De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De prediking het geheim

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De prediking het geheim

HERDENKINGSREDE VÓÓR DE KERK… [ 1 ]

7 minuten leestijd

Tijdens de herdenking van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond, op 22 april in de Utrechtse Jacobikerk, hield dr. G. van den Brink de herdenkingsrede Vóór de kerk. Honderd jaar Gereformeerde Bond en verder, die we in drie afleveringen in ons blad plaatsen.

Deze week bestaat de Gereformeerde Bond honderd jaar, en daar staan we dezer dagen bij stil. We vieren het niet echt, alsof het iets feestelijks zou zijn. Het bestuur heeft wel even serieus overwogen koningin Beatrix uit te nodigen, zoals de Protestantse Kerk dat deed op de dag dat zij ontstond; of premier Balkenende, zoals bij het 25-jarig bestaan van de Bond de voormalige en latere premier Hendrik Colijn sprak. Wanneer sociologen gelijk hebben dat de Bond momenteel tussen de 400.000 en 500.000 Nederlandse burgers vertegenwoordigt, dan zou enige publieke aandacht bij dit eeuwfeest nu eenmaal niet misstaan. Er zijn kleinere groepen in de samenleving die bij gelegenheid een item in het acht-uur Journaal krijgen. Maar wij zijn daar niet op uit.
Het bestuur heeft overwogen om dan toch minstens een essaywedstrijd uit te schrijven, of een tentoonstelling in te richten rond honderd jaar Gereformeerde Bond, wat natuurlijk heel aardig en leerzaam zou kunnen zijn. Ook daarvan is echter afgezien. Zoals alle eerdere jubilea van de Bond herdacht werden met sobere bijeenkomsten en een enkele herdenkingsbundel, zo ook deze. Zelfs een ambtelijke dienst leek ons ditmaal te veel van het goede. Soberder nog dus dan voorheen herdenken wij, gezien de velen die tot voor kort bij ons hoorden, maar die dit jubileum niet meer met ons meemaken. Bovendien behoort de Bond tot het zeldzame type verenigingen dat zijn eigen opheffing nastreeft, en het spijt ons dat het daar ook de afgelopen tijd nog altijd niet van kon komen. De doelstelling van de Gereformeerde Bond is immers niet bereikt. Weliswaar is de kerk in een aantal belangrijke opzichten ten goede veranderd de afgelopen eeuw – denk alleen maar aan het herstel van haar belijdende karakter halverwege de eeuw. Maar het ideaal van de oprichters indertijd: het herstel van een voluit reformatorische kerk, dat is nog bij lange na niet bereikt. Sterker nog, dat lijkt soms verder weg dan ooit. Nooit eerder was de afkalving van de volkskerk zo groot, nooit eerder de versplintering van de gereformeerde gezindte zo schrijnend.

Gedenken
Daarom vieren wij dit jubileum niet, alsof het iets feestelijks zou zijn. Maar wij staan er wel bij stil. Of met een bijbels grondwoord: wij gedenken het. Dat wil zeggen: we brengen ons de achterliggende eeuw te binnen. En we stellen enkele vragen:
Wat heeft het ons gebracht?
Wat is daarin wezenlijk geweest voor de Bond?
Wat is van daaruit voor de toekomst van belang?
Deze drie. Zo gedenken we honderd jaar GB. En we doen dat ondanks alle verlies en verdriet van de afgelopen tijd, in dankbaarheid. Wij ‘somberen’ dus niet, zoals Trouw al bij voorbaat meende te weten. Nee, wij gedenken in dankbaarheid. Want als we letten op wat honderd jaar GB ons gebracht heeft, dan hebben we nochtans veel reden om te ‘gedenken hoe voor dezen / ons de HEER heeft gunst bewezen’. En juist nu we na 1 mei 2004 verscheurd achterbleven, hebben we het misschien ook wel meer dan ooit nodig ons die bewijzen van Gods gunst te binnen te brengen. Met het triomfalisme en de hooghartigheid die ons in het verleden helaas niet altijd vreemd waren, zijn we immers wel hardhandig aan een eind gekomen. Als we ons al ooit ergens op konden beroemen, dan nu niet meer. Het ging allemaal niet zoals we zo vurig hoopten. Integendeel: het ergste scenario werd werkelijkheid. Een gescheurde bond, maar wat veel erger is: een voor de zoveelste maal gebroken kerk. Wij doen niet alsof dat allemaal niet gebeurd is, en we de pijn ervan vandaag niet meer zouden voelen.
Maar in zo’n situatie komt het er des te meer op aan te blijven zien op wat desondanks ontvangen werd. Daarom gedenken wij juist nu in dankbaarheid. Want wanneer we de dingen vandaag bezien in het perspectief van een volle eeuw, wegen de laatste twee jaar dan op tegen de voorafgaande achtennegentig? Dat zou denk ik niemand kunnen volhouden. We staan er dezer dagen bij stil, hoe het na Afscheiding en Doleantie in de negentiende eeuw met het gereformeerd belijden in de Hervormde Kerk niet volstrekt gedaan was.
Waar vele gereformeerden die zich losgemaakt hadden geen cent meer om die kerk gaven, bleven hun geestverwanten die haar niet kónden loslaten, niet ongezegend. Aanvankelijk waren ze niet erg talrijk. De GB werd in 1906 opgericht door slechts een handjevol predikanten en naar verhouding nog minder gemeenteleden. Tot verbazing van velen namen zij echter toe in aantal en overtuigingskracht. Uit allerlei gemeenten kwam er vráág, niet naar de Bond als vereniging, maar wel naar de reformatorische prediking waar de Bond voor stond. De plaats waar ik zelf opgroeide, Nijkerk, is er een vroeg voorbeeld van de plaats waar ik nu woon, Woerden, een wat later. Maar zo zijn er veel meer voorbeelden te noemen. Zelfs hele streken in ons land (ik denk bijvoorbeeld aan de Alblasserwaard) kwamen door een hernieuwde reformatorische prediking tot verdieping van geestelijk en kerkelijk leven. Zo kwamen er honderden GB-predikantsplaatsen.
En mocht iemand menen dat het allemaal toch vooral een provinciaals gebeuren is, laat hij dan eens rondkijken in de grote en middelgrote steden. Ook daar zien we in oude monumentale binnenstadskerken ’s zondags steeds vaker hervormd-gereformeerde gemeenten samenkomen. Geen grote gemeenten vaak, wel vitale. Dat heeft niets te maken met vermeende acties vanuit het spreekwoordelijke bolwerk dat de gereformeerde bondsorganisatie heet te zijn. Het heeft helaas meer te maken met de innerlijke verzwakking en uitholling van de gemeenten die vanouds in deze kerken samenkwamen. Maar toch. Verder kwam al vroeg hervormd-gereformeerd jeugdwerk van de grond, werk dat momenteel een duidelijke uitstraling heeft naar andere sectoren van de kerk. En de nog oudere Gereformeerde Zendingsbond groeide uit tot de grootste zendingsvereniging in ons land, met de meeste uitgezonden werkers, die ons als bonders, van huis uit een toch wat in onszelf besloten volk als we zijn, zicht gaven op de wereldkerk. Wie dit alles honderd jaar geleden had voorspeld, zou vreemd aangekeken zijn. Daarom zien we vandaag om in dankbaarheid voor alles wat ontvangen werd. En wij zullen, 'in plaats van bitt’re klacht, dáárvan spreken dag en nacht'.

Prediking
Nu kunnen we natuurlijk zoeken naar sociologische verklaringen voor de groei en doorwerking van de Bond, en die zullen er ook vast wel zijn. Maar het eigenlijke geheim zou ons daarmee wel eens kunnen ontgaan. Dat is namelijk gelegen in de reformatorische prediking van zonde en genade, van kruis en opstanding waar de Bond voor wil staan. Die prediking raakt immers het hart, en is ook op het hart van ons mensen gericht (dat was precies het vernieuwende van de Reformatie). Het is geen vrijblijvende boodschap die zich voor kennisgeving laat aannemen, maar een boodschap die ons leven van binnenuit wil omzetten en vernieuwen. Welnu, ondanks het feit dat die boodschap ook in ‘onze’ preken vaak maar zo gebrekkig verwoord werd, heeft God deze willen zegenen. ‘God zegent Zijn eigen Woord,’ zei ds. G. Boer indertijd. En nog altijd gaat dat door.
We moeten daar niet minnetjes over doen, ook niet in een tijd van secularisatie. Juist de afgelopen weken deden op vele plaatsen in ons land talloze jongeren belijdenis van het geloof, en ze deden het misschien wel bewuster dan wij destijds. Het is ontroerend om nog altijd te zien hoe jongeren op den duur de plaats innemen van hun ouders, in één en dezelfde gemeente, als gemeentelid, naderhand soms ook als ambtsdrager. Natuurlijk zijn er ook onder ons velen die uitvallen, of doorschuiven naar andersoortige kerken en gemeenten, waarbij het gereformeerde en kerkelijke denken veelal losgelaten wordt. Maar in tal van gemeenten zien we nog altijd iets van Psalm 45 oplichten: ‘In plaats van uw doorlucht’ en vrome vaad’ren / zult Gij eerlang uw zonen zien vergaad’ren’. Ik ervaar dat als iets buitengewoon kostbaars. Een heerlijke continuïteit, waarin temidden van allerlei malaise soms even zichtbaar wordt dat de kerk de eeuwen verduurt.

Dankbaarheid dus. Maar dan wel zonder enig triomfalisme of zelfverheffing. Daar zal het om gaan. En dat is ook mogelijk. Zolang we er maar geen successtory van maken. Er is vandaag weinig aanleiding om de Bond te verheerlijken in al zijn weg en werk. Maar er is dus wel aanleiding ons te binnen te brengen wat ons door alles heen gegéven werd – wellicht vaker ondanks dan dankzij ons. Maar toch. Bij alles wat misging, hoopte ons voorgeslacht op God. En daarin werd het niet beschaamd. Daaraan denken wij in verwondering terug.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De prediking het geheim

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's