Nadruk op vreemdelingschap
HET WERK VAN DE GEEST BIJ DS. G. BOER [SLOT]
Onderscheiden
Bij de tekst ‘als ziende de Onzienlijke’ zegt ds. Boer: ‘We hebben elkaar te vermanen als ge dit geloof mist, als ge het niet hebt, als ge het ook niet kent. Want waaraan houdt ge u dan vast? Aan uw gezondheid? Vandaag bent u rood en morgen bent u dood. Gemeente, tenzij iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien. En als ge dat geloof hebt, volhardt in dat geloof, ook wanneer ge door het donker gaat, in de verlatenheid zijt. Volhardt in dat geloof, ook wanneer er telkens stofjes in uw ogen zitten.’
Ook in vers 20 in verband met de scheiding Ezau-Jakob zegt ds. Boer: ‘Gemeente, de doop is geen automaat, wij zagen het. Het is een waarachtige belofte Gods, waarop ge waarachtig aan kunt. Maar die doop vraagt om gehoorzaamheid, om geloof. En dat wil de Heilige Geest uitwerken. Gemeente, vergeet niet dat de scheiding niet loopt langs de wanden van welk kerkgebouw dan ook, maar de scheiding loopt dwars door de geslachten. Daar lopen de kinderen der belofte in de bijzondere zin en de kinderen des vleses dwars door elkaar heen. Schapen en bokken in één hok.’
Ds. Boer gaf ook voorbeelden uit zijn pastorale praktijk, bijvoorbeeld dat hij geroepen werd bij een stervende gelovige, die een heerlijk getuigenis gaf.
Ontdekking
Izak moest leren dat de zegen niet voor Ezau was. Ds. Boer: ‘Gemeente, dat is een pijnlijke les. Weet u wat wij zo nodig hebben, ook in het leven van het geloof? Ontdekking uit de Heilige Geest. Licht van boven. En weet u waarom dat zo nodig is? Opdat God Zijn plannen, Zijn raad, Zijn glanzend welbehagen, Zijn heerlijke Zaligmaker, Zijn volkomen Zaligmaker, Zijn volkomen genadewerk in Christus Jezus kan laten zien. Dáárom is het zo nodig. En daar had Izak nou al die tijd tegenin gewerkt. Ondanks de vreze Gods! Wat worden we er dan toch van afgeholpen, gemeente – hoe hoog wij het werk Gods in mensen ook hebben te achten – om mensen in de watten te gaan leggen, om mensen te gaan vereren en te zeggen: Ja, maar dat is een kind Gods. Want wat wil dat zeggen dat iemand een kind Gods is? Dat hij tot hinken en tot zinken iedere dag bereid is en in staat is. Gemeente, wat hebben wij de Heilige Geest nodig.’
Evaluatie
1. De goede keus fundeert ds. Boer dus op het verbond, de Geest, tegenover de doodstaat, in het Woord als het zaad der wedergeboorte, en in Gods verkiezing. Hij wil geen vrije wil en toch wervend blijven. Maar staat dat – bijbels theologisch – in Hebreeën? Dat appelleert: met vrijmoedigheid toegaan; de loopbaan lopen. Komen verbond, verkiezing en Geest in Hebreeën voor en hoe? Maar bij ds. Boer klonk de hele Schrift mee.
2. Ds. Boer 'separeerde' in elke preek, vanuit tekst en context. Maar hij bood – meestal – geen kenmerkenprediking. Hij zei mij, komend uit de Gereformeerde Gemeenten, waarom niet: ‘In Uw licht zien wij het licht.’ Maar hoe verhoudt zich dat dan: wel onderscheiden, maar toch geen kenmerken!? Waaraan moet je je dan toetsen?
3. De nadruk valt in Hebreeën 11 op het vreemdelingschap: de spanning tussen ‘thuis’ en toch ‘niet thuis’, vooral voelbaar in zijn eigen laatste jaar. De kritiek op het neo-gereformeerde cultuuroptimisme liegt er niet om. Vergelijk je dit met de preken over Genesis 1, dan lag dat daar genuanceerder. Sleuteltekst was toen juist Hebreeën 11:3: ‘Door het geloof verstaan wij, dat de wereld door God is toebereid.’ Toen mocht de eeuwigheid de tijd niet dooddrukken en was er voor ware christenen een cultuuropdracht. Daarover sprak ds. Boer nu niet meer: hij wist ook van zijn broosheid. Maar ook: Hebreeën 11 legt hier het accent, en gaat ook over heengaan en patriarchale sterfbedden.
Overzicht
Kunnen wij ds. Boer theologisch situeren? Hij begon als leerling van ‘kinderen Gods’ thuis en van ds. I. Kievit. Hij wilde – getroffen door oorlogservaringen (Delfshaven, Putten) – vooroorlogse tegenstellingen doorbreken of overstijgen.
1. Hij benadrukte de eenheid van de Schrift, vanwege de eenheid des Geestes (Kievit). Hij preekte het Oude Testament christocentrisch (‘zonder Christus houdt ge een zielloos geval over’!), maar door de Heilige Geest.
2. De Reformatie bleef ijkpunt. Hij erkende Calvijns ‘tweeërlei kinderen’, maar accentueerde de roeping. Gods belofte staat vast, maar wie wordt er werkzaam mee? Calvijn kende nog geen syllogisme, maar sprak wel over 'proeven en smaken'. Ging het ds. Boer om de rechtvaardiging? In de discussie met prof. Berkhof wél. In zijn prediking ging het evenzeer om de roeping als levendmaking en heiliging als de kruisiging van het vlees.
Vanuit de heilshistorie kwam de hele heilsorde in zicht. Ds. Boer week van Calvijn af inzake de gaven, met name van de profetie.
3. De Nadere Reformatie waardeerde hij om de bewaring bij de vreze des Heeren, niet om de scholastiek. In ‘gemeentetheologie’ wordt het geestelijk leven zijns inziens in een strak keurslijf gedrongen. Hij separeerde in elke preek (kent gij?), en was ontdekkend, maar nooit zonder wekroep.
4. Het verbond is onvoorwaardelijk (tegenover Gereformeerde Gemeenten), maar sluit de noodzaak van wedergeboorte in (tegenover Gereformeerde Kerken in Nederland): verbondsinwilliging. Ds. Boer sprak niet over de verkiezing, maar over de verkiezende God. Boetvaardigheid is een ‘voorwaarde die geen voorwaarde is’.
Ds. Boer had geen kenmerkenprediking, die de mens op zichzelf werpt, maar het geloofsleven wordt wél ‘gekenmerkt’. Er is geen vaste toeleidende weg maar wél ‘toeleiding tot Christus’. 'Vierschaarbeleving' geschiedt onder de prediking. De pastor vraagt naar staat en stand van het geestelijk leven. Voor ambtsdragers zocht hij ‘geestelijke’ en bekwame mannen.
5. Zelf las hij Kohlbrugge én Spurgeon: afsnijdend en appellerend. Zijn theo- en christocentrische prediking herinnert aan Barth, een oudere tijdgenoot, maar had een eigen bron. Zijn prediking was echt ‘schriftuurlijk-bevindelijk’.
6. In de jaren zestig kreeg – vanwege de pil, de evolutieleer en het christelijk onderwijs en de atoomdreiging – de schepping aandacht, maar met Christus als het beeld Gods (Hij is de Alfa) en de herschepping van de zondaar door de Geest. Zo kwamen gezinsvorming en cultuuropdracht in beeld; kritisch. Tegen het einde zou het accent meer op vreemdelingschap vallen.
7. Ds. Boer was voor vernieuwing van de prediking, met die van de prediker voorop, ook in actuele taal, maar dan wel profetisch-priesterlijk in betoning van Geest en kracht.
8. Hij voerde het richtingsgesprek eerlijk, kundig en bewogen: eerst via de classis tegen de apostolaatskerkorde van 1951, dan via een briefwisseling met prof. Berkhof over modaliteiten en secularisatie en vooral in de kwestie-Smits over de verzoening.
9. Hij viel niet-bonders eerlijk bij inzake doop met de Geest (D.G. Molenaar), bijbelse theologie (H. Berkhof ), verzoening (A.A. van Ruler), en verontrusting (Getuigenis, 1971, W. Aalders en G.C. van Niftrik).
10. Ds. Boer had geen pneumatologie, maar zijn prediking was Geest-doorademd. Daarin doet hij denken aan zijn Britse tijdgenoot Lloyd Jones. De gaven van de Geest waren zijns inziens niet opgehouden, ook de bijzondere niet: tongentaal, profetie, gebedsgenezing. Maar zij gaan niet voorop en kunnen niet afgedwongen worden. En: ook ná Pinksteren blijft in crisistijd de klacht en de klacht der oudtestamentische psalmen.
Toen Elia ten hemel voer, begeerde Elisa – een heel andere man – toch ‘twee delen’ van zijn geest. Wij herkenden dat, toen ds. Boer heenging.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 februari 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's