Taak van de kerkenraad
Seksueel misbruik door de dominee
We kunnen het ons nauwelijks voorstellen: seksueel misbruik door een predikant of door een andere ambtsdrager in de kerk. Toch komt het voor. Naar het proces dat in de kerkenraad na seksueel misbruik plaatsvindt, deed dr. Alexander Veerman, protestants predikant in 't Harde, onderzoek.
Veerman rondde zijn studie af met een promotie aan de Theologische Universiteit van Kampen. Ontredderd gaf hij zijn proefschrift als veelzeggende titel mee. De ontreddering geldt zowel de kerkenraad als de gemeente. Ze is er ook bij andere ernstige overschrijdingen van het ambt, zoals financiële malversaties of misbruik van het ambt in het algemeen. Bij seksueel misbruik is de ontreddering echter zo mogelijk nog groter.
Veerman onderzocht het proces in de kerkenraden in drie gemeenten waar seksueel misbruik door de predikant plaatsvond. Meer kerkenraden werden aangeschreven, maar een aantal kerkenraden was huiverig om onderzoek toe te laten en inzage te geven in de archieven of toe te staan dat gesprekken gevoerd zouden worden met gemeenteleden. In twee gevallen betrof het onderzoek misbruik in een Samen-op-Weg-gemeente, resp. in een groeistad en in een betrekkelijk klein dorp, in het derde geval een gemeente van reformatorische signatuur.
Veerman spreekt van misbruik dat structureel is en niet kan worden afgedaan als losse incidenten. Zo blijkt dat in de Verenigde Staten sprake is van buitenechtelijke seksuele contacten bij 10% tot 19% van de predikanten en van 4% tot 12% bij artsen of therapeuten, welke laatste percentages hoger kunnen zijn omdat ze gebaseerd zijn op zelfrapportages. Schokkende gegevens! Het spreekt vanzelf dat het onderzoek met grote zorgvuldigheid plaatsvond, waarbij de integriteit van alle betrokkenen voorop stond. Veerman onderzocht de kerkenraadsarchieven en sprak met uit elk van de drie gemeenten dertien geselecteerde personen. In dit artikel richt ik me vooral op de hoofdstukken 3 - 5, die de reconstructies weergeven van het proces in de kerkenraden van de betreffende gemeenten, en op enkele overwegingen die dr. Veerman in het laatste hoofdstuk geeft.
Spanningen
Melding van seksueel misbruik door de predikant was voor alle drie kerkenraden schokkend. Men reageerde vertwijfeld, vol ongeloof: Is het wel waar? De klaagsters waren in eerste instantie anoniem en een onterechte beschuldiging kon grote gevolgen hebben voor zowel de gemeente als voor het functioneren van de predikant. Bovendien kwamen de meldingen pas enkele jaren na het misbruik, omdat de slachtoffers grote aarzelingen hadden om het misbruik naar buiten te brengen vanwege het vertrouwen dat de predikanten genoten.
Daarbij kwamen spanningen binnen de kerkenraden, omdat het moderamen vanwege het vertrouwelijke karakter van de meldingen niet alles kon zeggen. Bovendien wisten kerkenraadsleden weinig af van seksueel misbruik en hadden zij het gevoel dat zij totaal niet toegerust waren om op de juiste te wijze te reageren. Aan de andere kant was er, vanwege de intensiteit van de problemen en de gezamenlijke verantwoordelijkheid, ook sprake van grote onderlinge verbondenheid.
Spanningen waren er ook naar de gemeente toe. Hoe moest, gezien het ambtsgeheim, de gemeente worden ingelicht, terwijl men rekening had te houden met de integriteit van de slachtoffers? Met klem werd er op aangedrongen absolute geheimhouding te betrachten, ook naar de eigen echtgenoten toe, terwijl er in de gemeenten allerlei geruchten waren. Ingrijpend was het als de predikant ontkende schuldig te zijn of sprak van een relatie met wederzijds goedvinden (alsof dat minder ernstig zou zijn) en, toen de feiten niet ontkend konden worden, alledrie predikanten het misbruik bagatelliseerden.
Gemeente en kerkenraad
De reacties van de gemeente op schorsing voor bepaalde tijd van de predikanten door de visitatoren, waren divers. Polarisatie dreigde, waarbij sommige gemeenteleden het opnamen voor de predikant, anderen voor de kerkenraad, weer anderen zich keerden tegen de uitspraak van de visitatoren en het beleid van de kerkenraad of met de beschuldigende vingers naar de slachtoffers wezen, wier namen de kerkenraad om privacy redenen niet kon noemen. Er verschenen er berichten in de regionale pers, terwijl de kerkenraden niet via de media wilden en konden reageren. Ook op belegde gemeentevergaderingen kon men, vanwege de privacy van de betrokkenen, niet anders dan uiterste terughoudendheid betrachten. Een aantal gemeenteleden wees op vergevingsgezindheid (‘Zelfs Jezus vergaf aan het kruis een zware crimineel’, en: ’Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’), terwijl van vergeving zonder schuldbelijdenis en berouw, ook naar de beschadigde vrouwen toe, geen sprake kon zijn. De kerkenraden konden vaak niet anders dan de procedures, die helaas soms erg lang duurden, uitleggen en de gemeente voorhouden dat men niet alles kon zeggen, waarbij men de gemeente herhaaldelijk opriep tot eensgezindheid en tot gebed.
Het beeld van de kerk naar buiten toe was door alles wat er gebeurd was, ernstig beschadigd. Een gemeentelid: ’Ik werd op mijn werk en op feestjes aangesproken: Hoor jij bij die kerk?’ Een ander gemeentelid: ’Ik zat in de Evangelisatiecommissie en toen zeiden we: we gaan nu maar even stoppen.' Als we ergens bij mensen kwamen, zeiden ze: 'komen jullie ons bekeren? Jullie moeten eerst maar bij jezelf beginnen. Je kwam gewoon ongeloofwaardig over’. Het beleid van de kerkenraden kon ook niet verhinderen dat een aantal gemeenteleden, met name jongeren en randkerkelijken, een stok had om te slaan en de kerk verliet.
Wat is seksueel misbruik?
De vraag komt op wat precies seksueel misbruik is. Gemeenteleden wilden graag zoveel mogelijk details weten. Is een arm om een zuster van de gemeente heen, om haar te troosten, seksueel misbruik? Kan de predikant ook door een zuster der gemeente, al of niet bewust of met opzet, verleid worden en is hij dan niet meer sláchtoffer dan dader?
Dr. Veerman noemt de mening van een andere onderzoeker, die de schuld zonder meer bij de predikant legt, zonder de verantwoordelijkheid van de vrouw te ontkennen; de verantwoordelijkheid van de vrouw hangt af van de mate van haar kwetsbaarheid. Vooral wijst Veerman op de machtsongelijkheid, met name in een situatie waarin een gemeentelid door verdriet of andere omstandigheden bijzonder kwetsbaar is. Uit de literatuur blijkt dat slachtoffers dikwijls het gevoel hebben niet over de mogelijkheden te beschikken om de seksuele contacten te stoppen. De dominee is immers een vertrouwenspersoon. Veerman zegt: 'Macht is ‘dienende macht'. Herhaaldelijk spreekt hij dan ook van grensoverschrijdend gedrag en misbruik van het ambt, waardoor de centrale noties van kerk en ambt, namelijk geborgenheid, heiligheid en veiligheid, in ernstige mate geschonden worden. Veelzeggend is dat een van de kerkrechterlijke uitspraken was dat de predikant ernstig had gezondigd tegen het vijfde gebod (misbruik van het ambt), het zesde gebod (psychische beschadiging van het slachtoffer) en tegen het zevende gebod (echtbreuk).
Het kostte de kerkenraden veel tijd en energie om het geschonden vertrouwen en de rust in de gemeenten te herstellen. Aan allerhande dingen kwam de kerkenraad niet toe, waardoor bepaalde facetten van het werk stagneerden. In enkele gemeenten speelde ook de financiële last een grote rol, als men verantwoordelijk bleef voor het salaris van de predikant, terwijl er veel extra kosten waren voor zijn vervanging.
Belangrijk was de hulp van de meerdere vergaderingen, onder andere de classis, en van degenen die een taak hadden in de visitatie en het opzicht en de tucht. De meeste kerkenraadsleden gaven aan dat zij de procedures van het kerkelijke traject zagen als een voluit geestelijke zaak.
Preventie
Er zou veel meer gezegd kunnen worden van dit belangwekkende proefschrift. Zo wijst Veerman naar de verantwoordelijkheid van de predikantsopleidingen om studenten te leren, om te gaan met seksualiteit en intimiteit en pleit hij voor preventie en deskundigheidsbevordering. Wat de kerkenraden betreft komt hij tot de voorzichtige conclusie dat de competentie van een kerkenraad bij misbruik van het ambt vooral ligt op het pastorale vlak, terwijl zaken waarvoor de kerkenraad niet toegerust is, uitbesteed dienen te worden aan daartoe bevoegde instanties.
Het zou goed zijn als er, met name door hen die met de visitatie te maken hebben, kennis genomen werd van deze studie. Jammer overigens dat, uitgezonderd de hoofdstukken waarin de processen in de kerkenraden ter sprake komen, het boek voor het eenvoudige kerkenraadslid weinig toegankelijk is. Wellicht is het mogelijk om tot een vereenvoudigde editie te komen?
Overwegingen
Het boek eindigt met een aantal overwegingen die de leer van de kerk en de gekwetste gemeente aangaan. Veerman sluit zich daarbij nauw aan bij de verschillende bevrijdingstheologieën en neemt het met name op voor gekwetsten en slachtoffers in en buiten de kerk. Als ethisch criterium stelt hij dat de kerkelijke leiding de taak heeft om verantwoording af te leggen van de machtsverhoudingen en stem te geven aan de onderdrukten. Dat is zeker een heel wezenlijk facet. Of dat echter alles is? Ik miste in de studie het facet van de heiligheid van de gemeente, waarop ambtelijke of niet-ambtelijke zonden een ernstige aanslag zijn. Ik denk aan de geschiedenis van Ananias en Saffira, waar sprake is van inbreuk op het leven van de Jeruzalemse gemeente. Ook dominees zijn, evenals andere ambtsdragers, zondaren. Dat doet echter, zeker als dat het ambtelijk functioneren betreft, niet af aan de ernst van het oudtestamentische ‘Weest heilig, want Ik ben heilig’, dat in de nieuwtestamentische gemeente voluit terugkeert (Lev. 19:2; 1 Petr. 2:15-16).
N.a.v. ‘Ontredderd: 'Wat er gebeurt in de kerkenraad als de dominee over de schreef gaat’, door
Alexander L.Veerman.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 380 blz.; € 27,50.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's