De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Spanning tussen goedheid en almacht

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Spanning tussen goedheid en almacht

Niemand kan ten hemel opstijgen

5 minuten leestijd

Beste Roelof,

Je stelt in jouw brief meteen de meest fundamentele theologische vragen aan de orde. Dat geldt ook voor wat je als een voorvraag aangeeft, maar die in feite meteen over de kern gaat: de legitimiteit van onze vraag naar God. De kwestie van de legitimiteit is niet door mij in de discussie ingebracht, maar door Boer. Hij zegt dat de vraag: ‘Is er wel een God?’ illegitiem is, omdat we alleen over God kunnen spreken vanuit Zijn openbaring. Als God zich aan ons openbaart, dan komen we in aanraking met de Heilige en blijft ons als zondaars alleen de vraag over: ‘Hoe krijg ik een genadige God?’ Ik ben het met Boer eens dat we God alleen kennen vanuit Zijn openbaring, maar ik vind dat Boer daaruit niet de noodzakelijke consequentie trekt: dat we God alleen kennen in Christus. ‘Niemand heeft ooit God aanschouwd. De eniggeboren God die in de schoot des Vaders is, die heeft Hem ons verklaard’ (Joh.1:18). Er is geen waarachtige Godskennis buiten Christus om. En in Christus kennen we God in genade en oordeel in één.

Dat wil niet zeggen dat de vraag ‘Hoe krijg ik een genadige God?’ altijd illegitiem is. We kunnen Christus uit het oog verliezen. We kunnen slechts het gericht over ons leven zien. Maar dan zien we niet op Christus, maar op onszelf. Als dat zo is, moeten we de vraag inderdaad stellen. We zoeken Hem die alleen ons redden kan. Maar dan geldt dat ook voor de vraag: ‘Is er een God?’ We kunnen de enige waarachtige God uit het oog verliezen en de wereld als volledig toevallig ervaren. Dan zoeken we Hem die onze enige hoop is en ons uit de leegte redt. In beide gevallen verliezen we God uit het oog, zoals Hij waarlijk is. In beide gevallen missen we Hem. In beide gevallen zitten we er naast en in beide gevallen kan alleen het wonder gebeuren dat God gevonden wordt door hen die naar Hem niet vroegen. Of dat zoeken legitiem of illegitiem is, hangt uiteindelijk af van wat we legitiem noemen, maar het gaat niet aan om het een als het diepste van de geloofsweg te schilderen en het andere als illegitiem Verlichtingsdenken. De vraag van Asaf in Psalm 77 (lang vóór de Verlichting!) is theologisch even ernstig te nemen als de vraag van de tollenaar in de tempel.
Nu heeft deze discussie alles te maken met de kern van ons onderwerp: Gods betrokkenheid op het kwade. Jouw uitgangspunt lijkt helder: God heeft niets met het kwade te doen. Hij is een licht en er is geen duisternis in Hem. Het kwade is juist tegen God. Daarover ben ik volgens jou niet helder.
Als dat zo is, dan moeten we verheldering zoeken en daarvoor dient deze discussie. We zouden kunnen zeggen dat we in het oude dilemma, waarin een spanning wordt gezien tussen de twee belijdenissen ‘God is goed’ en ‘God is almachtig’, op verschillende polen staan. Jij benadrukt de eerste, ik de tweede. Dat roept bij mij dus een wedervraag naar jou op: als je het kwade zo ver van God vandaan houdt, hoe zit het dan met Zijn almacht? Is de zonde Hem dan onverwacht overkomen (of vooruitgezien maar zonder er iets aan te kunnen doen)? Zijn wij of de duivel dan sterker dan God?
Ik denk echter dat het een vals dilemma is. God is inderdaad goed en Hij is inderdaad almachtig. Zo heeft de kerk dat in navolging van de Schrift altijd beleden. Maar het gaat niet aan onze invulling van goedheid en macht daarbij als maatstaf te nemen. God is goed op Zijn eigen wijze en Hij is machtig op Zijn eigen wijze. Er kunnen dingen zijn die wij kwaad noemen en die Hij goed acht. Daarom is het goed om onderscheid te maken tussen het niveau van God en dat van ons. Het is de verleiding door de hele kerkgeschiedenis heen, van Marcion tot Arminius en Berkhof, om die twee te vermengen en dan komen we inderdaad in de mist terecht. God gaat ons ver te boven. Niemand kan ten hemel opstijgen. Filosofisch komen we daarom nooit uit het probleem over de verhouding van goedheid en almacht en kunnen we slechts zwijgen.
Als we willen weten wat ‘goed’ en ‘almachtig’ voor God betekenen, dan weten we dat slechts uit Zijn openbaring. Dat wil zeggen dat we Hem kennen uit de Schrift. Maar ook dan moeten we goed onderscheiden. Jezus zegt dat de Schriften van Hem getuigen. Alles wat geschreven is, wordt vervuld door de Zoon des Mensen. In Hem kennen we dus de goedheid en macht van God: de goedheid van het kruis en de macht van Zijn overgave tot de dood. Die zijn dwaasheid voor de wereld, maar wijsheid van God. Dat is wat geen oog heeft gehoord, wat geen oog heeft gezien, maar God bereid heeft voor hen die Hem liefhebben (1 Kor. 2:9). Daar gaat het niet over de toekomst, maar over de kruisiging.

Daarom is mijn tweede wedervraag aan jou: hoe zie jij openbaring van God buiten Christus om?

Bram van de Beek

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Spanning tussen goedheid en almacht

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's