De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De vraag naar een genadig God

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vraag naar een genadig God

6 minuten leestijd

Beste Bram en beste Roelof

Halve eeuw na de discussie Boer-Berkhof

Op zondag 12 april 1971 wordt kand. R.H. Kieskamp bevestigd tot hervormd predikant in de gemeente Oud-Alblas. Aan de handoplegging wordt onder meer deelgenomen door zijn studiegenoot ds. A. van de Beek uit Lexmond, zelf een jaar eerder bevestigd. Meer dan 35 jaar later beginnen ze een briefwisseling in De Waarheidsvriend – de een inmiddels al vijf jaar met emeritaat, de ander als hoogleraar Symboliek aan de theologische faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam en staflid van het International Reformed Theological Institute. Beste Bram & beste Roelof – hun jarenlange contact rechtvaardigt een elkaar persoonlijk aanspreken.

Vanaf dit nummer vindt u elke twee weken een aflevering van hun briefwisseling waarin ingegaan wordt op twee actuele thema’s: God kan geen kwaad gedogen en Schepping en zonde. Afgesproken is dat zolang de briefwisseling duurt, derden zich in ons blad niet in de discussie kunnen mengen en dat de briefschrijvers in andere media geen toelichting geven.

Red. De Waarheidsvriend

Beste Bram,
Volgens afspraak zullen we een gesprek starten over
A. God kan geen kwaad gedogen en
B. Schepping en zonde.

Om er in te komen, zijn we in onderling overleg overeengekomen dat ik zou beginnen met enkele opmerkingen naar aanleiding van jouw bijdrage op 29 augustus vorig jaar bij de presentatie van het boek over ds. G. Boer, geschreven door dr.ir. J. van der Graaf, met als titel Passie voor het evangelie. In het blad Wapenveld van oktober 2005 had je hierover een discussie met Van der Graaf. Mijn opmerkingen die ik ter inleiding van ons gesprek ga maken, willen die discussie niet overdoen, want ik ben dankbaar voor wat Van der Graaf opmerkte. Wel wil ik enkele accenten leggen.
De discussie met Van der Graaf, maar evenzeer jouw bijdrage bij het verschijnen van het boek over ds. Boer ging over de twee kernvragen die in het jaar 1956 aan de orde kwamen in de bekende Gedachtewisseling tussen ds. Boer en prof.dr. H. Berkhof. Die kernvragen luiden: Is er wel een God?  en: Hoe krijg ik een genadig God? Hierbij stelde Boer dat de vraag of er wel een God is, geen bijbelse vraag is en daarom illegitiem. De Bijbel gaat immers uit van het geloof in God. Met nadruk poneerde Boer dat het gaat om de vraag hoe we een genadig God kunnen krijgen. De schuldvraag stijgt ver uit boven de vraag naar de zin van ons leven. Berkhof vond echter dat zo geen recht werd gedaan aan de velen die worstelen met de vraag of er wel een God is.
Deze discussie tussen Berkhof en Boer heb jij dus weer opgepakt. In grote lijnen heb je hierbij de stellingname van Berkhof verdedigd, al kwam je dichter bij Boer uit dan Berkhof indertijd. Toch kwam je niet zo dicht bij Boer uit als Van der Graaf, die Boer verdedigde. Met name bleef er verschil inzake jouw bewering dat de vraag van Boer (en van Luther): Hoe krijg ik een genadig God? in wezen ook een bijbels illegitieme vraag is. Je beargumenteert dat vanuit de gedachte ‘dat we alleen zinnig over God kunnen spreken vanuit zijn openbaring. Dat betekent dat we alleen over God kunnen spreken in Christus’. Als conclusie zeg je dan: ‘Want hoe kunnen we God in Christus kennen, zonder te weten van zijn genade?’

Boer behoorlijk gekend hebbend en van Luther enigszins wetend door studie, deel ik de mening van Van der Graaf dat het niet kan om te beweren dat deze beide Godsmannen de vraag naar een genadig God bijbels illegitiem gesteld hebben. Het heeft mij pijnlijk geraakt, toen ik vernam dat zowel Boer als Luther hierin fout zou zijn. Niet enkel pijnlijk vanwege respect voor het geloof van beide christenen, maar evenzeer vanwege miskenning van het bijbelse gehalte van de vraag zelf.
Wie de vraag naar een genadig God bijbels illegitiem acht, heeft vergeten dat Calvijn in het begin van zijn Institutie Godskennis in direct verband brengt met zelfkennis. Dus kennis van God en kennis van Christus zijn niet zomaar identiek. De Schrift kent mensen die vanuit Godskennis kermen om genade. We denken aan Psalm 51, Psalm 77, Handelingen 2:37. En ook waar zondekennis ontstaat door zicht op het lijden van Christus, speelt de wet die Christus de vloek doet dragen, een grote rol. Kortom, Christus kennen en Christus kennen is twee. In Christus God leren kennen, wil nog niet zeggen dat de vraag: Hoe krijg ik een genadig God? illegitiem is. Deze vraag is gewerkt door de Heilige Geest, die Gods wet gebruikt als spiegel waarin we ontdekken hoe we zonder genade verloren zijn. Met de bedoeling dat we Christus in het geloof leren omhelzen, zodat we met God verzoend worden.
Hier hangt ook mee samen dat het naar mijn overtuiging niet kan dat je beweert dat we enkel zinnig over God kunnen spreken vanuit Zijn openbaring, dus in Christus. Hieruit maak ik op dat je de openbaring van God laat opgaan in Zijn openbaring in Christus. Dat is echter vreemd aan de Schrift.

Tot zover de aanloop voor ons eigenlijke gesprek. Dat zal ten eerste dus gaan over: God kan geen kwaad gedogen. Het gaat om de vraag naar de oorsprong van het kwaad, dus of God ook schuld heeft aan het kwaad. Mijn gedachte is dat je in deze kwestie niet helder bent. Je wekt de indruk dat God zozeer bij het kwaad betrokken is dat Hij het ook gemaakt heeft. Je zegt dat God het kwade niet kan zien en de zonde niet heeft gewild. Tegelijk beweer je dat God de Schepper is van het lijden en zelfs van de zonde. Daarna ga je dat weer afzwakken door te zeggen dat God het niet heeft gewild. Voor mij wordt het dan een mistig moeras.
Met dankbaarheid heb ik gelezen dat je God niet tot Auteur van de zonde wilt maken. Toch zeg je dat God geen schone handen heeft, dat Hij zelfs het kwade gemaakt heeft en er dus verantwoordelijk voor is en daarom mede schuldig.
Wanneer ik aldus jouw mening over God en het kwaad goed heb weergegeven – en daar ga ik, als ik niet het tegendeel hoor, van uit – dan ben ik benieuwd naar jouw nadere toelichting. Met verwachting zie ik uit naar een heldere reactie.

Roelof Kieskamp

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

De vraag naar een genadig God

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's