De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een intieme kring rond de Heiland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een intieme kring rond de Heiland

Houdt de jeugdouderling het vol? [1]

7 minuten leestijd

Wie zijn oor te luisteren legt bij vele (jeugd)ambtsdragers, hoort nogal eens verzuchten: Iedereen verwacht van mij dat ik meeleef, aanwezig ben en adviseer; altijd aanspreekbaar en aan het regelen. Ik kom aan het eigenlijke werk haast niet toe! Tussen de regels door beluister je dat met het eigenlijke werk vaak het pastorale aspect wordt bedoeld.

Het probleem is niet nieuw: (jeugd)ambtsdragers die na enkele jaren gedesillusioneerd, moe en uitgeblust zijn. Enthousiast en bewogen begonnen, maar gaandeweg opgegeten door papier- en vergaderwerk; door strijd met jeugd, kerkenraad en leidinggevenden. Vaak bemiddelend, maar lang niet altijd met beoogd resultaat en bijbehorende vreugde. In twee artikelen verkennen we het probleem en geven een praktische aanzet tot verandering.

Begin opnieuw!
Goed nieuws voor ieder! Laat alles los. Begin gewoon opnieuw! Dat zou net vóór de jaarwisseling, nog vol goede voornemens voor 2006, een aardig statement zijn geweest. Niet nu. De nieuwe agenda is inmiddels al weer vol, en alle goede voornemens verdwijnen daardoor als sneeuw voor de zon.
Daarmee zitten we bij de kern van het probleem. Wat is er toch aan de hand dat zoveel (jeugd)ambtsdragers worstelen met de veelheid aan activiteiten, verplichtingen, en vooral: het gevoel zo veel en zo vaak voor ieder beschikbaar te moeten zijn?

Laten begrenzen
We gaan samen terug naar de stal van Bethlehem. We zien hoe God in de Heere Jezus alles aflegt en in een kribbe begint. Met Zijn menswording aanvaardt Hij ook alle beperkingen van tijd en ruimte; van beschikbare energie en krachten. Ook de Heere Jezus zat af en toe aan Zijn sociale limiet en aan het eind van Zijn Latijn. Hij kon er dus niet voor alles en iedereen zijn. Anders gezegd: Hij heeft zich laten begrenzen!
Dat moet je even op je laten inwerken. Wij geloven maar al te graag dat Jezus zich met hart en ziel onbeperkt overgaf aan alles wat op Zijn weg kwam en wat Zijn hart beroerde. We trekken vervolgens ook nog de conclusie dat wij daarom geroepen zijn onszelf ook maar geheel en al te geven voor Zijn heilige dienst.
Laten we onszelf niet voor de gek houden. De Heere Jezus wist van geven, maar zeker ook van nemen! Zo zocht Hij de stilte om bij Vader te zijn als Hij veel gegeven had. Of bracht tijd door met Zijn vrienden, al dan niet met haardvuur en een goed glas wijn. Dat ‘nemen’ kwam overigens niet voort uit narcisme (ongezonde eigenliefde) of het compenseren van diepe verlangens en angsten. Hij was er allereerst op gericht om te verblijven in het centrum van Gods wil. En welk mens was er meer in balans dan Hij? Juist omdat Hij zich niet onbegrensd gaf!
Net zoals Jezus op vaste tijden, en soms ook onverwacht (lees Matth. 14:22-23), afstand neemt, hebben wij dat nodig. Om jezelf terug te vinden, om je roeping terug te vinden, om je God terug te vinden. Op déze manier was Jezus’ werk krachtig en deed Hij wat Hij moest doen. Was dáár waar Hij moest zijn. Jezus, mens zoals wij, niet alomtegenwoordig en voor iedereen en alles beschikbaar. Maar wel vruchtbaar in Zijn werk, daarbij sterk geleid door de Heilige Geest.

Alomtegenwoordigheid
Laten we ons zelf daar eens aan spiegelen. Hoe ziet onze praktijk er uit? Zelf heb ik lang gedacht en gewerkt vanuit onbegrensde gedrevenheid. Achteraf bezien was dat deels ingegeven door een ‘messiassyndroom’ (‘Ik moet hier dingen veranderen, want zo kán het niet …’), angst om niet te voldoen in de ogen van anderen (‘Je moet toch wat te brengen hebben …’) en zelfs hoogmoed. Want onbegrensd en voor iedereen beschikbaar willen zijn, is ten diepste niets anders dan streven naar alomtegenwoordigheid. Maar alomtegenwoordig is alleen God.
Mijn suggestie voor elke (jeugd)ambtsdrager is de dingen werkelijk loslaten door ze in Jezus’ handen te leggen. Dat is wat overgeven betekent. Je geeft het aan een Ander over, je wordt bevrijd van de last om zoveel mogelijk mensen en idealen te moeten dienen. Dan betekent loslaten ook: je krachten vernieuwen. Maar vooral ook: leren onderscheiden waar het op aan komt, zien wat de wil van God is. Voor wie? Natuurlijk voor jezelf persoonlijk, maar zeker ook voor je gezin, voor de leidinggevenden in jeugd- en gemeentewerk, de kerkenraadsbroeders, de jongeren zelf en/of de gezinnen in je sectie.

Strategie
Daarmee kom ik bij het volgende beeld. Hoewel je niet te makkelijk beelden en strategieën moet loslaten op het vaak ondoorgrondelijke werk van de Heere, wil ik u dit niet onthouden. Als we lezen in de evangeliën, valt het op dat Jezus veel optrekt met drie discipelen: Petrus, Jakobus en Johannes. Zijn lievelingsdiscipelen? In ieder geval mannen die ook op bijzondere momenten bij Hem waren. Met Hem de berg op om te bidden; aanwezig bij de verheerlijking op de berg; met Hem in Gethsémané. Jezus investeert erg veel in hen.
Waarom? Wellicht omdat Hij wist hoe veel ze konden betekenen in het doorgeven van het getuigenis. Maar zou Hij ook als gewoon mens steun en bemoediging nodig hebben gehad in het vervullen van Zijn (onmenselijk) moeilijke taak?
Vaak heb ik ambtsdragers en jeugdwerkers gevraagd: heb je contacten waarin je je hart durft open te leggen? Mensen die vanuit betrokkenheid op jou en je taak willen delen in je vreugde, je pijn en je vragen? De conclusie is dat er nogal wat gemist wordt als het gaat om zulke vertrouwelijke contacten. Zou niet veel onmacht in ons bezig zijn (het gevoel dat je er alleen voorstaat), kunnen worden opgeheven door ons te verbinden met enkele vertrouwde broeders en/of zusters? Waarom? Om samen Bijbel te lezen, te bidden en te zoeken naar de wil van God voor jou persoonlijk, je gezin, het jeugdwerk, de catechese, de jongeren, de gezinnen, de gemeente in haar geheel.

Drie, twaalf, tweeënzeventig …
Terug naar het beeld. Verder lezend, ontdek je dat Jezus ook nog een bredere kring van twaalf discipelen en enkele vrouwen om zich heen heeft staan. Zijn intieme kring die Hij apart onderwees en waar Hij lief en leed mee heeft gedeeld. In Lukas 10 lezen we dat Jezus zelfs nog méér discipelen had: tweeënzeventig discipelen worden met instructies uitgezonden om Zijn werk te doen. Op vele momenten heeft Jezus oog, oor en hart voor de hele schare. Van een synagoge vol hoorders tot en met vele duizenden in het veld die Hij stuk voor stuk diende met woorden van eeuwig leven, genezing, brood en vis. Drie, twaalf, tweeënzeventig, driehonderd, vijfduizend … Zie je wat ik bedoel?
Nu naar jouw situatie. Wie staan er dichtbij en kunnen te allen tijde een beroep op je doen? In welke twee of drie investeer je méér dan het gewone, maar ontvang je ook zelf ? Wat is de kring waar je vervolgens aanwezig bent met bemoediging en advies? Kerkenraad, jeugdraad, catechesecommissie? En voor wie ben je af en toe in beeld en hen pastoraal, luisterend en dienend nabij? De jongerenavonden ter plaatse? De toerustingsavond voor leidinggevenden? De bezoekers van een preekbespreking?
Reken maar dat je zo zeer pastoraal bezig bent! Durven we het aan om onze taken niet als vanzelfsprekend te beschouwen en op een andere manier te werken? Minder relaties, maar die je hebt, zijn betekenisvol en motiverend, zowel voor jou als de ander. Het gaat er daarbij niet om hoeveel je weet en hoeveel je doet, maar hoeveel je om ze geeft!

Verantwoordelijkheid
Te veel (jeugd)ambtsdragers lopen onbedoeld in de valkuil van het regelen en coördineren van allerlei zaken. Vaak zijn zij daar erg goed in. Sterker nog, het was vaak de reden waarom ze voor het ambt zijn gevraagd! Maar … ben je bereid om met twee of drie een weg te gaan, zoals Jezus een drietal vroeg om met Hem te zijn en te bidden? En vervolgens met hen in een wat bredere groep daaromheen? Het is waar, in Gethsémané vielen de drie vertrouwelingen van Jezus in slaap. Je loopt dus risico als je anderen betrekt. Ze maken fouten en stellen soms teleur. Maar zo leren zij met vallen en opstaan toch ook zelf verantwoordelijkheid te dragen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Een intieme kring rond de Heiland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 februari 2006

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's