Volharden als christen
ZONDER DE GEMEENTE NIET MOGELIJK
Zonder de gemeente niet mogelijk
De dag van de belijdenis is meestal een bijzondere dag. De dienst waarin het jawoord werd gegeven, is onvergetelijk. Op weinig dagen en bij weinig diensten ben je zo zeker van het feit dat je bij de Heere mag horen. Je neemt je ook vast voor om nu echt bij de Heere te blijven. Je ziet je jawoord als een belofte aan God om Hem levenslang te dienen. Dat is overigens ook van groot belang. Jezus zelf heeft immers gezegd: ‘Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden’ (Matth. 25:13).
De Heere heeft deze woorden gesproken, nadat hij daarvoor heeft duidelijk gemaakt dat het niet zo gemakkelijk is om te volharden als christen. Er komt namelijk een tijd van grote verdrukking. Iets verderop in dat bijbelgedeelte staat zelfs dat het maar weinig scheelt of de uitverkorenen zullen ook nog verleid worden. Mocht je aanvankelijk nog denken dat het volgen van de Heere na je belijdenis nog te doen zou zijn, vaak snel na de belijdenis blijkt het al tegen te vallen. De zomer is begonnen. De wekelijkse bijeenkomsten zijn er niet meer. Het leven heel dichtbij de Heere schijnt uit te blussen. Begin september slaat de teleurstelling en de angst toe. ‘Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden’, begint een dreigende klank te krijgen. Kan ik wel volharden? Ik weet niet hoe het moet.
Demas
Inderdaad is het volharden in het geloof en het blijven bij de belijdenis een pittige opgave. Demas had het er in zijn tijd ook al heel moeilijk mee. Hij kreeg de tegenwoordige wereld lief. Hij kon de druk van het volgen van Paulus bij het zendingswerk niet aan. Het vreemdelingschap was hem te zwaar. De banden van het natuurlijke leven trokken. Hij verliet Paulus en vertrok naar Thessaloníca. Waarschijnlijk niet om de bloemetjes eens buiten te zetten, maar eenvoudig om te leven zoals het eerbare Romeinse burgers, misschien wel christenen, betaamt. Toch schrijft Paulus aan Timotheüs, kennelijk met verdriet: ‘Demas heeft mij verlaten, hebbende de tegenwoordige wereld lief gekregen’ (2 Tim. 4:10). We moeten aannemen dat Demas toen in elk geval niet volhardde in zijn geloof. Zijn belijdenis om Paulus in het evangelie te volgen gaf hij op.
Wat is de oorzaak geweest dat Demas opgaf? Wat kunnen wij van Demas’ opgeven leren? Welke gevaren en zorgen bedreigen onze belijdenis? Het is verstandig dat vóór het afleggen van de belijdenis al te beseffen. Het is wijs er na de openbare belijdenis op bedacht te zijn. Demas kwam in zijn tijd verachting en eenzaamheid tegen. Demas leed ongetwijfeld ontbering voor het evangelie. Hij zal best een en ander van Paulus’ verdrukking hebben meegemaakt (zie 2 Kor. 11:23-28). Daarnaast moest hij zijn familie en vrienden opgeven. Bovendien leefde hij in een wereld die niet begreep wat hij in Jezus Christus zag. Zijn leven naar Gods geboden konden medemensen al helemaal niet begrijpen. Men viel hem aan en maakte het hem moeilijk.
Weerstand
Voor ons is het volharden bij de uitgebrachte belijdenis beslist niet eenvoudiger. We hoeven er niet per definitie onze vrienden en familie voor op te geven. Maar uitgesloten is het niet. In vrijwel alle families zijn er wel mensen die van je geloof niets begrijpen. In het beste geval vinden ze het prima dat je gelooft. In het slechtste geval ergeren ze zich eraan en ze maken zich boos over de waarheidsclaim, die de gelovige op hen meent te kunnen leggen. Het is zeker niet zo dat wij rustig kunnen geloven. Als de belijdenis een zaak van het hart is en het leven met de Heere een levende werkelijkheid, zullen collega’s op ons geloof stuiten. Door een goed gesprek zullen ze ontdekken, dat zij het zonder geloof verkeerd doen. Dat ergert uiteraard en dat is niet gemakkelijk. Niet voor de ongelovige gesprekpartner, maar ook niet voor de gelovige. Het gevaar is groot dat het verwijdering en wrijving geeft. Zeker als daar nog allerlei ethische punten bijkomen. Een christen kan immers zijn visie niet als een van de mogelijke visies zien. Het is de gehoorzaamheid aan God die de christen drijft. Dit kan op veel weerstand stuiten.
Bovendien voelen wij ons lang niet altijd zo zeker van onze zaak. Wij hebben ook persoonlijk problemen met de gehoorzaamheid aan God. We hebben ook onze zondige gedachten en verlangens. Christenen overtreden de wet van God naar hun eigen gevoel evenveel als niet-christenen. Daar kan ook heel goed lauwheid in de relatie met God zijn. Blijven bij de belofte van de belijdenis is niet eenvoudig. De omstandigheden in Nederland zijn niet gunstig en het eigen geloof is vaak zwak en aangevochten. Het verlies van de belijdenisgroep doet meer dan verwacht werd. De plaats in de gemeente is niet altijd zo stevig. De kwaliteit van de gemeente ook lang niet altijd wat ervan verwacht mag worden. Het geestelijke gehalte en de eenheid van de gemeente zijn over het algemeen onmisbaar om een sterk en levend geloof te onderhouden.
Erbij blijven
De gemeente in Jeruzalem kan ons tot voorbeeld zijn. Zij was aanvankelijk een gemeente waarin men volhardde in het geloof. Het was ook zeker een gemeente waarin de zwakken in het geloof door de meer ervaren geloofsgenoten werden meegenomen. Het was daarom een gemeente die rondom haar leden stond. Ieder was voor de medebroeder of - zuster een steun voor het eigen geloof. Het bijzondere van deze gemeente is dat er niet eens staat dat men volhardde in het geloof of bij de belijdenis, maar men volhardde in het leven van de gemeente.
Lukas noemt in zijn beschrijving van de gemeente het volharden in de leer der apostelen, in de gemeenschap, in de breking van het brood en in de gebeden. Het woord ‘volharden’ dat Lukas hier gebruikt, heeft de betekenis van: er steeds bij blijven; er niet bij vandaan gaan. Het valt op dat het in een religieuze betekenis eigenlijk alleen in het boek Handelingen en tweemaal in de brieven van Paulus wordt genoemd (Hand. 1:14, 2:42 en 46, 6:4, Rom. 12:2 en Kol. 4:2). Het staat altijd in de context van de gemeente. Kennelijk is volharden zonder de gemeente eigenlijk niet mogelijk. Dat ervaart bijna ieder nieuw belijdend lid aan het einde van de zomer. De belijdenisgroep is weggevallen. Daarom is het erg belangrijk in de plaats van de wekelijkse belijdeniscatechisatie een andere kring of groep te zoeken waarin je deelnemen kunt.
Het valt bovendien op dat het bij het volharden in het Nieuwe Testament naast andere punten altijd om de gebeden gaat. Kennelijk is volharden in de gebeden het belangrijkste waarin een christen dient te volharden. Al staat het nooit alleen. Of het is verbonden met het geheel van het gemeenteleven (Hand. 2), of het is verbonden met het liefdeswerk als christenen onderling (Rom. 12), of het staat in dienst van het werk van de zending (Kol. 4). In ieder geval is volharden nooit een zaak die op zichzelf staat. Het vindt plaats in een breder kader. Het heeft ook te maken met de strijdsituatie waarin de christen op deze aarde is gesteld. Het is niet voor niets dat de Vroeg-christelijke kerk de nieuwe lidmaten ‘Welkom in de strijd’ toeriep. Het is nog altijd, en steeds meer, een goede groet tot de nieuwe lidmaten.
In het gezin
Maar we moeten zeker niet vergeten dat de gevaarlijkste vijand in ons eigen hart zit. Dat is misschien niet de vijand, die tot grote zonden brengt – dat is overigens bij belijdende leden ook niet onmogelijk – maar het is de vijand van het ‘slappe’ volharden. Volharden in de gebeden kan niet alleen te midden van de gemeente. Er moet ook beslist een volharden zijn in de binnenkamer. Of een volharden als man en vrouw.
In dit verband is het ook goed het volharden als gezin te noemen. De godsdienstoefening van het gezin en van ieder persoonlijk moet de godsdienstoefeningen van de gemeente begeleiden. Niemand minder dan de Heere Jezus heeft ons dat voorgedaan. Als er iemand volhardde in de gebeden, was het de Heere Jezus. Nachtenlang ging Hij in het gebed. Hij kon het verblijf dichtbij Zijn Vader niet missen. Als mens was Hij even zwak als wij. Maar als mens deed Hij ondertussen ook daden die ons zwakke menselijke vermogen ver te boven gaat. We moeten dat niet te snel op het feit schuiven dat Jezus ook God was. We moeten veel wat Jezus heeft volbracht verstaan in Zijn volkomen toegewijd zijn aan Zijn Vader.
Dat geldt wel heel in het bijzonder van Zijn lijden. Het lijden is in de eerste plaats een menselijk gebeuren geweest, waarbij Jezus’ God-zijn het alleen maar zwaarder heeft gemaakt. Maar Hij volhardde, omdat Hij heel Zijn leven Zijn Vader heeft gezocht. Misschien niet eens zozeer in het gebed om kracht, maar meer in het gebed om de weg door Zijn Vader bevolen tot het laatste te volbrengen. In het gebed zocht Jezus Zijn Vader en in het gebed vond Hij Zijn Vader. Namelijk in Zijn ontroerende gehoorzaamheid die Hem tot de dood leidde. Nergens komen we Jezus’ volharding sterker tegen dan op het moment dat Hij als een worm over de grond van de Hof van Gethsémané kroop. ‘Mijn Vader, indien deze drinkbeker van Mij niet voorbij kan gaan, tenzij dat ik hem drinke, Uw wil geschiede!’
Jezus’ volharding
Daar stuiten we op het uiteindelijk volharden. We zullen het nooit zonder de Heere Jezus kunnen doen. Maar we doen het ook niet zonder Hem. Hij deed het ons voor en Hij deed het voor ons. Op Zijn volharding mogen wij ook volharden. Zijn volharding mag de bevestiging zijn van ons volharden. Zijn volharden doet ons volharden. Om Zijn volharding beleden we Hem toch ook als onze Meester? Volharden in de gebeden te midden van de gemeente doen we pas echt als de lijdende Knecht des Heeren op ons netvlies staat afgebeeld.
Het zal duidelijk zijn dat zonder het lezen en overdenken van de Schrift en zonder het spreken met elkaar over Jezus, ons volharden tot mislukken is gedoemd. Maar waar Jezus Christus in ons midden is, daar zal het volharden volbracht worden. Omdat de gevaren voor ons minder zijn dan voor Demas eens? Nee, maar omdat Timotheüs het bewijs is dat als we blijven bij het pand dat ons is toevertrouwd, we in de loopbaan zullen volharden. Welk pand was Timotheüs dan toevertrouwd? Niemand minder dan Christus en die gekruisigd. Zo had Hij van Paulus geleerd. Zo volhardde hij, tot dat hij rust vond in de armen van Christus, Die het volharden tot het einde als Zijn spijze heeft gehad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's