Kruisdood en koningschap
JOHANNES PASSION: GEZONGEN EVANGELIE [2]
In de vorige bijdrage ging het over het ontstaan van de Johannes Passion. In dit vervolgartikel wil ik ingaan op de inhoud van dit werk en uw aandacht vragen voor enkele facetten van dit werk. De vorm van een artikel brengt met zich mee dat het inderdaad slechts een paar aspecten kunnen zijn. Overigens bestaan er goede inleidingen op de Johannes. Ik noem een boekje van Alfred Dürr. Van oudere datum is een beknopte inleiding van prof. G. van der Leeuw, dat nog altijd de moeite waard is.
Lijden en verheerlijking
Al direct zet het openingskoor de toon:
‘Heere, onze Heerser, wiens roem in alle landen heerlijk is,
toon ons door Uw lijden dat Gij, de ware Zoon van God,
te alle tijd ook in de grootste vernedering verheerlijkt zijt geworden.’
Zo luidt de tekst in vertaling. Trefzeker vertolkt Bach het eigen karakter van de lijdensgeschiedenis, zoals Johannes deze in zijn evangelie beschrijft. Het vierde evangelie zet in met de boodschap dat het Woord dat in den beginne bij God was en God was, vlees geworden is (Joh. 1:14). Van dat vleesgeworden Woord zegt de evangelist: ‘Wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd’. Gods Zoon is groot en heerlijk in Zijn vernedering, in Zijn woorden en wonderen, in de weg die Hij gaat.
In dit accent op de verheerlijking draagt het vierde evangelie vergeleken met Mattheüs, Markus en Lukas een eigen karakter. Kernwoorden in het vierde evangelie zijn dan ook de woorden ‘verhogen’ en verheerlijken’. Bij die woorden denken we doorgaans aan de opstanding en aan de hemelvaart. Maar bij Johannes worden ze ook betrokken op het kruisgebeuren. Zoals Mozes de koperen slang heeft verhoogd in de woestijn, zo zal de Zoon des mensen verhoogd worden, lezen we in Johannes 3. Jezus wordt verhoogd aan het kruis. Zeker, ook Johannes weet van Zijn vernedering, de geselslagen die Hem treffen, dorst die Hem kwelt, de smaad die Hem wordt aangedaan. Maar toch is het kruis Zijn verhoging. De Vader verheerlijkt de Zoon in Zijn lijdensgang, als Hij Zijn leven geeft voor de Zijnen.
Roep uit de diepte
Die verbinding tussen kruis en koningschap, kruisdood en verhoging vinden we gedurig terug in het lijdensevangelie. Ik noem het majesteitelijke ‘Ik ben het’, waarmee Jezus zijn vijanden in Gethsémané tegemoet treedt (Joh. 18:4-6). Ik noem de wijze waarop Johannes in het verhoor van Jezus voor Pilatus het geding om het koning-zijn van Jezus naar voren laat komen (18:28vv). Ik denk ook het opschrift boven het kruis. Alle evangelisten maken er melding van, maar alleen Johannes vertelt dat het opschrift De Koning van de Joden in drie talen is aangebracht (19:19-22).
Lijden als verheerlijking, het kruis als opstap naar de troon. Het is dat element dat Bach vertolkt in het grandioze openingskoor. G. van der Leeuw noemt het een geweldige epiclese, een hartstochtelijke aanroep, een roep uit de diepte tot de Gekruisigde. Jezus, de gekruisigde is de Heer der heerlijkheid. Het openingskoor is geen klacht zoals in de Matthëuspassie, nog veel minder een beschouwing. Het heeft de klank van de aanbidding. Fluiten en hobo’s met langgerekte schrille klanken markeren het lijden van Jezus. De ruisende strijkerstemmen duiden Zijn majesteit aan. Na een driemalige roep door het koor ontwikkelt zich in een opeenvolging van stemmen de tekst: Unser Herrscher, dessen Ruhm in allen Landen herrlich ist. Dan volgt een middendeel, waar in de vorm van een gebed het lijden uitdrukkelijk wordt genoemd, terwijl Bach in het slot van dit deel opnieuw laat uitkomen dat ook in het dieptepunt van de vernedering er sprake is van verheerlijking.
Machtig getuigenis
Ook in het slotkoraal keert dat terug. Dat slotkoraal is na het breed uitgespannen koor Ruht wohl, ihr heiligen Gebeine – door Van der Leeuw een graflied genoemd – een opstandingslied. Het is een strofe uit een lied van Martin Schalling, een luthers predikant uit de zestiende eeuw. In het Liedboek voor de Kerken treffen we een vertaling aan in Gezang 268. Het is een lied van grote innigheid, een piëtistisch lied waarin een arm mensenkind in nood en dood zijn Heiland aanroept: Ach, Herr, lass dein lieb’ Engelein am letzten End’ die Seele mein in Abrahams Schoss tragen. We worden herinnerd aan de woorden van Jezus uit Lukas 16:22 over de arme Lazarus, die door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Het is een lied waarin het geloof in de opstanding der doden krachtig doorklinkt. Dat geloof wordt vragenderwijs, biddend, beleden. En het eindigt met de regels: ‘Heer Jezus Christus, verhoor mij. Ik wil U prijzen in eeuwigheid’. Met die laatste regel wordt in deze passiemuziek als het ware teruggegrepen op het begin. Zo vaak ik dit slot van de Johannes Passion hoor, grijpt het me altijd weer aan. Wat een machtig getuigenis in een verdorven en geschonden wereld! Zo zou er veel meer te noemen zijn waarin Bach de majesteit en de glorie van de lijdende Christus vertolkt. Ik denk aan zijn muzikale weergave van de woorden van Christus, bijvoorbeeld de woorden: ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld’ (Joh. 18:36). Direct daarop volgt dan een koraal Ach großer König, groß zu allen Zeiten. De melodie is die van het bekende lijdenslied ‘Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten’. Ook hier overweegt het koninklijke. De gemeente eert en prijst de lijdende Koning!
Het is volbracht
In dit verband wil ik iets opmerken over wat misschien wel het mooiste gedeelte uit deze passiemuziek is, de alt-aria Es ist vollbracht. Het is een muzikale meditatie over Jezus’ laatste woord bij Johannes (19:30). In het begin overheersen de diepe, klagende tonen van de viola da gamba, waarop de alt zingt van de troost die Jezus’ sterven brengt. Dan ineens slaat de rustig beschouwende toon om. De strijkers zetten een triomfantelijke melodie in, die haast iets fanfare-achtigs heeft als begeleiding van de woorden: De Held uit Juda overwint met macht en beëindigt de strijd. Na deze juichende passages herneemt de viola de gamba de melodie van het begin en zijn we terug bij de vrede die er ligt in dit verzoenend en overwinnend sterven van Christus voor de Zijnen. Het laatste woord van dit fragment is: Het is volbracht. Ook hier weet Bach onnavolgbaar mooi de verbinding te leggen tussen lijden en glorie, kruis en overwinning.
Dit aspect van de glorie van de Zoon betekent overigens niet dat Bach voorbijgaat aan menselijkheid van Christus en de diepte van het lijden. Met name in de zgn. turbae, de koren die de stemmen van het volk vertolken, schildert de componist op een haast dramatische manier de haat en de vijandschap van de schare. Ik denk aan de wijze waarop Bach de woorden Weg met Hem, kruist Hem vertolkt: felle dissonanten, een snelle opeenvolging van de noten, uitlopend op een langgerekte schreeuw. Het lijkt me volstrekt misplaatst hier te spreken, zoals soms wel gebeurt, van een muzikaal anti-judaïsme. Juist in de verbinding met de koralen en de aria’s als overpeinzingen van het geloof en het belijden blijkt dat Bach hier de haat van de mens van alle tijden vertolkt. Om met Revius te spreken: ’t En zijn de Joden niet ... ik ben het ...! Zo wordt het gezegd en gezongen in het koraal na de woorden van Jezus tot Annas (Joh. 18:23): ‘Wie heeft U zo geslagen ...? Ik, ik en mijne zonden’
Antwoord op het evangelie
Over die koralen zou veel te zeggen zijn. Wie tekst en muziek analyseert, komt onder de indruk van de manier waarop Bach soms met enkele noten in een bepaalde maat een accent aanbrengt. Een voorbeeld daarvan is het eerste koraal O große Lieb, o Lieb ohn alle Maße. Die mateloze liefde bracht Jezus op de weg van het lijden, de Marterstraße. Dan gaat de tekst verder: ‘Ik leefde met de wereld in lust en vreugde en Gij moet lijden.’ Wie het notenbeeld bekijkt, ontdekt hoe Bach de Marterstraße door een bepaalde wending in de muziek accentueert. Hetzelfde doet hij met de woorden Ich lebte mit der Welt in Lust und Freuden. De altpartij krijgt van Bach een haast dansante versiering, terwijl hij via een dissonant met de koraalmelodie in de sopraan de valsheid en het onechte van deze lust en vreugde laat zien. Ook in de aria’s zijn die momenten veelvuldig aan te wijzen. Ik gaf hierboven al een enkel voorbeeld. In de teksten van deze aria’s – literair lang niet altijd even geweldig, dat moet gezegd worden – is de gelovige aan het woord. Vaak kom je de ik-vorm tegen. Niet zelden verraden deze teksten een innige, haast bevindelijke toon. De enkeling wordt als het ware uitgenodigd met zijn of haar eigen gevoelens te delen in deze geloofsbeleving Een fraai voorbeeld is de aria voor sopraan: Ich folge dir gleichfalls mit freudigen Schritte und lasse dich nicht, mein Leben, mein Licht. We horen in de tekst van deze aria de echo van allerlei bijbelwoorden, zoals Genesis 32:27 (Ik laat U niet gaan), Hooglied 3:4, maar ook Johannes 1:4 en 8:12 (leven, licht). De vreugde van de navolging wordt weergegeven door een vrolijke fluitmelodie. Deze vreugde is een door Bach bewust bedoeld contrast met de bijbeltekst die er aan voorafgaat: het volgen van Petrus naar de zaal van het verhoor. De hoge en stralende sopraanstem laat ons horen wat de verbondenheid met Christus voor het geloof betekent. Navolging is de weg tot het leven, tot het licht. Maar ook hier kiest Bach voor de vorm van het gebed: Houd niet op mij te trekken!
Voor vele luisteraars, zeker bij een eerste kennismaking met Bachs passiemuziek, vormen de koralen een punt van herkenning. Dat laat zich ook verstaan. Niet alleen vanwege de vaak bekenden en vertrouwde melodieën. Juist die koralen vormen een weergave van het reformatorisch belijden aangaande Jezus’ lijden en sterven. In het midden van de Johannes Passion wordt het koraal gezongen waarin de gemeente belijdt dat door de gevangenschap van Christus voor ons de vrijheid gekomen is (Durch dein Gefängnis, Gottes Sohn, ist uns die Freiheit kommen). Daarmee staan we inderdaad in het hart van het evangelie, zoals de Reformatie dat weer aan het licht heeft gebracht en zoals het door de cantor van de Thomaskirche, deze leerling van Luther, zo indringend vertolkt is. Een boodschap die blijvend actueel is, ook voor de 21e eeuw.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's