De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

Bij de herdenking van het 100-jarig bestaan van de Gereformeerde Bond afgelopen zaterdag in de Jacobikerk in Utrecht werd een boek gepresenteerd onder de titel Uw Naam geef eer (uitgave Boekencentrum, Zoetermeer). Uit de bijdrage van drie auteurs (in totaal dertien) geven we een fragment.

Dr. G.H. van de Graaf over De Gereformeerde Bond en het kerkelijk denken:

KERKELIJK DENKEN IN DE GEMEENTE
Vertrouwdheid met de hervormd-gereformeerde gezindte heb ik van huis uit meegekregen. In het begin van de jaren vijftig verhuisde ons gezin van Kinderdijk naar Rotterdam-Zuid. Ik herinner mij nog levendig hoe enige tijd na onze verhuizing de niet-bondse wijkpredikant bij ons op welkomstbezoek kwam. Mijn moeder voerde een diepgaand gesprek met hem, maar pas toen hij vertrok, kwam bij de deur haar hoge woord eruit: 'Dominee, kunt u mij misschien ook zeggen bij wie ik mijn kinderen op catechisatie kan doen?' Nog zie ik de pretoogjes van die dominee, toen hij zei: 'Ik denk dat ik begrijp wat u bedoelt. U zult, denk ik, bij dominee Schroten moeten zijn. Maar ze zijn bij mij op de catechisatie natuurlijk ook altijd welkom!' Mijn moeder bedankte hem en toen zij de deur achter hem dichtdeed, zei zij, met enige verbijstering in haar ogen en meer in zichzelf dan tegen mij: 'Hij heeft gelijk! We behoren toch tot de kérk! Het is het beste als ze gewoon in de eigen wijkgemeente op catechisatie gaan!' Dat betekende niet dat zij van het ene op het andere moment bepaalde geloofsinzichten en principes opgaf. Het betekende wél dat zij met haar geloofsbeleving en inzichten op een andere post in de kerk terechtkwam dan tot dan toe. Namelijk in de volle breedte en ruimte van de kerk.
Het gevolg daarvan was overigens niet dat we als gezin sindsdien niet meer met de Gereformeerde Bond in aanraking kwamen. Het was in de jaren vijftig en zestig van de twintigste eeuw in Rotterdam-Charlois regel dat de predikanten frequent in de diensten in de verschillende kerkgebouwen rouleerden. Zodoende kwam ik vaak in aanraking met de prediking en het dienstwerk van dr. H. Schroten. De ernst en de grote diepgang waarmee hij de gemeente het Woord van God uitlegde en verkondigde, hebben blijvende indruk op mij gemaakt.

Ds. H.J. Lam over De Gereformeerde Bond en de katholiciteit' (met aandacht voor O. Noordmans):

ZELFONDERZOEK
Wellicht is er dit aan de hand: juist omdat de Bond een aan de kerk min of meer wezensvreemde organisatie is, gericht op de waarheid van het evangelie, zal het al gauw nodig zijn dat hij door anderen herinnerd wordt aan de eenheid en de katholiciteit der kerk. Daarom dienen we ons taxaties als van Noordmans terdege aan te trekken en nopen ze ons telkenmale tot zelfonderzoek. Verbreiding en verdediging van de waarheid, in dit ondermaanse ten enenmale nodig, kan licht leiden tot het bouwen van een burcht waarvan de schare op z'n best denkt: 'Hoe komen we daar ooit binnen?'
Tegelijkertijd is het echter frappant dat gemeenten die heden ten dage 'volkskerkelijk' functioneren en waar kerk en schare elkaar nog weten te vinden, veelal GB-gemeenten zijn. Is de oorzaak daarvan een zeker conservatisme? Ten dele. Het heeft ongetwijfeld ook te maken met verwerking van Hoedemakeriaanse gedachten, waardoor het besef dat de kerk katholiek is, gegroeid is. Omgekeerd, waar een andere modaliteit zich inzet voor de eenheid, de katholiciteit en de apostoliciteit der kerk, kan dat - voor men er erg in heeft - ten koste gaan van het besef dat de kerk in deze wereld ook een burcht moet zijn die wél ommuurd is. Anders loopt de schoot der kerk gevaar en schiet haar taak als moeder er bij in. (...)

Ooit schreef Noordmans: Wij kunnen ons niet de weelde veroorloven, in een tijd van massale afval, elkaar op het onvoordeligst te nemen.' Die weelde heeft hij zichzelf in principe niet gegund. Zijn houding ten opzichte van de Gereformeerde Bond is de uitzondering die de regel bevestigt. Nu wij als leden van de Protestantse Kerk aan het begin van een nieuwe eeuw van onze beweging staan, doen wij er op onze beurt goed aan zijn gezegde in praktijk te brengen. Toen Noordmans stierf, schreef de Waarheidsvriend een waarderend 'In memoriam', waarin hij getekend werd als iemand 'van een eigen stijl, maar gevormd door het machtige Woord Gods, (...) maar niet minder in de genade des Geestes, uit de kerkvaders, uit Calvijn, en zovele anderen.' Hij mag geplaatst worden in de rij der 'grote mannen'.
Zo willen we, als mensen van de burcht, in de leer gaan bij Noordmans, de man van de schoot. Dat zal niet altijd eenvoudig zijn. Maar is kerk-zijn geen kerk-zijn op gebroken wijze, in kruisgestalte, vlakbij de Gekruisigde zelf? Rond zijn kruis valt licht. En dat is een gezegende plek.

Prof.dr. F.G. Immink over De Gereformeerde Bond en de prediking:
Graafland heeft in 1965 kritiek geleverd op de beschrijvende bevindelijke prediking en was van mening dat de prediking veel directer van toon moet zijn. 'Werkelijk bevindelijk preken is het Woord Gods zo tot de mens brengen, dat hij er niet meer onder uit kan. De genade,' zo zegt Graafland, 'is niets anders dan Gods goedgunstigheid jegens de mens. Welnu, die kan niet beschreven worden als een hoedanigheid in de ziel en het geestelijke leven kan niet in allerlei stadia uiteengerafeld worden als een soort pastorale psycho-analyse. Volgens hem is dat niet schriftuurlijk en niet Calvijns. De prediking mag de horende mens niet passief laten. Dat doet de beschrijvende prediking wel. De prediking dwingt tot een beslissing, zo zegt hij. Ik denk dat het probleem niet primair ligt in de tegenstelling beschrijvend-appellerend. Ook ben ik er niet van overtuigd dat het beschrijvende karakter voortkomt uit een mystieke versmalling of het gevolg is van een gerationaliseerde bevindelijkheid. Graafland meent dat de preek een directe en praktische gerichtheid dient te hebben en moet dwingen tot een beslissing. Op dit punt denk ik nu juist dat er ruimte en vrijheid nodig is in de interactie tussen predikant en gemeente. De prediking heeft immers ook iets indirects, heeft de vorm van een onderwijzing die gepaard gaat met reflectie en bezinning. Een beschrijving, ook een beschrijving van de moeite en de weerstand die we hebben, kan juist ruimte scheppen voor de activiteit van onze geest en de Heilige Geest. Wellicht ligt het probleem meer op het vlak van het spanningsveld tussen heilshistorie enerzijds en heilsorde anderzijds. Het beschrijvend bevindelijke type legt vaak eenzijdig de nadruk op de weg der bekering. Toch zal elke stijl van bevindelijke prediking mijns inziens oog moeten hebben voor de moeite die een mens kan hebben met de verkondiging. Het kan zijn dat we niet tot overgave kunnen komen. Zelfs als we het belofte-karakter onderstrepen, zullen we toch recht willen doen aan menselijke gestalten als verlangen, bekommernis, vertwijfeling en hoop? Van Ruler zegt terecht: 'Men zal in de prediking aan de mens de speelruimte - die een worstelruimte is! voor de bevinding moeten laten.' Anders is het gevaar groot dat we geestelijk geweld op een mensenziel uitoefenen!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2006

De Waarheidsvriend | 25 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 april 2006

De Waarheidsvriend | 25 Pagina's