De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Wel alert, niet krampachtig

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wel alert, niet krampachtig

HERDENKINGSREDE VÓÓR DE KERK… [ 3 ]

9 minuten leestijd

Tijdens de herdenking van het honderdjarig bestaan van de Gereformeerde Bond, op 22 april in de Utrechtse Jacobikerk, hield dr. G. van den Brink de herdenkingsrede Vóór de kerk. Honderd jaar Gereformeerde Bond en verder … Vandaag plaatsen we het laatste deel.

We zagen de vorige keer, op welke manier de GB vóór de kerk is, namelijk als ‘aardse ruimte voor de waarheid van het Evangelie’ (H.P. Grosshans). De Bond verlangt hartstochtelijk naar een kerk die zich laat leiden door de passie van Paulus: ‘Wee mij als ik het Evangelie niet verkondig!’ Een kerk die niet wegduikt voor de radicaliteit van Johannes: ‘Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven; maar wie de Zoon ongehoorzaam is, de toorn van God blijft op Hem’. Een kerk, waarin de prediking van Christus Zélf de toon aangeeft: ‘Bekeert u, want het Koninkrijk van God is nabij gekomen’. Geen zuivere kerk waarvan alle leden volmaakt zijn, dat is natuurlijk een utopie. Maar wel een kerk die in al haar officiële uitingen recht doet aan het Woord. In de prediking, in hoe ze met de sacramenten omgaat, in diaconaat en pastoraat, maar ook in hoe ze het kerkelijk leven inricht, in waar ze al dan niet haar zegen aan geeft bijvoorbeeld. Ook op dat laatste punt (de zegening van alternatieve relaties) houden we grote problemen met hoe we het met elkaar geregeld hebben, los van de catholica en naar onze overtuiging ook los van de Heilige Schrift. Ook daarover blijven we dus op de deur kloppen.
Maar kernpunt is en blijft de prediking. Het is al vaak gezegd: de nood van de kerk is de nood van haar prediking. Vandaar dat de Gereformeerde Bond de laatste jaren in zijn toerustingswerk sterk daarop inzet, van tijd tot tijd ook in samenwerking met de IZB. Want, zoals ds. H.J. Lam het kernachtig formuleerde in de recente brochure Naar Christus toe: wat niet gepreekt wordt, wordt ook niet geloofd. Dat lijkt me helemaal waar, en de consequenties ervan zijn verstrekkend. Want wanneer het evangelie niet meer gepreekt wordt als wat het werkelijk is: als aanspraak van Godswege, als boodschap van vergeving in Jezus Christus en van vernieuwing door het werk van de Geest, als krachtig appèl om niet zonder God te leven – dan wordt het evangelie dus ook niet meer geloofd. En dan is de ontkerkelijking niet iets wat ons zomaar overkomt en waar we machteloos tegenover staan doordat de ontwikkelingen zich nu eenmaal tegen ons keren. Dan is er geen enkele aanleiding om in een slachtofferrol te kruipen, zoals maar al te vaak gebeurt; want dan zijn we er gewoon zelf mede verantwoordelijk voor, doordat we onze roeping verzaken. Gezaghebbende historici als James Kennedy laten overtuigend zien dat secularisatie niet maar een proces is van gemeenteleden die het één voor één af laten weten, maar vooral van een prediking die zich aanpast aan wat dan heet ‘de eisen van de tijd’. De Gereformeerde Bond houdt veel te diep van de kerk om daar niet op tégen te zijn.

En verder …
Wat is nu vanuit het verleden van de Bond en vanuit zijn hartstochtelijke betrokkenheid op de kerk van betekenis voor de toekomst? Dat hangt natuurlijk samen met wat er op ons afkomt. Behalve onze opstelling in de Protestantse Kerk zullen denk ik twee processen ons de komende tijd intensiever dan ooit bezighouden, nl. de secularisering en de evangelicalisering. Men hoeft geen profeet te zijn om dat te kunnen voorspellen.
De secularisering, om daarmee te beginnen, mag dan volgens sommigen op haar retour zijn, de ont-kerk-elijking zet zich onverminderd door. Het gaat hier om wat wel genoemd wordt een ‘reizend probleem’. Het zoog indertijd eerst de vrijzinnigheid leeg; momenteel veroorzaakt het de grote kaalslag in het midden van de kerk, we zitten daar middenin, de gevolgen ervan laten zich nog lang niet overzien. En het klopt nu op de deur bij de Gereformeerde Bond. Zullen we ertegen bestand blijken? Hoe zal de Bond er bij een eventueel volgend jubileum uitzien? In elk geval dienen processen die er elders aan voorafgingen zich momenteel aan in hervormd-gereformeerde gemeenten. Op het terrein van de liturgische vernieuwing bijvoorbeeld lijken de cynische stemmen die beweren dat de Bond gewoon vijftig jaar later komt dan de rest niet helemaal ongelijk te krijgen. Dit proces zal de komende tijd dus veel bezinning vragen. Daarbij zal het er op aankomen enerzijds zeer alert te zijn, anderzijds niet in een kramp te schieten. Want de ontkerkelijking is dus geen onontkoombaar noodlot dat ons overkomt. Ze hangt samen met de prediking en het geloofsleven. Uit honderd jaar Gereformeerde Bond kunnen we leren hoezeer het erop aankomt dat die prediking dichtbij de Schrift én dichtbij het menselijk hart blijft. Ofwel: dat ze Schriftuurlijk-bevindelijk blijft. Dus dat de Bijbel echt aan het woord komt, en wel op zo’n manier dat vernieuwende kracht ervan ook daadwerkelijk ervaren wordt. Dan nog kunnen we de secularisatie bij tijden tot op onze botten voelen. Maar we blijven onze vragen dan onderdompelen in die van psalmisten en profeten, ze brengen ons niet los van God maar werpen ons des te meer op Hem terug.
En dan het tweede, de evangelicalisering. Het lijkt me dat we nog nauwelijks een begin gemaakt hebben met een serieuze doordenking van de vragen waarvoor deze wereldwijde ontwikkeling ons stelt. Soms lijkt het haast van tweeën één: de kerk seculariseert, of zij evangelicaliseert. Alister McGrath werd enige tijd geleden door sommigen in elk geval net iets te snel afgeserveerd, toen hij betoogde dat het protestantisme ingehaald zou worden door de evangelische beweging. Nu al staan ook in hervormd-gereformeerde gemeenten groepen enthousiaste jongeren op de stoep van de kerkenraad met de vraag of ze een ‘aanbiddingsband’ mogen oprichten, of aan ‘gebedsministry’ mogen doen. En wij weten nog niet eens wat het is! Ook hier is dus veel bezinning geboden, waarbij het er opnieuw op aan zal komen niet in een kramp te schieten. Juist vanuit onze bevindelijke traditie hebben we in de Bond immers iets gemeen met de ervaringsgerichtheid van evangelischen. Ook in hun richting zijn we niet tegen, omdat we nu eenmaal graag tegen zijn – we zouden dan straks zomaar weer door de ontwikkelingen ingehaald worden. Misschien zíjn wij bijvoorbeeld ook wel eens te formeel in onze uitingsvormen. Het komt dus aan op bezinning. Maar daarin zijn we wel alert! Juist omdat we vóór de kerk zijn. Daar zit het grote pijnpunt in de richting van alles wat zich aandient als evangelisch – men heeft geen serieuze ecclesiologie. Men denkt en leeft nauwelijks vanuit de kerk der eeuwen, waarvan de Protestantse Kerk ondanks al haar gebreken een gestalte is. Men denkt niet vanuit de grote, dragende categorieën die alle individualisme overstijgen: verbond, ambt en belijdenis. Traditie is er maar al te vaak een vies woord. Daarom maakt juist de passie voor de Kerk ons hier waakzaam.

Verbondsvernieuwing
Diezelfde passie zal ten slotte ook intern in eigen kerk onze opstelling bepalen. Aan de vooravond van de fusie, op 17 april 2004, vond in de Augustijnerkerk te Dordrecht een indrukwekkende vorm van verbondsvernieuwing plaats, waarbij we ons als hervormd-gereformeerden aan de Heere God toevertrouwden. Geef de Heere de hand, was het motto van de toespraak van de huidige voorzitter. Vandaaruit spraken we met elkaar in alle kwetsbaarheid af onze plaats te willen innemen in de nieuw te vormen kerk. Niet al mokkend, niet halfhartig, maar volstrekt dienstbaar aan het evangelie, en het goede voor haar zoekend – hoe moeizaam dat emotioneel gezien in eerste instantie ook zou en zal gaan. Toch wilden we de onderste weg, die we elkaar zovaak aanprijzen, ook daadwerkelijk gáán. Op die weg, hoe gebrekkig ook bewandeld, hadden we toen immers al achtennegentig jaar zegen gezien.
Vandaag is er aanleiding om opnieuw, en gezien de recente scheuringen zelfs duidelijker dan ooit, uit te spreken dat de Gereformeerde Bond zich niet bij de kerk weg zal laten slaan. Daarvoor is de kerk, de ‘grote kerk’ zal ik maar zeggen, ons te lief. En we blijven hersteld-hervormden en anderen die zich van die kerk losmaakten, het hele COGG, hartelijk en liefdevol uitnodigen de strijd om de kerk van binnenuit met ons mee te voeren. We vragen: heeft de heilloze versplintering van de gereformeerde gezindte gedurende de afgelopen eeuw werkelijk een beter alternatief opgeleverd?
Wat ons betreft: Al blijft de kerk op vele terreinen nog zozeer onder de maat van de Heilige Schrift, ook dit nemen we mee als een les uit ons verleden, dat wij niet meer willen spelen met enig vuur van afscheidingsdenken. Zo het recentelijk al gebeurd zou zijn, dan nu niet meer. Laten we het ons voornemen, en het ook maar klip en klaar uitspreken: pas als ons de verkondiging van het evangelie onmogelijk gemaakt zou worden, pas dan zullen we noodgedwongen met de kerk breken. Geen seconde eerder. Recente ontwikkelingen in de synode stemmen ons echter hoopvol dat het die kant vooralsnog helemaal niet opgaat. Er wordt immers serieuzer dan ooit om onze inbreng gevraagd. Dat maakt onze verantwoordelijkheid des te groter. Zullen we er werkelijk in slagen geen partij te vormen, maar een beweging die als een zuurdeeg de kerk doortrekt? Zal ons dat lukken? Nu, niemand kan in de toekomst kijken. Voorlopig blijft de Bond een noodzakelijke noodoplossing in een nog altijd hopeloos verdeelde kerk. Trouwens de kerk zelf is uiteindelijk ook een noodoplossing – niet meer dan een tussending, een tijdelijke voorziening totdat het Koninkrijk zal gekomen zijn. Op dat Koninkrijk gaat het aan, naar Zijn belofte. Tot het zover is, houden wij van de Kerk en zetten ons voor haar in. Vanuit het geloof dat we daarmee voor een gewonnen zaak strijden. Niet gezien vanuit wat mensen, ook wij bonders ervan maken. Maar wel gezien vanuit wat God ervan maakt. 'Want Zijn macht is groot, Zijn trouw zal nooit vergaan. Al wat Hij ooit beloofd heeft, dat zal bestaan.' 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Wel alert, niet krampachtig

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's