De basis van onze belijdenis
BELOVENDE GOD TREEDT OP ÓNS TOE
Belovende God treedt op 'ons toe
Belijdenisdoen, een hele stap! Wie een stap doet, zet zich schrap. Die moet grond onder de voeten hebben om een stap vooruit te kunnen doen. Die heeft een basis nodig, een fundament. Waarop hij staat en gaat. Dat fundament is het Woord van God, zoals dat tot ons komt in de belofte van het evangelie.
De Heidelbergse Catechismus verwoordt dat in vraag 22 als volgt: 'Wat is dan een christen nodig te geloven?' Antwoord: ‘Al wat ons in het Evangelie beloofd wordt.’ Hier vinden we de inhoud van het geloof. Ons geloven vindt zijn grond in Gods beloven. Belijdenis des geloofs wordt afgelegd op grond van Gods belofte. De basis voor het belijdenis doen ligt verankerd in het Woord van God, het evangelie van Gods genade in Christus.
Het geloof dat nodig is om belijdenis te kunnen doen, richt zich dus op het Woord van God. Om daarin de beloofde Christus te vinden en te ontvangen.
Geen grond in ons
De basis ligt dus niet in ons. Ligt ook niet in de belijdende christen. Niet in zijn gevoel noch in zijn welbevinden. Gelukkig niet. Want dat zou het er niet best uitzien. Het gevoel is namelijk onbestemd. Daarin zakken we weg. Als in drijfzand. Al gaat het geloof niet buiten het gevoel om en zal belijdenisdoen iets met ons gevoel ‘doen’, de basis ligt niet in ons gevoel, maar ergens anders. In God. In Zijn Woord. In Zijn Christus. Die ons tot Zich roept.
In de roeping komt Christus Zelf naar ons toe. In het gewaad van Zijn Woord. Wij worden persoonlijk geroepen en getrokken. En raken meer en meer betrokken op het Woord. Wij worden naar Christus toe getrokken door de trekkende liefde van de Vader. Want de Heere roept ons door Zijn Woord en Geest.
Gedoopt in Zijn Naam
Die roeping van Godswege is er niet alleen rondom het belijdenis doen. Zij wordt al vroeg uitgeschilderd in onze doop. Gods belofte in de grondverf gezet! De belofte van Gods genadeverbond is aan ons hoofd verzegeld. In de Naam van de drie-enige ondergedompeld vinden we vaste grond onder onze voeten. In Gods belofte. De Heere rukt ons weg van allerlei vrome bespiegelingen en vage religieuze gevoelens. Zijn Woord is de waarheid. Zijn belofte is gewis. Daar kunnen we van op aan. Daar kunnen we het mee doen. De eerste stap wordt dus niet door ons gezet. God Zelf doet de beslissende stap. Hij komt in onze doop naar ons toe. Hij Zelf brengt ons via onze ouders of vrienden onder Zijn Woord. Dat zijn Gods voetstappen in ons leven! Waar Hij Zijn voetstap zet, daar druipt het al van vet. Daar doet Hij het alles ten zegen gedijen. Christus wandelt nog steeds te midden van de gouden kandelaren.
Vroeg op pad
Wat een wonder! En wat een troost voor allen die zwak zijn. Die ertegen opzien om straks vooraan in de kerk te staan. Niet wij stappen op de Heere af, maar Hij treedt op ons toe! Hij is al veel eerder op pad dan wij. Hij trekt Zijn sporen door de geschiedenis.
Vanaf het paradijs, als de Heere de moederbelofte geeft aan Adam en Eva, is Hij al aan de basis bezig. Hij treedt op de eerste mens af, ook wanneer die mens geen stap verzet, maar stokstijf blijft staan als de Schepper door de hof wandelt. Het eerste mensenpaar schuilt weg achter het struikgewas. Zij durven God niet meer onder de ogen te komen.
Wie van ons durft dat wel? Wie durft God vrij en frank in de ogen te zien, nu er gegeten is van de verboden vrucht? Niemand! Er is niemand die goed doet, niet tot één toe. Wie de Heere leert kennen (en dus ook zichzelf ), die raakt de grond onder zijn voeten kwijt. Die wankelt en zakt door de grond. Van zijn eigen kunnen. Van zijn eigen willen. Die valt door de mand. Van al zijn waanwijze vroomheid. Geen grond! Geen basis! Om voor God te (be)staan! Wee mij dat ik zo gezondigd heb!
Maar wat groot dat God Zelf ons grond onder de voeten geeft. Hij is de Eerste en de Laatste. Reeds vóór mijn doop ziet Hij naar mij om als de getrouwe Verbondsgod. Aan de basis van mijn leven is God al de Baas over mijn leven! Ik ben alle grond kwijt, maar de Heere buigt Zich over mij heen in grondeloze ontferming. In oprecht geloof mag de belijdende christen zeggen: niet ik heb God uitverkoren. Niet ik heb Hem uitgekozen. Hij is mijn eerste keus van nature niet. Maar Hij heeft mij uitverkoren. Ik ben Zijn keus. In Christus. Hij heeft mij een plaats gegeven in het lichaam van Zijn Zoon, dat is Zijn gemeente, hier op aarde.
Gods basisgemeente
Zo word ik weggetrokken van het alsmaar zoeken-in-mezelf of er misschien voldoende grond is om belijdenis te doen. Of er voldoende grond is om aan het Heilig Avondmaal deel te nemen. Er is geen ander fundament dan alleen Jezus Christus en Dien gekruisigd, dat door de Vader is gelegd. Hij roept mij weg uit mijn eindeloos zoeken en tobben.
Opgenomen in Gods verbond maak ik deel uit van Christus’ basisgemeente. Dat is geen gemeente die opgaat in maatschappelijke actie, – hoe nodig het ook is dat de kerk betrokken is en blijft op het wereldgebeuren –, maar haar basis ligt ergens anders. Haar wandel, haar domicilie is in de hemelen. Van waaruit zij de Zaligmaker verwacht.
Zo zetten wij onze treden in Zijn spoor. Opdat onze voet niet uit zal glijden. Dat laatste kan gebeuren. En het gebeurt ook meer dan eens. Want we zijn zo zwak dat we geen ogenblik van onszelf staande kunnen blijven tegenover onze drie doodsvijanden: de duivel, de wereld en ons eigen vlees. Om door de grond te gaan! Daarom bidden wij bij alle wankelmoedigheid, bij alle aanvechtingen van de boze en alle zondige gedachten: ‘Maak in Uw Woord mijn gang en treden vast, opdat ik mij niet van Uw paden moog’ keren.’
Belijdend op weg
Belijdenis doen is je bewegen in een bepaalde weg. De weg van Gods Woord. Dat Woord heeft zich door de eeuwen heen een weg gebaand. Ook in ons land. Dat Woord heeft harten omgebogen en mensen, die God niet kenden, tot belijders van Zijn Naam gemaakt. Wij zijn niet de eersten die Gods Naam belijden. We hebben daarom ook niet voor niets als kerk een belijdenis. Een staf om mee te gaan. Onze grondslag is de Schrift en de belijdenis. We hoeven ons voor die toevoeging ‘belijdenis’ niet te schamen. Al zijn we ons bewust dat de belijdenis niet samenvalt met de Schrift en de Schrift ten diepste de enige grondslag blijft van de kerk. De gereformeerde belijdenis wil echter niet anders dan de Schrift naspreken. Van het begin tot het eind. Uit God en door God en tot God zijn alle dingen! De gereformeerde belijdenis onderstreept dat Gods keuze aan alles voorafgaat. Ook aan ons geloof. Grondeloze barmhartigheid!
Daar kunnen we het mee doen. Daar willen we het mee doen. Hij is de Eerste en de Laatste. Hij Die ons roept, is getrouw, Die het ook doen zal. De Heere doet het. Wat Hij begint, voleindigt Hij ook. Daar putten we troost uit. Juist als wij met onze keus voor Jezus ‘omvallen’. En tegen de vlakte gaan. En we de Naam van Christus verloochenen. Op ons werk. Bij de studie. Thuis en buitenshuis.
Strijd
Een heerlijke basis is dat. Om op te bouwen. Wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst heeft liefgehad. Hij heeft ons uitverkoren in Christus voor de grondlegging der wereld. Dat is Gods grondslag. Voor eeuwig vast! Dat mag Gods Kerk belijden op grond van het Woord.
Bij alle aanvechting die er is rondom het doen van belijdenis, wapent zich het geloof met Gods Woord. Er is strijd in het leven van de gelovigen, maar in die strijd rust het geloof op de genadige belofte. Kernachtiger dan Calvijn kunnen we het eigenlijk niet zeggen. ‘Wij zeggen dat het fundament des geloofs is de genadige belofte, omdat op haar het geloof eigenlijk berust. Want ofschoon het vaststelt, dat God in alles waarachtig is, hetzij Hij beveelt, hetzij Hij dreigt; ofschoon het ook Zijn bevelen gehoorzaam aanvaardt, op Zijn geboden acht geeft en Zijn dreigementen opmerkt: eigenlijk begint het toch bij de belofte, daarop berust het, daarin eindigt het.’
Welkom in de strijd!
De Hogepriester van onze belijdenis is het Begin en het Einde. Dat is de enige basis. Om Zijn Naam te belijden. Ook in 2006.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's