De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ds. Schrijver als Schriftgeleerde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ds. Schrijver als Schriftgeleerde

Meer dan dertig jaar in Woerden

9 minuten leestijd

Meer dan dertig jaar diende hij zijn tweede gemeente, zodat ds. J.H. Schrijver en Woerden bijeen gingen horen. Toch, zichzelf gaan herhalen in de prediking – dat wilde de predikant niet, waardoor wekelijkse studie om nieuwe en oude schatten op te sporen, meer dan geboden was. Een Schrijver als Schriftgeleerde.

Het slot van de afscheidsdienst op 23 april ervoer de gemeente van Woerden als ontroerend, zeker toen ds. Schrijver drie dagen later een hersenbloeding kreeg. Want hoe eindigde hij de preek? ‘Het leven met God heeft ook iets van een voortgaan. En als de dood een grenssituatie is, wat dan? Dan haalt Jezus Christus ons op en door de dood heen. Dat is christelijk geloof en dat geeft ons hoop. A Dieu!’ De dag voor hij in het ziekenhuis werd opgenomen, was hij bezig de vragen te beantwoorden, die de redactie van De Waarheidsvriend hem voorlegde. Zorgen over zijn gezondheid zijn er nog altijd. We zijn te meer dankbaar zijn boodschap vandaag door te kunnen geven.

U bent bijna 37 jaar hervormd predikant, eerst in Waspik en daarna in Woerden. Wat is de grootste verandering in het leven van de gemeente in die jaren?
‘Het antwoord hierop is niet zo eenvoudig. Wellicht is de grootste verandering wel dat we zelf in een proces van verandering beland zijn.
Ik wil hierin het een en ander aanstippen. Daarbij denk ik allereerst aan het verschijnsel desintegratie. De gereformeerde waarheid is bezig in delen uiteen te vallen. Dit proces leidt over en weer tot eenzijdigheid en draagt de kiem van ontbinding in zich. Men gaat leven bij deelwaarheden. Luisteren naar elkaar is er niet meer bij, het is einde gesprek. Wij bestrijden elkaar, waarbij de één zich afzet tegen de ander uit drang naar profilering. Het gevolg is extremisering. Kenmerkend is de verabsolutering van het eigen gezichtspunt of van dat van de groep, de kring in de kerk of de gemeente. Dat is het einde van de saamhorigheid die zo typerend is voor het katholieke aspect van het kerk-zijn, waarvan ook de confessie en de leer deel uitmaken. De doorgaande breuken en scheuringen in de gereformeerde gezindte bewijzen dat men langzamerhand niet meer weet wat het is om kerk te zijn. De kerk heeft haar grens, maar er is ook ruimte. De grens is nog zomaar niet bereikt.’

Zaterdagnacht en zondagmorgen
Ds. Schrijver ziet behalve desintegratie ook fragmentarisatie als verschijnsel. ‘De leden van de gemeente leven momenteel in een variëteit van denk en leefwerelden die onderling vloeken. Het schijnt hun niet te hinderen. De wereld van de zaterdagavond en nacht is bij velen echt anders dan die van de zondagmorgen in de kerk. De wereld die via internet binnen je bereik is, en die van bepaalde televisiezenders is echt anders dan die van een huiskring of bijbelkring. Toch worden beide door christenen trouw bezocht. Onze jongeren leven in werelden – subculturen – waarin je niet echt één lijn ontdekt. Toch weten ze er nog aardig mee om te gaan.
In de verte zie ik ook nog het spook van de desoriëntatie opduiken. Als dat huis gaat houden – in de cultuur is dat al het geval – zullen kerkmensen geen vast punt meer hebben en raken ze de weg kwijt. Waarmee begint de desoriëntatie? Met de aantasting van gezagsinstanties – met name die van de Heilige Schrift, die een absoluut gezag vertegenwoordigt. Maar ook van alle daaraan gerelateerde gezag van confessie en traditie. De remedie tegen desoriëntatie is niet het uitroepen van ‘het gereformeerde’ tot een exclusieve grootheid, en dus ook niet een absoluterend spreken hierover. Daarmee levert men zich uit aan conservatisme en confessionalisme. Dat zijn negatieve machten, waarvan geen heil te verwachten is. Voor mij is de enige uitweg die van de heroriëntatie en de herbezinning, waarin de bede tot de Heilige Geest om voortschrijdend inzicht en het onderscheiden van de geesten centraal staat.’

Meer dan dertig jaar diende u de gemeente van Woerden. Wat betekende dit voor u inzake de preekvoorbereiding, juist waar mensen tegenwoordig nogal eens zeggen ‘iets nieuws’ te willen horen?
‘Ik noem vier voorwaarden voor een prediking die aanspreekt en landt: exegese, pastoraat, studie en aansluiting aan het heden.’

De exegese
‘Een dominee die na verloop van tijd (soms heel korte tijd) van mening is dat hij wel zo’n beetje weet wat de Bijbel te zeggen heeft, zou in aanmerking moeten komen voor tucht, een kerkelijke vermaning. Daar komt bij dat wanneer je tot de beweging behoort van de Reformatie – die de regel sola Scriptura (de Schrift alleen) hoog in het vaandel heeft staan – en je exegetiseert niet, dan is wat je belijdt lippentaal.
Levensnoodzakelijk voor de exegese is de epiklese, het aanroepen van de Heilige Geest. Verder wil het Woord van God toegepast worden op de harten en levens van de mensen, ook op de tijd waarin zij en hun predikant leven. Pas het Woord nooit aan, ook niet aan de eigen rechtzinnige en degelijke achterban. Laat het Woord aan het woord komen!’

Het pastoraat
‘Verkeer onder de mensen, luister en speur naar wat hen bezighoudt of juist niet bezighoudt. Dan zal de prediking pastoraal zijn. ‘Priesterlijk’, zeiden ze vroeger.’

De studie
‘Het is van cruciaal belang te studeren in de Bijbel, de bron van de prediking, en in de bronnen die de Bijbel ontsluiten. Een dominee die hiervoor geen tijd vrijmaakt, gaat niet goed met zijn tijd om. De gemeente merkt het en zal er onder gaan lijden. Neem ook elk jaar deel aan een studieweek op Hydepark. Nascholing is van fundamenteel belang. Kerkenraden dienen hierop toe te zien.’

De aansluiting aan het heden
‘Probeer het eigentijdse levensgevoel te peilen, en laat het licht van het Woord schijnen over de vragen die mensen bezighouden. Voor een predikant geldt: bij blijven. Waarbij? Bij het Woord, bij God, bij de gemeente en de kerk, bij de tijd en bij jezelf. Ook dat laatste is belangrijk: wees jezelf.’

U schreef in de reeks Gereformeerd Belijden het lezenswaardige deeltje Woorden schieten tekort. Het christelijk geloof tussen dogma’s en dogmatiek, waarin u betoogt dat het geloof inhoud heeft en kernpunten telt. Waarom hecht u waarde aan de vorming van gemeenteleden, ook in dogmatisch opzicht.
‘Het geloof is primair relationeel van aard. Ik geloof in God, zo begint het Apostolicum. Maar wat geloof je nu? Deze vraag zet aan tot belijden. Je spreekt de waarheid uit over God. Het geloof is kennis. De kern daarvan wordt gevormd door de fiducia, het vertrouwen. Maar als ik niets, of amper iets, van iemand weet, hoe kan ik hem of haar dan vertrouwen? Blind, of domweg? Het vertrouwen in God is een diep vertrouwen, want het is gebaseerd op de kennis van God. Hij is immers een bepaalde God. Een God met bijzondere, unieke eigenschappen. Welke? De Bijbel wil ons op dit punt grondig vormen.
Trouwens, op tal van punten. Wie is de mens? De bijbelse antropologie bestaat uit diverse onderdelen. Daarin wordt de mens gezien vanuit de gezichtspunten van het schepsel-zijn, het zondaar-zijn en het kind-van-God-zijn. Maar altijd coram Deo (voor het aangezicht van God).’

Meer dan ooit
‘Vorming? Zonder meer belangrijk, vandaag meer dan ooit. Wij zijn kerk in gemeenschap met het geloof van de kerk van alle eeuwen. De Apostolische geloofsbelijdenis staat hiervoor model. In twaalf artikelen wordt de Bijbel inhoudelijk weergegeven, beknopt samengevat. Het gaat daarin om het geheel en dat is een Persoon, de ene, de ware God, die leeft. Maar elk artikel vraagt om aandacht en verdieping, doordenking en uitwerking, in rapport met het (post)moderne levensbesef. Vorming is een ‘must’.’

We halen een herinnering uit september 2001 op, toen de vrouw van ds. Schrijver net gehoord had dat ze ongeneeslijk ziek was – in januari 2002 overleed ze. Toen ik haar aan de telefoon kreeg, terwijl we elkaar niet eerder ontmoet hadden, volgde een onvergetelijk gesprek van anderhalf uur, waarin ze als het ware woorden uit haar testament doorgaf: ‘Laten we bij het gereformeerde mogen blijven, met groot accent op het Woord, het ambt en de kerk’. Waarom benadrukte ze dat zo?
‘Mijn vrouw verstond onder ‘het gereformeerde’ een bepaald type geloof, eigenlijk een religieuze grondhouding, gekenmerkt door fundamentele noties. Voor haar was gereformeerd het soevereine werk van de Heilige Geest, die een dood hart levend maakt in de kennis van Christus en die het geloof werkt in onze harten. Het geheim is de ontfermende God. De oorsprong van ons geloof ligt in Hem, in het welbehagen van Zijn genade. Het gereformeerde leerstuk van de verkiezing was haar lief. Ze beluisterde hierin een loflied op de ontfermende God. Uit Hem, deze God, betrekt het geloof zijn levenssappen.’

Verkiezende God
‘De leerregel van de uitverkiezing is prediking in de vorm van de leer. De predikant predikt de verkiezende God, dat wil zeggen Zijn vrije genade. Dat wij geloven, danken wij aan God, en dat wij blijven geloven ook. Het is uit Hem en ligt vast in Hem, ook al zijn er momenten en tijden dat ik niets voel en het van binnen doods is. Het geloof is niet afhankelijk van de eigen innerlijke gesteldheid. Het Woord, de prediking, zal mensen elk steunpunt dat ze in tal van vormen in zichzelf menen te hebben, moeten ontnemen, opdat de ontfermende God hun enige houvast is. Een van haar lievelingsliederen was Vaste Rots van mijn behoud. Vooral de regel: ‘kunnen redden, Gij alleen’. Wij hebben dat ook gezongen in de dienst voorafgaand aan de begrafenis.
Het ambt was voor haar het college van de ambten, dat is de kerkenraad. Daarbinnen vond ze het predikambt het meeste gewicht hebben. Een kerkenraad diende volgens haar geconcentreerd te zijn op het Woord en ook rond het Woord gegroepeerd te zijn. En de kerk – wel, die is kerk onder het Woord. Van hieruit zag zij een lijn lopen naar de eenheid van de kerk en de garantie van die eenheid. Die eenheid had als kloppend hart het geloof in de ontfermende God. Bij 'kerk' dacht ze niet alleen aan de prediking, maar ook aan de sacramenten, vooral de tafel des Heeren. De avondmaalsgang was voor haar altijd weer een hoogtepunt. Zij beleefde daarin de gemeenschap met Christus, ook de onderlinge gemeenschap. En dat vanwege de bloedstorting van de Middelaar. Een feest, een voorproefje van de bruiloft van het Lam.
Gemeten hieraan beleven wij, kerkelijk gesproken, een malaise. Onder ons is er sprake van onenigheid, en verscheurdheid van de kerk als lichaam van Christus. Hoe is dat te verklaren? Volgens mij ten diepste hierdoor dat wij de ander en de anderen niet aanzien in Christus, dat wil zeggen niet als zondaren die, net als jijzelf, gereinigd zijn door hetzelfde bloed. De kerkelijke nood en schuld heeft hierin haar grond. Toch heb ik moed voor de kerk, ook met het oog op morgen. Zolang het Woord maar bediend wordt, want daar staat Iemand achter: de ontfermende God.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Ds. Schrijver als Schriftgeleerde

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 2006

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's