Gethsémané
Jezus, den laatsten der nachten,
Ging naar den hof der olijven,
Liet Zijn discipelen blijven
Buiten de duistere gaard;
Toen koos Hij drie uit hun midden,
Met Hem te waken, te bidden,
Maar door het bidden en wachten
Werden hun ogen bezwaard.
Kon dan niet één met Hem waken?
Eén in die smartelijke uren
Met Hem de droefheid verduren
Van Zijn verwerping, Zijn smaad?
Moest Hij, dien zwartste der nachten,
Eenzaam den kruisdood verwachten,
Eenzaam de bitterheid smaken
Van den triomf van het kwaad?
‘k Wil bij Uw droefheid verwijlen,
In Uwe smarten verzinken,
Gij, die den beker moest drinken,
Die de verzoening ons bracht,
Wie zal de angsten doorgronden
Van deze nachtelijke stonden?
Wie zal de duisternis peilen
Van deze duisteren nacht?
Jacqueline van der Waals
Uit: Onweerstaanbaar komt de morgen; uitg. De Groot, Goudriaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2006
De Waarheidsvriend | 17 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 april 2006
De Waarheidsvriend | 17 Pagina's