De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

 Onder de titel De morgen is vol nieuw geluid verschijnt dezer dagen een Luisterboek over Passie en Pasen. Daarop staan twintig fragmenten van preken of verhandelingen van theologen ‘van alle tijden en plaatsen’, ingesproken door Nederlandse theologen (zie boekbespreking), samengesteld door Koos van Noppen (uitgave Kok, Kampen i.s.m. EO). Hier volgen drie passages uit de fragmenten:

• Dr. H. de Leede leest O. Noordmans, ‘Gods venster’:
Pasen is het feest dat de kerk al heel spoedig met vreugde is gaan vieren, veel eerder dan het Kerstfeest. Het is de grote zondag waaraan de andere zondagen hun betekenis ontlenen. De Dag des Heren in de volste zin van het woord. De dag, die Hem helemaal toebehoort en waarop aller aandacht uitsluitend op Hem is gericht. Het paasevangelie is de samenvatting van het hele evangelie. Het is geen aanhangsel dat men desnoods ook zou kunnen weglaten, als men er moeite mee heeft! Het is het hele evangelie nog eens, maar nu met het stempel des Vaders erop. Jezus heeft zich vernederd tot de dood des kruises en daarom heeft Hij Hem ook uitermate verhoogd (Filipp. 2:9).
Als dit evangelie later gepredikt wordt op de Pinksterdag, dan wordt het ook gepredikt in de vorm van Pasen, als een getuigenis van de opwekking van Jezus (Hand. 2:36).
Alle andere hoofdstukken van de Schriften van Mattheüs, Markus, Lukas en Johannes danken de naam van evangeliën aan de laatste hoofdstukken. Dat zijn de vensters in deze boeken en daarmee van de hele wereld. Daar doorheen kan men de Vader in de hemelen zien. Men kan zien, hoe lief Hij zijn Zoon heeft, die Hij in deze wereld gezonden heeft.
Zulk een venster is er in het evangelie wel nodig. Want zelfs die Zoon moest klagen, dat de Vader Hem verlaten had. Hij durfde Hem toen niet meer Vader te noemen.
Daarom moet de Heilige Geest komen om ons daarin te onderwijzen. Gebeurt dat niet, dan lopen wij het vreselijke gevaar van te zijn zonder hoop en zonder God in deze wereld. Dat is het opschrift dat Dante zag boven de poort der hel. Men mag misschien wel zeggen, dat de wereld reeds enigszins in de vorm van Pasen bestaat. Zodra de zonde kwam, werd ook de profetie gehoord. Een venster ging open en men zag de geschiedenis in zulk een vorm, dat de hoop daarin gloorde. De wereld was geen hel geworden. Maar ook in de ongewijde geschiedenis zien wij zulke vormen. Wij zouden niet kunnen leven als zij er niet waren. Ik denk aan onze eigen historie. Hoe uit onze verdrukking een deur der hope voor ons hele werelddeel openging, door welke velen binnengetreden zijn. Ik denk aan de benauwenis van Leiden, waaruit zijn universiteit geboren werd. En elders aan het parlementarisme, dat opstond uit de gijzeling en het verhoor der Engelse bisschoppen onder Jakobus II. Aan de westerse democratie, die te voorschijn kwam uit de gewetensnood van een handvol geëmigreerde Puriteinen. En ten slotte, vreemdste analogie van Pasen in de wereldhistorie, aan de staat Israël, als van God afgedwongen door de gruwel van concentratiekampen en gaskamers. (…)
Pasen is een venster naar de hemel. Daardoor kijkt ook de Vader naar ons. Het ziet het meest regelrecht uit op de ware staat Israël. Op het Koninkrijk der hemelen van de evangeliën. De Vader ziet Jezus en Petrus en Zacheüs, die ook een zoon van Abraham was, en de hoofdman van Kapernaüm, die een groter geloof had dan alle Israëlieten, en de blinden en de kreupelen, die genezen werden. En over dat Koninkrijk en zijn gerechtigheid verheugt zich de Vader dan grotelijks. Maar het naaste uitzicht door dat venster is toch op de heuvel van Golgotha en op die heuvel ziet de Vader het lichaam van zijn Zoon met doorboorde handen en voeten. Meent gij, dat Hij op Pasen alleen dat lichaam buiten zijn aandacht zou hebben gesloten?’

• Drs. N.M. van Kampen-Boot leest Pasen onder ons van Miskotte:
'De Heer is waarlijk opgestaan!' Onbegrijpelijk! Nochtans waarachtig! Indien het eens niet waarachtig was? Dan zou ons laatste geloofsartikel luiden: ik geloof in de almacht des doods. Maar nu, opeens en voorgoed belijden wij: ik geloof in de almacht van het leven! Amen. Wees mij gegroet op deze Dag der dagen, allen gij, die met mij door vreze des doods bevangen waart en gebonden in de dienstbaarheid der verderfenis. Wees mij gegroet, die in uzelf dacht: ach, aan alles komt een eind, aan het schoonste ook. Vrienden, weet gij het reeds, ja toch? aan alles komt een eind, ook aan de dood. Niets is zo eeuwig als de morgen. En niets zo voorbijgaand als de nacht. Het kruis is eindig, maar de vreugd is eindeloos. Dat begrijpt de gelovige. (…)
Wie in de dood gelooft is bezig te sterven; wie in het leven gelooft is bezig te gaan leven. Ieder die in de dood gelooft, gelooft omdat hij niet anders kan, want de dood woelt in z’n aderen en speelt daar zijn afgrijselijke toekomstmuziek. Ieder die in het leven gelooft, gelooft omdat hij niet anders kan, want de Opgestane maakt zijn hart zo oneindig warm en stemt met zijn binnenste de muziek aan, die geen slotakkoord vinden kan, want ha! een eind is niet denkbaar. Wilt ge in de dood geloven? Wilt ge hem het laatste woord geven? Doe wat ge niet laten kunt. Aangaande mij en mijn huis wij loochenen de dood want de Heer is waarlijk opgestaan en is ook van ons gezien, 'want het leven is geopenbaard en wij hebben het gezien en wij getuigen en verkondigen u dat eeuwige leven, hetwelk bij de Vader was en ons is geopenbaard.' Jezus heeft ons ongelovig gemaakt tegenover de dood.

• Dr. H. Lalleman te Winkel leest dr. A.A. van Ruler, n.a.v. een meditatie over Markus 16:6a (‘… Weest niet ontsteld’):
In de kennis van de God der opstanding raakt men van alle verbazing, schrik en ontsteltenis bevrijd. In het gehele leven. Daar zijn de duistere schachten van de dood; daar is het zinloze leed; de ontsteltenis van de schuld; de volstrekte ijdelheid, zinloosheid en verlorenheid van alles wat bestaat; heel deze schrikwekkende wereld, waarvan men zo moe kan zijn; en het duistere zélf, waar een mens soms van kan gaan walgen. Ja, zegt de engel. En hij zegt het in het graf. Ja, dat is ook allemaal zo, maar er is de opstanding. Dat alles, waar u het over had, dat wordt gered. De God van het heil háált het. Misschien, voor ons gevoel, op het nippertje. Maar Hij háált het. Dat wil zeggen: Hij haalt het alles door de dóód heen. Maar zo juist haalt Hij het, grondig en fundamenteel. Daar blijft geen enkel duister plekje in het bestaan werkelijk onopgelost.
Dat gaat natuurlijk zo maar niet. Zelfs niet voor God. Als hij er goed midden in komt, dan begint hij zelf, in Gethsémané, ontsteld en beangst te worden, vertelt de evangelist Markus ook (Mark. 14:33). Maar van dááruit, vanuit de moeite van God in de verzoening van de schuld wordt álles wat is en álles wat geschiedt, verstáán, doorleefd, gedrágen. En alle verbazing, schrik en ontsteltenis besterven ons in het hart, want wij weten, dat God redt uit en in alle nood.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 april 2006

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's