Apostel én verrader
EERHERSTEL VOOR JUDAS? [ 1 ]
Op 6 april vond in Washington DC de presentatie plaats van het Evangelie van Judas. De ontdekkingsgeschiedenis en de lange weg die afgelegd is tot aan deze presentatie, is een spannend verhaal.
De codex met daarin dit evangelie samen met enkele andere geschriften dook eind jaren zeventig van de vorige eeuw op in Midden-Egypte onder smokkelaars en louche handelaren, om ongezien weer te verdwijnen. ‘Mooier dan de Da Vinci Code’, zo typeert de Nijmeegse kerkhistoricus prof. Hans van Oort, die nauw bij deze zaak betrokken is, deze geschiedenis. Via de site van de Radboud Universiteit kon ik kennis nemen van de inleiding die hij in Nijmegen hield bij de verschijning van de Engelse vertaling.
Beeldvorming
Het is niet zo vreemd dat deze vondst wereldwijd veel aandacht kreeg. Judas spreekt immers tot de verbeelding. Hij staat bekend als de verrader van Jezus. In de kunst en de literatuur werd zijn beeld met allerlei duivelse trekken hoe langer hoe negatiever getekend. Op de kansel van de Dom van Volterra is Judas afgebeeld, knielend aan de voeten van Christus om het brood te ontvangen. Onder de tafel zit een monster, symbool van de duivel die hem bij zijn voet grijpt. Dante, schrijver van La Divina Comedia (‘Goddelijke comedie’), plaatst Judas, samen met enkele anderen, in de onderste krocht van de hel. Ook het antisemitisme is door dit negatieve Judasbeeld gevoed. Hij was de enige Judeeër onder de leerlingen van Jezus. Zijn naam herinnert aan de Hebreeuwse naam Juda. Vormt zijn verraad niet het duidelijkste bewijs, is vaak gezegd, voor de hebzucht van de Jood? Telkens kom je in de kunst het beeld van Judas als schurk tegen, prototype van de slechterik. De summiere gegevens van de Bijbel plaatsen uitleggers telkens voor vragen. Wat was het motief voor zijn daad om Jezus in handen te spelen van de priesteraristocratie? Geldzucht? Of teleurstelling omdat Jezus een andere Messias bleek te zijn dan Judas verwacht had? Was hij gekrenkt in zijn nationalistische gevoelens? En hoe zit het met zijn berouw? Wat wil de evangelist daarmee zeggen?
En als we de verhalen over zijn levenseinde bij Mattheüs en Lukas in Handelingen 1 naast elkaar leggen, stuiten we op verschillen die zomaar niet glad te strijken zijn. En dan de vraag: hoe moet je zijn daad plaatsen in het geheel van Jezus’ lijdensweg, waarin de Schriften vervuld worden? Vragen te over. Wie zich op dat punt wil oriënteren, verwijs ik graag naar het proefschrift van dr. B. Aalbers, Judas één van de twaalf, die alle passages over Judas behandelt en een haast encyclopedisch overzicht geeft van alles wat er over Judas door exegeten en predikers te berde is gebracht.
Gnostiek
Nu beschikken we over dit apocriefe Evangelie van Judas, dat volgens Van Oort vermoedelijk dateert van vóór het jaar 160. Dat het bestond, was op te maken uit een opmerking van de kerkvader Irenaeus van Lyon. Hij maakt melding van een sekte van de Kaïnieten, die onder meer Judas vereerden. Volgens Van Oort heeft Irenaeus het Judas-evangelie waarschijnlijk niet zelf gelezen, maar de strekking goed begrepen. Want we verkeren met dit evangelie in een andere wereld dan in die van de Bijbel, namelijk de wereld van de Gnostiek. Het gevonden geschrift is nauw verwant aan de beroemde geschriften die in 1945 bij Nag Hammadi zijn ontdekt. De gnostici – een zeer invloedrijke beweging in de Vroege Kerk – keerden zich tegen de hoofdstroom van het christendom. Veelal meende men dat de God van het Oude Testament een mindere God was en dat Jezus de kennis van een hogere God had geopenbaard.
Het woord gnosis betekent ‘kennis’ of zoals de onlangs overleden prof. G. Quispel het op college graag zei: ‘kennisse’. Verlossing is namelijk een zaak van inzicht en verlichting, de ontdekking van je ware Zelf, de bevrijding van de van oorsprong goddelijke ziel uit de stoffelijkheid, de materie van het lichaam. Dat is wel heel iets anders dan de bijbelse prediking van de verzoening van onze schuld door het plaatsbekledend lijden en sterven van Christus. Vandaag de dag is er met name in allerlei New Age-achtige kringen voor deze gnostische leer veel belangstelling. Ik denk dat daar voor een heel deel ook de verklaring ligt van de opwinding die deze vondst in de media opriep. Gnostici hebben, zoals de Kamper hoogleraar Riemer Roukema in Trouw van 12 april opmerkte, de neiging om de bijbelse tekening van figuren die door God bestraft waren, precies om te draaien. De slang in het paradijs, Kaïn, de inwoners van Sodom genoten dan ook de sympathie van vele gnostici, omdat men hen beschouwde als slachtoffers van de vreemde en wrede God van het Oude Testament.
Held en ster
Ook het beeld van Judas is tegengesteld aan dat van de vier canonieke evangeliën. Gold in de hoofdstroom van de christenheid Judas als de man die de joodse leiders getipt had hoe ze Jezus het best konden arresteren, in het Evangelie van Judas wordt hij gezien als Jezus’ leerling bij uitstek, de enige die Jezus echt goed begrepen had en die het beste met Hem voorhad.
Uit de tekstfragmenten die ik onder ogen kreeg, blijkt dat duidelijk. Judas is hier niet de slechterik, maar de held van het verhaal. Jezus zegt in dit evangelie tot Judas: ‘Jij zult alle andere (discipelen) overtreffen. Jij zult de mens offeren, die Mij bekleedt.’ Dat is de voor de gnostiek typerende gedachte van de aflegging van de lichamelijkheid om zo een volstrekt geestelijk leider te kunnen zijn. Door de handelwijze van Judas die meewerkt aan Jezus’ dood, komt de innerlijke mens, Jezus’ ware geestelijke zelf, vrij. Judas wordt dan ook de ster genoemd. Hij is de ware leerling van Jezus. Letterlijk zegt Jezus tot Judas: ‘Kijk. Aan jou is alles gezegd. Sla je ogen op en zie op de wolk en het licht in de wolk en de sterren rond de wolk. Jouw ster is de leidende ster.’
Terwijl de evangelisten van het Nieuwe Testament de verheerlijking van Jezus op de berg vermelden, lezen we in dit Evangelie van Judas: ‘Judas sloeg zijn ogen op en zag de lichtende wolk, en hij ging de wolk binnen.’ Van Oort wijst erop dat we zulke woorden moeten lezen vanuit de mystieke traditie. Maar je moet dan wel zeggen dat we hier in een totaal andere wereld dan in die van de boodschap van het Nieuwe Testament. Dat roept dan direct de vraag op naar de betekenis van deze nieuwe vondst. Helpt het ons om het bijbelse getuigenis over Judas en Jezus beter te verstaan? Ik stel die vraag, omdat er rondom de presentatie van dit gnostisch geschrift op allerlei wijze gesuggereerd is dat we toe zijn aan een eerherstel, een rehabilitatie van Judas. Ik geloof daar helemaal niets van en wil daar graag in een tweede artikel nog wat nader op ingaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's