Boekbespreking
M.J. Paul: Occulte machten en bevrijding. Uitg. Groen, Heerenveen; 159 blz.; € 14,95.Dr. Jochem Douma: Job, Psalmen. Uitg. Kok, Kampen; 116 blz.; € 10,00.
M.J. Paul:
Occulte machten en bevrijding.
Uitg. Groen, Heerenveen; 159 blz.; € 14,95.
Een boek over occulte machten is niet zomaar geschreven. Het is ook geen gemakkelijk terrein. Dr. Paul wijst daar – in deel vier in de serie Studium Generale – in het eerste hoofdstuk meteen al op. Of hij er in dit boek in geslaagd is precies te zeggen wat occultisme is? Heel veel zaken zijn de moeite zeer waard om er grondig kennis van te nemen. Zo bijvoorbeeld van wat hij schrijft over wicca en moderne hekserij, spiritisme, contact met geleidegeesten of geesten van doden, duistere computerspelletjes, satanisch ritueel (seksueel) misbruik, enzovoort. Of het hoofdstuk over occulte, satanische invloeden bij Karl Marx en Hitler. Evenals een aantal goede pagina’s over popmuzikanten die hun ziel aan satan verkochten en daar blijk van geven in liedteksten met een satanische inhoud. Uit veel van wat zich in onze tijd aandient, blijkt dat het occultisme op veel fronten oprukt, getuige de vele esoterische lectuur in boekwinkels, de thema’s van veel kinderboeken en het thema van de Kinderboekenweek (Heksenketel in 1996 en Toveracademie in 2005). Het is dus goed dat tegen veel dingen gewaarschuwd wordt, ook al kan men tegen bijvoorbeeld de Harry Potter-boeken verschillend aankijken.
Ik heb echter ook heel wat vragen. Mijn eerste vraag is: worden alternatieve geneeswijzen niet erg gauw in de occulte hoek gezet? Toegegeven, er kunnen verbindingslijnen lopen van deze geneeswijzen naar occulte invloeden en andersom. Maar zijn ze niet te gemakkelijk opgenomen in de lijst Occulte begrippen en symbolen achter in het boek, ook al wordt daarbij een aantal relativerende opmerkingen gemaakt? Hetzelfde geldt zaken die dikwijls als occult worden gezien, maar evenzeer zouden kunnen vallen onder scheppingsgaven van God (K. Schilder, W. Geesink, J. Douma; zij rekenen ook bepaalde vormen van helderziendheid tot scheppingsgaven). Ik zeg niet dat ik die opvatting zonder meer deel, maar ik wil ook heel beslist de andere kant niet uitvallen. Paul noemt dikwijls, meer dan dat hij verwijst naar de Schrift, ervaringsverhalen van mensen, maar staan daar niet evenzoveel ervaringen tegenover van integere alternatieve genezers of mensen die bepaalde gaven (menen te) hebben en van hen die daar gebruik van maken?
Vragen heb ik ook over wat gezegd wordt over occulte belasting. Is dat gelijk te stellen met bezetenheid zoals we daarvan in de evangeliën lezen? Opvallend is dat we bij bezetenheid in de evangeliën niet van schuld of zonde lezen, ook niet van woorden van waarschuwing of vergeving door Jezus. Is het een bijbelse notie dat iemand occult belast kan zijn (wat we daar dan ook onder moeten verstaan) door zonden van voorouders of van vloeken die over voorouders zijn uitgesproken? Of dat een huis vervloekt is, omdat vorige bewoners zich bezighielden met occulte zaken of demonen zich verbinden met voorwerpen (bv. souvenirs) die voorheen een religieus doel dienden? Dr. Paul verwijst naar Paulus’ uitspraak dat men, als men deelneemt aan de heidense offermaaltijden, gemeenschap heeft met de duivelen (1 Kor.10:20), maar moeten we met bepaalde gaven die er kunnen zijn direct aan ‘heidense offermaaltijden’ denken, en staan tegenover wat Paulus schrijft, niet zijn woorden dat men met een gerust geweten vlees kan eten dat aan de afgoden geofferd is (vers 25)? Is het waar dat een huis voor demonen ‘besmet’ kan zijn, omdat vorige bewoners zich met occulte zaken bezighielden en de demonen nu nog in dat huis toeven? Mijn vraag daarbij is of een huis dan ook niet ‘besmet’ is als een vorige bewoner incestdader was of gierig was (gierigheid is afgoderij) of er een materialistische levenshouding op nahield of bijvoorbeeld alcoholverslaafd was?
Moet de uitwerking van vervloekingen trouwens zo concreet opgevat worden dat het mogelijk is dat degene die vervloekt wordt, een ongeluk of een ernstige ziekte krijgt (zgn. zwarte magie). Hoe zit het dan met de meest grove vloek die vele tienduizenden keren per dag in ons land wordt uitgesproken waarbij mensen Gods verdoemenis over zich afroepen? Niet juist is wat geschreven wordt van de zgn. zelfvervloekingen bij inwijdingen in de vrijmetselarij (blz. 96). Deze moeten gezien worden in een historische context van mogelijke tegenstand en vervolging en gelezen worden als: eer moge mij de keel worden doorgesneden, enz. dan dat ik het principe van de vrijmetselarij vaarwel zeg of verloochen.
Het boek roept bij mij dus veel vragen op. Wat niet wil zeggen dat het niet goed is er grondig kennis van te nemen. De duivel en demonen zijn zeer zeker, ook in onze tijd, realiteit. En dat niet alleen als het om occulte zaken gaat (wat men daaronder dan ook moet verstaan), maar evenzeer als er sprake is van verslaving, grove twisten, een wereldse levenshouding, verstoorde verhoudingen, mishandeling, enzovoort.
Of ze uitgeworpen moeten worden door een bevrijdingsbediening, is voor mij de vraag. Hooguit laat ik dat open als er overduidelijk sprake is van bezetenheid, zoals de Bijbel daarover spreekt. Zelf kom ik niet verder dan in het pastoraat een krachtig aanzeggen en in de prediking een krachtige verkondiging dat er bevrijding is door het geloof in Jezus Christus in de weg van bekering van alles wat niet goed is in iemands leven.
Dr. Jochem Douma:
Job, Psalmen.
Uitg. Kok, Kampen; 116 blz.; € 10,00.
In hoog tempo verschijnen de deeltjes in de serie Gaan in het spoor van het Oude Testament. Het hoge tempo waarin de delen verschijnen betekent overigens niet dat er weinig geboden wordt en dat dr. Douma niet diepgravend bezig is geweest. Integendeel, heel veel wordt in kort bestek aangereikt. Duidelijk worden de hoofdlijnen van het boek Job getekend. Het grote verschil tussen Job en diens vrienden wordt aangegeven: Job spreekt tegen God, zijn vrienden spreken slechts over God. Het verschil tussen Job en zijn vrienden is niet gelegen in een verschillende theologie. Zowel de vrienden als Job erkennen dat lijden straf kan zijn op de zonden. Alleen mag dit verband niet altijd gelegd worden. In de situatie van Job geldt het in ieder geval niet. Het lijden van Job is noch retributief (vergeldend van aard), noch pedagogisch (opvoedend van aard), maar is theocentrisch bepaald. ‘Jobs lijden laat zien, dat de Satan hem niet van Jahwe kan scheiden.’ Het boek Job bevat dan ook niet alleen een theodicee (een rechtvaardiging van God), maar ook een antropodicee (een rechtvaardiging van de mens, in dit geval van Job). Job lijdt niet vanwege zijn persoonlijke zonden. Vanwege het theocentrische karakter van het lijden van Job meent Douma dat we het lijden van Job niet mogen veralgemeniseren, alsof al ons lijden trekken van Jobs lijden zou dragen. Ik kan hierin de schrijver wel volgen, al meen ik dat juist het onbegrepene van Jobs lijden voor veel mensen herkenbaar zal zijn, en in hun verwerking daarvan zich juist door het boek Job begrepen voelen. Dit erkent Douma trouwens zelf ook, als hij schrijft: ‘Ons lijden blijft vaak onbegrijpelijk, evenals het voor Job bleef. Veel speelt zich af achter de schermen; het is van grote waarde te weten dat wij niet uit Gods handen vallen.’
In het tweede deel van zijn boekje bespreekt dr. Douma de Psalmen. Omdat er zoveel (verschillende soorten) psalmen zijn, stelt hij allerlei vragen om van daaruit meer grip te krijgen op de thematiek die in de Psalmen aan de orde komt. Ik noem er enkele:
- Is de tegenstelling tussen de ‘rechtvaardige’ en de ‘goddeloze’ niet te absoluut?
- Maak de rechtvaardige geen farizeïstische indruk?
- Spelen wraakgevoelens een rol in Psalmen?
- Is er sprake van leven na dit leven?
Heel waardevol vond ik wat Douma over wraakgevoelens in sommige psalmen schrijft. ‘Men vraagt Jahwe om wraak te oefenen, zonder zelf die wraak ter hand te nemen. Daarin is geen tegenstelling te vinden met het Nieuwe Testament. Ook daar klinkt de vraag: 'Hoe lang zult Gij ons bloed niet wreken?’ Aandacht verdient zijn opmerking: ‘Niet zozeer wat er in de psalmen geschreven staat als wel wat we er in missen, wettigt de conclusie dat we voor onze gedachten over wraak en straf niet alleen op het kompas van Psalmen kunnen varen (…). Jezus Christus is hierin ons grote voorbeeld door tot het uiterste te lijden en desondanks te bidden: ‘Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen’ (Luk. 23, 34).
Van harte beveel ik dit boekje aan. Graag zag ik voor gebruik in bijbelgesprekskringen er vragen aan toegevoegd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 februari 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's