Stille armoede bij de dominee?
‘HET GEHEIM VAN AL GODS KINDEREN’
Voedselbanken winnen in de Nederlandse steden meer en meer aan bekendheid. Een groeiend aantal mensen heeft blijkbaar onvoldoende middelen om eten te kunnen kopen, zodat het woord voedselbank de afgelopen twee jaar vaak in krantenkolommen voorkwam. Die kant kent het welvarende Nederland dus ook, ondanks sociale voorzieningen en opvanghuizen. Achter een keurige vitrage kan een hongerige maag schuilgaan. Stille armoede – voor elke diaken lastig om die in en buiten de gemeente op het spoor te komen. Maar is die er ook in pastorieën?
Als we aandacht vragen voor het inkomen van de predikant – een kwetsbaar thema –, merken we vooraf heel nuchter op dat predikanten in de Protestantse Kerk wat hun inkomen betreft niet tot de minima in de Nederlandse samenleving behoren. Het zou ook wat zijn, als de vrijwilligers uit de gemeente de vrouw van de dominee bij de voedselbank ontmoeten. Het vraagt daarom enige terughoudendheid, als toch aandacht gevraagd wordt voor hun portemonnee. Het zijn echter predikanten geweest die nu zélf aandacht op hun financiële positie gevestigd hebben! En dat signaal mag toch wel serieus genomen worden, door de kerkrentmeesters allereerst.
Brandbrief
Zes jaar geleden ontving ik enkele keren een brief van een bezorgde vader, die zijn zoon na jaren van studie in een grote dorpspastorie terecht had zien komen. Hoge stookkosten in het nauwelijks te verwarmen huis maakten dat aan de afbetaling van de studieschuld niet werd toegekomen. Als de ouders hun kinderen gingen bezoeken, namen ze geen bloemetje mee, wel een kilo kaas, een pak koffie – om zo het huishoudboekje kloppend te krijgen. De vader: ‘Wat zou mijn zoon boos zijn, als hij wist van mijn brief. Maar ik wil dit signaal tóch ergens kwijt.’
Stille armoede in de pastorie? Over die stille armoede gaat de brief die ds. R.J. Perk uit Hellendoorn en ds. Tj. Wever uit Bant-Rutten aan het moderamen van de synode verzonden, na via internet 150 mede-ondertekenaars onder hun collega’s gevonden te hebben. Het grootste deel van hen is hervormd predikant. De bezuinigingsmaatregelen van de landelijke kerk en de herziening van het ziektekostenstelsel zijn de aanleiding tot de brandbrief, de druppels die het water over de drempel van hun pastorie deed stromen. De predikanten vragen het moderamen van de synode met een oplossing te komen, zonder de plaatselijke gemeente er extra mee te belasten. Dat is overigens wel een lastige!
Uit de praktijk
Al zijn praktijkvoorbeelden ook weer subjectief, ze vertellen wel een deel van het verhaal, zijn een stukje van de puzzel. Daarom twee reacties, die de brandbrief vergezelden:
‘Van harte steun ik uw initiatief. Met drie studerende kinderen en een echtgenote die vanwege gezondheidsproblemen niet kan bijverdienen, stijgt ons het water nu echt over de lippen. Totnutoe konden we dat binnenskamers houden en met kunst- en vliegwerk de eindjes aan elkaar knopen, maar de traktementsmaatregelen van januari 2006 hakken er diep in: het was nooit een vetpot, maar het vet is er nu aan alle kanten af.’
‘Het is dankzij vrienden die dit wel wisten en ons af en toe een extraatje toestopten dat de gaten van tijd tot tijd weer even gedicht konden worden. Ik ben jaren niet op vakantie geweest, domweg om de opgebouwde tekorten weer even van me af te kunnen wentelen met de vakantietoeslag in mei. Voor de aanschaf van een auto, toch wel onmisbaar in de gemeente, leunde ik op renteloze leningen van de kerkvoogdij.'
Twee voorbeelden, die als voorbeelden moeten worden gezien, niet meer en niet minder. Ongetwijfeld is er op af te dingen, is er een groot verschil tussen wat de ene predikant – of zijn vrouw – of de andere met een euro kan doen, is er een aanzienlijk onderscheid in levensstijl tussen de ene voorganger en de andere. De brandbrief van de honderdvijftig predikanten mag wel gezien worden als een teken voor verantwoordelijke ambtsdragers op een zorgvuldige manier het onderwerp ter sprake te brengen. In algemene zin maken we enkele kanttekeningen bij dit thema.
Paulus, de apostel die meer dan een ander ontberingen leed vanwege het evangelie, leert alle christenen dat ze tevreden moeten zijn met voedsel en onderdak. (1 Tim. 6:8) Die christelijke tevredenheid – ds. C. den Boer noemt dit in zijn uitleg van 1 Timotheüs heel mooi ‘het geheim van al Gods kinderen’– zal vorige week een rode draad in veel biddagpreken geweest zijn, zal geklonken hebben uit de mond van veel bewoners van de pastorie. Het benadrukken daarvan is geen relativering van de zorg in pastorieën of in andere gezinnen, maar het benoemen van een grondregel van het Koninkrijk – een grondregel die in landen waar verdrukking of honger is niet uitgelegd hoeft te worden, maar die veelal haaks staat op ónze beleving van het leven. Toch, het Woord zegt dat in het christelijke leven geen overdaad zal zijn, en het is louter winst als de dienaar van het Woord dit met zijn levensstijl kan onderstrepen.
Krimpende kerk
Tegelijk is waar dat de predikant deel uitmaakt van de samenleving, en daarin ook moet kunnen functioneren, met zijn vrouw en kinderen, zo die hem gegeven zijn. De periode dat de dominee ‘op de zak’ preekt en een collecte mee naar huis krijgt, is een situatie die vraagt om uitwassen en gelukkig achter ons ligt. De kerk zelf zal verantwoordelijkheid moeten dragen voor haar dienaren, voor degenen die soms afgezien hebben van een maatschappelijke carrière, omdat God hen riep tot dienen in Zijn gemeente. In een krimpende kerk met op veel terreinen een tekort aan financiën ligt hier een punt van aandacht – niet direct voor het hoofdbestuur van de Confessionele Vereniging of van de Gereformeerde Bond; zij mogen er wel aandacht voor vragen!–, maar wel voor de beleidscommissie Predikanten in de kerk en ook voor de Bond van Nederlandse Predikanten.
Zorg voor het predikantsgezin mag er ook in de gemeente zijn. De tijd dat de dominee deelde in de slacht van een varken, ligt ook ver achter ons. Niettemin kan de gemeente haar liefde tot degene die haar het Woord brengt ook op een gezonde manier in andere dingen uiten, in kleine dingen. Daar is niets mis mee.
Werkende domineese
In meer en meer pastorieën is het verschijnsel tweeverdiener gewoon geworden, heeft het bijna sluipend ingang gevonden. Het beleid van de landelijke overheid om het gezin minder als een economische eenheid te zien en vrouwen te stimuleren de arbeidsmarkt op te gaan, raakt ook de dominee. Nu is de domineesvrouw méér dan vrouw van de dominee, zodat haar gaven ook ten nutte van anderen besteed kunnen worden. Het is echter wel goed dat we ons realiseren dat hier een spanningsveld kan liggen met het verwachtingspatroon van de gemeente. En het is níet goed als de financiën het noodzakelijk maken dat de domineese meer dagen betaalde arbeid verricht dan ze zou wensen met het oog op haar plaats in gezin en gemeente. Er moet immers voldoende ruimte overblijven om haar man terzijde te staan, om rust te creëren, opdat hij zijn werk geconcentreerd kan blijven doen. Zo mogen we grenzen trekken inzake de voortgaande verzakelijking van het ambt van predikant.
Chantabel
Een belangrijk aspect om aandacht te geven aan de brief van de 150 predikanten, is hun vrijheid om het Woord te verkondigen, slechts in afhankelijkheid van hun Zender. Dat is onopgeefbaar. Een predikant moet ongehinderd door al te grote financiële sores zijn aandacht geheel op zijn taak kunnen richten. Tegelijk mag hij niet in de verleiding gebracht worden giften of geschenken in natura te moeten aannemen die het gewone sociale verkeer te boven gaan. In prediking en pastoraat zou hij er veel te kwetsbaar door worden en de inhoud van zijn verkondiging schaden. Hij zou zichzelf zelfs chantabel kunnen maken, als er vanwege de financiën een te nauwe relatie met gemeenteleden ontstaat. Dit geldt overigens niet minder op het relationele/seksuele vlak, als er onvoldoende afstand is bewaard. Ook in dezen wacht Gods grote tegenstander in de gemeente zijn kansen af.
Ouderling-kerkrentmeester
In de kerk zal orde heersen, wat inhoudt dat verantwoordelijkheden op de juiste plaats genomen worden. De brandbrief van de honerdvijftig dominees is daarom voor alle kerkrentmeesters een goede aanleiding om hun zorg voor de predikant en zijn gezin eens tegen het licht te houden, op discrete wijze te informeren of de (te grote) aandacht voor de zakelijke verplichtingen het ongehinderd werken in de gemeente in de weg staat. Waar de meeste kerkrentmeesters in het ambt bevestigd zijn, komt zo het pastorale aspect van hun taak concreet naar voren. Geestelijk en nuchter – wie beide is, kan voor de ander veel betekenen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's