Laat het maar lutheren
DE THEOLOGIE VAN MAARTEN LUTHER [12]
Vuistdik
In Twaalf Artikelen heeft men destijds het evangelie samengevat. Maar eigenlijk is dat onmogelijk. Bijna net zo onmogelijk is het in twaalf artikelen Luthers theologie en de betekenis daarvan samen te vatten. Zijn verzameld werk, de beroemde Weimarer Ausgabe, beslaat zo’n 120 vuistdikke delen. Zouden we zijn eigen werk met een zee vergelijken, dan is de literatuur over hem vergelijkbaar met een oceaan. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het Lutherjahrbuch, dat elk jaar wordt gepubliceerd en de titels vermeldt van bijdragen over de persoon en het werk van de reformator. Het laatst verschenen deel telt er ruim 1700. De oogst van slechts één jaar! Niettemin wilden we ons de afgelopen maanden in de Waarheidsvriend met de reformator bezighouden, vooral met het oog op het kerkelijk gesprek. In dit twaalfde artikel maken we ter afronding een evaluerende rondgang langs het geschrevene, dikwijls onderstrepend, soms een vraagteken zettend, telkens zoekend naar de blijvende betekenis van de man die wel genoemd is ‘de derde Elia’.
In de luwte
In het eerste artikel gaf collega Geluk een beknopte, maar volledige schets van Luthers leven. Een bewogen leven. Niet van meet af, wel sinds het moment dat het onweer hem trof, letterlijk en vooral figuurlijk. Vanaf die tijd had hij de regie niet meer echt in handen, ondanks het feit dat iedereen met hem rekende. Hij was een mens onder de macht van anderen gesteld: zijn orde-overste, zijn keurvorst, de keizer. Het was met name God Die zijn doen en laten regisseerde.
Ondanks zijn enerverende levensgang is de reformator door God in zekere zin toch in de luwte gehouden: het martelaarschap bleef hem bespaard. Het heeft hem zelf ook verwonderd.
‘Ik dacht dat ik de eerste had zullen zijn die omwille van het evangelie gemarteld zou worden, maar ik ben het niet waard geweest,’ schreef Luther aan een vriend, toen twee monniken van zijn orde het leven hadden gelaten op de brandstapel in Brussel.
Breekpunten
Ds. Verhaar ging in op de vraag waar het werkelijke breekpunt met Rome gelegen is: is dat in de rechtvaardigingsleer? Of moeten we het elders zoeken? Verhaar wees vooral op het gebrek aan hoogachting voor (de kracht van) Gods Woord. Van daaruit laten zich de andere geschilpunten verklaren.
Hij noemde ook Luthers intense teleurstelling, toen Rome pertinent bleef weigeren zijn uit de Schrift gewonnen inzichten voor te leggen aan een concilie. Hierachter steekt het grote verschil in visie op de kerk. Is dat niet één van de diepste oorzaken van allerlei breuken, tot op de dag van vandaag? Ds. Verhaar stelde een vraag aan ons adres die flink hout snijdt: staat Luthers hoofdthema van de rechtvaardiging van de goddeloze bij ons nog wel centraal of hebben wij het ingeruild voor het thema ‘vroomheid’ en zijn wij daarmee niet ontzonken aan het eigenlijke van de Reformatie? Een vraag die tot een antwoord noopt.
Nog een punt waarop we door ds. Verhaar stuiten: het gesprek met Rome. Daar weten we in onze gezindte meestal niet goed raad mee. Waarom niet? Vanwege de bekoring die de Romana uitoefent? Ook andere antwoorden zijn mogelijk. Een zaak ter nadere analyse.
Barneveldse emeriti
In het artikel van ds. Beens ging het op een nog specifiekere wijze over de rechtvaardiging. Zij is de diepe grondnotie van de Heilige Schrift, die Luther in een immense worsteling met God en met zichzelf heeft (her)ontdekt. En die elke tijd en ieder mens moet ontdekken. Want het gaat erom dat wij voor Gods rechterstoel gedaagd worden. Daar ontkomt geen enkel element van ons leven aan Gods oordeel. Maar daar worden we ook in de vreugdevolle vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods gezet. Door het geloof. Zojuist las ik in Kontekstueel de Kroniek’van een van de andere Barneveldse emeriti, ds. Maasland, naar aanleiding van de biografie van ds. Boer. Eerlijk schrijft hij: ‘Ik heb jarenlang aan catechisanten en jonge gemeenteleden de rechtvaardiging proberen uit te leggen. Maar ik had meestal het gevoel dat het niet werkelijk overkwam.’ Zit – vraagt hij zich af – daar niet een verschuiving achter in Godsbeleving en in geestelijk klimaat? Alsook een verschuiving van accenten in de prediking: niet zozeer meer – zoals bij ds. Boer – het drama van Golgotha, waar wij mee naartoe genomen, bijkans gesléépt worden; maar de liefde van God in Christus, dankzij Golgotha.
Een terechte verschuiving? Dat is natuurlijk de vraag. De verleiding is groot te antwoorden dat beide accenten waarheidselementen bevatten. Dat lijkt me nu toch een te makkelijk antwoord. Zou het de prediking niet ten goede komen, wanneer de balans toch weer meer doorsloeg in de richting van een verkondiging à la ds. Boer: de prediking als een gebeuren waarin Golgotha present wordt gesteld? Is dat niet in de lijn van Luther? Want zoals er gepreekt wordt, wordt er geloofd.
Theocratie
Luthers twee-rijken-leer blijft actueel, zeker bij de steeds luider wordende stem van de islam in onze samenleving. Collega B.A. Belder schreef er boeiend en ter zake over. Hij liet zien welke winst er in deze leer zit ten opzichte van de ‘twee-zwaarden-leer’ van de Rooms-Katholieke Kerk. Hij gaf ook helder het grote verschil aan tussen Luthers leer en de liberale leer van een strikte scheiding tussen staat en kerk, vrucht van het Verlichtingsdenken.
Luther schoof behoorlijk in de richting van Calvijn, voor velen van ons de theocraat bij uitstek. Toch zitten de beide reformatoren daarmee nog niet op één stoel. Verscheidenheid blijkt, als bekeken wordt hoe de gestalte van de kerk, de plaats van de ouderling en de structuur van de gemeente in elk van beide tradities ontwikkeld is, juist vanwege de visie op de taak van de overheid.
Zekerheid
Collega Van den Belt bracht Luthers spreken over het gezag van de Heilige Schrift voor het voetlicht. Hij startte bij het begrippenmateriaal dat Calvijn ontwikkelde: wij worden overtuigd van de waarachtigheid van de Schrift door het getuigenis van de Heilige Geest in ons hart. Ook Luther heeft er op die manier over gesproken: ‘Het Woord kan men mij wel prediken, maar alleen God kan mij het Woord geven in de grond van het hart.’ Duidelijk is waar het Luther om te doen is: om de zekerheid van het geloof, dat extra nos (buiten zichzelf ) houvast zoekt. Is die zoektocht in feite nog niet steeds gaande? Hoezeer kan Luther, een man van voor de Verlichting, ons, (post)moderne mensen, daarbij helpen! Een opmerking die nadere uitwerking behoeft.
Tegenwoordig
Mooi is het om bij ds. Baas te lezen van hoeveel betekenis het avondmaal voor Luther is geweest. De reformator kon niet zonder. Mensen die het wel konden, bekeek hij met afgrijzen en als enigszins door de duivel bezield. Het is goed als Luthers vraag hoe Christus bij ons is, wanneer het avondmaal bediend wordt, ons blijft bezighouden. Of liever: zijn overtuiging van Christus’ tegenwoordigheid. Hij wil de Zone Gods ontvangen, in zijn hand, in zijn mond. Calvijn zal ons de juiste theologische doordenking wel bijbrengen.
Zwarte bladzij
Ds. Bouter las met ons een zwarte bladzij uit Luthers leven: diens opstelling tegenover de Joden. Na hen aanvankelijk omarmd te hebben, wierp hij ze later bij zich vandaan. Ook van de boodschap van het evangelie zoals het door hem werd vertolkt, moesten ze immers niets hebben.
Bouter ziet in het optreden van de reformator ondanks al diens harde en meer dan eens over de schreef gaande uitlatingen oprechte bewogenheid om het heil van de Joden. De vraag is of Bouter hem niet te veel de hand boven het hoofd houdt. Het laatste woord hierover is nog niet gezegd. Mij komt het voor dat deze bladzij bij Luther staat om te voorkomen dat we zijn werk canoniek zouden verklaren. Wie die door hem is bekoord, is daartoe niet geneigd?
Hand in hand
De artikelen van de collegae Westland en Stelwagen liggen dicht tegen elkaar aan. Kruistheologie en aanvechting gaan hand in hand. Zonder aanvechting geen kruistheologie. En zonder kruistheologie zijn aanvechtingen slechts lastige obstakels die een mens in zijn geluk en ontplooiing hinderen. Wellicht hebben wij, ook en juist als gereformeerde christenen, veel meer kruistheologie nodig in ons denken, in ons theologiseren en vooral in ons geloven. Want beseffen ons hart en ons verstand voldoende dat de weg achter Christus aan geen weg is van het succes, maar van het kruis? Midden in de benauwdheid schenkt God het leven; en vrede is er niet alleen na de strijd, maar ook in het woeden ervan; en juist in de aanvechting wordt de zekerheid geboren. Leven deze elementen van bijbelse vroomheid misschien niet te zwak onder ons? Gaan wij niet te vaak uit van de gedachte dat geloof en leven, kerk en gemeente maakbaar zijn, van ónze kant?
Twee hoogleraren
Professor Balke toonde ons met grote kennis van zaken uit welke middeleeuwse bakermat Luther stamde en hoe zijn humanistische vorming is geweest. Vooral tekende hij ons de controverse tussen Luther en de prins der humanisten, Erasmus. Het is zaak daarvan blijvend kennis te nemen, omdat dit geding nog altijd gaande is, in Europa, in Nederland. Massaal stelt men zich heden ten dage op achter Erasmus, met alle gevolgen van dien: geestelijke ontworteling. We zien het om ons heen en in de kerken. Sympathiek is het artikel van professor Boendermaker. Als luthers theoloog las hij ‘vol herkenning’ (zoals hij zelf schreef ) met ons als hervormd-gereformeerden mee. Her en der voegde hij karakteristieke Luther-citaten toe. Bijna aan het eind van zijn bijdrage lezen we: ‘Wij trekken sámen op, steeds van elkaar lerend, uit wat voor traditie je ook komt.’
Kerkelijk gesprek
Tijdens het Samen-op-Wegproces de afgelopen jaren trokken bonders en lutheranen al samen op. Dat gebeurde echter – zacht uitgedrukt – in een grote mate van diversiteit. Er was – iets opener geformuleerd – sprake van argwaan.
Zou dat er inmiddels beter op zijn geworden? Of is dat een wat oneigenlijke vraag? Immers, op het grondvlak waar hervormd-gereformeerden bivakkeren, zijn meestal geen evangelisch-lutherse gemeenten te vinden, waardoor er van ontmoeting weinig komt. Wellicht kan er een gezamenlijke conferentie georganiseerd worden, waarin wij bijvoorbeeld de lutheranen de vraag voorleggen of ze kunnen begrijpen dat wij als hervormd-gereformeerden meer dan eens dachten: waren de lutheranen maar lutherser. Het kan niet anders of zij hebben ook de nodige vragen aan ons adres. Laten we ze elkaar maar stellen. Dat komt het kerkelijk gesprek, meer nog: het geding om de waarheid ten goede. Dat geding moet onafgebroken gevoerd worden.
Ten slotte
Luther zelf stond afwijzend tegenover al de aandacht voor zijn werk: ‘Ik had graag gezien dat mijn boeken allemaal zouden zijn verdwenen en dat ze ondergegaan waren.’ Hij was bang dat ze de studie van de Heilige Schrift in de weg zouden staan. Wij zijn blij dat zijn boeken niet zijn verdwenen. Want brengen ze ons niet dichter bij het Woord van God, ja, bij het hárt van God? Moge het daarom voortdurend ‘lutheren’ (ds. Beens), ook in onze kring.
P.S. Later dit jaar zal deze reeks artikelen, al dan niet enigszins uitgebreid, in een boekje verschijnen, waarin ook een bijdrage van prof. Verboom over de catechismi van Luther wordt opgenomen. U hoort ervan!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's