Hoop vanwege een trouwe Koning
UITGAVE VAN APPÈLKRING KERKELIJK BELIJDEN
Tijdens het lezen van de acht hoofdstukken van Christus, onze Hoop kwam regelmatig in mijn gedachten de opmerking die iemand in de gemeente maakte in de jaren 2003-2004. Hij gaf steeds te kennen: ‘Wie weet wat God nog voor goeds kan werken, zelfs als de vereniging van kerken een feit wordt!’ Inmiddels zijn we een aantal jaren verder. We leven in tijden waarin keer op keer de synode beleid moet bijstellen vanwege afnemende betrokkenheid van leden in de kerk. Toch is er ook een andere beweging. Velen blijven betrokken. Deze betrokkenheid komt tot uiting in het boekje Christus, onze Hoop, verschenen onder redactie van drs. P.J. Vergunst.
Ontstaansgeschiedenis
Het boekje is ontstaan uit de appèlkring ‘kerkelijk belijden’. Voor het eerst liet deze kring van zich horen met Pinksteren 1989, voor de tweede maal rond Pinksteren 1997 en voor de derde maal met Pasen 2005. Deze kring bestaat uit leden van de Confessionele Vereniging, het Confessioneel Gereformeerd Beraad, het Evangelisch Werkverband en de Gereformeerde Bond. Het appèl is ondertekend door de besturen van de genoemde organisaties en vorig jaar verstuurd naar alle (2550) kerkenraden binnen de Protestantse Kerk. In de septembervergadering van 2005 werd het appèl besproken door de synode. Twee weken geleden, net voor Pasen 2006, verscheen de tekst in boekvorm, nu vergezeld van een aantal korte artikelen, die het appèl nader toelichten.
Opbouw
De inhoud van het boek begint met de integrale tekst van het Paasappèl 2005. Daarna komt in elk hoofdstuk een deel van de tekst van het appèl terug met een nadere toelichting en uitwerking. Opvallend is hoe mooi de hoofdstukken op elkaar aansluiten. Dat spreekt voor zich, omdat de tekst van het appèl in alle opzichten staat als een huis. Aan het slot van elk hoofdstuk staan gespreksvragen, die de doordenking of bespreking van het gebodene vergemakkelijken.
Inhoud
Wanneer ik de inhoud van het geschrift samenvat, komen twee woorden bij mij boven. Ootmoed en stelligheid. Het appèl zelf geeft dit al aan. Het huidige leefklimaat ‘raakt ook ons. Wij staan net zo goed bloot aan de invloed van de geest van de tijd’. Anderzijds: ‘Toch willen we de tijdgeest weerstaan’ en wel vanuit het vertrouwen in de vernieuwende kracht van het evangelie. Christus is onze Hoop.
Hoofdstuk 1, van de hand van ds. A.S. Rienstra, verklaart de naam Christus. Als een rode draad licht de belijdenis van Heidelberger Catechismus op.
In het tweede hoofdstuk omschrijft ds. J. Eschbach trefzeker in welke tijd we als kerk leven, maar ook hoe in de kerk de geest van de wereld naar voren treedt. Hij steekt de hand in eigen boezem. Het thema van het boek komt sterk naar voren, wanneer hij schrijft dat kerken die groeien per definitie kerken zijn die de naam van Christus hooghouden. Ook roept hij op tot durf om tegendraads te zijn in een cultuur van hedonisme en relativisme.
Aansluitend verwoordt ds. H. van Ginkel wat de stijl van de koning Christus en Zijn Rijk is. Het gaat in het Koninkrijk van God niet om het opzienbarende zoals bijvoorbeeld het mediagenieke. Het gaat in dit Koninkrijk om het kleine, het verborgene. Anders gezegd: het zwaard is niet in Christus’ hand, maar gaat uit Christus’ mond.
In hoofdstuk 4 schrijft ds. R.H. Kieskamp over het werk van de Heilige Geest. Dit is een prachtig hoofdstuk met een prachtige stijl, zoals ieder die de schrijver kent dat van hem gewend is. Om één zin te citeren: ‘Nodig hebben we een vernieuwende doorwaaiing met de Heilige Geest, opdat we uitgepeld uit alle mogelijke tijdgeesten, ingesponnen raken door de Heilige Geest.’
Aansluitend volgt van ds. E.S. Klein Kranenburg een hoofdstuk over de Rechter die Redder is. Hij begint met twee persoonlijke ervaringen en schrijft vervolgens op pastorale toon over het oordeel. Kort en bondig vat hij samen wat L.M. Vreugdenhil, H. Berkhof en A. van de Beek schreven over deze moeilijke materie waar het zo nauw luistert als we erover spreken. Onder andere de volgende vragen komen aan de orde: durven we nog over het oordeel te spreken? Hoe ga je om met gemeenteleden die hun zorgen uiten over kinderen ‘die er niet meer aan doen’? Wat te zeggen tegen hen wier ongelovige partner is overleden? Deze existentiële vragen worden belicht tegen de achtergrond van de woorden uit het Paasappèl. Met name hen die met deze vragen worstelen, maar ook in het bijzonder ambtsdragers zullen in dit hoofdstuk veel goede handreikingen vinden.
Ds. D. Westerneng schrijft over de lofprijzing (hoofdstuk 6). Hij pleit voor een verantwoorde liedkeuze, waarbij we kritisch zijn op liedteksten. Ook breekt hij een lans voor herkenbaarheid van de liederen. Het zou ook goed zijn, zo geeft hij aan, wanneer de keuze van de liedbundels bij de synode berust. Mijns inziens in deze tijd van eindeloze liturgische verwijding een treffende opmerking.
In hoofdstuk 7 verwoordt ds. L. den Breejen dat we moediger zouden moeten zijn in het belijden van de Naam van de Heere Jezus Christus. Het belijden van Christus’ Naam staat mooi in een beleidsplan, maar hoe is het in het gewone, dagelijkse leven?
Ten slotte vinden we in hoofdstuk 8 (schrijver ds. W. Markus) een korte impressie van de bespreking ter synode.
Bruikbaarheid
Het boek is zeer geschikt voor persoonlijke doordenking van het Paasevangelie. Daarnaast leent het zich voor bespreking in (kleine) kring, onder andere door de gespreksvragen. Ook voor bezinning op kerkenraadsvergaderingen kan het zijn nut bewijzen. Ook denk ik dat het ouderlingen veel biedt voor het werk door de weeks in hun wijk(en) en ’s zondags bij het gesprek in de consistorie rond de prediking.
Slotgedachte
We begonnen met een vraag of opmerking: ‘Wie weet wat God nog voor goeds kan werken, zelfs als de vereniging van kerken een feit wordt’. Eigenlijk was het een belijdenis van hem die deze woorden uitsprak. Waarom deze belijdenis? Omdat Christus leeft! Omdat Hij onze Hoop is! Er is hoop voor de kerk, niet vanwege de appèlkring of de organisaties die zij vertegenwoordigen, maar wél vanwege de Heere onze God. Het appèl was en is bedoeld voor alle gemeenten die samen de Protestantse Kerk vormen, maar ook voor andere gemeenten en kerken. We wensen deze vernieuwde uitgaaf van het Paasappèl met daarbij de uitleg in Christus, onze Hoop een ruime ingang in gemeenten en kerken toe.
N.a.v. P.J. Vergunst (red.):
Christus, onze Hoop. Het Paasappèl toegelicht.
Uitg. Groen, Heerenveen; 93 blz.; € 9,95.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 april 2006
De Waarheidsvriend | 14 Pagina's