Geen hoop meer op mensen
Waarde van de gereformeerde traditie [3]
Omwille van Gods Naam
Er is nog iets wat ons hoop geeft voor de kerk.
Dat is dat we te maken hebben met een God die in Zijn toorn aan Zijn ontferming gedenkt.
Een God die de toorn niet in eeuwigheid zal behouden.
Een God die geen lust heeft aan de dood van de zondaar, maar hieraan dat hij zich bekere en leve.
Een God ook die Zich wil laten verbidden, wanneer mensen in oprechte schuldbelijdenis een appèl doen op Zijn genade en pleiten op Zijn beloften vol verbondstrouw.
Een God die het hoge en verhevene voorbijgaat maar de nederige genade schenkt.
Een God ten slotte die de wijsheid van de dwazen teniet maakt, en Zijn eigen hoogste wijsheid in de dwaasheid der prediking van de gekruiste Christus glorierijk doet glanzen en stralen, met name daar vaak, waar niemand het verwacht. Want naar zijn welbehagen gaat Hij Zijn eigen Goddelijke ongekende gang. De Schrift zegt immers: ‘Ik doe het niet om Uwentwil, o huis van Israël, maar om mijn heilige Naam, die gij ontheiligd hebt.’ (Ez. 36:22)
Groter ruimte voor de doorwerking van het evangelie is niet denkbaar. Het geeft hoop in de meest hopeloze situatie. Ook hoop voor de kerk dus en hoop voor de gereformeerde confessie en daarin voor de gereformeerde traditie, zelfs binnen de Protestantse Kerk in Nederland. Geen hoop als een goedkoop en vlak verhaal, maar hoop die regelrecht vandaan komt bij de levende God, zoals Hij Zichzelf in Zijn Woord heeft geopenbaard. Hoop ten slotte die ons persoonlijk wil inschakelen om in een biddend en aanklevend leven God aan Zijn beloften te herinneren, opdat Hij Zich over ons zal ontfermen.
De schuldvraag
Die ontferming van God zal dwars door onze schuldvraag heengaan. Dus ook dwars door de schuldvraag van de nu ontstane scheuren en breuken. Waren die niet te voorkomen geweest? Veel is er metterdaad gedaan om het te voorkomen. En toch lukte het niet. We voelden en we voelen ons machteloos. Er zit iets in van onafwendbaarheid. Is het straf/oordeel van God? En om de zonde van wie dan? Enkel die van de Protestantse Kerk in Nederland, omdat die de gereformeerde grondslag niet meer als enige heeft gewild? Gaat het buiten de schuld van ons om en buiten die van de hersteld hervormden?
En als we het nog breder zien, is er daar ook geen schuld? Als we ook de andere kerken van gereformeerd belijden meenemen, tien en meer. Met allemaal de drie Formulieren van Enigheid in het vaandel. En toch geen kerkelijke eenheid. Iets wat zeker niet bevorderlijk is voor de gereformeerde traditie, want die dreigt almaar verder af te kalven.
En dan is er nu de Protestantse Kerk in Nederland met een verzwakte gereformeerde grondslag. En een beweging in het midden van die kerk die we als oecumenisch kunnen duiden, met openingen naar Rome toe. Oecumene dus ten koste van de waarheid. Wat moet het worden bij zoveel schuld? Is er nog hoop voor de gereformeerde traditie?
Op God hopen
Allereerst zeggen we: ‘Er is hoop op God.’ Laten we hopen op God. Laten we alle hoop buiten God en los van God als waardeloos wegwerpen. Geen hoop meer op onszelf en geen hoop op mensen en geen hoop op welke kerk of groepering ook. Enkel hoop op God. ‘En nu wat verwacht ik, o Heere, mijn hoop die is op U.’ (Ps. 39) En Psalm 42 roept ons toe: ‘Hoop op God ... want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen van zijn aangezicht ... Hij is de menigvuldige verlossing van mijn aangezicht en mijn God.’ En we zingen: ‘Maar de Heer’ zal uitkomst geven.’
Of mogen we dat niet zingen als we denken aan de kerkelijke situatie? De vraag is allereerst wat we verwachten. Van God! Hopen we werkelijk op Hem? En zal Hij die hoop dan beschamen?
In elk geval is er maar één weg die niet doodloopt en die hoopvol eindigt voor de kerk en ook voor de gereformeerde traditie. Dat is hopen op God. En hopen op God heeft alles te maken met oprechte bekering. Waarbij niet die bekering de grondslag is voor ons hopen. Dat is God alleen. Hopen op God is daarom God alle eer geven en Hem Zijn ongekende gang laten gaan.
Totdat ...
En we vragen: ‘Welke diepe weg moet God nog met ons gaan, aleer wij geheel bereid zijn om op Hem alleen te hopen?’ Moeten we er kerkelijk gezien nog dieper door om te komen tot de uitroep: ‘Toen alle hoop mij gans ontviel, daar niemand zorgde voor mijn ziel. Ik riep tot U, ik zeid’ o Heer, Gij zijt mijn toevlucht, sterkte en eer.’ In ieder geval is dit hopen op God het enige wat hoop geeft, ook voor de gereformeerde traditie. Want dit hopen is gericht op het handelend ingrijpen van God, ‘totdat Hij ons genadig zij.’ Dat hebben we nodig. Zijn genade.
Eén keer en altijd weer opnieuw. Want gereformeerd zijn betekent telkens opnieuw gereformeerd worden. Waar dat gebeurt, zal Gods Woord gezag hebben, zal de gereformeerde belijdenis (op)bloeien en hoeven we geen zorg te hebben voor de gereformeerde traditie binnen of buiten de Protestantse Kerk in Nederland.
Buigen onder Gods recht
Verdiend hebben we het niet. Verdiend hebben we dat God ons voorgoed de rug toekeert vanwege onze persoonlijke, kerkelijke en nationale zonden. En het is ook noodzaak dit grondig te erkennen. Want God stapt niet zomaar over onze schuld heen. Zonder schuldbelijdenis en bekering kunnen we net als Israël vroeger de Ark en daarin God Zelf binnen ons bereik willen halen, doch het zal niet lukken. Want God laat Zich niet voor ons karretje spannen. Zonder schuldbelijdenis en bekering wordt ons roepen tot God en hopen op Hem een ijdel verhaal. We lijden verlies op verlies, net als Israël dat door de Filistijnen in de pan gehakt werd.
Doch waar er sprake is van waarachtige wederkeer naar Hem, waar we God gaan erkennen ook in Zijn heilig recht om onze zonden te straffen, daar gloort er werkelijke hoop. Daar zal blijken dat God niet doof is. Hij zal tot actie komen in krachtige aanblazing van de Heilige Geest, waarin het Woord herscheppend gaat werken, waarin het gereformeerd belijden volop gaat functioneren en de gereformeerde traditie zal opleven ten dienste van levend geloof en tot glorie van God.
Geen triomfantelijkheid
Dat zal dan geen gereformeerde traditie zijn waarin wij ons op enigerlei wijze poneren als ‘wij gereformeerden’. Ook niet als: ‘wij hervormd-gereformeerden’. Elke vorm van triomfantelijkheid zal ons vreemd zijn. Het is anders. Wij poneren ons gereformeerd zijn op geheel andere wijze, namelijk als ootmoedige dienst aan het evangelie van Jezus Christus. Zelfverloochening zal ons sieren, de liefde van Christus zal ons dringen, we zullen achter Jezus aangaan door Hem als overste Leidsman te beschouwen die ons heilrijk voorgaat.
Ondertussen zal heilige beslistheid ons ook bezielen. We zullen het niet kunnen verdragen dat Jezus smaadheid wordt aangedaan, doordat wordt afgedongen op het volkomene van Zijn volbrachte werk. Het is ons uit het hart gegrepen dat genade genade is. Genade van God de Vader in Zijn verkiezende liefde, genade van God de Zoon die om ons mens is geworden, genade van God de Heilige Geest die het bij ons toepast. Zo zal het gereformeerd belijden floreren binnen het kader van de gereformeerde traditie. Het zal er goede bedding vinden. En gereformeerde traditie zal er wel bij varen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's