Zwaarddragers of kruisdragers
[Matth. 26:47-56]
Het zwaard van de vijand
Gevaarlijk voor Christus en Zijn discipelen zijn de zwaarden en stokken van de verrader en de vijanden die de olijvenhof binnendringen. Amper heeft Christus Zijn gebed beëindigd of daar danst het grillige fakkellicht tussen de bomen van de tuin in de duistere nacht. Een in der haast bijeengeraapte troep soldaten, tempelpolitie en privébedienden van de hogepriester nadert, met Judas voorop. Die vijandige wapens zullen Christus uiteindelijk leiden naar de dood.
Bedreigen en bedriegen
Ook nu zijn vijanden en verraders bedreigend voor de gemeente. Gelukkig gaat het in Nederland nog niet met zwaarden en stokken. Maar ze zijn er velen in onze tijd, die Christus en Zijn gemeente haten. Er zijn er ook die hun Heere verraden, nadat zij het teken van het verbond ontvingen en zelfs hun geloof in het openbaar beleden hebben. Langzaam maar zeker wordt de leefruimte van de gemeente ingeperkt. En wanneer komt de vijand? Evenals in Gethsémané: in de nacht, als de discipelen slapen. Zo ook nu: juist als wij geestelijk slapen, als de duisternis van een dor geestelijk leven over de gemeente ligt, rukt de vijand op. Het zwaard van de vijand is een gevaarlijk zwaard.
Doodslapers en doodslagers|
Hoe bestaat het; het ene moment zijn de discipelen in diepe rust en het andere moment zijn ze een en al strijdlust voor hun Heere. In het voorafgaande bijbelgedeelte lezen we hoe de leerlingen slapen kunnen, hier zien we hoe diezelfde mensen vechten kunnen. Het is bij hen slapen of slaan. Mensen die slapen als er gebeden moet worden, slaan erop als er geleden moet worden. Mensen die te weinig strijden met gevouwen handen, doen het te veel met gebalde vuisten.
Verboden en overbodig
Nu is dat zwaard van Petrus een verboden wapen. Allen die het zwaard opnemen, zullen door het zwaard vergaan. Alleen de overheid mag het zwaard dragen om hen die het eigenmachtig opnemen te weerstaan. Bovendien is het een totaal overbodig zwaard. Dacht je, Petrus, dat de Heere die twee slagersmessen nodig heeft om Zich te verdedigen? Wat ben je blind dat je niet ziet dat zij die met ons zijn, meer zijn dan die met hen zijn. Twaalf maal zesduizend zwaarden zijn er. De slagorden staan immers gereed in de hemel om als het nodig is de Zoon van God terzijde te staan.
Het gevaarlijkste zwaard
Dat wapen van Petrus is niet alleen overbodig en verboden, maar het is bovendien veel gevaarlijker voor Christus dan dat van de vijand. Want hoe zouden dan de Schriften vervuld worden die zeggen dat het alzo geschieden moet? Daarin ligt het geheim van deze geschiedenis. Het moet zo gaan. Jesaja had al gezegd: 'Hij heeft Zijn ziel uitgestort in de dood en is met de overtreders geteld geweest' (Jes. 53). Begrijpt u waarom Christus Zelf zo nadrukkelijk opmerkt dat ze tot Hem komen als tot een moordenaar? Hij wijst erop dat hier de Schrift wordt vervuld.
De Herder geslagen
Hij moet die weg gaan als de lijdende Knecht des Heeren. Petrus denkt niet aan de werkelijkheid van de zonde. Wij dwaalden allen als schapen; wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg, doch de Heere heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen. Hij was veracht, en de onwaardigste onder mensen, een Man van Smarten, en verzocht in krankheden. Waarlijk Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze smarten, die heeft Hij gedragen. Hij moet naar het kruis. Niet om die vijanden, niet om de verrader, niet omdat Hij hen niet verpletteren kan, maar omdat er anders geen genade is.
'Zo Gij in het recht zou treden, o Heere, en gadeslaan onze ongerechtigheden, ach, wie zal dan bestaan?' Dan zou er wel een rechtvaardige, maar niet een barmhartige God zijn. Zo wil het zwaard van de vrienden Christus weerhouden van dit verzoenende sterven. Het brengt het heilswerk van de Zaligmaker in gevaar.
De Herder volgen
Ook wij moeten leren dat het kruis nodig is, dat het er voor ons is. En dat er zonder dat kruis geen enkele kans is om nog aan het oordeel te ontkomen. Dat zullen we persoonlijk moeten leren, door geloof en bekering. De Heilige Geest van Christus wil ons leren hartelijk berouw te hebben. Dat vraagt wel alles van onszelf. Al het onze moet eraan.
Het zal gaan om een andere weg dan slapen of slaan. Het is niet de weg van vechten of vluchten. Maar van volgen. Volgen met lege handen. Onszelf verliezen. Als wij niet voor eeuwig buiten willen blijven, zullen we moeten leven van het werk dat Hij volbracht heeft aan het kruis. En wat ons in die weg ook afgenomen wordt hier op aarde, één ding zal nooit van ons genomen worden: de zaligheid in Hem. Wij worden dringend geroepen om deze weg te gaan, de smalle weg, door de enge poort, van zwaarddragers kruisdragers worden. Want eenmaal zullen kruisdragers kroondragers zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's