De naaste van een gehandicapte
25 JAAR OP WEG MET DE ANDER
Zending en evangelisatie hebben, evenals jongerenwerk, onder ons oude papieren. De GZB is meer dan een eeuw oud, IZB en HGJB bereikten ook al ruim de pensioengerechtigde leeftijd. Voor de hervormd-gereformeerde vereniging 'Op weg met de ander' staat komende zaterdag het eerste grote jubileum pas op de agenda, als in Woudenberg het 25-jarig bestaan herdacht wordt. Het heeft alles te maken met de plaats van onze gehandicapte medemens in de gemeente, vroeger en nu.
Het zóu geen aparte vereniging behoeven, als we Jezus’ onderwijs ter harte nemen. Hij heeft Zijn bijzondere zorg uitgesproken over kwetsbare mensen, over al degenen die geen helper hebben. Hij heeft een kind geroepen en dat in het midden geplaatst van Zijn discipelkring, als een voorbeeld. Wie dit kind ontvangt in Zijn naam, ontvangt Hem, gaf Jezus door aan Zijn leerlingen die druk waren met de vraag naar hun sociale status. De vraag naar wie de meeste is, krijgt een wending, als Hij hun ogen richt op een kind dat bescherming nodig heeft. Maar ze ís er wel, die vereniging van en voor mensen met een handicap. Omdat de zorg voor de gehandicapten om enig beleid vraagt en omdat de christelijke gemeente niet automatisch de gehandicapten ziet staan.
Woordkeus
Oog voor de noodzakelijke integratie van onze gehandicapte broeders en zusters heeft nog niet zo heel oude papieren. De wijze waarop lange jaren tegen hen is aangekeken, zien we in het spraakgebruik. Goed bedoeld, maar wel pijnlijk is dat gesproken werd over ‘die stakkerd’, ‘dat ongelukkige kindje’. Gelukkig is er nu het besef dat een gehandicapte gelukkiger kan zijn dan een bankdirecteur – al bedoelen we met deze zinsnede de ernst van en het verdriet om de handicap niet te bagatelliseren. Ook de benaming ‘geestelijk gehandicapten’ is vanwege een beter verstaan wat het gehandicapt zijn inhoudt, veranderd in ‘verstandelijk gehandicapt’. Het luistert ook in onze woordkeus nauw, als we fijngevoeligheid voor een christen van belang vinden.
Het zicht dat gehandicapten volwaardige gemeenteleden zijn, al hebben zij hun beperkingen, betekende dat er meer georganiseerde aandacht voor hun positie kwam. Dat is een goede ontwikkeling, omdat het mens-zijn bijbels gezien voorop mag staan. Is dit het niet wat we allermeest van Jezus leren, dat Hij eerst de mens zag en daarna pas zijn of haar beperking? Hij ging uit van het werk van Zijn Vader in de schepping en ontmoette daarom mensen die als schepselen van God onderweg waren, onderweg naar Zijn rechterstoel, naar Gods toekomst.
Het zien van Jezus
De vereniging Op weg met de ander wijst in dit verband op Johannes 9:1: ‘En voorbijgaande, zag Hij een mens, blind van de geboorte af.’ Deze benadering leert ons weer dat de Heiland zo heel anders naar de wereld, naar de mensen, naar de schepping kijkt, als wij met ons verduisterd verstand geneigd zijn te doen. Bekering betekent daarom ook dat we als met de ogen van Jezus gaan (om)zien naar het verlorene, het zwakke, het beschadigde. Als dat onder ons meer en meer gebeurt, is het werk van de jubilerende vereniging in Zijn Naam niet ijdel geweest.
Ondertussen ziet Jezus de handicap óók. Dat is de andere kant. De ingrijpende gevolgen van de zonde zijn in ieders leven zichtbaar. In algemene zin niet als een oorzakelijk verband – en het is erg als die gedachten niet uitroeibaar blijken. Jezus rekent daar in Johannes 9 snel mee af. Is hij zelf de oorzaak, of zijn het de zonden van zijn ouders, vragen de discipelen Hem. ‘Noch deze heeft gezondigd, noch zijn ouders, maar dit is geschied opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden’, luidt het antwoord. Die spits mag er zijn in het leven van gehandicapten die hun hoop voor alles op de levende God stellen – en daarin staan kwetsbaren en voor het oog minder kwetsbaren op gelijke hoogte. Want dat het werk van God in ons leven aan het licht komt, daarom is de mens op aarde.
Blijvende pijn
Dat de mens allereerst mens is, wil dus niet zeggen dat de handicap minder betekenis heeft. De pijn die hiermee gepaard gaat, de blijvende moeiten, de aanvechting over ‘dat bittere raadsel in ons leven’, blijven volop bestaan. In onze belevingscultuur kun je uitingen in de media tegenkomen, die tonen dat mensen zonder gêne spreken over de intieme kant van het leven. De verwerking van een kruis in het leven kan hier bijhoren. Maar waar mensen alle kaarten op dít leven zetten, wil men van geen beperking weten – moet het zelfs mogelijk zijn voor verstandelijk gehandicapten een gezin te stichten. En op seksualiteit heeft ieder mens recht.
Zo schiet de emancipatie van gehandicapten door. Zo vervult de gemeenschap haar taak als kring van betrokken en mee-lijdende mensen ook niet. Tot die gemeenschap is vooral de gemeente van Christus geroepen. Paulus heeft de nieuwtestamentische gemeente geleerd dat we elkaar binnen de gemeente nodig hebben, zoals het oor, het oog, de hand elkaar nodig hebben. En daarom voegt hij er in Korinthe 12 aan toe: ‘Ja, veeleer, de leden die ons dunken de zwakste van het lichaam te zijn, die zijn nodig. En die ons dunken de minst eervolle leden van het lichaam te zijn, die doen wij overvloediger eer aan; en onze onsierlijke leden hebben overvloediger versiering.’
Wil ik naaste zijn?
Ook inzake de plaats van onze gehandicapte naaste in de christelijke gemeente, luidt niet allereerst de vraag: wat kan ik voor hem of haar betekenen? Al kunnen we die vraag niet vaak genoeg stellen. Maar essentiëler is de vraag: laat ik die ander mijn naaste zijn en waarin wil ik van hém leren? Dan hebben we oog voor wat die ander met zijn gaven en beperkingen voor ons kan doen, hoe we ons door die ander laten leren en helpen.
Een voorbeeld? Mijn gehandicapte broeder in de kerkbank leert mij wat lijdzaamheid is, een zo centraal begrip in het Nieuwe Testament dat God in Romeinen 15 ‘de God der lijdzaamheid en der vertroosting’ genoemd wordt. Laten we het vertalen met volharding, gehoorzaamheid aan de wil van God. Die lijdzaamheid komt voort uit verdrukking en is een voedingsbron voor de christelijke hoop. Die lijdzaamheid is onontbeerlijk: ‘want gij hebt lijdzaamheid nodig, opdat gij, de wil van God gedaan hebbende, de beloftenis mag wegdragen’ (Hebr. 10:6). Niet alleen in geloofsovergave en Godsvertrouwen, ook in het beoefenen van deze volharding leren we van gehandicapte zusters en broeders.
Maakbaar?
We leven in een maakbare samenleving. Wat we willen, dat streven we na. Techniek maakt heel veel mogelijk. En soms lijkt het of dat virus de gemeente ook te pakken heeft, als we streven naar een gemeente waarin ons alles naar de zin is, waar de fijne dienst en de bevestigende preek ons een goed gevoel doen overhouden. Als we vergeten dat de gemeente ten principale onder het kruis verkeert en we de gebrokenheid – die in dít leven echt niet voorbij gaat – geen plaats kunnen geven, toont ons gehandicapte gemeentelid dat de schepping een gevallen en nog onverloste schepping is – soms voor het oog meer zichtbaar dan bij die depressieve man, die eenzame vrouw, dat uiteengevallen gezin.
Het werk van Op weg met de ander mag deze bezinning ook in de toekomst stimuleren, opdat we samen gemeente zullen blijven in bijbelse zin. Want de praktische uitvoering van de zorg voor gehandicapten komt voort uit een juist zicht op de moeite in hun leven en in dat van hun gezinsleden. Dankbaar voor het vele dat in de afgelopen 25 jaar mocht worden gedaan, bidden we om Gods zegen voor het werk van deze vereniging, die onder ons in stilte voortgaat met haar missie.
Om over na te denken, tot slot, een opmerking uit een van de folders van de vereniging: Een christelijke gemeente die onvoldoende plaats inruimt voor de gehandicapte broeder of zuster, is een gehandicapte gemeente.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's