Uit de pers
Tegen de verharding
Weet u wat happy slapping betekent, wat ermee bedoeld wordt? Er zijn jongeren die het een uitdaging vinden om een medescholier onverwacht en grof in elkaar te slaan, daar opnamen van te maken via de mobiele telefoon en die beelden op internet te plaatsen. De website Greenstijl.nl biedt alle ruimte om de beelden te laten zien. Wie heeft de meest opvallende, wie de meest ruige en wrede? Scoren in grofheid en bruutheid. Je moet er maar opkomen. Er zijn media die jongeren deze grofheid, naar het lijkt, als het ware bijbrengen.
In de Tweede Kamer maakt men zich grote zorgen over de gevolgen van gewelddadige en vrouwonvriendelijke videoclips, las ik in VolZin (24 maart 2006). De bekende ontwikkelingspsychologe Rita Kohnstamm wordt naar haar mening gevraagd over dit thema.
Deelt u de bezorgdheid van omroepen en politieke partijen?
Ja,maar daar voeg ik meteen aan toe dat je de invloed van die videoclips op kinderen en jongeren niet los kunt zien van de totale samenleving, die is vergeven van agressie en harde seksualiteit. Die filmpjes zijn een sub van wat er in onze cultuur te zien en te horen is, zij zijn de ultieme uiting van een veel bredere verloedering.’
Zijn het daarom juist de videoclips waarover men zich opwindt?
Dit onderwerp kun je lekker isoleren, je kunt het aanwijzen: kijk toch eens naar die videoclips! Maar het zit overal. Als je naar de bioscoop gaat en je ziet de trailers van films die binnenkort verschijnen, dan gaat het volume vier keer zo hard en zijn de beelden zodanig gesneden dat alles ruw en agressief overkomt. De onbeheerstheid – je ziet het in een BNN-programma over de grootte van schaamlippen, maar ook Idols toont, weliswaar wat vriendelijker, vormen van seksuele uitdaging die niet alledaags zijn, zeker niet voor kinderen.
Wat ziet u als u naar de bedoelde videoclips kijkt?
Daar kijk ik niet naar, ik zoek ze niet, maar een mens komt weleens wat tegen. Dan zap ik snel verder, want het is niet mijn wereld. Maar het is wél de wereld van veel anderen – anders zou het er niet zijn.
Maar toch, wat stoort u vooral terwijl u snel doorzapt?
Niet zozeer het softpornografische, wat er ook in zit. Ik stoor me aan het harde, het agressieve, het opdringerige. Het ongevormde, het ongelikte, het ongebreidelde. Het zie-je-wel-wat-ik-laat-zien. Het rauwe en primitieve: wham, die billen!
Is het schadelijk?
Daar is niet zoveel onderzoek naar gedaan, althans naar de algemene vorm waarin het zich nu voordoet. Maar zelf ben ik pessimistisch, omdat het geweld in de samenleving als geheel zit, niet alleen op tv, maar ook op straat, in het verkeer. Daardoor is het voor ouders veel moeilijker om hun kinderen te wapenen. De sfeer thuis is nog steeds het belangrijkste tegengif, maar daar moet je als ouders tegenwoordig veel imposanter mee bezig zijn dan voorheen. Een generatie geleden kon dat nog terloops. Nu is de invloed veel breder en moeten ouders zich ook – letterlijk – breder maken.
En ouders die dat niet kunnen?
Veel ouders zijn in staat om hun kinderen een ander voorbeeld voor te leven en duidelijk te corrigeren. Voor hun kinderen, hoop ik, blijven het twee gescheiden werelden: de wereld van de clips en de computerspellen, en de gewone wereld. Kinderen die geen tegenwicht krijgen, zuigen het ruime wereldbeeld op en denken dat het normaal is. Zij zullen zelf ook dat agressieve of vrouwvijandige gedrag gaan vertonen. En meisjes zullen denken dat ze ook zo met hun billen moeten draaien.
Is er wat tegen te doen?
Dat lijkt mij dweilen met de kraan open. Die clips zijn geen geïsoleerd gegeven, de wereld is ervan vergeven. Ik geloof niet dat je er iets tegen kunt doen, het is te ongrijpbaar om te verbieden. Ik zou zo graag zeggen: het moet zus of zo. Of: daar moet de school wat aan doen. Kan niet. De overheid? Kan niet. Het enige tegenwicht kan komen van ouders die kinderen opvoeden met een heel andere wereldbeeld dan het beeld van deze ruwe wereld. Ouders zullen het zelf moeten doen, dus laat ze vooral hun eigen sfeer en normen vasthouden. Maar verder zie ik hier qua volksverheffing geen toekomst.
Ik denk dat mevrouw Kohnstamm gelijk heeft: tegengif kan slechts van ouders komen. Dat is de kortste lijn waarlangs genezende invloed kan verlopen, hoewel de school ook mogelijkheden heeft. De school kan echter nooit herstellen wat in de gezinnen al is misgegaan. En juist hier wringt vandaag de schoen: het gezinsverband en de opvoedingssfeer lijken grondig verstoord.
Tegen de vervlakking
Recent verscheen van de hand van schrijfster en columniste Désanne van Brederode een op verzoek geschreven pamflet Modern dédain. Dédain wil zeggen: minachting. Vroeger, aldus Van Brederode, verliep dédain langs lijnen van afkomst en opleidingsniveau. Adellijken en universitair geschoolden keken neer op de hogere middenstand, die keek op haar beurt neer op de gewone middenstand, de middenstand keek weer neer op de handarbeider en de laatste minachtte de man of vrouw in de fabriek, die niet eens een vak had geleerd. Geletterde mensen haalden hun neus op voor de lezers van streekromans en detectives; dat was geen literatuur maar lectuur. Het was de tijd waarin de regel gold: wie eenmaal voor een dubbeltje was geboren kon nooit meer een kwartje worden.
De naar een hogere positie opgeklommen arbeider werd direct ontmanteld; hij zei 'gebak' in plaats van 'taartjes', 'koelkast' in plaats van 'ijskast' en 'toilet' in plaats van 'wc et cetera.
Eén van haar stellingen in dit pamflet is dat we vandaag naar een andere vorm van dédain zijn doorgestoten. Het lijkt wel of je je vandaag moet schamen als je iemand bent die interesse heeft voor zaken van de geest en het intellect. Respect voor schoonheid en diepgang lijkt teloor te gaan. De losseflodder-mentaliteit te herkennen aan Jip-en-Janneketaal viert de boventoon in de media. Ze geeft voorbeelden van wat ze precies bedoelt, zoals dit citaat laat zien.
Persoonlijk vind ik het niet zo erg dat er een grote groep mensen voor hogere kunst verloren is en zich laat dicteren door de mode, valt voor in het gehoor liggende deuntjes, pageturners en andere snel in elkaar geflanste bagger. Als eerder opgemerkt: zelf vind ik die dingen op zijn tijd ook heel leuk. Wat me zorgen baart is dat de enkeling die nog wel ergens moeite voor wil doen, niet alleen nauwelijks meer aan zijn trekken komt, maar ook wordt uitgelachen en gekleineerd. De wetenschapper of kunstenaar die aan de tafel bij Barend & Van Dorp mag aanzitten, slaat een modderfiguur als blijkt dat hij geen verstand heeft van Ajax, niet weet wie Ali B. is en bekent dat hij tijdens de moord op Fortuyn zo druk bezig was met zijn werk, in een atelier in Berlijn of aan een universiteit in Amerika, dat hij het nieuws maar mondjesmaat volgde – waardoor hij nu geen mening durft te geven over de Nederlandse politiek na 6 mei 2002. Tss, wat een nerd! Wanneer de Volendamse volkszanger Jan (voorheen Jantje) Smit niet weet wat er op 4 mei wordt herdacht en zelfs meent dat met het genoemde tijdstip acht uur ‘s morgens wordt bedoeld, roept dat minder verontwaardiging op dan wanneer medegast Cherry Duyns verklaart dat hij geen enkele aandrang voelt om naar de nieuwe real-lifesoap rond de zanger te kijken.
Het is de wereld op zijn kop
Een ander voorbeeld is een aflevering van het programma Villa Felderhof, waarin de schrijver Ronald Giphart en de schaatskampioen Erik Hulzebosch te gast waren. Met belangstelling luisterde de schrijver naar de schaatser. Hij stak zijn bewondering niet onder stoelen of banken en durfde vragen te stellen over de dingen die hij niet begreep, zelfs al kwam dat laatste hem soms op een honende tegenvraag van Hulzebosch te staan. 'Weet je dat niet eens?! Haha! Wat ben je toch een stuk onbenul!' Zelf leek Hulzebosch er erg trots op dat hij geen bal van literatuur wist. Hij zei stralend dat hij nóóit van Harry Mulisch had gehoord en belde vervolgens met een paar boeren annex kroegvrienden om te bewijzen dat de naam Mulisch ook hen niets zei. 'Het is toch ook allemaal belachelijk gedoe?’
Ik ben opgevoed, aldus Van Brederode, met de regel dat je mensen die na maanden nog niet snappen wat jij in een uur al doorhebt niet mag uitlachen, laat staan kapittelen. Je dient je met mededogen in te leven in iedereen die niet geboren is met taalgevoel etc. Wildvreemden mogen mij de oren wassen als het gaat om mijn geloof, maar informeer ik voorzichtig of ze wel eens de Bijbel hebben gelezen (…), heet dat kwetsend. ‘Van jou mag je zeker alleen wat vinden als je ervoor hebt doorgeleerd, hè?’
Van Brederode sluit haar pamflet af met de volgende, naar mijn gevoel, ware en indringende regels:
Wij houden mensen niet eens dom; wij maken ze dom. Door te spelen dat wij ons werk, onze interesses eigenlijk net zo aanstellerig vinden als ons publiek. Door het publiek te laten denken: kijk, die auteur kan gewoon in vier zinnen samenvatten waar zijn boek over gaat, waarom had hij dan vierhonderd pagina’s nodig? Door ons werk openlijk te reduceren tot een paar autobiografische anekdotes, waardoor het publiek kan denken: met wat ik zelf heb meegemaakt kan ik dus ook een boek schrijven. Door artikelen op bestelling te schrijven, in lengte, inhoud en vorm aangepast aan wat de redactie meent dat 'men' aankan. Wij zijn gezwicht voor het dédain van de Jan Smits en Erik Hulzebosch en ten aanzien van alles wat moeilijk is. Maar dat is niet het ergste. Het ergste is dat we collectief het geloof verloren hebben in de aangeboren neiging van mensen om opwaarts te streven. We reiken kinderen al geen complexe materie meer aan omdat we denken: dit zul jij toch niet waarderen. We geringschatten onszelf, maar ook ons (toekomstige) publiek. Bij voorbaat al. Ongezien. Dat is niet denigrerend meer, maar door en door nihilistisch. Wij zijn het die de erudiete, esthetisch gevoelige, intellectuele, geletterde, stille zwoeger met eeuwigheidsambities langzaam maar doeltreffend uitroeien. We durven niet meer hoog te staan, eenzaam en groots te zijn, en kunnen daarom ook niemand tot lichtend voorbeeld zijn. We verbieden zoiets als hunkering naar een diepgaand geestelijk leven, door te doen of het niet bestaat. Dat is om je dood te schamen. Het wordt tijd voor onversneden traditioneel dédain jegens iedereen die besmet is met modern dédain.
Verharding en vervlakking hebben alles met elkaar te maken. Het een roept het ander op. Niveauverlaging in opleiding en toerusting van kinderen en jongeren veroorzaakt verdwijnen van respect en waardering voor alles en iedereen wat boven het maaiveld uitsteekt. De beide hier geciteerde stemmen verdienen onze aandacht
PS: VolZin is een uitgave van BDU/Tijdschriften. Een abonnement kost € 78,50 en een los nummer € 3,85. E-mail: administratie@opinievolbladzin.nl
Désanne van Brederode:
Modern Dédain.
Uitg. Querido, prijs € 4,95.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's