van de heidenen (in de tijd voor Constantijn) en later – in de tijd van de massale bekeringen tot de christelijke kerk – om een kerngemeente te waarborgen die bij het avondmaal wist wat zij vierde.
In zijn boek Navolging gebruikt Bonhoeffer niet de term arkanum maar ook daar brengt hij de zaak al ter sprake: ‘Kostbare genade is genade als het heiligdom van God, dat tegen de wereld moet worden beschermd; het heilige dat niet voor de honden geworpen mag worden.’
Wil Bonhoeffer terug naar de praktijk van de Vroege kerk en mensen daadwerkelijk weren van doop en avondmaal? Het lijkt er meer op dat hij concentratie beoogt op het heil dat in het arkanum is besloten. Volgens de doopbrief is de kern van het christelijke leven bidden, doen wat recht is onder de mensen en wachten op Gods tijd. Het is de beoefening van de verborgen omgang met God. Het met elkaar delen van de taal van het geloof om te kunnen leven in een mondige wereld waar geen tekens meer te bespeuren zijn van Christus’ aanwezigheid. 'Arkanum als de plek waar het zout gezouten wordt’ (T.G. van der Linden).
In welk opzicht kunnen we hieruit ‘leren geloven’? Vandaag aan de dag klinken er veel pleidooien voor de gemeente die het evangelie probeert te vertolken in de wereld, de ‘naar buiten gerichte’ gemeente (vaak teruggebracht tot de wel erg simpele tegenstelling: je bent of naar binnen gericht óf naar buiten). Bonhoeffer vraagt ook aandacht voor het eigene van de kerk. Voor het geheimenis waar de buitenwacht (nog) geen weet van heeft. In een taalveld dat voor een toevallige toehoorder veel onbegrijpelijks bevat. In een levensstijl (Navolging) die in veel opzichten haaks staat op de schema’s van de wereld. Voor Bonhoeffer raakt het arkanum aan de grens tussen kerk en wereld; zelfs aan de kostbare genade.
Onlangs schreef de Zuid-Beijerlandse predikant Udo Doedens een belangrijk artikel (Kerk en Theologie, okt. 2005), waarin hij naar het arkanum verwijst. Een ingekeerde gemeente is geboden, die zich slechts via het midden van Woord en sacrament naar buiten wendt, zo stelt hij. Een gemeente die zich onderscheidt in haar levenswandel van de wereld. Ik heb Doedens’ opstel gelezen als een aanzet om in de lijn van Bonhoeffer het arkanum opnieuw te waarderen.
Ten slotte
Dietrich Bonhoeffers erfenis bestaat grotendeels uit fragmenten, en (vitale) vragen. Hierboven zijn enkele thema’s aangeduid. Hopelijk is de gedachtenis aan zijn geboortedag, nu honderd jaar geleden, aanleiding om op zijn gedachten dóór te blijven denken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's