Haat-liefde rond Hugo Visscher
EEUW GB-GESCHIEDENIS IN PORTRETTEN [ 4 ]
In de geschiedenis van de Gereformeerde Bond heeft Hugo Visscher (1864-1947) een grote rol gespeeld. In dit artikel geven we een overzicht van zijn leven en betekenis. Het vierde deel in de reeks portretten van mensen die in onze honderdjarige geschiedenis van betekenis waren.
Geboren als Zwolse jongen van eenvoudige komaf, studeerde hij theologie in Leiden. In die tijd (1886) voltrok zich de Doleantie, de totstandkoming van de Gereformeerde Kerken. Deze gebeurtenis liet hem als ruim 20-jarige niet onberoerd. Abraham Kuyper heeft altijd grote invloed op Hugo uitgeoefend. In 1891 werd hij in het Friese St. Johannesga door de rechtzinnige Zwolse ds. J.A. Vermeer bevestigd tot predikant in de Hervormde Kerk. In 1894 ging hij naar het Utrechtse Zegveld – waar hij promoveerde – en in 1896 naar Delft. In 1901 werd Visscher voorganger in Ouderkerk aan den IJssel. In 1903 volgde zijn geruchtmakende ‘politieke’ benoeming tot hoogleraar in Utrecht. Hij zou deze taak vervullen tot 1931. De latere prof. J. Severijn was een van degenen die bij hem promoveerden.
Zending en politiek
Op zijn professoraat en zijn boeken gaan we niet in, maar we stippen enkele andere activiteiten aan. Hij was een van de oprichters van de Gereformeerde Zendingsbond in 1901 en van de Gereformeerde Bond in 1906. Visschers ideaal was na de aderlating in 1886 van de Hervormde Kerk een verzameling van de ‘gereformeerden’ in deze kerk, onder andere op zendingsgebied. De eerste jaren van de GB zijn niet zonder hem te denken, evenmin de latere jaren, al heeft hij voortdurend in een haat-liefde-verhouding tot de GB geleefd.
Visschers politieke interesse mag niet onvermeld blijven. Vanaf 1922 was hij voor de ARP lid van de Tweede Kamer. Als hervormd-gereformeerde wilde hij een eigen gezicht laten zien en zich teweer stellen tegen de volgens hem moderniserende invloed van de kerkelijke gereformeerden. De anderen wilden hem echter liever niet kwijt, uit vrees dat Visschers vertrek het afscheid van veel hervormden van de ARP zou betekenen. Toch stapte hij in 1935 eruit. Met de SGP wilde het niets worden. De verschillende uitleg van artikel 36 van de NGB alsook de karakterstructuur van de voorman van de SGP, ds. G.H. Kersten, tegenover die van Visscher, leidden tot een onoverbrugbare kloof. Vanaf 1936 ging Visscher in zee met een eigen groepering, de Christelijk Nationale Actie, met als slogan: ‘Geen stem is er wisser, dan die op Hugo Visscher’. Helaas waren die stemmen niet zo gewis. In 1937 kon hij geen zetel in de Tweede Kamer verwerven, omdat lang niet iedereen binnen het hervormd-gereformeerde volksdeel vertrouwen in hem koesterde.
Nazisme
Langzamerhand kwam hij terecht bij het toen sterk in opkomst zijnde nazisme. Visscher had al voordat het nazisme ontstond, een duidelijk pro-Duitse en anti- Engelse houding ingenomen. Evenals Groen van Prinsterer en Kuyper koesterde hij sympathie voor Duitsland, de geboortegrond van de Reformatie, terwijl Frankrijk met zijn revolutie (1789) en Engeland met zijn Boerenoorlog in Zuid-Afrika (1899-1902) beslist niet zijn voorkeur hadden.
Toen in 1933 het nazisme opkwam, stond de ongeveer 70-jarige Visscher er in eerste aanleg negatief tegenover. In het Gereformeerd Weekblad (1934) schrijft hij over verdrukking van de kerk door de grootmachtigen in het moderne Derde Rijk. In 1935 zegt hij nog dat het Duitse nationaal-socialisme, evenals het Russische bolsjewisme, in wezen materialistisch is.
Toch kwam hij steeds meer afwijzend te staan tegenover het westerse democratische stelsel, omdat het niet meer een bezielde gemeenschap was, met een christelijk karakter, maar slechts een verzameling individuen. Visscher maakte al voor 1940 een zekere ‘overstap’ naar de visie van Hitler, mede omdat zo volgens hem een dam werd opgeworpen tegen het grotere kwaad van het Russische bolsjewisme, dat gekenmerkt werd door de Russische revolutie en de moord op de tsarenfamilie (1917). Jegens het antisemitisme vertoont Visscher een tweeslachtige houding, soms principieel, soms praktisch. Hij maakt opmerkingen tegen het antisemitisme, maar ook accepteert hij de jodenhaat in Duitsland als een onafwendbare ontwikkeling. Bij de gruwelen van de zogenoemde Kristallnacht (1938) zegt hij dat zijn hart wel breken moet, maar tegelijk zoekt hij de verklaring ervan in de slechte economische toestand waarin het Duitse volk na 1918 geraakt is. Op den duur werd zijn oorspronkelijke principiële opstelling tegen Hitler overwoekerd door de praktische aanvaarding van de gebeurtenissen, die hij als Gods leiding beschouwt.
Gods oordeel
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog meende hij (evenals Mussert) dat Hitler Nederland niet zou aanvallen. Toen het wel gebeurde, accepteerde hij de nieuwe situatie als een door God geleide ontwikkeling. Hij gaf er een bijbelse onderbouwing aan door te wijzen op Jeremia, die zijn volk opriep tot onderwerping aan de koning van Babel. Het was een gedachte die bij meer predikanten – onder andere ds. J.H. Koster te Montfoort – werd gevonden.
Visscher paste op deze manier de bijzondere openbaring aan aan de algemene, ofwel aan de gang van zaken.
In de kringen van het hervormde Gereformeerd Weekblad werd Visschers houding hem niet in dank afgenomen. De redactie – onder leiding van ds. I. Kievit – wilde de Schrift als leidinggevend zien, terwijl Visscher het historisch gebeuren als maatstaf hanteerde. Hij trok zich, niet zonder strubbelingen, in oktober 1940 uit de redactie terug.
Kort gezegd: Visscher stelde zich eerst kritisch op tegenover het nazisme, maar conformeerde zich er later mee, terwijl zijn kritiek op de westerse democratieën scherper werd. De feiten werden voor hem normgevend als een tweede openbaringsbron naast de Bijbel. De politieke ontwikkeling zag hij als voltrekking van Gods oordeel over een westerse democratische samenleving, die in een cultuurcrisis verkeerde en waarbij het ‘religieuze ferment’ steeds meer ging ontbreken.
Anders gezegd: Visscher heeft – evenals Bilderdijk en Groen van Prinsterer in hun tijd – moeite gehad met de ontwikkeling van de samenleving sinds de Franse Revolutie. De teleurstelling over het ontbreken van een ‘christelijk Europa’ heeft hem gedreven in de armen van het onchristelijke nazisme. De oude partijen hadden in een verbrokkelde en ontaarde democratie hun tijd gehad. Tegenover de oude wanorde streefde Visscher, ondanks de waarschuwingen tegen Hitler, naar een ‘nieuwe orde’ in nazistische stijl en hij verlangde naar een eigen taak voor Nederland in een verenigd Europa onder suprematie van Duitsland.
Samenvattend
Visscher was een stuwende kracht achter de hervormd-gereformeerde beweging. Hij zag de bonden als gereformeerde kernen, die een uitstraling zouden hebben naar heel het kerkelijke en missionaire leven. Diverse kandidaten lieten zich door Visscher in hun eerste gemeente bevestigen en volgden hem in zijn theologische en (kerk)politieke opvattingen.
Zonder de Tweede Wereldoorlog zou Visschers nagedachtenis meer in ere zijn gehouden, hoewel dient te worden opgemerkt dat door zijn omstreden wetenschappelijke visie zijn betekenis van beperkte aard bleef en dat hij door zijn karakterstructuur vaak conflicten veroorzaakte en in stand hield.
Zijn theologische opvattingen zullen nauwelijks meer gedeeld worden. Politiek gesproken ging hij als het ware rugwaarts de toekomst in. Zijn gang eindigde in het negativisme. Hij stierf in 1947. Echter, de vragen die hij had over het democratisch bestel en over de ontwikkeling van het volksleven, zijn op zichzelf in onze tijd nog steeds aan de orde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's