Wegvagen wat uit de mens opkomt
HET TEGOED VAN K.H. MISKOTTE [1]
Er verscheen onlangs een belangrijk boek: Het tegoed van K.H. Miskotte. Elf auteurs uit hervormde en christelijke gereformeerde kring werkten eraan mee.
Voor velen is Miskotte een naam uit het verleden, een van de vele volgelingen van Karl Barth. Ik heb echter al vroeg, kort na de oorlog, ondervonden dat Miskotte meer was, echt Nederlands in zijn theologie, heel oorspronkelijk en op indrukwekkende manier eenzijdig. Hij haalde vaak fel uit, en dat in een barokke, niet altijd gemakkelijk leesbare stijl, maar legde daarin ook zijn ziel bloot. Hoogmoed was hem niet vreemd en zijn volgelingen hadden vaak eveneens iets fanatieks. Ook heb ik leren zien hoezeer hij door de strijd tegen het heidendom van het nationaal-socialisme is heengegaan en hoe hem dit heeft bevestigd en verdiept. De betrokkenheid op de tijd waarin iemand theologiseert, geeft aan die theologie mede het leven. Anders herhalen we onszelf binnen een leegte.
Dit boek heeft een lange wordingsgeschiedenis, er is in de pers naar verwezen, met als opvallend gegeven dat zowel hervormden als christelijk gereformeerden aan deze Amsterdamse predikant-theoloog, later Leids hoogleraar, kritisch eer geven: in de tijd na de oorlog een ondenkbare combinatie.
Verpolitiekte klimaat
Het boek is aangeboden aan mevrouw Jeanne van der Velden, de weduwe van prof. M.J.G. van der Velden, die in een onderdeel van zijn dissertatie uit 1982 al een gedocumenteerd en doorleefd getuigenis aflegt van de verrassende verbondenheid met Miskotte op het punt van het geestelijk leven, de bevinding. Daarin was hij baanbreker. Ook in dit boek is van hem postuum een bijdrage opgenomen, namelijk over Miskottes oordeel over Afscheiding en Doleantie.
Dat in de tijd na de oorlog respect noch instemming uit gereformeerde kring richting Miskotte denkbaar was, is terug te voeren op het verpolitiekte en ook vaak bekrompen klimaat uit die tijd: en dat terwijl je juist toen openheid zou verwachten. Aan de ene kant was men bezig met de heroprichting van de christelijke zuil, dus met het verleden repeteren, in feite de negentiende eeuw, en dat op de manier van de achttiende: heel intellectualistisch op de letter van de leer gespitst, en aan de andere kant (vooral Miskotte) het goed recht van de Doorbraak, namelijk van alle ‘christelijke’ grenzen, ter wille van de wereld. Het ging aan geen van beide zijden gereformeerd, katholiek toe: de luisterhouding ontbrak. Je zou dit, na de loutering van de oorlog, niet zo verwachten, maar ‘rechts’ zat toen veelal nog in het achttiende-eeuwse intellectualisme vast, dus in leerstelligheid , terwijl Miskotte eigenlijk maar één lied zong: dat van de heerlijkheid van Gods naamopenbaring aan alle volken. De oorlog had hem niet alleen verdiept maar ook nog agressiever gemaakt.
Geen leer-lineal
Ik noem nu eerst een paar fundamentele dingen waarin Miskotte van het gereformeerd belijden afwijkt. Niet ter veroordeling of vergoelijking, maar om tot beter begrip van het waaróm bij Miskotte te komen: de bundel over hem spreekt hierover mijns inziens iets (te) weinig.
Ik zeg dit met nadruk, omdat in het verleden vaak zo klinisch-wettisch over (Barth en) Miskotte geoordeeld is, zonder zoeken naar geestelijke verwantschap. Het past ons niet om een soort leer-lineaal langs iemands overtuiging te leggen, af te snijden wat uitsteekt en zo je gelijk te halen. Zo gebeurde het bijvoorbeeld wél ten koste van het baanbrekende stuk over Miskotte in de dissertatie van Van der Velden (1982): het heeft nodeloos leed gedaan, en later –1984 – gebeurt dit dan weer, in een boekje over Karl Barth uit 1984, en zo valt er meer te noemen. Het gelijk dat je zo denkt te halen, is een ongelijk: intellectualisme is immers nooit echt op begrijpen uit, maar op het meten, daarom in wezen niet hervormd. Wél hervormd is het om met onderlinge theologische gescheidenheid positief te leren leven. De ander mag geen ‘voorwerp’ zijn, aan wiens bedoelen wij voorbijgaan. Vaak moet ik denken aan de geliefde term van prof. J. Severijn, die zo graag sprak van de religie van de belijdenis, van de belijdenis als vrucht en neerslag van het leven uit de Schriften. De religie zelf gaat immers altijd boven alle formuleringen uit, is van andere orde. In deze religie deelde Miskotte, ook al week hij soms inhoudelijk-belijdend sterk af.
Volgeling van Barth
Miskotte volgde en vereerde Karl Barth, maar om geheel eigen motieven. Barth was Duits-Zwitser. Duitsers willen zich altijd graag grondig systematisch verantwoorden. Miskotte echter bundelt zijn denkkracht daar waar hij een front ervaart. Beiden zijn zij als openbaringstheologen in het achterschip geraakt, toen onze cultuur, dus ook de theologie, zichzelf en onze eigen ervaringswereld opeens veel belangrijker ging vinden dan openbaring. Ik ken eigenlijk geen enkele theoloog uit de tijd na de oorlog die niet door Barth is beïnvloed: wellicht alleen de zo originele A.A. van Ruler. Barth en Miskotte: twee totaal uiteenlopende karakters. Barth als de stugge volhouder in vele dogmatische delen, Miskotte als de bezeten, felle en vaak arrogante mens, die zijn mening bevocht al naar dat hij zijn front zag, en die door zijn oorlogservaring alleen maar dieper en feller werd.
Een eerste afwijking van Miskotte ten aanzien van klassiek denken betreft de klassieke verkiezingsleer, die hij afwijst. Het is op zichzelf diep reformatorisch om de verkiezing bovenal te zien als de dragende grond van ons ook persoonlijk heil: we staan uitsluitend op de bodem van Gods keuze uit vrije genade. Dat die genade ook afgewezen kan worden, is een werkelijkheid die we belijden, maar wel aan de Heere moeten overlaten
Getuigenis tegen het heidendom
Miskotte echter óverreageert. Waar hij zo mee breken wil, is het verkiezingssystéém, de voorstelling alsof er twee soorten van mensen zijn, en dat was nu juist de indruk die vaak voor de oorlog gewekt was. In gereformeerde kring vooral door de Doleantie: de zui-
De betekenis van Miskotte voor de gereformeerde theologie, dat wil de door ds. Meijers in bijgaand artikel geïntroduceerde bundel over diens theologie schetsen. Na deze inleiding volgen enkele reacties, waarin ingegaan wordt op de vraag of de gereformeerde orthodoxie in Nederland zich echt te weinig verstaan heeft met Miskotte.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
vere leer waarborgt de zuivere mens, en die samen waarborgen dan weer dan weer de zuivere kerk. Miskotte respecteerde – invoeling! – het motief in de afscheidingen uit de negentiende eeuw: het opkomen voor de verzoening in Christus, tegen het modernisme, maar hij wist ook, heel bijbels, dat het geloof maar één soort mensen kent: zondaren, en dat heeft hem gebracht tot zijn afwijzing van iedere beperking van het heil tot speciale verkoren mensen.
Trouwens, de les van de oorlog leerde dat er op heel andere manier ‘soorten’ zijn: enerzijds mensen die gladjes en besmuikt ‘voorzichtig’ wilden zijn (ook predikanten) en daartoe dan ook maanden, en anderzijds anderen die het lijden, zelfs gevangenis en concentratiekamp, niet schuwden. We kunnen echt niet zeggen dat ‘onze kringen’ blijk hebben gegeven van getuigenismoed, op het front tegen het heidendom van ras, bloed en bodem, en het doet pijn dit te moeten schrijven. Miskotte echter staat meer op de lijn van bijvoorbeeld Bonhoeffer, die, toen het nazisme opkwam, spontaan uit Amerika naar Duitsland terugkwam en het lijden tegemoet preekte en leefde. Tot en met zijn martelaarsdood in Flossenburg.
Ethische theologie
Miskotte verwerpt ook de algemene openbaring, de scheppingsopenbaring, om alleen de nadruk te leggen op de openbaring in Christus. Maar dit ook oerreformatorsche gegeven was knap verwereldlijkt. Voor de oorlog, zeg maar tot aan Barths invloed, heerste de ethische theologie. In zekere zin stond de heiligmaking daarin los van de rechtvaardiging: er werd gestreefd naar een hoog persoonlijkheidsideaal – ik heb zeer hoogstaande leermeesters gehad in Utrecht – en naar een goed geordende, in feite van burgerlijke deugden doortrokken, samenleving.
Sympathiek daarentegen zijn de ethischen vooral door hun grote nadruk op de persoonlijke doorleving van het heil van Christus. De ethische J.H.Gunning sr. gold onder ons als een oude schrijver. Miskotte komt niet uit die hoek, eerder uit orthodox-Kohlbruggiaans milieu, maar persoonlijkheidsontplooiing was ‘in’, en de ethische Gunning sr. met zijn bevindelijke inslag was zijn lectuur. Een cultuurperiode die sterk de persoonsvorming benadrukt, is echter geen goed klimaat voor zelfcorrectie van een wat hooghartig en agressief mens. Dat neemt niet weg dat niemand als hij de leegte in de samenleving, en later het pure heidendom in oorlogstijd, heeft doorzien. Zo heeft deze afwijzing van de scheppingsopenbaring alles te maken met de weeën van de oorlog.
Overheid
Daar komt nog iets bij. Gods voorzienigheid gaat over alles, leert ons de traditie. Ook over het kwaad, de chaos. Maar, vraagt Miskotte, God kan toch niet anders handelen dan als de heilbrengende? In een boekje over Job schrijft Miskotte haast slaafs een stukje uit een pas uitgekomen deel van Barths dogmatiek na, maar tegelijkertijd radicaliseert en verdiept hij het vanuit zijn ziel: hoe kunnen duivelswerk en beulswerk ooit nog in Gods hand liggen? En zo breekt Miskotte met de spanning binnen de voorzienigheidsgedachte.
Dan was door ook nog de overheid. Deze had van Godswege gezag over de schepping, de samenleving ontvangen.
Gezagsgetrouwheid was dus een christelijke deugd. Gevolg: zowel gemeenteleden als predikanten gingen van het opkomend nationaal-socialisme stabiliteit, orde verwachten die de vanzelfsprekend burgerlijke maatschappij niet bieden kon. Daar zijn zelfs predikanten uit onze kringen in gevlogen.
Ook tegen deze achtergrond moeten we Miskottes nadruk zien op het Christus-alleen, en buiten Hem geen openbaring. Barth zag vooral het vrijzinnig liberalisme van zijn tijd, maar Miskotte zag dieper: het heidendom. Iets dergelijks geldt ook van Miskottes verwerping van de wet van God als kenbron van onze schuld. De Catechismus zelf brengt in dit verband trouwens ook al de gehele liefdesopenbaring Gods ter sprake (Zondag 2): zowel voor de kennis als de doorleving van onze schuld kunnen we immers ook, op eerbiedige afstand, volop in Gethsémané terecht. Maar zondekennis uit de wet is voor hem een ongeoorloofd ‘tussenstation’ tussen de directe, soevereine roep van God tot volgen, zoals deze eens uitging tot de heidense Abraham, en de zondige mens en ons. Ook tussen mensen onderling duldt Miskotte geen hindernissen: mensen zijn existentieel op elkaar betrokken, heel direct. God roept met de woorden aan Abraham ook ons om Zijn volk te zijn: de in Israël ingeënte familie en zo gaan we ook als direct geroepenen in gemeenschap met elkaar om. Nooit zijn mensen zo exemplaren van de soort (Hitler: een ras van bloed en bodem).
De moderne mens
In de periode kort na de oorlog was het onmogelijk deze dingen in hun waarde te onderkennen, laat staan ze uit te schrijven. Trouwens, ook Miskotte was toen nog volop in beweging. Maar in die bewogen tijd namen volgelingen van Miskotte gemakkelijk iets van diens felheid over. En aan gereformeerde kant was, helaas, de zelfgenoegzaamheid van de ‘soort’ niet echt weg: de zuil moest opgericht! Miskotte keek naar de toekomst, terwijl gereformeerden het verleden repeteerden. In de negentiende eeuw had de filosoof Nietzsche al uitgeroepen dat God dood was, dus de mens uitsluitend op zichzelf aangewezen. Miskotte (en Bonhoeffer) zijn de enigen geweest die voorzien hebben dat het huidige geslacht zou opstaan: de moderne mens voor wie God, hetzij dood hetzij levend, niet interessant meer is, omdat je toch nooit iets van Hem merkt en omdat alle nodige in dit leven op aarde voor het grijpen ligt. Daarom Miskottes heftige en diepe getuigenis van de levende en sprekende God, Wiens waarheid midden in het leven van alledag bevonden wordt. Als je maar horen wilt, dan ‘bevind’ je ook (Gunning sr!): in een bevinding die niet náást het leven staat, maar ín het leven, ja, die ook zelf deel is van het Leven! Dat nu is weer oer-gereformeerd.
Volgelingen van Miskotte, bijvoorbeeld Berkhof, hebben gezegd: waar is in deze theologie de deur, waardoor we dit geheim worden binnengeleid? Ik denk dan: ja, Miskotte leidt je niet zachtjes naar binnen, maar leert je buigen, wegvagend wat uit de mens opkomt. Waarom niet wat meer gelet op wat in eigen leven toeleidt naar de kennis van de Heere? Waarom niet de deur iets lager gemaakt? Maar nu een latere generatie zijn vingers uitsteekt naar dit stuk verwaarloosde geschiedenis, verblijd ik mij. Een paar vingers werden gebrand, vond ik, maar ieder heeft er tenslotte tien van. Daarom heb ik dit artikel geschreven, naar ik hoop mede ter inleiding.
N.a.v. W. Dekker, G.C. den Hertog en Tjerk de Reus (red.):
Het tegoed van K.H. Miskotte. De betekenis van Miskotte voor de gereformeerde theologie.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 270 blz.; € 19,90 .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's