Wazige grens met het heidendom
HET TEGOED VAN K.H. MISKOTTE [2]
Breedheid
Kornelis Heiko Miskotte (1894-1976) was in de eerste plaats theoloog, maar hij was veel meer dan dat. Zijn vriend dr. J.J. Buskes bracht zijn culturele breedheid eens trefzeker zo onder woorden: ‘Wat deze man gelezen en verwerkt heeft, grenst aan het onmogelijke. De cultuur der eeuwen is door zijn hoofd en hart gegaan.’
De cultuur der eeuwen
Allereerst laten zijn dagboeken dat zien. Vanaf zijn twintigste jaar hield Miskotte een dagboek bij – totaal meer dan zestig cahiers – en daarin vinden we talloze opmerkingen over wat hij las en dacht.
Ook kennen we zijn bibliotheek, die een gigantische omvang had: ruim 8100 werken, waarvoor in zijn huis de De Olde Wehme in Voorst drie aan elkaar geschakelde kamers nodig waren en gedeeltelijk nog een vierde. Buiten de theologie waren vele kasten gevuld met filosofie, geschiedenis, Nederlandse en buitenlandse literatuur en kunstgeschiedenis.
Die culturele breedheid zat er bij Miskotte vanaf het begin in.
Reeds als student stond op zijn favoriete boekenplankje de romanschrijver Frederik van Eeden naast de godsdienstfilosoof Schleiermacher, de dichter Geerten Gossaert naast de theoloog Gunning, de Perzische dichter Tagore naast de kerkvader Augustinus.
Literatuur als spiegel
Om de vraag te beantwoorden hoe Miskotte in de cultuur stond, zijn vooral zijn literatuurkritische en cultuurkritische opstellen van belang. Ik me beperk me hier tot zijn opstellen over de (moderne) literatuur, zoals ook Tjerk de Reus in de bundel Het tegoed van K.H. Miskotte doet in zijn opstel Miskotte en de moderne literatuur.
Miskotte zag de moderne literatuur als spiegel van zijn tijd. De literatuur maakte voor hem voelbaar wat er in zijn tijd leefde. Hij was daarbij zeker niet onkritisch. Het ging hem allereerst om niveau. Literatuur heeft immers alles te maken met vormgeving: taalkracht en compositie. Daarom las Miskotte bij voorkeur de groten uit de Nederlandse literatuur en de wereldli-
Nadat vorige dr. S. Meijers uit Zeist de betekenis van Miskotte voor de gereformeerde theologie schetste, volgen de komende weken enkele reacties waarin ingegaan wordt op de vraag of de gereformeerde orthodoxie in Nederland zich echt te weinig verstaan heeft met Miskotte. Als eerste de neerlandicus dr. J. de Gier uit Ede, daarna de theologen ds. C. Blenk en ds. M.J. Tekelenburg.
RED. DE WAARHEIDSVRIEND
teratuur. Maar vormgeving was voor hem niet voldoende: hij las ook met het oog op waarden die hij onopgeefbaar achtte in de samenleving: het humane, menselijkheid in diepe zin, de worsteling met het menselijk tekort, het verlangen naar heelheid. Levend in de West-Europese cultuur, in ‘de schemering van het avondland’, zocht Miskotte naar ‘lichtende sporen’, aldus Tjerk de Reus.
Zo las hij de moderne literatuur. Maar was hij daarbij kritisch genoeg? En, gaf hij wel helder aan, ook in zijn terminologie, wat hij precies bedoelde? Om daar meer zicht op te krijgen, ga ik wat dieper in op wat Miskotte schreef over twee literatoren die hij ‘groot’ vond: Henriëtte Roland Holst en Franz Kafka.
Messiaans verlangen
De dichteres Henriëtte Roland Holst (1869-1952) maakte een ontwikkeling mee van socialisme – SDAP – via het radicale communisme naar een meer religieus getint socialisme, met het accent op de ‘zachte krachten’: ‘De zachte krachten zullen zeker winnen/ in ’t eind’. Miskotte is door deze dichteres gegrepen vanwege dat zoekende aspect, haar lijden aan het onrecht in deze wereld: ‘het leed der menschheid laat mij vaak niet slapen’.
Maar juist vanwege dat element van herkenning gaat Miskotte in de fout. En wel in tweeërlei opzicht. Allereerst schat hij het literaire niveau van de dichteres veel te hoog in. Je kunt Henriëtte Roland Holst als mens waarderen, maar dat wil nog niet zeggen dat ze een groot dichteres is! De verzen van de dichteres ‘hobbelen’ of strompelen te vaak, ze missen taalkracht en muzikaliteit en er is een teveel aan boodschap. Ad den Besten stelt: ‘Miskottes welhaast onbedrieglijk literair instinct’ heeft hem hier in de steek gelaten. De tweede fout ligt op inhoudelijk vlak. Als christengelovige meent Miskotte – aldus opnieuw Ad den Besten – in haar werk iets te herkennen wat zij zichzelf niet bewust is geweest. Haar verlangen naar een rechtvaardige maatschappij is hem uit het hart gegrepen. Maar daarop voortbordurend meent hij dieper te kunnen peilen, dieper dan zijzelf heeft beseft of verstaan. En dan valt de term ‘messiaans’, een term verbonden met de oudtestamentische profetie. Hij constateert bij haar ‘messiaans verlangen naar een samenleving die aan haar idee beantwoordt’ en zij ‘schouwde’ in haar arbeid ‘messiaanse diepgang’. Ook spreekt hij van ‘bijbels erfgoed’ dat bij haar doorwerkt, van ‘echo’s uit de Schrift’, inspiratie door ‘bijbelse woorden’ en een ethische stellingname ‘als bij de profeten van het Oude Testament’. Met name aan het eind van zijn uitvoerige studie neemt Miskotte overigens wel duidelijk afstand van Henriëtte Roland Holst. Hij doet dat door een verschil te maken tussen ‘messiaans verlangen’ en ‘messiaanse verwachting’. Op dit punt spreekt hij zelfs van een ‘kloof ’: zij kent niet de christelijke verwachting van de nieuwe hemel en aarde.
Feit blijft dat Miskotte door het gebruik van zijn bijbelse terminologie – in het bijzonder de term ‘messiaans’, die hij ook elders gebruikt – edoor meer te ‘proeven’ in het werk van de dichteres dan zijzelf bedoelde of bewust was, zich op glad ijs heeft begeven.
Positieve negativiteit
Het gebruik van religieuze formuleringen bij de beoordeling van niet-christelijke literatuur komen we herhaaldelijk bij Miskotte tegen. Hij las met een enigszins gekleurde bril, waardoor hij meer meende te zien dan er stond. En hiermee stuiten we op de term ‘positieve negativiteit’, een begrip dat aan de basis ligt van zijn interpretatie van literaire kunstwerken van niet-christelijke auteurs. Negativiteit is dan de in het oog springende bovenlaag, de buitenkant, maar daaronder ligt – in zijn visie – een positieve onderlaag.
Zo kon hij het werk van onder anderen Thomas Mann, Franz Kafka en Sartre bewonderen, omdat hij daarin een vorm van ‘levensverdieping’ aantrof: een zoekende houding, een schrijven vanuit een gemis, vanuit ‘godverlatenheid’.
Franz Kafka
Het kernthema van de Praagse schrijver Franz Kafka is de deemoedige, reddeloos verloren ‘held’ tegenover ondoorgrondelijke machten. Zo’n held – beter: antiheld – is ook Josef K., de hoofdpersoon in Het proces.
De beginzin ervan is meteen al tekenend: ‘Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads gedaan had, werd hij op een ochtend gearresteerd.’ De hele roman door blijft hij tevergeefs zoeken naar het hoe en waarom: een uiterst indringend beeld voor de altijddurende onzekerheid van het leven op aarde. Het laatste hoofdstuk heet Het einde, het proces gaat over in veroordeling, zonder dat Josef K. iets te weten is gekomen over de aanklacht, de rechters en het gerecht. Op de laatste bladzij wordt hij ‘als een hond’ omgebracht. Zo eindigt deze schrijnende en aangrijpende roman.
Al is, aldus Miskotte, bij Kafka nergens iets van God te merken, desondanks meent hij dat Kafka’s werk ‘getuigt van God, in zoverre het van Gods afwezigheid getuigt’. In de negatie of ontkenning van God proeft Miskotte iets positiefs: de onuitgesproken vraag naar Gods aanwezigheid. Dit is het ‘positief negativum’ van Miskotte. Opnieuw valt hier de term ‘messiaans’.
Gewaagd
Met deze ‘positieve’ interpretatie gaat Miskotte wel erg ver. Hij is zich dat blijkbaar bewust geweest, want hij spreekt aan het slot van zijn opstel van ‘de duiding die ik heb gewaagd’. Dat waagstuk had hij beter achterwege kunnen laten. In ieder geval kan ik hier niet met hem meegaan. Hij had beter kunnen volstaan met het benadrukken van de wanhoop en de absurditeit in de wereld van Kafka. Dan had hij de tekst geen geweld aangedaan. Deze optimistische interpretatie staat niet op zichzelf. Ook in andere opstellen van Miskotte komen we die ‘gewaagde’ interpretaties tegen. Bijvoorbeeld in zijn opstel over Der Zauberberg (De toverberg) van Thomas Mann (1875-1955), waarin hij spreekt van een ‘vrome’ trouw aan de aarde, en in zijn opstel ‘de schatten van Europa waarin hij zelfs bij Nietzsche en Sartre een ‘binding in ‘Liebeshass’ [liefde-haat] aan de Christus’ meent te mogen zien, een formulering die ik niet graag voor mijn rekening zou willen nemen.
Begrensde openheid
Met Tjerk de Reus waardeer ik bij Miskotte diens omgaan met de literatuur van zijn tijd, een houding zonder kramp bij het lezen en waarderen van – een deel van – de eigentijdse nietchristelijke literatuur. Miskotte besefte dat ook niet-christelijke literatuur belangrijke waarden kan bevatten. Die waarden zocht hij – menselijkheid, rechtvaardigheid, opoffering. In christelijke kring, met name ook in de gereformeerde gezindte, is te vaak een belerend vingertje opgestoken. Te vaak is ook een open deur ingetrapt, met de formulering dat er in een bepaald werk geen christelijke boodschap zit. Zinvoller is het om met Miskotte te zoeken naar waarden die ook voor een christen van belang zijn. Van den vos Reinaerde uit de Middeleeuwen, Eline Vere van Couperus en Karakter van Bordewijk zijn – om slechts enkele voorbeelden te noemen uit onze literatuur – in hun soort meesterwerken, maar ze bevatten geen christelijke thematiek. Een christelijke lezer zonder oogkleppen op kan echter daarin zeker waardevolle elementen ontdekken. Positief is ook dat Miskotte selecteerde. Het ging hem om humaniteit en dat bepaalde zijn voorkeur voor bepaalde schrijvers. Zonder selectie kan een christen niet in de cultuur staan. Begrensde openheid dus. Een vergelijkbaar pleidooi voor begrensde openheid vinden we te onzent bij dr. C.G. Geluk in zijn dissertatie Geest en cultuur (Zoetermeer 2003).
Als Miskotte nu nog geleefd zou hebben, zou hij wat de hedendaagse literatuur betreft, ongetwijfeld kritisch geselecteerd hebben. Willem Jan Otten bijvoorbeeld, met in zijn werk thematische aspecten als schuld en eerbied voor het leven, zou hem zeker iets te bieden hebben. Dit in tegenstelling tot het werk van onder anderen Arnon Grunberg, A.F.Th. van der Heijden of Heleen de Rooij: die zijn het zoeken naar positieve waarden voorbij en komen niet verder dan een houding van nihilisme, een behagen in perversiteit en zingenot.
Op één punt echter neem ik, zoals gebleken is, afstand van Miskottes visie, namelijk zijn optimistische, ‘religieuze’ interpretatie – het ‘positief negativisme’ – en het gebruik van religieuze terminologie bij niet-christelijke literatuur. Anders gezegd, het feit dat hij ‘dieper meent te kunnen duiden’ dan een auteur zelf heeft verstaan.
Bij deze wijze van interpreteren wordt de grens tussen christendom en heidendom, tussen christen en niet-christen wel erg wazig.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 maart 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's