Anglicaanse kerk, Afrika en Nederland
In het kwartaalblad voor evangelische theologische bezinning Soteria (23e jaargang, 1-2006) staat een gesprek te lezen dat Koos van Noppen en Teun van der Leer hebben met dr. Benno van den Toren.
Namens de Christelijke Gereformeerde Kerken was hij samen met zijn vrouw ruim acht jaar werkzaam in Centraal Afrika en was hij zelf docent aan de theologische opleiding FATEB, een Franstalige theologieopleiding. Sinds oktober 2005 doceert hij dogmatiek in Wycliffe Hall, het evangelische Angelicaanse theologische opleidingsinstituut. Hij is daar naaste collega van de bekende theoloog Alister McGrath.
De interviewers vragen Van den Toren naar zijn keus voor de Anglicaanse Kerk.
Ik was – en ben – onder de indruk van de vitaliteit van de evangelische beweging in de Anglicaanse kerk, zowel op gemeenteniveau als op wetenschappelijk niveau. Als lid van de hervormde kerk wilde ik graag leren hoe een evangelische traditie en spiritualiteit een plaats krijgt binnen een veel breder kerkelijk verband.
In Engeland heb ik vooral moed gekregen om op een nieuwe manier bezig te zijn met evangelisatie. De ervaringen zetten mijn eigen werkwijze onder kritiek. Tot die tijd was ik heel erg bezig met evangelisatiewerk, binnen De Windroos (het jeugdevangelisatiecentrum van IZB/HGJB), Dabar (campingevangelisatiewerk), evangelisatiewerk in Antwerpen (Linkeroever); maar ik deed het werk met heel weinig verwachting. Eigenlijk deed ik het omdat het moest, omdat ik vond dat het evangelie belangrijk was voor iedereen, maar ik ging er bij voorbaat van uit dat mensen het niet wilden horen. Tijdens toerustingsdagen werden we aangemoedigd het evangelie te delen, maar met de kanttekening dat we niet te hoge verwachtingen moesten koesteren over de respons. Dat werd een soort ‘selffullfilling prophecy’. In ‘Wycliffe Hall’ ontmoette ik veel medestudenten die op latere leeftijd tot geloof waren gekomen. Als zij spraken met buitenkerkelijken, gingen ze er echt vanuit dat die ongelovigen een reëel risico liepen om tot geloof te komen. Ik denk overigens dat die houding nu in Nederland wat veranderd is – maar vijftien jaar leden was die sfeer wel zo.
In Engeland ontdekte ik verder de enorme kracht van de eeuwenoude Anglicaanse traditie, die niet pas begint bij de Reformatie, maar zijn wortels uitstrekt tot in de eeuwen daarvóór. De wortels van de huidige evangelische geloofsbeleving beginnen niet bij Cranmer, Wesley of de charismatische beweging, maar gaan terug tot de Middeleeuwen, zelfs tot de Vroege Kerk.
Wat is daar dan de kracht van?
Het is een combinatie van de eeuwenoude traditie en de Anglicaanse liturgie. Als jong theologiestudent heb ik veel gehad aan de vrijere vormen van liturgie: kringgebeden, vrije gebeden waarin je je hart voor God kon uitstorten. Dat is mooi, omdat je helemaal jezelf kunt zijn voor God. De zwakte daarvan is, dat je eigen gevoelswereld nogal beperkt is. Er is maar een beperkt aantal emoties die ik sterk voelde en uitte in kringgebeden. Dat betekent dat er nog andere emoties zijn, waar ik niet zoveel mee kan in relatie tot God. En als het niet helemaal snor zit met mijn emoties, dan wordt het allemaal wel erg moeilijk.
Het is typisch voor die vorm van evangelische spiritualiteit om dan te zeggen: Op dit moment ervaar ik niet zo veel, ik ga door een droge periode. Als je spiritualiteit vooral uiting is van wat je op een bepaald moment voelt voor God, dan ben je daar ook sterk afhankelijk van. Als je daarentegen kunt terugvallen op een meer vast liturgisch patroon, met vaste gebeden, dan zijn mijn gebeden niet zozeer een uiting van wat er in mij leeft, maar dan gaat mijn innerlijk op den duur staan naar de gebeden.
Verder wordt gevraagd naar zijn werk in Afrika samen met zijn vrouw Berdine. Wat bracht hen daar, in dat werelddeel? Wat hebben ze er geleerd en wat hebben ze er gezien?
Vooral dit: ‘Wat is Nederland toch klein!’ (Homerisch gelach). Ik heb in Nederland vaak discussies gevoerd alsof de toekomst van de kerk ervan afhing. Onzin natuurlijk. God doet elders zoveel verrassende dingen, het christendom is een wereldbeweging, in de dubbele zin van het woord. Het heeft me heel erg geholpen om te zien dat Christus daadwerkelijk bezig is om mensen te vergaren in zijn gemeente, te verdiepen in de relatie met Hem. Je ervaart in Afrika meer een honger naar God. De kerk groeit. Wij trekken vaak misplaatste conclusies vanuit ons beperkte Nederlandse denkraam. Ik sluit mijn ogen niet voor de secularisatietendensen in ons land, maar ik houd daarbij wel in het oog dat die vooral betrekking hebben op Nederland.
Wat doet God in Afrika, wat Hij kennelijk hier niet doet?
Als we geloven dat het de bedoeling van God is om heel de mensheid, de schepping onder één Hoofd, Christus, samen te brengen, zoals Paulus schrijft in Efeze 1, is de huidige ontwikkeling
in Afrika heel belangrijk voor de toekomst van de kerk en voor de toekomst van de wereld. Er komen velen tot geloof ! Het gevoel dat de kerk hoofdzakelijk ‘achteruit kachelt’, is daardoor bij mij afgekalfd. We denken dan echter al gauw: Afrika is de Derde Wereld, in een moderne samenleving als de onze kan diezelfde beweging zich niet voltrekken. Zodra mensen het eenmaal goed hebben, kan het niet meer. Maar, dat is óók niet waar. Kijk maar naar Noord-Amerika, maar ook naar Engeland. In Oxford komen bij de jaarlijkse studentenacties heel veel mensen tot geloof.
Dat moet je toch voor grote vragen stellen? Waar ligt dat aan?
Dat durf ik niet één-twee-drie te analyseren. Ik zie wel wat specifiek is voor ons land: de orthodoxie is veel conservatiever dan in veel andere landen en de vrijzinnigen zijn juist vrijzinniger. Beide groepen zetten zich voortdurend tegen elkaar af. Gemeenten waar het geloof echt leeft, worden daardoor door de omgeving vaak als zo wereldvreemd ervaren dat ze weinig uitstraling kunnen hebben. Er zijn heel veel levende gemeenten. In Sliedrecht, waar ik opgroeide, zaten elke zondag twee keer 1000 (!) mensen in de dienst. Maar die groep is sterk behoudend. Als je zaken anders wilde aanpakken om zo méér rand- of buitenkerkelijken aan te spreken, was er altijd de angst dat we zouden eindigen als de gereformeerden. Dan gaan we ritmisch zingen, daarna worden de gezangen ingevoerd, dan komt de vrouw in het ambt en aan de horizon zien we Kuitert al opdoemen. Dat scenario.
Elders in de kerk zag je een gretigheid om overal maar vragen bij te stellen; alsof dat het nu is. Ze lopen het risico zo mee te gaan met de wereld, dat de boodschap verflauwt. Ik heb de indruk dat er op dat moment meer en meer gemeenten komen met een duidelijke christelijke boodschap, maar die hun best doen de drempels voor buitenstaanders zo laag mogelijk te maken. Deze tegenstelling komt natuurlijk voor een deel voort uit de moeilijkheid het christelijk geloof vorm te geven in een geseculariseerde wereld. In Afrika ontdekte ik hoe vreselijk geseculariseerd ik zelf ben. Alles is daar religieus. Dagelijks hoorde ik verhalen van mijn studenten over boze geesten, wonderbaarlijke genezingen, etc. Ik stelde daar als geseculariseerd mens als vanzelf allerlei vragen bij.
De interviewers vragen of niet ook Afrika binnen enkele decennia zal gaan seculariseren. En heeft het christendom in Afrika niet iets oppervlakkigs. Is het evangelie wel geworteld in Afrika? Een bekend Afrikaans theoloog vroeg eens: wat is de houdbaarheidsdatum van alle indrukwekkende verhalen uit Afrika.
Ja. Maar een groot aantal christelijke leiders in Afrika onderkennen dat probleem inmiddels. Dat besef leeft breed. Het merendeel van mijn studenten studeert met dat verlangen om mee te helpen het geloof van mensen te verdiepen.
Daarbij is in Afrika de theologie niet alleen van belang omdat we in de snelgroeiende lokale kerken amper voldoende voorgangers hebben. Het is minstens zozeer van belang dat we komen tot een contextuele theologie. Te vaak zijn theologische modellen en formuleringen overgenomen uit het Westen, terwijl ze juist moeten leren begrijpen wie Jezus in hun context is.
De volgende vraag zou zijn: Hoe nemen we Europa in die beweging mee? Als in Afrika de toekomst van de kerk ligt, zoals velen menen, moeten we het misschien dáár gaan halen, zoals we er ooit zendelingen heenzonden.
Het christelijk geloof is de enige godsdienst die een wereldwijde beweging op gang heeft gebracht. Niet alleen geografisch, ook cultureel. In alle typen culturen heeft het christendom wortel geschoten. Dat heeft grote consequenties voor de theologie. Dat relativeert de uitdaging van de Verlichting, of het postmodernisme. Het relativeert ook de problemen die ze oproepen. Natuurlijk, wil er toekomst voor de kerk zijn, zul je daar een antwoord op moeten vinden. Maar dan praat je wel over de toekomst in Europa.
Welke evangelische theologie hebben we in ons land nodig?
Een van de zwaktes van de evangelische beweging is dat wetenschappelijke theologie niet zo hoog staat aangeschreven. Als ze zich er al mee bezighoudt, is dat op twee terreinen: die van de bijbelwetenschappen en van de praktische theologie. De systematische theologie wordt verwaarloosd, de dogmatiek, de ethiek, maar ook de kerkgeschiedenis, waardoor evangelischen de neiging vertonen fouten uit het verleden te herhalen.
De dogmatiek speelt echter een belangrijke rol in het leven van de kerk. Naar de bijbelwetenschappen toe biedt ze de leessleutel om de boodschap van de Bijbel op diepte te begrijpen. En ze kan ertoe bijdragen dat we steeds weer geconcentreerd blijven op de realiteit van Christus. Anderzijds nemen, zonder systematisch theologische bezinning in de praktische theologie, allerlei pragmatische overwegingen snel de overhand.
Tijdens de herdenking van 100 jaar Gereformeerde Bond legde dr. G. van den Brink de vinger bij twee gevaren die ons zouden bedreigen: secularisering en evangelicalisering. Daar valt weinig tegen in te brengen. Tegelijk zal ook hij toegeven dat in de wereldkerk de evangelicale beweging, zoals die zich bijvoorbeeld binnen de Anglicaanse Kerk presenteert, veel verwantschap laat zien met de traditie van de Reformatie.
Misschien kan dr. Benno van den Toren eens uitgenodigd worden op een contio van predikanten om uit de doeken te doen hoe hij vindt dat reformatorisch gezinden hun plaats hebben in te nemen binnen bijvoorbeeld de Protestantse Kerk in Nederland. Vanuit de afstand tot de Nederlandse situatie, eerst in Afrika en nu in Engeland, zou dat wellicht tot verrassende inzichten kunnen leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2006
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's