Verlangen en afkeer van namaak
HET WERK VAN DE GEEST BIJ DS. G. BOER [3]
5. Pinksteren en de Geest (1964)
a. In 1964 besprak ds. Boer het boek van ds. D.G. Molenaar: De doop met de Heilige Geest (1964). Wat was de context daarvan? In een gereformeerde bundel over De Heilige Geest (1949) had J.H. Bavinck ‘een onrustbarend terugschrijden van zondebesef ’ gesignaleerd, en J. Overduin schreef dat de unio mystica te veel was verdwenen. Angst voor mysticisme dreef velen tot intellectualisme. Maar deze kritiek ging Molenaar niet ver genoeg. Hij miste de volle rijkdom van de Pinkstergeest. Doop en vervulling met de Geest moeten weer een plaats krijgen in theologie en prediking. Pinksteren is herhaalbaar. Die doop is een ervaring, die uitgaat boven de werking van de Heilige Geest in wedergeboorte en bekering. Molenaar gaf historische illustraties: reformatorisch en evangelisch.
Wat zegt ds. Boer daarvan? De doop met de Heilige Geest is het heilsfeit van Pinksteren, al werkte de Geest reeds in schepping en Israël. Er is niveauverschil tussen de apostelen voor en na Pinksteren. De Geest maakt nu als Persoon inwoning in de gemeente. ‘Die gaven mogen weliswaar niet op de voorgrond worden geplaatst, zoals bij de pinkstergemeenten gebeurt, maar de onderscheiding van buitengewone en gewone werkingen van de Geest is 'onhoudbaar', al is het aan de Geest Zelf om die gaven te verlenen naar aantal en diepte’. Ds. Boer trof bij Molenaar een 'ontroerend pleidooi voor de vervulling met de Heilige Geest'. Er kan sprake zijn van wedergeboorte, geloof en bekering zonder die vervulling. Als wij het woord wedergeboorte in ruimere zin volgen, ‘komt er meer ruimte voor de vervulling met de Heilige Geest, zoals die in Handelingen 2 hand in hand gaat met de verheerlijking van Christus’.
Ds. Boer verwees naar zijn leermeester ds. I. Kievit: die was als geen ander helder in de ‘speciale betekenis van Pinksteren voor het leven van de kinderen Gods’, maar niet los van Christus. Ds. Boer pleitte met ds. Overduin voor de unio mystica. Hij vond het boek van Molenaar een weldaad. Volgens het voorwoord had deze ‘zelf ontvangen, waarnaar hij had gezocht: een beleving dat de Geest gekomen was niet voor een ogenblik, maar om te blijven’.
Groei
b. Ds. Boer besprak ook het hervormde herderlijk schrijven over de Pinksterbeweging (1964). Verlangen naar God, lijden onder de logge lichamen, en 'tintelend Pinkstervuur' begeren, is al uit God. De gemeente mag niet worden teruggebracht op het niveau van vóór Pinksteren. 'Wie deze vervulling of doop met de Geest verwerpt, verwerpt Pinksteren, staat de Geest in Zijn werking tegen.’ Wanneer dan ook de Pinksterbeweging de waterdoop aanmerkt als het begin van het geestelijk leven en de Geestesdoop als de volle doorwerking van Christus in Zijn verhoging in een mensenhart, dan is dat niet onbijbels. Na Pinksteren verzegelt de Heilige Geest de weldaden van Christus (Ef.1). De Geest doorbrak de grenzen.
Enerzijds is Pinksteren ‘in veel opzichten enig en onherhaalbaar’, anderzijds is het hart van Pinksteren altijd en opnieuw de vervulling met de Heilige Geest. Niet als gevoel of extase maar om het persoonlijke ontvangen van de Heilige Geest, in de nauwste verbinding met Christus. In bepaalde opzichten herhaalt Pinksteren zich. Het heeft 'iets aantrekkelijks' te menen dat die herhaling alleen plaatsvindt wanneer 'nieuwe groepen mensen' worden bereikt en er trommelvuur nodig is om 'onneembare vestingen' te doen vallen. Maar niet alleen daar! ‘Deze vergissing is vrij hardnekkig. In bijna alle handboeken van de gereformeerde geloofsleer komen wij dit misverstand tegen. (-) Deze gedachte is onhoudbaar. In Antiochië Galatië, Efeze, Korinthe en Rome komen wij dezelfde vervulling met de Geest tegen. Bovendien stelt de Heilige Schrift nog een machtige doorwerking van de Geest in de eindtijd in het vooruitzicht. Daarmee is de gedachte van het alleen toen maar niet te verenigen. Deze gedachte moet verworpen worden. Zij bindt de handen van de Heilige Geest - voorzover dit door mensen gedaan kan worden. Wij mogen geloven dat de Heilige Geest met dezelfde vervulling en met dezelfde begeleidende tekenen ook vandaag werken kan. Of dit de Heilige Geest overal en op dezelfde wijze behaagt, is een andere zaak. Dat is de vrijheid en de vrijmacht van de Heilige Geest, die te eren en te respecteren valt. Maar deze vrijheid en vrijmacht staat nooit los van het Woord Gods en de beloften daarin gegeven.’
Ds. Boer sprak graag van groei. Er is een voortgang in de heilsfeiten en in de heilsorde, maar er is ook 'een meegaan van alle heilsfeiten in de heilsorde'. Dat komt in de vruchten en gaven van de Geest openbaar maar gaat er niet in op. 'Pinksteren is, dacht ik, de onderdompeling in de kennis Gods, waarin het geheel der Schriften opengaat. In deze kennis Gods zijn de rechtvaardiging van de goddeloze, de overbrenging in Christus en het met de Heilige Geest vervuld worden de centrale momenten'. Aan dit trinitarische aspect mankeert het bij de Pinkstergemeenten.
Prediking inspireren
c. Ds. Boer recenseerde ook J.H. Bavinck: Ik geloof in de Heilige Geest, 1964. Wind en vuur en tongen zijn zijns inziens onherhaalbaar, maar ds. Boer vroeg: 'Geldt dat ook van het spreken in andere talen en het vervuld worden met de Heilige Geest?' Hij kiest voor ds. Molenaar. Bavinck ziet geestelijke ebtij, maar niet in eenheids- en zendingsdrang. Als het eerste waar is, heeft ds. Boer reserves bij het tweede.
d. Ds. Boer besprak ook H. Berkhof: De leer van de Heilige Geest, 1964. Die wilde Bijbelse theologie indragen in de systematische. ‘Zij kan de geloofsleer bewaren voor steriliteit en de prediking voortdurend inspireren, mits zij leeft uit dezelfde geloofsveronderstellingen.’
Inzake de Triniteit zag hij Berkhof zich verwijderen: niet drie personen. Maar boeiend is dat Berkhof van 'alle abstracties verlost wil worden en de intentie heeft 'God in Christus door de Geest in de meest levende betrokkenheid op mens en wereld te laten zien.’ Als Berkhof de wedergeboorte tot kernwoord neemt, vindt Boer het 'een lust' om hem zo bezig te zien in de ordening der bijbelse begrippen. Als Berkhof de syllogismen van Dordt kritiseert als zelfbespiegeling, grijpt Boer terug op Calvijn, die zweeg over de syllogisme mysticus, maar wel sprak van 'gevoelen, proeven en smaken'. Met prof. Van Ruler hoopte ds. Boer op een hervormd-gereformeerde pneumatologie.
Negen gaven
e. Boer preekte een jaar later over Efeze 5:18. 'Tegenover het vol zijn met de wijn staat het vol zijn met de Geest! Het vervuld worden met de Geest is meer dan het ontvangen van de Geest. Ook meer dan het bezitten van de Geest. De Efeziërs hadden het Woord der waarheid, nl. het evangelie hunner zaligheid gehoord. In Christus waren zij, nadat zij geloofd hadden, verzegeld met de Heilige Geest der belofte. Maar het bezit garandeert nog niet het vervuld zijn. Dat blijkt uit 1 Korinthe 3. Het vervuld worden met de Heilige Geest is niet alleen een zaak van groeien in het geloof, de hoop en de liefde, maar vooral een gebeurtenis, die telkens dient te worden herhaald.’
Volgens 1 Korinthe 12 en 14 krijgt niet elke geestelijke mens de bijzondere gaven. ‘Als echter de pinksterbeweging daar ten onrechte wel van uitgaat, mogen deze gaven van de weeromstuit niet onder de tafel worden gewerkt. Waar wordt er hierover gepreekt?' Met welk een smaldeel van de Heilige Schrift stellen wij ons vaak tevreden'.
Dan gaat ds. Boer de negen gaven na: wijsheid, kennis en gezondmaking ‘kan God ook vandaag verlenen om daardoor de opmerkzaamheid van mensen op te wekken voor de prediking van het evangelie’. 'Deze gaven zijn geen natuurlijke begaafdheden, maar openbaringen van de Geest'. Bij 'krachten' zegt hij: 'hadden we maar meer zulke werkers met dit goddelijk dynamiek'. Bij profetie verwijst hij naar Agabus en profetessen. Deze gave moet beoordeeld worden. 'Wij hebben in de gemeente mensen nodig, die onder onmiddellijke inspiratie van de Geest staan. 'k Weet dat ik door het zo te stellen wandel langs de grens van de hemel en de hel'. Montanisten wilden 'kunstmatige herleving', maar kwamen in grootste dwalingen terecht, omdat ze dit losmaakten van het Woord. Maar is de kerk de gave der profetie, die tot die tijd bestond, kwijtgeraakt?
Zo was het ook met de Reformatie. Sommige wederdopers hebben haar onnoemelijk veel schade gedaan.
'Maar ... zo waren niet alle Wederdopers. Onder hen zaten niet alleen ware christenen, maar ook met de Geest der profetie begaafden. Helaas zijn zij onder de voet gelopen en ging de Reformatie zich steeds meer afzetten tegen deze stroming. Daardoor wist zij zelf met de profeten en met de gave van de profetie in het Nieuwe Testament geen raad meer. Men leze de commentaren van Calvijn op de teksten over de profeten en profetie' (p. 334). Een kind van God kan met God bepaalde zaken 'medeweten'. Maar hoed u voor namaak. Hier is de gave der onderscheiding nodig.
Bij tongentaal: is dat: door Goddelijk ingeven kunnen spreken? 'Hoeveel achting wij de kanttekenaren en Calvijn ook toedragen, hier moet hun verklaring (ook zij waren kinderen van hun tijd) beslist niet aangenomen worden'.
Evaluatie
Ds. Boers pneumatologie (leer van de Geest) is verwerking van anderen: gereformeerd of hervormd. Vervulling met de Geest herinnerde hem aan zijn leermeester. Eerlijk liet ds. Boer de Schrift spreken en wees hij het kerkelijk tekort aan. Hij waardeerde eerlijk wat anderen zeiden. Wetend dat hij 'wandelde langs de grens van hemel en hel', beperkte hij de Geestesgaven uit Korinthe niet tot de eerste christengemeente. Zoals ds. Boer zelfstandig de erfenis van ds. Kievit bewaarde, zou ik die van ds. Boer willen bewaren: verlangend naar meer, maar afkerig van namaak.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's