De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Huisgenoten van het geloof

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Huisgenoten van het geloof

BIJBELTEKST BEGREPEN [ 1 ]

4 minuten leestijd

Een aantal weken geleden kondigde de redactie aan dat De Waarheidsvriend in een nieuw jasje zal verschijnen. Daarbij werd ook melding gemaakt van een nieuwe rubriek, een soort bijbelstudierubriek. Er werd een oproep gedaan om vragen naar aanleiding van een bepaalde bijbeltekst in te dienen.

Verschillende lezers hebben aan deze oproep gehoor gegeven. Dat is fijn. Aan collega J.C. Schuurman en aan ondergetekende is gevraagd om op deze vragen in te gaan. Omdat er al een aantal vragen ingediend is, kan het een poosje duren, voordat een bepaalde vraag aan de beurt is. Soms zullen we keuzes moeten maken, omdat niet alle teksten behandeld kunnen worden. Nu moeten de lezers niet denken dat wij altijd het ‘verlossende woord’ ten aanzien van een bepaalde bijbeltekst kunnen geven. Sommige teksten zijn moeilijk of laten verschillende verklaringen toe. Zie deze rubriek daarom meer als een soort ‘gesprek’ met u als lezer. Hopelijk geven onze antwoorden meer duidelijkheid of zetten ze tot verdere bezinning aan.

Wat is het probleem met deze bijbeltekst?
De vraagsteller vraagt zich af wat de betekenis van deze tekst is. Moeten we goed doen aan allen? Of wil Paulus met deze tekst laten zien dat we onze aandacht vooral moeten richten op de medegelovigen, de huisgenoten des geloofs? Wanneer we deze tekst op het eerste gezicht lezen, dan is onze gedachte: Paulus benadrukt hier dat we inderdaad aan alle mensen goed moeten doen. Aan alle mensen, dus we mogen geen onderscheid maken op grond van ras, volk of stand. Aan allen die de Heere op onze weg plaatst en die hulp nodig hebben, moeten we goed doen. Dat kan in stoffelijk opzicht zijn, maar ook in morele zin. Echter, tegelijkertijd zegt Paulus dat deze roeping het eerst en het meest de huisgenoten des geloofs geldt. Maar, en dat is dan het probleem, roept zó gelezen, de tekst niet een grote spanning op? Laat ik een concreet voorbeeld noemen: kan de stichting Agathos (het Griekse woord voor ‘goed’) op grond van deze tekst hulpaanvragen van niet-christenen onderaan de wachtlijst zetten? En als dit zo is, komt men dan niet in strijd met andere teksten uit de Bijbel, bijvoorbeeld uit de Bergrede, waarin er op gewezen wordt om goed te doen aan de ongelovigen, zelfs aan onze vijanden? Bedoelt de tekst daarom wel bovengenoemd ‘onderscheid’?

Een mogelijke andere verklaring
De vraag is: wie worden er met de huisgenoten des geloofs bedoeld? Hierboven gingen we uit van medegelovigen. Maar ik las hierover een andere verklaring, die mij aansprak. Dr. D. Holwerda komt in zijn boek De Schrift opent een vergezicht tot de conclusie dat de Griekse woorden die hier gebruikt worden, ook kunnen betekenen: ‘degenen die zich inzetten voor het geloof ’ of ‘bouwers van het geloof’. En wie zijn dan deze ‘bouwers’? De in vers 6 genoemde leraren. In vers 6 lezen we: ‘En die onderwezen wordt in het Woord, dele mede van alle goederen degene die hem onderwijst’. In onze tekst keert Paulus dan terug naar deze leermeesters. Hen moeten we goed doen. Holwerda wijst voor deze uitleg verschillende motieven aan, die we hier niet alle kunnen noemen. Maar zijn verklaring sluit wel aan bij het tekstverband. Want in vers 6 schrijft Paulus dus dat we goed moeten doen aan de geestelijke leermeesters, in de verzen 7 t/m 9 breidt hij in het beeld van ‘zaaien en oogsten’ dit goed doen uit in algemene zin. Christenen moeten altijd goed doen. In vers 10 trekt hij de conclusie uit het voorafgaande: ‘Zo dan, terwijl wij tijd hebben, laat ons goed doen aan allen (verzen 7 t/m 9), maar het meest aan de ‘bouwers’ van het geloof (vers 6). Kortom, op deze wijze is er in de tekst geen sprake van dat bij hulpverlening de gelovigen vóór de ongelovigen gaan. Nee, er moet hulp geboden worden aan allen maar hierbij moet eerst de aandacht gericht worden op de leraren van de gemeente. Zij mogen niet vergeten worden. Zo krijgt de tekst zowel een diaconaal als een kerkvoogdelijk aspect.

In deze eerste aflevering wil ik ingaan op de tekst: ‘Zo dan, terwijl wij de tijd hebben, laat ons goed doen aan allen, maar meest aan de huisgenoten des geloofs’ (Gal. 6:10).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Huisgenoten van het geloof

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's