Alles op Christus zetten
DE THEOLOGIE VAN MAARTEN LUTHER [11]
Kloppen op de tekst, schudden aan de boom – zo beschreef Luther zijn omgang met de Schrift, de Bijbel die hem altijd weer verraste. Niet om Luther te eren, maar om dat ook met hem mee te maken, kloppen wij ook weer op wat hij aan verkondiging naliet. Dat hebben alle schrijvers van de reeks artikelen in dit blad dan ook gedaan en het is een prima hernieuwde kennismaking met de reformator geworden.
Natuurlijk: wij wisten al wel dat er veel aandacht, ja liefde en dankbaarheid is in deze kring voor zijn woord en werk, maar de artikelenreeks geeft ook blijk van echte studie van wat er in het Luther-onderzoek omgaat. Dat maakt het tegelijk makkelijk en moeilijk voor mij, gevraagd om als lutheraan te reageren op wat ik gelezen heb. Ik las het vol herkenning, en zo begon er bij mij van alles mee te klinken. Daar laat ik graag wat van zien.
Een voorbeeld: na het uitstekende stuk van ds. L.J. Geluk over het leven van Luther gaat ds. J.J. Verhaar in het artikel daarna in op de vraag waar nu precies het conflict met Rome in zat. Daar las ik een zin die mij intrigeerde: ‘Concreet is de vraag of men in de Reformatie niet is overgegaan van de ‘rechtvaardiging’ op de ‘vroomheid’.
Die vroomheid, het latere piëtisme ontstond, toen de rechtvaardiging van een diepe ervaring tot een kil leerstuk was geworden, geheel tegen Luthers bedoeling in. Net als Luther las men graag in de preken van Bernardus van Clairvaux, waar voor hem ook al zoveel waars te vinden was. Maar toen die vroomheidservaring dé voorwaarde werd voor het uit genade gerechtvaardigd zijn, werd het weer iets van de mens en werd de neiging versterkt om in je ziel te gaan zoeken of het daar wel goed zit. Dan raakt een mens weer incurvatus in se, op zichzelf betrokken in plaats van op Christus en Zijn grote genadegaven en dat had Luther juist zo verheugd achter zich gelaten.
Sola gratia
Het grote woord is gevallen: ‘rechtvaardiging uit genade’. Verstaan we het nog?
Denk niet dat Luther dat probleem niet zag! Hij omschreef dat verbijsterende wonder steeds weer anders om de mensen scherp te houden. Ik was dan ook blij dat wij in het artikel daarover van ds. A. Beens verwezen worden naar zijn boek over de vrijheid van een christen. Daarin komt zo’n beeldspraak voor die een verrassend licht op dat wonder werpt: ‘Hier begint nu die vrolijke ruil, een edele strijd. Omdat Christus God en mens is en nog nooit heeft gezondigd en omdat zijn vroomheid onoverwinnelijk, eeuwig en almachtig is, maakt hij de zonden van de ziel van de gelovigen door haar trouwring – het geloof – zichzelf ten eigen, niet anders als had hij ze zelf gedaan! En ze moeten in Hem wel verslonden en verdronken worden. Want zijn gerechtigheid is alle zonden te sterk. Zo wordt de ziel alleen maar door haar bruidschat, dus vanwege het geloof, vrij en begiftigd met de eeuwige gerechtigheid van Christus. Is dat geen vrolijk huishouden …?’
De sleutel voor de mens is het geloof, maar wat zien we hier? Ook dat is een geschenk van Christus door de Heilige Geest, trouwring en bruidschat tegelijk en geen prestatie van de mens. Moeten we dan niet geloven? Geloof je, dan heb je, zei Luther ook. Maar het is geen werk dat ons zalig maakt, vertaal je moet geloven maar in je mag (erop) vertrouwen en het klinkt meteen al anders. Een en al genade, ja, wij zijn bedelaars, dat is waar (Luthers laatste woorden). Op een Goede Vrijdag omschreef hij de grond daarvoor in een preek nog korter: hij riep uit, dat Christus toen Petrus geworden is, die Hem verloochende en Maria Magdalena en … Martinus! Zo besef je dat het niet alleen maar geschied is, maar dat het voor mij geschied is en daar gaat het om, juist ook in twijfel en aanvechting!
De catechismus zingen
Nog een heel werkzame vorm om dat de mensen te laten beleven was het lied, de gezongen catechismus. Zo’n lied (zoals Gezang 402, Verheugt u christenen tesaam uit het Liedboek voor de Kerken) vat alles samen. Het vierde couplet verhaalt hoe het verzoeningswerk begint in de hemel, waar God onze dwaalweg niet langer kan aanzien. Het is zeker dat dit lied ook hier te lande niet alleen door lutheranen werd gekend, want van prof. M.J.G. van der Velden kreeg ik ooit een heel merkwaardige oude vertaling, waarin het zo staat: Doen rommelde Gods ingewand, wanneer Hij mij zag dwalen. Vreemd? Niet voor hen die de Statenvertaling kennen, want daar staat in Jeremia 31:20 over Efraim: ‘Daarom rommelt mijn ingewand over hem; Ik zal Mij zekerlijk ontfermen, spreekt de Heere.’
Het is meteen ook een belangrijke tekst, omdat het de continuïteit tussen Oude en Nieuwe Testament aantoont, wat ook voor Luther zo’n kernzaak was. Gods ontferming geldt van oudsher, ook al zondigt zijn volk, ook al keren wij ons van Hem af, eeuwig is Zijn trouw. Hij wil ons terugwinnen, dat is de edele strijd die die ruil inleidt en leidt tot het kind in de kribbe en die Mens aan het kruis en ... de Levende aan tafel bij de Emmaüsgangers. ‘Die God moet je zoeken, waarover David spreekt, omhuld met zijn beloften en daar hoort Christus bij. Die God moet je hebben’, zei Luther in zijn commentaar over Psalm 51. In de hemel is voor ons, aardse mensen, niks te vinden, je moet naar beneden, naar de kribbe! Dus: alles op Christus zetten, ook en juist in de aanvechting, ook en juist in de twijfel of je wel aanvaard bent door de Eeuwige. In een aangrijpende uitleg van Mattheüs 15:21-28, waarin ook ineens het woord predestinatie opduikt – dat kenden ze toen dus ook – vereenzelvigt hij zich met die vrouw die te horen krijgt dat
In tien bijdragen hebben we de afgelopen weken nagedacht over aspecten van de theologie van Maarten Luther. Daarmee beoogde de redactie niet alleen lezers te vormen inzake het gedachtegoed van deze reformator, maar ook een kerkelijk gesprek te voeren. Wat was essentieel voor Luther? Wat betekent het voor ons als we ons oriënteren op de theologie van Luther? En wat betekent het voor lutheranen in onze tijd, als zij zich naar Luther noemen? Vanwege deze doelstelling wordt de pen vandaag overgenomen door prof. dr. J.P. Boendermaker, emeritus hoogleraar aan het evangelisch-luthers seminarie aan de Universiteit van Amsterdam voor Lutherana en tevens Liturgiek, en bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Hem vroegen we of tot nu toe een juist beeld van Luther en zijn theologie getekend is.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
anderen voorgaan: ‘Zo voelt onze natuur het ook en er is geen mens die dat niet voelt. In dit hospitaal zijn allen ziek. Maar je moet niet op die weg blijven en denken: ik ben dus verloren. – want: één ding is mij bevolen, namelijk om over U te oordelen als de Barmhartige, daar blijf ik bij – Onze natuur is zo gezind, dat ze altijd bovenaan wil beginnen en weten, of je gepredestineerd bent – blijf jij echter maar bij het Woord en het oordeel van de Barmhartige God. – Anders maak je het zekere onzeker en het onzekere zeker en uit God die goed is een wrede God.’
Bach
Van die zekerheid zong ook Bach zijn hele leven. Mooi, dat over hem in de Waarheidsvriend tegelijk ook een reeks artikelen verscheen, in verband met zijn gezongen prediking van de verzoening wordt het paaslied van Luther genoemd, bewerking van een oude hymne: Christ lag in Todesbanden, für unsre Sünd gegeben.
Luther gebruikt daar opnieuw een beeld, al uit de Vroege Kerk, dat ook in die hymne terecht is gekomen in de vorm van de wonderlijke strijd tussen dood en leven. Ik geef het even in dat stoutmoedige origineel weer:
Die Schrift hat verkündet das,
wie ein Tod den andern frass,
ein Spott aus dem Tod ist worden.
Halleluja.
Zonde, dood en duivel worden overwonnen door deze dood! Ze vierden al hun overwinning, toen zelfs de Zoon – en dan zó, beladen met onze schuld – deze menselijke weg ging, maar nu beven ze, omdat ze zo hun definitieve greep op ons mensen kwijt zijn, dit breekt hun macht. Ze woeden nog na, en hoe, maar ze hebben het al verloren. Luther en die oude paasprekers kenden 1 Korinthe 15:55-57! We moeten dus altijd kruis en opstanding dicht bij elkaar houden, passie en Pasen horen bijeen!
Avondmaal
Zo ontmoeten we Hem die heel deze diepte voor ons is doorgegaan ook in het avondmaal: als de levende Heer die al zijn gaven met ons wil delen en ons daartoe noodt, zo staat dat ook in het artikel van ds. A. Baas daarover. Dat delen wij, het blijft een heerlijk geheim en dát hebben die latere vaak moeilijke discussies ons nooit kunnen afnemen.
Moeten we er dan waardig voor zijn? Dan durf je niet meer. Luther bestreed die angst die hij uit zijn ‘roomse’ verleden maar al te goed kende en zegt in zijn Grote Catechismus: dat hij graag waardig zou willen zijn, maar nee: dat gaat niet, laat mijn waardigheid dan maar thuis blijven. We weten ons als arme bedelaars genodigd. Ook wij hebben dat steeds weer moeten leren, maar in die zin is het vieren van het avondmaal in de laatste decennia steeds meer voor ons gaan betekenen. Ik ben daar heel dankbaar voor.
Kruis, kruis en het is geen kruis
Hoe werd die overwinning behaald? Ook Luther las die ongelooflijke zinnen in Paulus’ eerste brief aan de Korinthiërs: ‘Het dwaze Gods is wijzer dan de mensen en het zwakke Gods is sterker dan de mensen.’ Het werd voor hem de basis van zijn kruistheologie, er is door ds. J. Westland terecht een apart artikel over geschreven in deze reeks. Lees en herlees het. Het is de ultieme uitdrukking van het verbijsterend geheim van Gods ontferming, Zijn onbegrijpelijke offerbereidheid, door Luther samengevat in woorden van uiterste ernst, die ik u niet wil onthouden: ‘God van God verlaten, wie kan het vatten.’ Dat genadewonder is de poort tot het leven, dit gericht de basis van de vergeving.
Van dan af aan is niets meer wat het lijkt, we moeten altijd achter de uiterlijke schijn naar die ware werkelijkheid tasten. Luther noemt dat geloven gegen den Augenschein, dus in de school van de Heilige Geest zien wat verborgen is onder het tegendeel. Geen wonder dat Luthers lijftekst Psalm 118:17 was: ‘Ik zal niet sterven, maar leven en ik zal de werken des Heeren vertellen.’
De praktijk van het bestaan
Op nog een paar andere thema’s uit deze serie wil ik even de aandacht vestigen, omdat ze niet mogen ondersneeuwen onder die grote hoofdzaken. Toen Luther in het klooster de wereld – dacht hij – achter zich had gelaten, kon hij niet vermoeden dat eenmaal de mensen hem ook bij de meest praktische en zelfs politieke zaken om raad zouden vragen. Hij dook er niet voor weg. Soms vergiste hij zich, met name in de beoordeling van de Joden, die hij eerst zo open tegemoet getreden was, maar van wie hij later vreesde dat ze de christenen die nu zelf de Bijbel gingen lezen, in de war zouden brengen. Maar hij kon ook trefzeker onderscheiden, zie het artikel van ds. B.A. Belder over Luther en de staat, waarbij we altijd wel moeten bedenken dat Luther er eigenlijk zeker van was dat de jongste dag naderde. Tot zolang moet je proberen er het beste van te maken, zodat de boze machten niet alle ruimte krijgen.
Luther zocht altijd naar de kern, allereerst in de Schrift. Voor het dagelijks bestaan van de christen vond hij die kern in Leviticus 19:18 en Mattheüs 22:39, het gaat dus om de liefde: tot God en de naaste. Je ziet dat meteen al in de Kleine Catechismus, waar elk van de tien geboden uit het eerste gebod wordt afgeleid en bijvoorbeeld ook in een heel boze reactie als hij van de Wartburg terugkeert naar Wittenberg, waar de mensen keihard en liefdeloos aan het reformeren zijn geslagen: jullie hebben het geloof geleerd, maar waar is de liefde die daarbij hoort? ! Dat is dus het criterium en als lutheraan hoop je dan maar dat mensen, ook als ze wel eens vragen aan ons hebben, begrijpen dat we dáár vandaan komen.
Suma summarum, zo bezwoer hij in een volgende preek zijn gemeente: ‘De som van alles is: prediken wil ik het, schrijven wil ik het, maar met geweld dwingen of dringen wil ik niemand.
Het geloof wil vrijwillig en zonder dwang aanvaard worden.’
Dat is een zin die ik niet meer kan vergeten en daarmee wil ik besluiten, in de hoop dat ik wat heb kunnen bijdragen aan deze rijke reeks artikelen. Ik kon ze ook onmogelijk alle recht doen. Hoeft ook niet, wij trekken sámen op, steeds van elkaar lerend, uit wat voor traditie je ook komt. Want, goede lezers ontdekken altijd weer, kloppend op de teksten, oude en nieuwe dingen in mensen als Luther en ook bij zoveel anderen die ons geschonken zijn en die in de kracht van de Geest, die de Schriften voor ons levend maakt, ons hart en onze ziel goed gedaan hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's