De spelregels vastgelegd
DE PLAATSELIJKE REGELING
De plaatselijke regeling
In de ordinanties van de kerk wordt geregeld dat elke gemeente een eigen plaatselijk reglement (PR) moet opstellen. Zie Ord. 3-2-1. De ordinantietekst spreekt van een regeling. Daarom spreken we ook van een plaatselijke regeling (PR).
Waarom is een plaatselijke regeling gewenst? Het antwoord is eenvoudig. Hierin wordt een aantal voor de plaatselijke gemeente geldende afspraken vastgelegd betreffende het reilen en zeilen van de gemeente.
Commentaar van classis
De landelijke kerk heeft een opzet gemaakt voor een plaatselijke regeling, die via internet kan worden verkregen. Dit is een basisdocument waarmee elke gemeente goed uit de weg kan. Let wel, het is niet meer dan een basisdocument.
Volgens de ordinantietekst (Ord. 4-7- 2) moet elke gemeente haar plaatselijke regeling toezenden ter kennisneming aan het Breed Moderamen (BM) van de classicale vergadering (CV). In de hervormde classis Woerden heeft het BM een commissie gevormd die de plaatselijke regelingen doorleest en eventueel van commentaar voorziet. Het is niet zo dat het BM van een CV een plaatselijke regeling kan afkeuren. De gemeenten ontvangen schriftelijk bericht van de bemerkingen die het BM eventueel op de ingediende tekst heeft. Bij de beoordeling van de PR wordt uitgegaan van het door de Protestantse Kerk aangeleverde model. Om de beoordeling te vereenvoudigen, is er een checklist opgesteld.
Aandachtspunten
Vooraf moet gezegd worden dat indien een gemeente niets besluit, alles bij het oude blijft. Zie Ord. 4.8.7. Bij wijziging van beleid moet onder alle omstandigheden de gemeente daarin gekend en gehoord worden. Van belang is dat steeds volledige openheid wordt betracht. Ook is het zinvol de bewustwording in de gemeente te bevorderen, zodat de gemeenteleden weten waarom voor een bepaalde regeling en/of beleid is gekozen. Het heeft weinig zin al te veel in detail te treden, maar enkele punten moeten genoemd worden, zoals:
- Wat is de naam van de gemeente? Bijvoorbeeld de hervormde gemeente te … Zie Ord. 2-11-1.
- Hoeveel ambtsdragers telt de kerkenraad? Zie Ord. 4-6-3.
- Hoe is de procedure bij de verkiezing van ambtsdragers? Zie Ord. 3-6.
- Is de zesjaarlijkse stemming nodig? Zie Ord. 3-6-6.
- Wie kunnen als ambtsdrager verkozen worden? Zie Ord. 3-6-1. Zij die wel of geen belijdenis hebben afgelegd. Zie Ord. 3.6.4.
- Welke leden zijn stemgerechtigd? Zie Ord. 3-2-3.
- Hoe is de positie van eventuele gastleden? Zie Ord. 2-3-2.
- Wie verkiest de predikant? De gemeente of de kerkenraad? Zie Ord. 3- 4-7.
- Wat de kinderdoop betreft zegt Ord. 6.1.1 dat de kerk ten principale heeft gekozen voor de kinderdoop. Hierover behoeft in de PR niets naders geregeld te worden. Wel kan geregeld worden wie de doopvragen daarbij mag beantwoorden? Zie Ord. 6-3-4.
- Wie zijn toegelaten tot het Heilig Avondmaal? Zie Ord. 7-2-2.
- Worden niet-huwelijkse relaties in de gemeente ingezegend? Zie Ord. 5-4.
- Hoe worden de gemeenteleden gekend en gehoord? Zie Ord. 4-8-6.
- De registratie van niet gedoopte kinderen (de vroegere geboorteleden) en blijkgevers is geregeld volgens Ord. 2.9.3 en 2.8.3. In de PR behoeft hierover verder niets te worden vastgelegd. Wel dient de kerkenraad er voor te zorgen dat de landelijke ledenadministratie ter zake voldoende geïnformeerd en actueel blijft.
- Wanneer in een gemeente sprake is van een algemene en wijkkerkenraad, dan dienen de onderlinge taken en bevoegdheden op elkaar afgestemd en vastgelegd te worden. In een PR van een wijk kan in bepaalde gevallen verwezen worden naar de PR van de algemene kerkenraad(AK) en omgekeerd.
Vooral bij diakenen en kerkrentmeesters speelt dit aspect. Indien daarover weinig of niets geregeld is, dan is de wijkkerkenraad de eigenlijke kerkenraad voor de betreffende wijk.
Wat te regelen?
De PR moet afgestemd zijn op de Ordinanties. Bij een eventueel geschil geldt altijd de hogere regelgeving. De PR heeft een dwingend recht. Toch is het bijvoorbeeld verstandig er naar te streven dat bloedverwanten in de eerste en tweede graad niet tegelijkertijd in de kerkenraad zitting kunnen hebben. Het is van belang om ook binnen de kerkenraad een zo breed mogelijke vertegenwoordiging na te streven overeenkomstig de samenstelling van de gemeente. Wanneer dit beperkt zou blijven tot bijvoorbeeld enkele families, is dat geen goede zaak.
Voorts is het gewenst om de betalingsbevoegdheid van een administrerend diaken c.q. - kerkrentmeester te limiteren. Hiermede wordt er voor gezorgd dat ieder verschoond kan blijven van kritiek op het doen van grote betalingen buiten medeweten van anderen. Het kerkelijk seizoen loopt van september tot juni. In dit verband is het logisch de ambtsdragersverkiezingen aan het einde van het seizoen te plaatsen (zie Ord. 3-7-6), zodat de nieuwe ambtsdragers aan het begin van het nieuwe seizoen hun ambtswerk kunnen aanvangen.
Ook bestaat de mogelijkheid te regelen dat enkele kerkenraadsleden, bijvoorbeeld drie, een agendapunt op de agenda van de kerkenraad geplaatst kunnen krijgen.
Een open deur is dat de plaatselijke regeling moet sporen met het beleidsplan. Beide stukken moeten op elkaar afgestemd zijn. Het is noodzakelijk en verplicht indien de kerkenraad van het BM van de CV toestemming heeft gekregen volgens Ord. 3-4-7 tot het eventueel beroepen van een predikant, deze toestemming als bijlage aan de PR op te nemen.
Vaak gaat het leven van de gemeente rustig verder en wordt er weinig over een aantal dingen gesproken. De dialoog tussen kerkenraad en gemeenteleden is van groot belang. Daarom zegt Ord. 4-8-6 dat de kerkenraad aangeeft hoe de gemeente gekend en gehoord wordt bij belangrijke zaken die in de gemeente spelen. Zo ontstaat er openheid die noodzakelijk is.
Doopvragen, huwelijk et cetera
De kerkenraad is gehouden het bepaalde in PR ten volle uit te voeren. Toch kan bij bepaalde artikelen in de PR een zinsnede worden toegevoegd dat in sommige gevallen de kerkenraad anders kan beslissen. Dit mag geen ontsnappingsclausule zijn maar het is een mogelijkheid om indien pastorale motieven daarvoor gelden, in bijzondere gevallen anders te handelen. Uiteraard zal hierbij de nodige zorgvuldigheid moeten worden betracht. Hierbij kan gedacht worden aan wie de doopvragen mag beantwoorden, wie aan het avondmaal mag deelnemen en aan wie voor de huwelijksinzegening worden toegelaten. Het moderamen van de kerkenraad heeft als belangrijke taak ervoor te zorgen dat in alle gevallen de vastgelegde procedures in acht worden genomen. Maar het is de kerkenraad die beslist. Het opnemen van complete ordinantieteksten is niet zinvol. Houdt de PR klein en dun, want de ordinantieteksten kunnen altijd geraadpleegd worden. Een ander motief kan zijn dat indien de landelijke kerk een ordinantietekst aanpast, in dat geval ook de PR aangepast moet worden.
De vrouw en het ambt
In onze kringen is het een principiële keus de ambtsdragers uit de mannelijke belijdende leden te kiezen. Kerkordelijk mogen de vrouwelijke belijdende leden niet uitgesloten worden van verkiezing tot het ambt. Immers, ieder lid heeft passief en actief kiesrecht.
Een kerkordelijke weg in dezen kan zijn om gebruik te maken van de zesjaarlijkse stemming (Ord. 3-6-6), zodat de kerkenraad de kandidatenlijst opstelt, nadat de gemeente namen heeft kunnen indienen. Het zou passend geweest zijn indien de opstellers van de ordinanties deze keuzemogelijkheid geregeld zouden hebben in bijvoorbeeld Ord. 4-8-7. Verder kan dit ook vastgelegd worden in het beleidsplan van de gemeente. Overigens kan bij een eventuele verkiezing de gemeente zelf onder alle omstandigheden haar eigen keuze in dezen bepalen.
Ook biedt de Verklaring met betrekking tot de binding aan het gereformeerd belijden in dezen mogelijkheden. In deze Verklaring wordt gesproken over de inrichting van het leven der gemeente overeenkomstig het gereformeerd belijden.
In de klassiek-gereformeerde belijdenis geschriften wordt nergens uitgegaan van de vrouw in het ambt. Als het gaat om een bijbelse onderbouwing van deze materie, verwijs ik naar het boek Man en vrouw in bijbels perspectief van ds. C. den Boer, Uitgave 1985 van uitg. Kok in Kampen (ISBN 90.242.2916.2).
Ten slotte
De noodzaak van een PR moet los gezien worden van de kerkvereniging. Wel is het zo dat nu een aantal aspecten geregeld moet worden die het gevolg zijn van de kerkfusie vanwege de nieuwe kerkorde. Maar met de instrumenten van het beleidsplan en de PR kan het leven in de gemeente voluit blijven staan in de traditie van het gereformeerd belijden. Bij dit laatste aspect kunnen de Verklaring of het Convenant belangrijk zijn. Zowel in het beleidsplan als in de PR kan naar deze documenten verwezen worden. Ze kunnen als bijlage worden toegevoegd. Alleen het nodige moet in de PR geregeld worden. Het is niet nodig dat men zich te alle tijden kan verschansen achter allerlei bepalingen.
J. KWANTES, HARMELEN, assessor hervormde Classicale Vergadering van Woerden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's