De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

8 minuten leestijd

Lijden aan de kerk
In deze lijdenstijd verschijnen er in het Centraal Weekblad een aantal artikelen waarin allerlei kwesties aan de orde worden gesteld waaraan mensen kunnen lijden. In de uitgave van 3 maart 2006 schrijft drs. P.L. de Jong (Rotterdam-Delfshaven) over het thema Lijden aan de kerk en noemt dat in het opschrift boven zijn bijdrage Een pijn die niet overgaat. Hij betrekt Markus 9 in zijn verhaal: na de verheerlijking op de berg treft Jezus beneden een groepje twistende volgelingen aan. Jezus lijdt aan het gedrag en de houding van zijn discipelen. Hij verwoordt dat in de verzuchting: ‘Ongelovig geslacht, hoe lang zal ik nog bij jullie blijven?’ Als wij vandaag, aldus De Jong, soms heel erg moe worden van de kerk en de gemeente, die ons anderzijds tegelijk ook weer heel erg lief zijn, dan overkomt ons eigenlijk niets vreemds.
Ik citeer: ‘De Kerk? Dat is zoiets als de samenvatting van alle frustraties. Je kunt letterlijk lijden aan de kerk en wat daarin allemaal gebeurt.’ Lijden aan het zogenoemde 'grondpersoneel van de Heer': de dominees en hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. Het zijn zelden engelen, soms komen ze zelfs in de buurt van ware duivels. Je kunt geweldig boos worden en verdrietig door zusters en broeders die maar één gave lijken te hebben: de boel verstoren en verstieren.
Ouderen lijken er meer last van te hebben dan jongeren. Niet dat de laatsten nooit afknappen op de kerk. Met veel enthousiasme doet men belijdenis en betrekkelijk gauw neemt men heel gelovig een ambt of functie op zich. Voor niet weinigen wordt dat een geweldige afknapper. Vergaderen en nog eens vergaderen over een eindeloze stroom van stukken en notities en daar weer evaluaties van. Tot je stuk zit. Al heel gauw voel je wie elkaar vliegen zitten af te vangen. Mee gaan doen in een kerkenraad heeft soms meer iets van je wagen in een wespennest dan je laten opnemen in een gemeenschap der heiligen. Jongeren hebben dan zelden het geduld te blijven, ze zetten hun energie liever elders in. Maar draai je al een heel aantal jaren mee, dan ga je steeds meer begrijpen, wat deze en gene bedoelt met 'lijden aan de kerk.


Een herkenbaar verhaal, vermoed ik, voor velen die ervaring hebben opgedaan met werk in de kerk. Nieuw is het ook weer niet. Ik proef bij de apostel Paulus in wat hij schrijft in 2 Timotheüs 4:7 ook iets van een verzuchting als hij terugblikt op zijn ‘loopbaan’ in het Koninkrijk van God: ‘Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb de loop geëindigd, ik heb het geloof behouden.’
Zijn arbeid had het karakter van een strijd, een wedstrijd gehad. Bloed, zweet en tranen kennelijk. En als een soort verzuchting klinkt het: ik heb het geloof er niet bij verloren. Zo gaat dat dus bij de opbouw van Christus’ gemeente. Het zou zomaar kunnen dat je je geloof erbij verspeelt.
Ds. De Jong noemt nog meer voorbeelden van ‘lijden aan de kerk’:
Het kan nog veel dieper. Dat we niet alleen lijden onder zusters en broeders bij naam en onder heel veel gedoe, landelijk en plaatselijk, maar ook in zekere zin aan de Heer van de kerk zelf. Waar is Hij? Waarom zo machteloos schijnbaar? Waarom heeft Hij kennelijk zoveel geduld met X en Y? En waarom worden we zo klein, zijn we vaak zo verdeeld? Waar is uw Geest, uw kracht en uw gaven? Onze Protestantse Kerk krimpt met een geweldige snelheid. Het gaat om ca. 60.000 mensen per jaar die worden uitgeschreven. Ik lijd eraan, dat elke opmerking hierover wordt afgedaan als nostalgie, terugverlangen naar volle kerken, ongezond heimwee. Terwijl er geen analyse is, geen plan, geen visie. Alleen wegkijken en veel verwondering. Ruim 55.000 andere leden van onze kerken zijn bij de start van de PKN weggelopen en een eigen kerk begonnen. Ik lijd eraan, dat kerkbreed het al weer geaccepteerd is en een plek gegeven als niet te vermijden bedrijfsongeval.
'De werkelijkheid van kerk- en gemeente-zijn blijkt steeds heel weerbarstig. Vooral dromers – ik droom van een kerk die zus of zo zal zijn – zal dat steeds zwaar opbreken. Daarom liever niet te veel dromen, maar alert en wakker zijn. De kerk, dat zijn wij zelf. Dat veronderstelt altijd een grote verbondenheid en solidariteit. Juist dan wanneer de dingen niet goed gaan. Over de kerk is eigenlijk nooit reden geweest om te juichen. Dat deed Jezus ook al niet. En zo is het altijd gebleven. Wij 'geloven in de kerk van Christus'. Dat is wat anders dan dromen van de kerk van Christus. Geloof veronderstelt trouw en heel veel liefde. En daarom ook heel veel geduld om, als het zwaar is vol te houden
.
Geloof, trouw, liefde en geduld, inderdaad. Ds. De Jong eindigt met het afgeven van het medicijn tegen de pijn: het gebed. Een pijnstiller, want boven het verhaal staat dat het hier een pijn betreft die niet overgaat. We zijn strijdende kerk immers.

Alpha-cursus
Op 10 en 11 maart werd stilgestaan bij tien jaar Alpha-cursus in ons land. In een verslag in het Reformatorisch Dagblad (13 maart 2006) werd ds. D.Ph.Looijen (directeur IZB) geciteerd: ‘We waren ruim een decennium geleden op zoek naar een nieuwe manier van evangeliseren. We zochten als het ware naar een loopplank voor de ark van behoud en de wereld. De Alpha-cursus leek die verbinding tussen kerk en wereld te kunnen bieden.’ In CV Koers (februari 2006) besteedt Tjerk de Reus aandacht aan het boek The Dutch and their gods. Het betreft hier een bundel opstellen over kerk, geloof en religie in Nederland onder redactie van dr. Erik Sengers, werkzaam aan de Theologische Universiteit in Kampen. Hij deed onderzoek naar de Alpha-cursus en schrijft daar in het hier genoemde boek over. Wereldwijd is en wordt er nog steeds in vele kerken gewerkt met deze cursus. Ik citeer uit het artikel van Tjerk de Reus dat wat gezegd wordt over de Alpha-cursus.
Intussen hebben theologen en sociologen de balans opgemaakt:
hoe
functioneert de Alpha-cursus? Wie wordt erdoor aangesproken, wat levert dat op termijn op? En: hoe valt de theologische inhoud van de cursus te waarderen?
Sengers verwijst naar literatuur waarin een verbinding wordt gemaakt tussen Alpha en de Pinksterbeweging, en de charismatische inslag daarvan. Vooral de zogenoemde Toronto-blessing (halverwege de jaren negentig) had betekenis voor de ontwikkeling van de cursus. Deze 'blessing' breidde zich uit naar andere delen van de wereld. Ook naar Engeland, de bakermat van de Alpha-cursus. Men verwachtte in het spoor van de Toronto-blessing een grote vernieuwing van de kerken, met een sterke toename van het aantal gelovigen. Maar dat bleef uit. De Alpha-cursus valt volgens onderzoekers te beschouwen als een manier om na de teleurstelling over de effecten van Toronto opnieuw een weg te vinden naar vitalisering van de kerk.
Het doel van de Alpha-cursus is informatie verschaffen over de centrale opvattingen van het christendom. Natuurlijk met de bedoeling bij buitenstaanders interesse te wekken voor het christelijk geloof. Sengers trekt in zijn bijdrage echter de conclusie dat met de cursus niet erg veel buitenkerkelijken worden bereikt, hoewel het aantal nieuwe leden in kerken die een Alpha-cursus aanbieden wel iets boven het regionale gemiddelde ligt. 'Voor mijn onderzoek heb ik contact gehad met veel kerkelijke gemeenten', vertelt Sengers. 'Ook heb ik me gebaseerd op eerdere onderzoeken. Uit de cijfers die beschikbaar zijn, kun je concluderen dat gemiddeld slechts een derde van de deelnemers van buiten de kerk kwam. De rest van de deelnemers had al een band met kerk en geloof. Ook is op grond van de cijfers duidelijk dat de Alpha-cursus niet tot opvallende groei van de kerken leidt. Toch heeft de cursus wel effect, hoewel dat misschien een ander effect is dan de bedenkers van de cursus voor ogen hadden: vooral ‘lauwe’ gelovigen en kerkleden die zich aan de rand van het kerkelijke leven bevinden, worden door de Alpha-cursus gestimuleerd.
Waarom trekt de Alpha-cursus buitenkerkelijke mensen niet aan?
Sengers oppert de mogelijkheid dat de secularisatie in Nederland zó sterk is dat succes niet is weggelegd voor een christelijke introductie-cursus. Ook kan het dat kerken de Alpha-cursus verkeerd invoeren, dat ze er niet goed mee omgaan. Maar het kan ook een probleem zijn van de 'verzuiling' van de kerken.
Sengers: 'Kerkelijk betrokken mensen hebben veelal hun contacten binnen christelijke netwerken. Je kunt dan denken aan christelijke organisaties, scholen, clubs en verenigingen. Daardoor hebben veel kerkgangers vooral contact met medegelovigen, terwijl de Alpha-cursus juist is opgezet vanuit de gedachte: neem je ongelovige vriend of vriendin mee naar de cursus. Als die contacten er in mindere mate zijn, heeft de Alpha-cursus minder kans van slagen.
'
Ook een Alpha-cursus kan intussen de secularisatie in de Nederlandse kerken niet keren,' is de conclusie van Sengers. Wel is het zijn overtuiging, die vandaag door velen wordt gedeeld, dat het evangelicale geluid sterker zal worden in kerken en geloofsgroepen. ‘Het gaat dan vooral om de orthodoxe vorm van geloven’, aldus De Reus (de Bijbel van ‘kaft tot kaft’), ‘waarbij het werk van de Geest en de charismata van groot belang zijn. Kortom, het aloude geloof met karaktertrekken van de Pinksterbeweging.’ En hoe moet het in deze context dan met de kerk?
Sengers is ervan overtuigd dat de kerk zal moeten inspelen op haar omgeving. Tegelijk vindt hij dat de kerk ervoor dient te waken dat ze haar ware identiteit niet prijsgeeft. Boven het verhaal in CV Koers staat dan ook terecht: Een grijze kerk brengt geen mens op de been.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2006

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 maart 2006

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's