De ruggengraat van Bachs muziek
JOHANNES PASSION: GEZONGEN EVANGELIE [1]
Passie-traditie
Op de Goede Vrijdag van het jaar 1724, te weten op 7 april, vond in de Nikolaïkerk van Leipzig in de vesperdienst een bijzondere gebeurtenis plaats, namelijk de eerste uitvoering van de passiemuziek naar het evangelie van Johannes, gecomponeerd door de nieuwe Thomascantor Johann Sebastian Bach. Het jaar tevoren was Bach zijn werk in Leipzig begonnen. Men was gewoon de passiemuziek jaarlijks om beurten in de beide hoofdkerken van de stad, de Thomaskirche en de Nikolaïkirche ten gehore te brengen. Voor 1724 was de Nikolaï aan de beurt.
Omdat niemand Bach van dat wisselschema op de hoogte had gesteld, had hij een uitvoering in de Thomaskirche voorbereid. Vier dagen tevoren werd hem verzocht van kerk te wisselen. Uit bewaard gebleven aantekeningen is gebleken dat Bach zich er snel in schikte, zij het ook dat hij wat extra ruimte wilde op de koorgalerij en dat het klavecimbel gerepareerd moest. Bach vroeg namelijk voor zijn Johannes Passion een aantal zangers en instrumentalisten, dat groter was dan normaal voor een uitvoering van zijn cantates. Naar de gewoonte van die tijd vond de uitvoering in een vesperdienst plaats in twee delen, gescheiden door een preek van een uur.
Met zijn passie-uitvoering stond Bach in een eeuwenlange traditie. Al vanaf de Middeleeuwen kende men het gebruik om in de Stille Week het hele lijdensevangelie te lezen, zelfs van alle vier de evangelisten. Dat gebeurde aanvankelijk door een drietal stemmen, priester, diaken en subdiaken. De lezing gebeurde op een liturgische toon. In een latere tijd werd de passie op muziek gezet en ondersteunde de muziek de reciteertoon. Geleidelijk aan ontwikkelde dit zich tot de vorm van een passie-oratorium. Vele componisten gingen Bach dan ook voor. Zo kennen we passie-oratoria van Schütz, Telemann, Kaiser, Kuhnau, Händel en anderen. Wie de ontwikkeling nagaat en de verschillende vormen met elkaar vergelijkt, moet wel tot de conclusie komen dat Bach een onbetwist hoogtepunt vormt.
Massale aandacht
De passiemuziek van Bach is dus nauw verbonden met de liturgie. Dat is vandaag de dag – op enkele uitzonderingen na – niet meer het geval. Doorgaans worden de Matthaüs en de Johannes Passion, los van een kerkdienst, uitgevoerd in een kerk of concertzaal, waarbij vooral uitvoeringen van de Matthaüs Passion duizenden toehoorders trekken. Zo geeft de Nederlandse Bachvereniging dit jaar weer elf uitvoeringen van de Mattheüs Passie in verschillende plaatsen, uitvoeringen die doorgaans uitverkocht zijn. Voeg daarbij de vele andere koren en orkesten die dit werk op hun repertoire hebben, en je krijgt een indruk van de enorme belangstelling die er voor Bachs muziek bestaat. Zijn tijdgenoten zouden van die massale aandacht stellig vreemd hebben opgekeken. Na Bachs dood raakte zijn passionen in het vergeetboek, totdat Mendelssohn in de negentiende eeuw er weer opnieuw aandacht voor vroeg. Sindsdien is die aandacht gebleven. Hoe je die grote bezoekersaantallen moet waarderen, blijft natuurlijk de vraag. Komen mensen voor de boodschap? Voor de muziek? Of voor beide? Wat spreekt ze zo aan? Zegt het iets over de religieuze en spirituele belangstelling van mensen? Ik waag me niet aan een beantwoording, laat staan aan een beoordeling van de motieven. Over het innerlijk van mensen kunnen en mogen wij niet oordelen. Maar zelfs al zou het zo zijn dat het merendeel voor de muziek gaat en niet voor de boodschap, dan blijft het nog een verheugend feit dat in onze ontkerstende samenleving de vertolking van het lijdensevangelie breed beluisterd wordt. Het zegt iets over onze cultuur die – hoezeer ook ontkerstend – zonder het christendom niet te denken is en daarvan nog altijd de sporen draagt. Ik denk dan altijd dat de Heilige Geest vele wegen en middelen ten dienste staan. Dat moeten we maar met dankbaarheid noteren.
Evangelietekst centraal
In deze bijdragen vraag ik aandacht voor de Passiemuziek naar het evangelie van Johannes. Die staat qua waardering wat in de schaduw bij de Matthaüs. Ze is ook kleiner van omvang en bescheidener van opzet. Geen jongensstemmen, geen dubbelkoren en twee orkestgroepen die bijvoorbeeld het openingskoor van de Mattheüs zo bijzonder maken. Maar persoonlijk is voor mij de waarde van de Johannes niet minder. Het is een werk van bijzondere schoonheid met een heel eigen karakter.
Waar zit dat eigene en bijzondere in? Dat ligt in het feit dat Bach de tekst van het evangelie centraal heeft gezet. De woorden van de evangelist en de woorden van Jezus dragen het hele werk. De bekende dirigent Nikolaus Harnoncourt spreekt ergens over de ‘bijbels-johanneïsche ruggengraat’ van Bachs muziek. Terecht, dunkt me. Bij verschillende tijdgenoten en voorgangers was de passie, zoals H. van der Linde opmerkt, een verchristelijkt Grieks drama geworden. Bach heeft hen daarin niet gevolgd. De passie is bij hem viering, liturgie, gezongen evangelie.
De componist volgt de tekst van Johannes 18 en 19 op de voet, met twee uitweidingen, zo u wilt aanvullingen uit het evangelie naar Mattheüs. Na de woorden over de verloochening door Petrus (Joh. 18:27) voegt Bach enkele woorden uit Mattheüs 26:75 in: ‘Toen werd Petrus de woorden van Jezus indachtig en hij ging naar buiten en weende bitterlijk’. En na de woorden over Jezus’ sterven (Joh. 19:30) volgt een toevoeging uit Mattheüs 27:51, waar de evangelist melding maakt van het scheuren van het voorhangsel, de aardbeving en de opening van de graven.
Bach geeft in beide gevallen een muzikale uitdrukking aan menselijke emoties en affecten. Zo volgt op de brede muzikale verklanking van het wenen van Petrus een aria waarin de wroeging en de verbrijzeling van de zondaar, de smart om de daad der verloochening in aangrijpende klaagzang vertolkt wordt. Terwijl op de woorden over het beven van de aarde een sopraanstem de gevoelens van de gelovige vertolkt. De nadruk op de objectiviteit van de bijbeltekst sluit het subjectieve emotionele element van deelname en bewogenheid niet uit.
Daarom maakt Bach ook gebruik van teksten voor de aria’s waarin de stem van de gelovige beschouwer doorklinkt en niet te vergeten van de koralen, de liederen die in de eredienst gezongen werden, waarin de stem van de gemeente haar reformatorisch geloof belijdt.
Verschillende versies
Bach heeft voor die vrije teksten geput uit uiteenlopend materiaal, gedichten die hij elders aantrof en waarvan hij de vaak barokke teksten wijzigde en aanpaste aan zijn concept. Lang niet altijd was die stichtelijke poëzie literair van een hoog gehalte om het zacht uit te drukken. Een vergelijking met werk van zijn tijdgenoten laat zien hoe ingehouden Bach te werk ging, zodat het volle accent op de bijbeltekst kon vallen. Juist die wijzigingen zeggen iets over zijn eigen persoonlijkheid en zijn zienswijze op de passiemuziek. Onderzoekers van zijn muziek wijzen er op dat de componist gebruik gemaakt heeft van preken en commentaren van zijn tijdgenoten. We weten dat Bach beschikte over een omvangrijke theologische bibliotheek.
Overigens heeft de componist de Johannes Passion verschillende keren omgewerkt en bewerkt. Zo kennen we een versie die begint met het koraal 'O Mensch, bewein dein Sünde groß' en afgesloten wordt met het koraal 'Christe du Lamm Gottes', een koraal dat trefzeker de intentie van de evangelist vertolkt (vgl. Joh. 1:29). Volgens de bekende Bach-biograaf Christoph Wolff is dit een latere versie. Er bestaan ook van deze versie enkele mooie cd-opnamen. Maar in de meeste gevallen wordt de Johannes Passion uitgevoerd in de bekende versie die begint met het grootse koor 'Herr, unser Herrscher' en eindigt met het koraal 'Ach Herr, lass dein lieb Engelein'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 maart 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's