Globaal bekeken
In de opgang van het boek van Jan Siebelink, Knielen op een bed violen, werd ook de biografie van Lodewijk Dros en Nico Sjoer over ds. J.P. Paauwe (1994), die op de achtergrond van Siebelinks boek prominent aanwezig is, meegenomen. Aan het eind van 2005 verschenen twee herdrukken direct na elkaar, onder de titel Als een eenzame mus, maar nu met de ondertitel Leven en volgelingen van J. P. Paauwe. De man achter dominee Poort uit Knielen op een bed violen. Hier volgen enkele fragmenten:
De prediking en het onderwijs van Paauwe werden als van goddelijke oorsprong gezien. Het gaat er niet om dat hij dat zelf meende – wat overigens wel zo is – maar dat de kring van toehoorders die zich rond hem verzamelde die overtuiging was toegedaan. Paauwe ontleende echter niet slechts gezag aan zijn charisma, ook het feit dat hij in de Nederlandse Hervormde Kerk predikant was (geweest), staande in de reformatorische traditie van eeuwen, droeg daaraan bij.
Velen kwamen onder zijn beslag, hetgeen zeker werd versterkt door wat in niet-Weberiaanse, maar psychologische zin 'charisma' heet: het fluïdum waardoor sommige mensen zich nauwelijks aan iemands invloedssfeer kunnen onttrekken, hoezeer ook in strijd met Paauwes woorden: 'Nooit ben ik erop uit geweest, om iemand aan mij te binden.'
In een merkwaardig boekje verhaalt een verzetsheld hoe hij tijdens de Tweede Wereldoorlog onder Paauwes gehoor kwam. “Ik had het grote voorrecht in 1942 met een vrijstaande predikant, een sterke persoonlijkheid, kennis te mogen maken. Gelukkig was hij niet gebonden aan kerkelijke wetten en reglementen. Die sterke invloed is duidelijk geweest. Hij werd voor mij de man Gods, en kon dat, in de positie waarin hij zich bevond, ook zijn.”
Als geval van “superstitie of bijgelovigheid” mag de handelwijze van de Paauweaanse vrouw vermeld worden, die de deur niet uit durfde zonder een boekje van Paauwe in haar tas mee te dragen…
Niet slechts een enkel individu onderging Paauwes invloed; zijn voorbeeld in leer en leven werkte sterk door op de grote kring toehoorders. Zo nam het gebruik van fiets en auto onder hen toe, doordat Paauwe, ondanks aanvankelijk verzet ertegen, zich des zondags per fiets naar de kerk begaf of zich met een auto liet rijden. Als hij ergens toe opriep, vonden zijn woorden weerklank: 'Want een opwekking van hem had altijd resultaat.’
• Zijn eigen woorden over de weg die zijn volgelingen moesten gaan, als hij er niet meer zou zijn:
‘Deze laatste jaren waren vervuld van zorg om het behoud van zijn werk. 'Ach, sta er toch bij stil, lieve menschen! Kinderen en jonge menschen, luistert toch en neemt ter harte, wat we u mogen zeggen! God is machtig om het u na mijn verscheiden ook nog te laten hooren, maar ziet toe, want na mijn vertrek zullen wolven komen om u te verwoesten!' Over het voortbestaan van de groep toehoorders was hij nu sceptischer dan tien jaar tevoren: 'De Gemeente (…) zonder een voorganger (…) sterft uit', wist hij. De komst van iemand die de Waarheid onversneden zou prediken achtte hij, hoewel niet uitgesloten, zeer onwaarschijnlijk. Daarom riep hij nu de toehoorders op tot thuiszitten: 'Breek zo ge kunt met alle kerken, maar we nodigen u uit er mede in de eenzaamheid te gaan', aangezien 'de begenadigde de prediking van zijn tijd haat en hij wenst er niets mee van doen te hebben; hij wenst geen stap in een kerk te doen en houdt zijn kinderen ervan terug.
Dit was niet Paauwe's mening tijdens zijn hele leven, maar eerder de uitgekristalliseerde visie aan het einde ervan.
Vermoedelijk heeft hij zich ook eenzaam gevoeld; de toon van zijn preken was soms scherp, niet alleen tegen de gevestigde kerken maar ook tegen de 'naaste': 'De invloed van de naaste is funest. Hij richt te gronde en dat is ook uiteindelijk het doel. Hebt gij nooit opgemerkt, dat het onzen naaste en ook onzen allernaaste erom te doen is, dat we komen in de rampzaligheid? Ik weet wat ge denkt, ge zoudt willen zeggen: ‘Zoo is het toch niet met ieder mensch?' Ja, zoo is het met ieder mensch, zoo is het met mij en zoo is het met u. (…) En het gebeurt dikwijls, dat het met den raad van een begenadigde ook nog heel slecht uitkomt.' Overigens was een uitlating over de naaste als deze geen regel; vaker was hij zachtmoedig van toon: 'Van zijn naaste heeft hij alleen maar goeds ontvangen. Nooit heeft zijn naaste hem eenig kwaad gedaan.'
Najaar 1955 kreeg hij last van zijn maag en deze keer ging de ziekte niet meer over; in toenemende mate kreeg hij last van suikerziekte en van wat kort voor zijn overlijden levercarcinoom zou blijken te zijn.
Op woensdag 4 april 1956 bediende hij voor de laatste keer het avondmaal, te Bennekom; op 25 maart daaraan voorafgaande had hij dat te Den Haag voor de laatste maal gedaan. Daarin citeerde hij nog eenmaal, zoals hij dat de jaren door regelmatig had gedaan, enkele regels uit gezang 50 (bundel 1938), wellicht zijn lievelingsgezang:
Jezus, Uw verzoenend sterven,
blijft het rustpunt van ons hart;
als wij alles, alles derven,
blijft Uw liefd’ ons bij in smart.
Op 10 mei 1956 ging hij de laatste keer voor, te Den Haag; de preek was zeer kort vanwege zijn slechte lichamelijke conditie. In deze preek citeerde hij zijn lievelingspsalm, psalm 72:11 (berijming 1773). (…)
Op 10 juli 1956 werd hij begraven op begraafplaats Oud Eik en Duinen in Den Haag; er was een duizendkoppige menigte aanwezig. Volgens de wens van de overledene werd daar niet gesproken; wel las de heer Jac. Ros psalm 103 en werd op initiatief van Paauwe's zoon, mr. B.W.F. Paauwe, een door mr. J.H. Koolschijn gekozen psalm gezongen, enkele coupletten van psalm 74 (berijming 1773). Dit bijbelse gebed tot God geeft weer hoe Paauwe's volgelingen de dood van hun predikant ervaren hebben.
Wij zien aan ons, na al dit ongeval,
Geen teek’nen meer van Uwe gunst gegeven;
Niet één profeet is ons tot troost gebleven;
Geen sterv’ling weet, hoe lang dit duren zal.
Beschouw, herdenk Uw vastgestaafd verbond;
Laat dat Uw hart tot ons in liefd’ ontvonken;
Het land is vol van duist’re moordspelonken,
Vanwaar ‘t geweld ons grieft met wond op wond.
De uiterst sobere grafsteen vermeldt uitsluitend zijn achternaam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's