Geschiedenis als theologisch thema
HET TEGOED VAN K.H. MISKOTTE [3]
In Het tegoed van K.H. Miskotte staat geen hoofdstuk over Miskotte en de oorlog, het nationaal-socialisme. Ontgaat ons dat nu weer? Zou dat niet passen bij ‘de actuele betekenis van zijn denken voor de gereformeerde theologie’?
Al vóór Hitler voorvoelde Miskotte als ‘seismograaf ’, zegt H M. Oevermans, een tweede wereldoorlog!
Net vóór de oorlog, zegt H. Vreekamp, ontmaskerde Miskotte in Edda en Thora (1939) het Germaanse heidendom.
In 1944 leerde Miskotte, zegt H.C. Marchand, een soort chiliasme, dat ging over de zin der geschiedenis. Hoe kwam Miskotte zo tijdgevoelig en hoe verwerkte hij dat?
1. Wereldleed ontdekt
Als student hoorde hij Hugo Visscher over de antirevolutionaire ‘heilige oorlog’ – en haakte af. Maar toen hij de dichteres Henriëtte Roland Holst hoorde spreken (1918), ontdekte hij in haar sociale drive ‘weerglans van het Messiaanse verlangen’. ‘En op die avond ontdekte ik dat ik en de mijnen niet in dagelijkse zorg waren over de wereld! Dat lag in die dagen ook niet in de lijn van de prediking en kwam niet voor in de gebeden’. Als dorpspredikant schreef hij over Job: Waarom? Over het lijden in de wereld. ‘De tijd is voorbij dat wij kalm elkander Gods Raad konden uitleggen. De krankzinnige oorlog en zijn moorddadige naweeën ...’
Miskotte was ethisch geworden, totdat hij Karl Barths Römerbrief las. Maar hij had zijns inziens in diens eerste dogmatiek ‘het wereldleed te weinig verdisconteerd’.
2. Bijbels ABC: geschiedenis in bijbelse theologie (1940)
Miskotte's Bijbels ABC verscheen in 1941. Was er verband met de oorlog? Bij het woord 'dabar' zegt hij: God maakt met Zijn daden geschiedenis. Andere culturen leven in een kringloop, maar in Israël is de 'geschiedenis ontdekt! ‘Maar denk niet dat alles wat geschiedt, als 'daad Gods' kan worden aangemerkt.’ Ook in een ander kernwoord, weg, hoorde Miskotte geschiedenis: God trekt met Zijn volk mee. ‘Het zegel der concrete geschiedenis is de politiek ...’ God neemt Cyrus, Augustus en Pilatus in dienst. En is de tegen-Messias tenslotte een politieke gestalte, de Christus is het niet minder. Hier wordt 'geschiedenis' een bijbels-theologisch thema.
3. Verzet tegen antichristelijke totaalstaat
a. Na de februaristaking en het protest der kerken tegen Jodendeportatie schreef Miskotte anoniem Betere Weerstand. ‘Onze weerstand zal een betere zijn, indien wij de rechtsschendingen, de wreedheden, de willekeur, de leugens, de vleierij en de hoon zien als uitvloeisel van een stelsel. De totaalstaat is een wangedrocht van godvergeten denken, het begin van het rijk van de anti-christ, in strijd met het eerste gebod.
b. Miskotte schreef, samen met een ander, ook: Wat wij wel en niet geloven.
Stelling I: ‘Wij geloven niet, dat de God dien wij belijden, gekend zou kunnen worden uit de natuur, uit de geschiedenis resp. het tegenwoordige wereldgebeuren.’
Stelling III over Voorzienigheid zegt: ‘Daarom geloven wij niet maar verwerpen als doodelijke dwaling, dat welslagen in dit aardsche leven hetzelfde zou zijn als zegening van onze God.’
Stelling IV: ‘Daarom geloven wij, dat wie zich tegen Israël stelt, zich verzet tegen den God van Israël.’ Er is Gods vrijmachtige verkiezing, menselijke ongehoorzaamheid en Gods trouw, uitlopend op ‘hun bestemming, als zij zich tot de Messias bekeren'. Daarom houden wij antisemitisme voor iets dat veel ernstiger is dan een onmenschelijke rassen-ideologie. Wij houden het voor een van de hardnekkigste en doodelijkste vormen van verzet tegen den heiligen en barmhartigen God.’
Stelling X: Het behoren tot een volk mag een zegen heten, maar: ‘Wij verwerpen als een anti-christelijke leer dat alle dingen aan het welzijn van het volk ondergeschikt gemaakt moeten worden.’
c. Miskotte schreef als secretaris van een synodale Bijzondere commissie voor de herderlijke zorg (1941) een Herderlijk Schrijven: het nationaal-socialisme heeft een 'andere God' en een 'andere zedelijkheid', het scherpst te herkennen aan principieel antisemitisme tegen de ‘Joden-God’ en de ‘Joden-Bijbel’. Dan worden volk, bloed en bodem vergoddelijkt. NSB’ers mogen wel laten dopen, maar moeten uiteindelijk van het Avondmaal gehouden worden.
Evaluatie
In Betere Weerstand wordt het wereldgebeuren eschatologisch geduid. De stellingen sloten aan bij de eerste Barmer These, dat wij God alleen kennen door Christus (Joh. 14). Dat was radicaler dan gereformeerd tegen 'natuurlijke theologie'. Ook Hitler sprak over voorzienigheid. Barth noemde al bij de Kristallnacht in 1938 het regime anti-christelijk, want: anti-joods. De wél gereformeerde prof. H. Visscher duidde de Duitse inval met Gods voorzienigheid. Maar zijn medewerker aan het Gereformeerde Weekblad ds. I. Kievit noemde de Duitse inval onrechtmatig!
4. Voorzienigheid in oorlogstijd
Miskotte schreef in 1942 in het kerkblad over de Heidelberger: De blijde tijding. Men bedenke bij zondag 10, ‘dat niet de Voorzienigheid Gód genoemd moet worden, maar omgekeerd.’ Vraag 1 ‘over de enige troost wordt hier dus niet herroepen (door een algemeen geloof uit te roepen).’ Intussen ligt in de Bijbel veel méér. De Goddelijke voorzienigheid veroorlooft ons niet uit het gebeuren de zedelijke wil Gods (de wil des bevels) af te leiden, maar integendeel.’ Geen musje valt zonder de wil des Vaders! Hoe kan dit ons troosten? De musjes vallen! Omdat van God en tot God ook alle ondergangen zijn! De voorzienigheid is een geloofsartikel. De gemeente Gods gelooft niet in de feiten! Weer wordt geschiedenis hier een theologisch thema; nu vanuit een christelijke voorzienigheidsleer.
5. Apocalyps als historie, 1944
Miskotte sprak in de winter van 1943 op bijbelavonden over de Openbaring als Hoofdsom der Historie. ‘De geschiedenis gaat ons niet slechts ter harte, maar zij gaat ons lijfelijk aan.’ Welke? Niet de cultuurgeschiedenis als in de negentiende eeuw, maar de crisis daarvan: geweldgeschiedenis. Bij de vallende ster kan de reactie van de Sovjetster en het Hakenkruis het sulferregenen niet bannen. Bij het zevende zegel zegt Miskotte: ‘En sprinkhanen worden paarden, krijgsrossen, heirlegers, die miljoenenvoudig optrekken. Naar welke verten? Als Alexander, als Caesar, als Dzengis-Khan, als Pizarro, als de nieuwe bewegingsoorlog van dezen tijd, in wezen mateloos van veroverings- en vernietigingswil. Tweehonderd miljoen man op de been, waarvoor?’ Weer wordt hier geschiedenis een theologisch thema; nu vanuit de apocalyptiek.
6. Uw vijanden zullen vergaan (1945)
Bij de bevrijding leidde Miskotte de dankdienst. Hij bad: ‘Wij hebben het niet verdiend, omdat wij niet werkelijk begrepen wát ons eigenlijk deze jaren werd aangedaan. Wij danken U, Heere, dat er althans geweest zijn, die direct in het begin hebben doorzien, wat dit voor vijand was. Wij danken U, dat Gij zoo een geest der profetie, der onthulling en ontmaskering der geesten onder ons hebt uitgegoten.’
De prediking ging over Psalm 90: ‘Want zie, Uw vijanden, o Heere, want zie Uw vijanden zullen vergaan.’ Wat maakte onze vijanden tot Gods vijanden? Het misdadige bombardement van Rotterdam? De leugen, de gelijkschakeling, de gruwelijke terreur? De concentratiekampen en represailles? Nee. Wat dan? ‘20 juni 1943. Algehele afzetting van de stad, sommeering tot onmiddellijk aantreden van alle joodsche landgenoten op het troittoir. In die wegvoering naar Polen, in die mensch-verachtende sterilisatie-maatregelen, dáár zágen we dit regiem in zijn ware gedaante, de haat tegen den God van Israël. Men was niet tevreden met een ghetto, men wilde uitroeien.’ Daarna ging Miskotte in het op lijden van het eigen volk: ‘Waar is God in dit alles, wie is God, die dit maar toelaat, ja, is er eigenlijk wel een God?’ Daar wilde de boze ons hebben. Maar dit alles moest vergaan. Eenvoudige mensen zeiden: ‘Dominee, het bestaat eenvoudig niet, dat ‘ze’ winnen. Hebben onze bondgenooten, de geallieerden dit verstaan? Nee, God heeft het gedaan. Het ging tegen de contra-Heiland, tegen een andere God. God heeft ons bevrijd. Deze bevrijding is ons een teeken van een nog andere Bevrijding, als in den laatsten apocalyptischen strijd Christus en de anti-christ tegenover elkaar zullen staan. ‘Er zal geen zegen rusten op dezen vrede, als wij, die zulk aanschouwelijk onderwijs ontvingen aangaande den geest van den antichrist, ons niet keeren tot Vorst Messias.’
Hier wordt geschiedenis weer een theologisch thema; nu zelfs in de prediking. Vergelijk de 'tijdrede'!
7. Geschiedenis in een belijdenis (1949)
In 1949 verscheen een hervormde proeve van belijden: Fundamenten en Perspectieven. Nieuw waren de artikelen over de geschiedenis en over Israël! Het stuk was van dr. H. Berkhof, maar medeopsteller Miskotte schreef een eigen uitleg: De kern van de zaak (1950).
Hij vraagt hier: Is deze 'nieuwigheid' te verdedigen? Geschiedenis met een hoofdletter zou afgoderij zijn. Het moet een toepassing zijn van de Christologie, van de kennis van de enige Naam, het moet in het innigste verband staan met de wijze waarop de kinderen Gods in hun gebeden het tijdsgebeuren begeleiden, het hangt samen met het lijden van de gemeente. Er blijkt uit dat wij uit de eenzijdige beschouwing van de ziel, van het drama der ziel, enigszins terugkomen tot de profetische verkondiging aangaande God en de wereld, God en de volken, God en de voleinding. De ‘religie’ van dit stuk belijden is het ‘meeleven’ der gemeente.
Wereldgebeuren als theologisch thema hoort ook bij Miskotte's tegoed. Want zitten we niet weer tussen antichristelijke machten?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's