Globaal bekeken
In het boek van dr. O.W. Dubois en Krijn de Jonge Aan de minste van mijn broeders (uitgave Barnabas, Amsterdam) enkele fragmenten over ds. J. de Liefde, de oprichter van de ‘Vereeniging tot Heil des Volks’, waaraan dit boek is gewijd (zie Boekbespreking):
• De Liefde moet grote indruk op de menigte hebben gemaakt. Zijn biograaf S. Coolsma (1840-1926), die als jongeman zelf diensten van De Liefde meemaakte, schrijft hierover: Er ging een roering door de harten der groote schare, als bij den aanvang der godsdienstoefening de deur van de consistorie openging en de prediker, gevolgd door de ouderlingen en diakenen, zich naar den kansel begaf. Hij was dan steeds gekleed in zwarten rok, droeg een breede witte das met boord, en met den hoogen hoed in de hand schreed de niet lange man met groote stappen naar het preekgestoelte, van waar dan zijn heldere stem weldra, voor ieder hoorbaar, klonk door het gebouw, terwijl zijne groote, schitterende oogen elk der hoorders als door de ziel boorden. Hoe wist hij altijd het Evangelie van zijne liefelijkste zijde voor te stellen, en de harten zijner hoorders te treffen en te boeien!’
• De Liefde evangeliseerde ook wel elders in Noord-Holland, of in Overijssel en Groningen. Dit gebeurde onder soms primitieve omstandigheden, maar steeds vond hij een dankbaar gehoor. Beeldend beschreef hij een van zijn ervaringen op het platteland: 'Soms werd mijne stem door het loeijen van het ter stal staande vee verdoofd, of vlogen de hoenders kakelend over mijn hoofd heen, en niet zelden blies de togt de kaars uit, die mijnen Bijbel walmend verlichtte – doch dit alles werd niet aangemerkt en het verhinderde niet, dat in menig oog een traan blonk, gewis onder zulke omstandigheden niet door de zinnen schokkende vormen der uiterlijke welsprekendheid, maar door de kracht van het hart aangrijpend en vernieuwend woord der genade te voorschijn geroepen.'
• Eind 1868 werd De Liefde ernstig ziek. Zijn geest echter bleef ongeschokt en zijn geloof onbewogen. Aan zijn broeders en zusters van de Vrije Evangelische Gemeente in Amsterdam schreef hij in februari 1869 een brief waarin hij zich rekenschap gaf van zijn geloof. De grond van dit geloof was niet gelegen in eigen gevoel of bevinding. Was dit het geval geweest, dan had wanhoop hem allang overmeesterd: 'Maar Gode zij dank door Jezus Christus onzen Heer! Mijn geloof steunt ook nu nog op gronden buiten mij: op de daden Gods, die Hij in Christus tot onze zaligheid gedaan heeft. Dat geloof heeft mij in deze tijden, nu er vaak gedachten van dood en zelfs van eeuwige verlorenheid over mijne ziel heengingen, staande gehouden, getroost en gesterkt in God. Ik bid u, mijne broeders! Blijft ook gij staande in dat geloof. Verkondigt het, en geen ander aan allen die waren troost op ziek- en sterfbed noodig hebben. Reeds in den ouden dag riep een waar geloovige: Bezwijkt ook mijn vleesch en hart, zo blijft God toch deel en mijn rotssteen in eeuwigheid'.
Op de ochtend van zijn sterfdag, 10 december 1869, wilde hij opstaan om zijn oudste dochter iets te dicteren. Maar juist op dat moment kwam zijn zwager binnen en zag de dood op zijn gezicht. Hij maakte hem hierop attent en vroeg of hij nog iets te zeggen had. De Liefde richtte zich op en vroeg: 'Zou dit dan sterven zijn?' Hierna ging hij weer liggen, zei alleen te vergeven die hem verdriet hadden aangedaan, beval zijn vrouw en kinderen in Gods bescherming aan en getuigde van zijn vaste hoop op de eeuwigheid.
• ‘Tot op de dag van vandaag is De Liefde bekend gebleven als lieddichter. Velen kennen nog zijn kinderliederen als 'Klokje klinkt', 'De Kindervriend' of 'Weet gij hoeveel sterren kleven', liederen die nog niets van hun frisheid en aantrekkelijkheid hebben verloren. Geliefd bij vele christenen was en is ook het mooie 'Van U zijn alle dingen', als lied 465 opgenomen in het Liedboek der kerken. Dit lied heeft Jansje Wormser (18361919), dochter van deurwaarder en publicist Johan Adam Wormser (1807-1862), die waardering had voor De Liefde's evangelisatiewerk maar zijn onkerkelijkheid betreurde, tot op haar oude dag toe nog weten te ontroeren. Bijzonder mooi, vol van heimwee naar het hemelse vaderland, is ook het 'O! dáár te zijn, Waar nimmer tranen vloeien'. Dit heimwee naar Huis was een constante in De Liefdes leven.
Aanvulling. Vorige week bleef in deze rubriek abusievelijk de naam onvermeld van onze voormalige minister van Sociale Zaken, die van vrijgemaakt gereformeerd uiteindelijk lid werd van de vrijzinnige Nederlandse Protestantse Bond. Het was drs. B(ert) de Vries.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's