Huwelijksnood
Er zal wel geen kerkenraad meer zijn die niet weet van huwelijksleed in zijn (wijk)gemeente. Er is vandaag bijna geen familie meer waarin de pijn van de scheiding van een van de kinderen of kleinkinderen niet wordt gevoeld. Pastoraal roept het de nodige zorg en aandacht op binnen kerkenraden. Ik kom op dit thema door een tweetal artikelen van dhr. D. Koole in het orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland, De Wekker.
Koole is zelf ouderling in zijn kerken. In januari dit jaar reageerde hij in een artikel op de suggestie van de ChristenUnie in de gemeenteraad van Veendam om ‘echtelieden die willen scheiden, te verplichten een cursus te volgen om te trachten hun huwelijk te redden’. Hij schreef boven zijn bijdrage Terug naar elkaar?
In De Wekker van 31 maart schrijft hij een vervolg op dat artikel. Hij meldt ongelofelijk veel reacties te hebben ontvangen, anoniem maar ook met vermelding van naam. Mensen belden hem op ‘in allerlei gradaties van huwelijksnood’. Er zijn hem in al die reacties een aantal zaken opgevallen en daarover gaat zijn tweede artikel waaruit ik enkele fragmenten wil citeren.
Om te beginnen is hem opgevallen dat de ‘huwelijksnood in de kerken generaal gesproken niet kleiner lijkt te zijn dan in de seculiere verbanden van de samenleving’. Hij legde een jubilerend ambtenaar van de burgerlijke stand in Den Haag de vraag voor of hij een geloofsovertuiging in huwelijken nog een stabiliserende factor vormt’. Diens antwoord komt er op neer dat die bij een huwelijkscrisis vaak maar een dun vernislaagje blijkt te zijn. Sociale controle binnen een kerkgemeenschap en eventuele kerkelijke sancties willen nog wel eens een vertragende factor vormen, maar geven uiteindelijke geen doorslag.
Wat Koole verder ook is opgevallen, is het feit dat veel kerkenraden niet op de hoogte zijn van wat er allemaal kan spelen in relaties. Men ziet er tegen op om er mee voor de dag te komen. Gezinnen vertonen naar buiten toe een keurige indruk, terwijl er in de werkelijkheid van alle dag sprake is van huiselijk geweld. Ook vrees voor schending van het ambtsgeheim van leden van de kerkenraad en vermoede ondeskundigheid zijn vaak een belemmering om pastorale hulp te vragen. Als Koole in zijn gesprekken vroeg naar oorzaken van de huwelijkscrisis, kwamen er uiteenlopende antwoorden.
De oorzaken van de huwelijksstoornissen waarover de gesprekken gingen waren zeer divers. Ik noteerde te grote dominantie van de man, psychische ontregeling bij één van de partners, seksuele overvraging, tegengestelde culturele interesses, geschillen over de opvoeding van de kinderen en jaloezie vanwege te hechte vriendschap met een ander. In een enkel geval kreeg ik van de vrouw (het waren uitsluitend vrouwen die opbelden) te horen dat men bij de partner vóór het huwelijk al trekken in het karakter had waargenomen waarover men voor de toekomst bezorgd kon zijn. Maar ja, hoe gaat het als men verliefd is en waar vindt men de volmaakte partner.
Koole pleit voor huwelijkscatechisatie ‘voor verliefde en trouwlustige kinderen van de kerk’. Om me heen constateer ik dat daar in veel gemeenten al volop aan gewerkt wordt. Soms is het volgen van zo’n catechisatie zelfs een voorwaarde om tot een kerkelijke huwelijkssluiting te komen.
Wel, als ambtsdragers in hun pastorale werk te maken krijgen met huwelijksproblematiek, hoe dan te handelen?
Voor de ambtsdragers die met huwelijksconflicten te maken krijgen is grote behoedzaamheid om meer dan één reden een belangrijke voorwaarde. In een vroeger of wat later stadium erbij geroepen, mag en moet hij het tot zijn roeping rekenen oorzaken van de verstoorde huwelijksverhouding op te sporen, verwijten zo mogelijk op juistheid en gerechtvaardigheid te toetsen, achtergronden te analyseren en vanuit het evangelie en zijn eigen gezonde inzicht, indien mogelijk remedies tot verbetering aan de hand te doen.
Bij dit alles past de ambtsdrager echter wel een zekere terughoudendheid. In zulke situaties treedt men namelijk over de drempel van discretie, de intimiteit van het leven van de ander binnen. Dat vraagt om een zekere afstandelijke opstelling. Wat kan er achter een gestoorde huwelijksverhouding allemaal niet schuil gaan. Hoe moeilijk kan het niet zijn om daarachter te kijken. In sommige huwelijken hebben de partners er geen moeite mee alles op tafel te leggen, maar soms is men ook uiterst
terughoudend in de aanduiding van wat er aan schort. De verstandige ambtsdrager zal in zulke situaties voorzichtig te werk gaan.
Koole verbindt hieraan het dringend advies kies te zijn in de vragen die je stelt in een gesprek. En verder om behoedzaam te zijn in het al te haastig uitspreken van oordelen en conclusies. Zij kunnen namelijk de loop van het gesprek blokkeren en zich zelfs tegen de ambtsdrager keren, waardoor een verder gesprek soms zelfs niet meer mogelijk is. Kortom, hoe machteloos kun je je voelen.
Overigens bespringt de ambtsdrager, die voor huwelijksconflicten wordt geplaatst, niet zelden een gevoel van onmacht. De destructie kan soms al zo diep ingevreten zijn, dat de beste pogingen om de huwelijkspartners vanuit de noties van het evangelie weer naar elkaar toe te buigen, geen soelaas meer lijken te kunnen bieden. Het is verdrietig soms te moeten constateren dat de kracht van het evangelie daartoe niet meer toereikend lijkt te zijn. Dat gevoel van onmacht kan ook verband houden met een gevoel van onvermogen om op de conflictsituatie op adequate wijze in te spelen. Waar liggen de werkelijke oorzaken van de gestoorde verhouding? Welke invalshoeken moeten voor het gesprek daarover worden gekozen? In welke uitspraken van de Schrift moet daarbij uitgangspunt worden gekozen?
Tot welke grens mag de ambtsdrager gaan in zijn pogingen om een tot in de grond verstoorde huwelijksrelatie bij elkaar te houden en waar houden zijn bemoeienissen op en beginnen die van de arts of psychiater? Wat dit laatste betreft zal elke ambtsdrager erop bedacht moeten zijn dat er bij huwelijksmoeilijkheden medische/psychische indicaties kunnen zijn, die met stichtelijke verwijzing naar de Bijbel niet op te lossen zijn, maar waarvoor aandacht vanuit andere disciplines nodig is. De ambtsdrager die in situaties als deze op verantwoorde wijze wil functioneren, doet er goed aan zich in vraagstukken rond huwelijk en gezin bij bijbels licht te oriënteren. Op het gereformeerde erf is daartoe heel wat voorlichtend materiaal beschikbaar. Daarin is veel te vinden dat voor de ambtsdragers in het gesprek met huwelijkspartners rond hun moeilijkheden, bruikbaar materiaal biedt om echt pastoraal bezig te zijn.
Er zullen wel eens ambtsdragers thuis komen na weer een avond moeizaam praten en luisteren die bij zichzelf denken: waar doe ik het allemaal voor. Hebben al die uren nog wel enige zin? Koole sluit zijn artikel af met bemoedigende ervaringen die soms toch worden ervaren.
Menige ambtsdrager heeft mogen ondervinden dat indringende verwijzing naar het evangelie en het ootmoedige gebed om Gods genadige medewerking twee mensen, wier verhouding door en door te lijden had gehad onder de corrosie van verstarring, verveling en wederzijdse irritaties, elkaar weer mochten hervinden. In een tijd, waarin velen denken dat we met al deze dingen op ons zelf worden teruggeworpen en op eigen oplossingen aangewezen zijn, mag de medewerking van de Heilige Geest soms op verrassende wijze worden waargenomen, ook bij verstoorde huwelijksverhoudingen. Aan het Woord van God wordt in het hart van de betrokkenen dan kracht van argument verleend en het gezamenlijk gebed mag dan beslag leggen. Als God in zulke situaties wijsheid geeft kan de pastorale dienst van de pastor en de ouderling in deze zin tot zegen zijn, dat er van zijn woorden heilzame invloed uitgaat. Men mag dan bevestigd vinden wat in Spreuken 16:23 te lezen staat: ‘Het hart van de wijze maakt zijn mond verstandig en versterkt het betoog op zijn lippen’.
We zijn dhr. Koole dankbaar voor zijn leerzame, verhelderende en bemoedigende bijdrage aan een problematiek die ons allen aangaat en waar we als kerkenraden helaas zo vaak mee te maken hebben.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's