De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een zuurdeeg in de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een zuurdeeg in de kerk

GEREFORMEERDE BOND BESTAAT 100 JAAR

11 minuten leestijd

Deze week herdenkt de Gereformeerde Bond zijn 100-jarig bestaan. Er is echter geen enkele reden tot triomfalisme, vinden ds. C. den Boer en ds. H. Russcher. We zijn altijd een minderheid geweest. We hebben veel nederlagen geleden, aldus ds. Russcher. Verootmoediging is een mooi woord, maar we moeten het ook in praktijk brengen. Ds. Den Boer: Het hoogtepunt is dat de Heere ons steeds door alle dieptepunten heeft heengeleid. En hét dieptepunt is de breuk bij onszelf.


Beide predikanten uit Barneveld kennen de Gereformeerde Bond van binnenuit.
Ds. Russcher maakt sinds 1997 deel uit van het hoofdbestuur.
Ds. Den Boer zat erin van 1966 tot 1991, waarvan dertien jaar als studiesecretaris. Samen blikken ze terug op het werk van de Gereformeerde Bond in de afgelopen eeuw.

Wat is typerend voor de Gereformeerde Bond?
Ds. Den Boer: ‘Ik vind typerend dat de GB een beweging binnen de Nederlandse Hervormde Kerk wilde zijn en nu binnen de Protestantse Kerk in Nederland wil zijn tot samenbundeling van gereformeerd leven in de vaderlandse kerk. Het is een beweging – en geen partij – die als een zuurdeeg midden in de kerk wil werken. Dat is altijd het geloofsideaal geweest.’
Ds. Russcher: ‘Het eigene van de Gereformeerde Bond ligt voor mij in de woorden hervormd-gereformeerd. Uit het woord gereformeerd spreekt de liefde tot de gereformeerde belijdenis met als brongebied de Reformatie en de Nadere Reformatie. Er is altijd een verlangen naar de doorleefd geloofde rechtvaardiging van de goddeloze geweest. De aanduiding hervormd wijst op het willen staan midden in de Nederlandse Hervormde Kerk en de Protestantse Kerk. Dan ligt de nadruk op het genadeverbond. In dit spanningsveld staat de GB.’
Ds. Russcher vermoedt dat het gevaar bestaat om het beeld van de Bond in sjibbolets, in uiterlijkheden, te vangen. Hij denkt dan onder andere aan het zingen van de psalmen en het dragen van een hoed door vrouwen in de kerkdienst. ‘Maar het hart van de Gereformeerde Bond ligt in de religie van het belijden.’

Neemt u verschuivingen waar?
Ds. Den Boer: ‘Ik maak me wel zorgen over de ontwikkelingen binnen de GB. Vanaf het begin zijn er vleugels geweest. Aan de ene kant dacht men meer verbondsmatig. Aan de andere kant leeft men meer vanuit de verkiezing en de wedergeboorte. Daartussen is een grote groep van bijbel- en belijdenisgetrouwen. Maar er openbaart zich ook een verbondsmatig denken, waarin het onderwerpelijke, het werk van de Heilige Geest zwaar tekortkomt. Ik maak me ernstig zorgen over de prediking van een aantal collega’s, waarin de vragen van de heilstoe-eigening weinig of niet aan de orde komen. Ik meen ook dat de kritiek op de Dordtse Leerregels die in de theologiebeoefening een rol is gaan spelen, ons geen goed heeft gedaan. Het merg van de gereformeerde religie komt daardoor in de marge te staan. Ik doel op de soevereiniteit van God, het recht van God en de noodzaak van de wedergeboorte. Een preek kan goed gereformeerd lijken, terwijl ze in feite niet verder komt dan een remonstrantse boodschap. Daardoor worden de mensen dan niet meer geestelijk gevoed. In elke preek draait het immers, als het goed is, om zonde en genade. Zelf heb ik in mijn jonge jaren, toen ik met al mijn vroomheid door het nulpunt heenging, in de prediking van de rechtvaardiging van de goddeloze het grote rustpunt van mijn leven gevonden.’
Ds. Russcher: ‘Barneveld is een modale GB-gemeente. Maar de vragen rond de toe-eigening van het heil kom je er betrekkelijk weinig tegen. Je hoort van gemeenteleden wel dat ze kracht en steun ervaren in ziekte. Er is het besef dat we door God geholpen moeten worden. Maar begin je over de Persoon en het werk van Jezus Christus, dan blijft het vaak stil. Het gaat velen om de vraag: hoe mag ik uit Christus leven? Dat is een legitieme vraag. En het is noodzakelijk dat die in de prediking aan de orde komt. Maar als je vraagt ”Is dat levende geloof er wel? ”, dan worden mensen kriebelig.’
Ds. Den Boer: ‘Maar dat weerhoudt jou er niet van die vraag toch te stellen.’
Ds. Russcher: ‘Nee, dat zou niet juist zijn.’

Radicaal
Ds. Den Boer: ‘Als andere ontwikkeling signaleer ik ook een zeker confessionalisme met strakke leeruitspraken. Dat is weinig sprankelend. Mensen uit de Hersteld Hervormde Kerk zijn ons hierin niet tot voorbeeld. Ik kan niet inzien dat hun strijd echt geestelijk is geweest.’
Ds. Russcher: ‘ We staan bloot aan verschillende invloeden. Denk aan het postmoderne levensgevoel, de secularisatie en de invloed van de evangelische beweging. Ook in het midden van de Gereformeerde Bond is die heel sterk, vooral naar jongeren toe. Aan de andere kant hebben we te maken met een refoïsering. In mijn vorige gemeente Oud-Beijerland volgden veel jongeren reformatorisch onderwijs. Dat hoorde je terug op catechisatie. De catechisanten passeren hun ouders soms rechts.’
Ds. Den Boer: ‘Maar er is ook een andere kant. Ik ben betrokken bij Refoweb. Dan krijg je vragen van jongeren voorgelegd waarvan je schrikt. Bijvoorbeeld over verkering en seks voor het huwelijk, over echtscheidingskwesties. Dat is schrikbarend.’
Ds. Russcher: ‘Als pastor moet je weten waarmee jongeren worstelen. Ik zie het als een taak voor de Gereformeerde Bond om kernen van gereformeerd belijden door te geven aan jonge mensen. We moeten laten zien dat het niet gaat om een gestolde, maar om een levende traditie. Mijn indruk is dat jongeren niet zitten te wachten op liturgische toeters en bellen. Ze willen een heldere boodschap, die best radicaal mag zijn.’

Kaalslag
Ds. Den Boer: ‘Verder is er wat betreft het kerkelijk meeleven sprake van een enorme kaalslag, ook in GB-gemeenten. In sommige plaatsen is het kerkbezoek ontzaglijk gedaald. Ik vind het een uitdaging aan alle ambtsdragers om in te spelen op het sterk gevoelsmatige leven van de postmoderne mens en tegelijk daarin niet te verzanden. Ervaring of bevinding mag nooit naast de Schrift bron van de prediking worden.’

Hoe krijgt de doelstelling van de GB gestalte?
Ds. Den Boer: ‘De doelstelling van de Gereformeerde Bond was verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Nederlandse Hervormde Kerk zonder nieuwe afscheiding in het leven te roepen. Dat doel is niet verwezenlijkt. Wat we nooit hadden gedacht, is gebeurd. Daarvan heb ik een verschrikkelijk hartzeer. Het Lichaam van Christus is gescheurd.’

Hoe kijkt u terug op het functioneren van de GB tijdens het SoW-proces?
Ds. Den Boer: ‘Je zou je kunnen afvragen of de leiding van de GB iets te verwijten is. Naar mijn mening had de patstelling van Putten in 1992 (We kunnen niet weg en we kunnen niet mee) er niet moeten zijn. Er is wel gezegd: we moeten niet op de situatie vooruitlopen. God kan het schip nog keren. Maar mijns inziens had er van meet af aan meer duidelijkheid moeten zijn.’
Ds. Russcher: ‘De schuld van de breuk ligt aan beide zijden, bij ons evengoed als bij hen die gingen. In 1992 was ik in Putten. ‘We kunnen niet weg en we kunnen niet mee’ is een hartenkreet geweest. Daarop kun je echter geen beleid maken. Zelf heb ik deze uitspraak nooit beleefd als een dreiging of voorbereiding op afscheid nemen. Het heeft wel zo gewerkt. Hoewel het beleid in grote lijnen consistent is geweest, zijn we blijkbaar toch niet altijd duidelijk genoeg geweest.
Een tendens van afscheidingsdenken is er binnen de GB altijd geweest. Maar ook daar waar dat er niet was, kun je de vraag stellen: was er wel altijd de liefde voor het geheel van de kerk? We moeten de hand in eigen boezem steken. In het verleden is het beleid mogelijk te antithetisch naar de synode geweest. We zijn erin tekortgeschoten om op het grondvlak, in de plaatselijke gemeente, de liefde tot het geheel van de kerk te voeden. Het bijbels geloof leeft breder dan onze GB.’

Kunt u invloeden van het werk van de GB aanwijzen?
Ds. Russcher: ‘Ik praat liever over zegeningen. Evangelisaties zijn uitgegroeid tot gemeenten. Ik denk ook aan het noorden van het land waar het verlangen naar een gereformeerde prediking groeide.’
Ds. Den Boer: ‘Ik signaleer een aantal positieve ontwikkelingen. Er is meer inbreng van gereformeerde theologen in de theologische opleidingen gekomen, onder andere via leerstoelen van de GB.’
Ds. Russcher: ‘Dat is één van de speerpunten in het beleid van de GB. Verder is de Waarheidsvriend een medium waardoor invloed wordt uitgeoefend. Als het gaat over de invloed van de Gereformeerde Bond, denk ik aan het beeld van het zuurdeeg. Het gaat om de doorwerking van een bijbels-gereformeerde prediking. Die valt alleen niet altijd concreet aan te wijzen.’
Ds. Den Boer: ‘Positief vind ik ook dat een aantal ambtsdragers op waardige wijze meedoet in het geheel van de kerk. Dus niet alleen in de kerkenraden, maar ook in de classis en de synode. De Bond heeft het nut ingezien van het instrueren van ambtsdragers in vergaderingen en door middel van publicaties. In 1966 was er de jaarvergadering en daar bleef het bij.’
Ds. Russcher: ‘Het kennisniveau van ambtsdragers geeft zorg. Via geschriften, studiedagen en ambtsdragersvergaderingen rusten we hen toe. Daarin moeten we echt investeren. Er zijn veel ambtsdragers die zelfs de Waarheidsvriend niet lezen. Dat mag wel een keer worden gezegd.’
Ds. Den Boer: ‘Ik vind het een positief punt dat de discussie over de vrouw in het ambt niet is verstomd. Tegelijk vind ik het een zegen dat maar zo weinig kerkenraden in onze kring zijn overgegaan tot aanvaarding van de vrouw in het ambt. De opleiding voor kerkelijk werker heeft een hoge vlucht genomen. Kerkelijk werkers, mannen en vrouwen, vinden naast ambtsdragers hun plek in de kerk.’
Ds. Russcher: ‘Het mooie van het boek Man en vrouw in bijbels perspectief is dat het met de afwijzing van de vrouw in het ambt tegelijk maximale invulling geeft aan de deelname van vrouwen in het gemeenteleven.’

Israël
Ds. Russcher: ‘De bezinning op Israël wil ik ook noemen. Daaraan heeft ds. Den Boer een belangrijke bijdrage geleverd. Het is een teken dat de GB ook oog had voor bijbelse aspecten die je in de gereformeerde belijdenis niet zo tegenkomt. Als je het verbond hoog in het vaandel hebt staan – en dat is zo bij ons – kun je niet om Israël heen.’
Ds. Den Boer: ‘Zonder een goed zicht op Israël kunnen wij geen réveil van onze kerk en gemeenten verwachten.’
Ds. Russcher: ‘De HGJB en de IZB hebben als modalitaire uitvoeringsorganisaties (muo’s) een plaats binnen het geheel van de kerk gekregen. Daar zit achter dat de hervormd-gereformeerde bonden hun werk vruchtbaar willen maken voor het geheel van de kerk.’

Maakt het verschil: GB in de Hervormde Kerk of in de Protestantse Kerk?
Ds. Den Boer: ‘De PKN is niet de Hervormde Kerk. Maar wat ons staan in de kerk betreft, is er geen verschil.’
Ds. Russcher: ‘Geen wézenlijk verschil. Maar de context verandert wel. Je hebt te maken met een grondslag die niet exclusief gereformeerd is en met een verdere uitdunning van het gereformeerde karakter van de kerk waarvan we deel uitmaken. Onze roeping en taak blijft hetzelfde, het bereik is groter. Mijn persoonlijk staan binnen de PKN is door een fase van verbittering gegaan. Na 12 december 2003 en 1 mei 2004 was mijn eerste reactie: ik ga me opsluiten in mijn eigen gemeente.’

En nu?
Ds. Russcher:
‘Je ontdekt dat dat niet de goede houding is. In feite is het een ongeloofshouding, want de kerk blijft het lichaam van Christus. Een collega zei: “Ik zou het verschrikkelijk vinden als ik de kerk zou verlaten en me daarna zou omdraaien en zou zien dat de Heere nog in die kerk werkt”’ En dat laatste gebeurt.’
Ds. Den Boer: ‘Het zou mooi zijn als er een geestelijk ontwaken komt.’

Open houding
Hoe ziet u de toekomst van de Bond?
Ds. Russcher: ‘Voor de toekomst van de GB hoop ik dat we de tegenstellingen te boven komen. Op een gegeven moment zijn er preekcircuits ontstaan. Is dat niet een uiting van vleselijk denken onder ons? Je hoopt dat die verkokering wordt doorbroken. En laten we ook eerlijk zijn. In het verleden hebben we soms te stigmatiserend en generaliserend over de Gereformeerde Kerken gesproken, alsof dat in zijn geheel een vrijzinnig kerkverband is. Ook in delen van die kerken is het gereformeerde belijden bewaard gebleven. Een belangrijke vraag is welke houding we aannemen tegenover het Confessioneel Gereformeerd Beraad (CGB), dat verbondenheid voelt met de GB. Een aantal predikanten daaruit is inmiddels tevens lid van de Gereformeerde Bond. Ik pleit voor een open houding. We moeten schouder aan schouder staan. Dat is een van de uitdagingen voor de komende tijd.’
Ds. Den Boer: ‘Laat ons elkaar bemoedigen en voor elkaar bidden, vooral voor het opgroeiende geslacht dat moet zien te leven op de puinhopen van de verziekte samenleving.’
Ds. Russcher: ‘Vanuit de gereformeerde traditie hebben we onze jongeren wel veel te bieden. Maar hoe vertolk je het goud van de gereformeerde belijdenis? Het is mooi als jongeren mensen uit de gemeente kunnen noemen, in wie ze iets proeven van het bevindelijke geloof. Er is veel behoefte aan identificatiefiguren.’
Ds. Den Boer: ‘Mijn gebed is dat zij die bleven tot een doorbraak in hun geestelijk leven komen en daardoor anderen tot jaloersheid verwekken.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2006

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's

Een zuurdeeg in de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2006

De Waarheidsvriend | 14 Pagina's