Rembrandts omgang met de Bijbel
SCHILDERKUNST VAN HET KRUIS
Inleiding
Het was ergens in 1999 dat een professor uit Marburg de hogeschool De Driestar bezocht. Hij vroeg mij: ‘Ken je de schilder Rembrandt?’ Ja, die kende ik wel. ‘Die Rembrandt’, zo ging hij verder, ‘heeft wel veel getekend en geschilderd naar thema’s aan de Bijbel ontleend. Waarom heeft hij dat zoveel gedaan, denk je?’ Daar had ik wel een antwoord op paraat. ‘Wij in Duitsland’, zei hij, ‘hebben zelfs een Bijbel van hem, ‘eine Rembrandtbibel’. Hebben jullie ook een Rembrandtbijbel?’ Ja die hebben we. Ik heb er zelf één! ‘Geef je daar wel eens les over?’, vervolgde hij. Dat moest ik ontkennend bentwoorden. Nee, dat had ik nog nooit gedaan. ‘Wat?’ – hij stoof quasi op – ‘Jullie, als christelijke hogeschool, geven jullie geen les over Rembrandt en zijn betrokkenheid op de Bijbel?’ Nee, dat deden we niet. ‘Als jullie het niet doen, wie moet het dan doen?’
Op de Hogeschool van de Driestar Educatief hebben we vanaf het jaar 2000 een onderwijsprogramma ‘Rembrandts beelden bij de Bijbel’.
Kunstenaar als geleerde
Sedert de Renaissance gold voor een kunstenaar als hoogste doel, het maken van een istoria, dat is een verhaal met handelende personen in de vorm van een kunstwerk. Een kunstenaar moest wel een soort geleerde zijn, daarom diende hij contacten te onderhouden met dichters en andere geleerden. De verhalen uit de heiligenlevens, mythologie of de Bijbel moest hij zelf bestuderen, om ons een wijze les mee te geven: een istoria is altijd didactisch van aard. De kunstenaar legt iets uit. Het spreekt voor zich dat kunstenaars die zulke kunstwerken konden maken, de hoogste roem verwierven. Alleen zij die alle facetten van het vak beheersten, konden dat hoge doel bereiken. Er is in de wereld geen kunstenaar bekend die zo veelvuldig – uit eigen beweging – de Bijbel heeft vertolkt als Rembrandt (1606-1669), wiens vierhonderdste geboortedag we dus dit jaar herdenken. Het lijkt wel een noodzakelijk, dagelijks werk voor hem. Rembrandt is een uitzondering. Meer dan andere kunstenaars heeft hij bijna dagelijks de Bijbel tot onderwerp gekozen en naverteld met rietpen, etsnaald of penseel. Rembrandts betrokkenheid op de Bijbel en het kerkelijke leven is tot de jaren vijftig van de twintigste eeuw steeds onderwerp in Rembrandt-publicaties geweest. De Nederlandse kunsthistoricus H.E. van Gelder (1947) noemt hem ‘de meest religieuze kunstenaar van alle tijden’. De Zwitserse theoloog Walter Nigg (1952) en de Nederlandse theoloog W.A. Visser ’t Hooft (1955) werken deze gedachte verder uit. De gedachte dat Rembrandt een persoonlijke betrokkenheid tot de Bijbel zou hebben gehad, lijkt in de persoon van de theoloog-kunsthistoricus Christiaan Tümpel (1970) een late vertegenwoordiger te hebben. Eindelijk thuis van Henri Nouwen hoort niet in dit rijtje. Dat heeft het niveau van (religieuze) literatuur. Maar wat de wetenscháppelijke publicaties betreft: Rembrandts overtuiging lijkt van zijn oeuvre ontkoppeld.
Wat is de echte Rembrandt?
Een trouwe kerkganger lijkt Rembrandt niet te zijn geweest. Het kerkelijke leven in het Amsterdam van zijn dagen is al zeer versnipperd en de stedelijke tegenstellingen werken door tot in het kerkgebouw. Rembrandt is gereformeerd gedoopt en opgevoed. Zijn moeder komt naar voren als een gelovige vrouw, die hij in zijn jonge jaren ook diverse keren liefdevol heeft uitgebeeld, lezend in een Bijbel. De bewaard gebleven archiefstukken bevestigen dat. Door zijn huwelijk met de gereformeerde burgemeestersdochter Saskia van Uylenburgh uit Leeuwarden wordt Rembrandt een zwager van de theoloog Johannes Maccovius, die op de Dordtse synode van zich deed spreken. Ds. Sylvius was een neef van Saskia en was in 1635 bij het eerste kind doopgetuige en doopte in 1638 een dochter van Rembrandt en Saskia. Sommige auteurs hebben gemeend dat Rembrandt in de jaren veertig mennoniet geweest zou zijn. Er is zelfs geopperd dat hij in verbinding stond tot de Collegianten, Socinianen of de Böhmische Brüder. Het is natuurlijk niet toereikend te weten dat hij zulke mannen onder zijn bekenden had, of dat hij portretopdrachten voor hen uitvoerde. Rembrandt heeft de prachtigste portretten gemaakt van predikanten als, in 1633 ds. Uytenbogaerdt (remonstrants), in 1637 ds. Swalmius (gereformeerd), in 1641 ds. Anslo (mennoniet), in 1644/45 ds. Sylvius (gereformeerd) en de rabbijn Menasse Ben Israël. Vooral de portretten van ds. Anslo getuigen van grote sympathie. Rembrandt heeft hem verschillende keren uitgebeeld en schijnt met hem bevriend te zijn geweest. Vooral zijn weigering om zich na de geboorte van zijn dochtertje Cornelia, bij zijn dienstmeisje Hendrickje verwekt, te verantwoorden voor de kerkenraad, maakt dat we steeds verder in een intern conflict geraken. Wat maakte Rembrandt tot een soort huisvriend bij theologen? De gesprekken kunnen niet lichtvoetig geweest zijn. Bij zulke serieuze heren wordt er geboomd over exegetische vraagstukken, die Rembrandt zelf aankaartte, bijvoorbeeld wanneer hij zich afvroeg hoe een Hebreeuwse tekst moest worden gespeld (Tümpel, 1992, p. 88). Tegelijkertijd komt Rembrandt naar voren als een onafhankelijke, eigenzinnige persoon, die zich niet door anderen de les liet lezen. Dat hij zich door deze handelwijze, bijna te gronde heeft gericht, is genoegzaam bekend.
Rembrandt verstaan uit zijn kunstwerken
Langs deze weg kan Rembrandt Harmensz. van Rijn niet worden gevonden. Het is zelfs de vraag in hoeverre biografische gegevens iets kunnen toevoegen aan de intenties van Rembrandt en het verstaan van zijn kunst. De biograaf of kunsthistoricus vraagt niet meer naar de diepere beweegredenen waarom een mens het noodzakelijk acht om voor zichzelf verschillende keren ‘De verloren zoon’ te tekenen. Bovendien, het Rembrandt-beeld dat wij ons vormen, gaat te gemakkelijk uit van idealiseringen. Hij was geen mens uit één stuk, consistent of gelijkmatig. Wij zijn dat (waarschijnlijk) ook niet.
Walter Nigg beschrijft in de inleiding van zijn boek Schilders van het eeuwige (1952) de samenhang tussen het symbolische denken en het zich uitdrukken door beelden. Hij betreurt het dat sinds de Reformatie de religieuze beeldende kunst de deur is gewezen. Hij ziet dat als begin van een secularisatieproces in de beeldende kunsten: religieuze kunst vraagt om een opdrachtgever. Willen we iets weten over Rembrandts beleving van het geloof, dan moeten we letten op wat hij door middel van zijn kunstwerken heeft te zeggen: duizenden getuigenissen die om een interpretatie vragen. Een beeldend kunstenaar vertelt door beelden. Een enkel werk mag volstaan.
* * *
Rembrandt werd in Leiden rond 1630 ontdekt door Constantijn Huygens, de rondreizende secretaris van de prins-stadhouder Frederik Hendrik. Huygens moest een Hollandse schilder vinden die met Rubens kon wedijveren. Voor schilderopdrachten kwam Rubens niet in aanmerking: hij was diplomaat van de vijand en rooms! Rembrandt werd ‘ontdekt’, doordat Huygens in het atelier het schilderij zag van ‘de boetende Judas’ (1629). Hij is er zo door getroffen dat hij aan zijn opdrachtgever de volgende brief schrijft:
Zij hebben nog niet eens een baard en naar hun gestalte en gezicht te oordelen zijn het eerder kinderen dan jonge mannen.
Rembrandt overtreft Lievens, omdat hij doordringt tot de kern en de gevoelige snaar raakt. Rembrandt kruipt helemaal in zijn onderwerp en schildert het liefst heel gecomprimeerd op een kleiner paneel, maar in de compactheid weet hij effecten te bereiken die men tevergeefs zoekt op de reusachtige werken van anderen. Het schilderij van de boetende Judas die de zilverlingen terugbrengt aan de hogepriester, de prijs voor onze onschuldige Heer, kan zich in mijn ogen meten met de hele schilderkunst.
Dit gebaar van die ene wanhopige Judas – en nu zwijg ik nog over al die andere schitterende figuren op dit ene werk alleen al – van die ene Judas die raast, jammert, vergiffenis afsmeekt, waarop in zijn ogen geen vleugje hoop af te lezen is, dat verwrongen gezicht, die uitgetrokken haren, dat verscheurde kleed, die krampachtig verdraaide armen, die handen die tot bloedens toe ineengeklemd, blindelings op zijn knieën ter aarde gestort, het lichaam verkrampt in een meelijwekkend bitter lijden, dit stel ik tegenover alles wat vroegere eeuwen aan smaakvols hebben opgeleverd. enzovoort en dat zeg ik, een knaap een geboren Hollander, een molenaar, een baardeloze jongen Mijn gelukwensen Rembrandt, mijn vriend, enzovoort.
Geen illustrator, maar vertolker
Rembrandt is niet een illustrator, alsof het om een kinderbijbel gaat, maar hij vertolkt, hij legt de bijbelpassage uit, niet in woorden maar met verf. Anders gezegd; de kleur en de compositie zijn zo suggestief op het paneel aangebracht dat we ons in de scène voelen opgenomen. Wij zijn er ook bij en kijken van korte afstand naar de wanhopige Judas. Onze blik glijdt vervolgens naar die verbaasde Farizeeërs, met hun schijnheilige koppen, alsof ze al denken: ‘Man, maak jij je daar nu zo druk om, ga weg!’ of, bijbels gezegd: ‘Wat gaat ons dat aan!’ Wat de Farizeeërs niet doen, doet Rembrandt wel: hij heeft zich helemaal in de figuur van Judas ingeleefd. Je krijgt diep medelijden met die arme stakker, daar vooraan op zijn knieën. Het is een istoria geworden – volgens de kunstnormen – met een didactische strekking. Een indringend preekje dus.
Huygens vindt dit werk ook bijzonder. Hij begrijpt als goed gereformeerd man de strekking helemaal. Een schilder die zoiets kiest. Dat kan alleen vanuit een gerijpte kennis van de bijbeltekst. Rembrandt toont zich een onafhankelijke kunstenaar, die in staat is iets origineels te scheppen.
Onvoltooid
Het tweede kunstwerk dat ik wil noemen, is direct ook een van laatste werken. In 1669 is Rembrandt overleden. Zijn atelier wordt verzegeld. De laatste werken waaraan hij bezig was, heeft hij onvoltooid achtergelaten. Geen opdrachtgever die de werken komt opeisen. Een van die werken is ‘Simeon met het kindje Jezus’ in zijn armen.' Een ander werk dat er staat, is ‘De verloren zoon’. Het werk is duidelijk onaf. Het beeld van de oude vader die zijn verloren gewaande zoon omhelst, vormt het kernstuk waarin Rembrandts hand duidelijk valt te onderscheiden.. Deze vader vergeeft en is innig verheugd, de ogen zijn gesloten. Het is een moment van innige stilte tussen die twee: dat is pas een vader! De zoon ziet er verschrikkelijk uit, een schoen is uitgevallen. Hij verbergt het gelaat tegen de buik van zijn vader. Het moet wel heel ver met hem zijn gekomen. Welke volwassen zoon zou dat doen? Het is het evangelie, in één beeld samengevat.
Rembrandt heeft vanuit zijn eigen geestelijke strijd een reformatorisch symbool gecreëerd. Nigg zegt dat zo: ‘Rembrandt heeft hier de innerlijke mens tot uitdrukking gebracht met een aanschouwelijkheid, een teerheid en een onmiskenbaarheid, die ons van diepe ontroering eenvoudig doet verstommen.’
Protestants
Het heilige nader komen, gaat niet met gewone woorden. Daarom hebben we kunst. De geestelijke intenties van Rembrandt zullen we pas verstaan, wanneer we op gelijke hoogte komen. Je moet mee resoneren. Moderne kunsthistorici wagen zich er niet meer aan: het is te onwetenschappelijk. Beelden spreken hun eigen taal, die dikwijls veel nadrukkelijker spreekt dan de afgezaagde woorden gegund is, die op den duur zo licht tot een dode formule worden.
Visser ’t Hooft vat dat zo samen: ‘Men kan Rembrandts stijl als"schilderkunst van het kruis" betitelen. Hij is protestants, omdat hij zich meer en meer in het bijbelse getuigenis verdiept, omdat hij het Evangelie alleen in het licht van dit Evangelie uitlegt’(…) ‘terwijl hij niet poogt de tegenspraak van het kruis in menselijke dimensies te dwingen.’
Rembrandt moet gedacht hebben: ‘Als jullie het niet doen, wie moet het dan doen?’
Literatuur
Gelder, H.E. van (1947) Rembrandt Amsterdam
Nigg, W. (1925) Schilders van het eeuwige
Nouwen, H. (1999) Eindelijk thuis, Tiel (1999)
Tümpel, Chr. (1970) Rembrandt legt die Bibel aus, Berlin 1970
Tümpel, Chr. (1992) Rembrandt, Utrecht 1992
DRS. J. VELDMAN, GOUDA, KUNSTHISTORICUS OPLEIDINGSDOCENT HOGESCHOOL DRIESTAR-EDUCATIEF
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's