Theologie van de doop nodig
Brochure van de Protestantse Kerk
Rond de doopvont is de afgelopen twintig jaar veel veranderd, ook in het hervormd-gereformeerde deel van de kerk. Niet alleen de dooppraktijk veranderde (steeds minder doopaanvragen uit niet-meelevende gezinnen, opmars van de volwassen- en overdoop), ook de doopbeleving verschoof. Onder invloed van het individualisme en het postmoderne subjectivisme wordt steeds indringender gevraagd naar wat je zelf aan je doop beleeft. Voor de werkgroep Gemeentepastoraat van de Protestantse Kerk waren deze ontwikkelingen reden om een brochure uit 1988 over dooppastoraat geheel te herzien. Deze brochure beoogt niet zozeer een theologie van de doop te geven, als wel pastorale instrumenten aan te reiken waarmee een kerkenraad de doop in de gemeente ter sprake kan brengen.
Kerkbreed
De werkgroep heeft haar werkveld breed verkend. Allerlei vragen die zich kerkbreed rond de doop voordoen, worden in de brochure beschreven. Dat is een pluspunt. Het helpt ons, ons bewust te worden van wat er in de breedte van de gemeente leeft rondom de doop. Zo worden uiteenlopende motieven verkend, die ouders voor de doop van hun kind aandragen. De brochure beschrijft zelfs de aangrijpende werkelijkheid (!) van twee homofielen die hun kind willen laten dopen. Omdat de brochure zich richt op het pastoraat rond de doop, wordt bij de meeste genoemde voorvallen een pastorale handreiking geboden.
Hier wreekt zich mijns inziens het uitgangspunt dat de werkgroep geen uitgewerkte theologie van de doop heeft willen geven. Gevolg hiervan is dat er geen knopen doorgehakt worden, behalve de knopen die door de kerkorde al doorgehakt zijn (bv. dat overdoop niet mogelijk is). Maar kunnen we gemeenteleden pastoraal benaderen zónder theologie? Me dunkt van niet.
Rituelen en symbolen
In plaats van een hechte aansluiting aan de theologie vinden we in deze brochure een nauwe verbinding met de antropologie. De doop sluit daarbij als christelijk ritueel aan bij diepe, oermenselijke gevoelens rond het begin van het leven. ‘De doop heeft haar algemeen-menselijke basis in wat mensen van alle tijden en op alle plaatsen hebben ervaren en gedaan bij de geboorte van een kind. Overal werden hiervoor rituelen en ceremonies gevonden om dank uit te drukken, opname in de gemeenschap te vieren, initiatie/ inwijding vorm te geven en bescherming af te smeken’ (p.9).
In een schema is dit helder samengevat. Zo staat de kerk met de doop op de drukbezochte markt van rituelen en symbolen die stem moeten geven aan de diepste gevoelens en verlangens van hedendaagse mensen. Hoewel wij deze antropologisering van de doop echt niet voor onze rekening kunnen nemen, kan in het dooppastoraat blijken dat gemeenteleden wél met dergelijke redenen de doop voor hun kind begeren. Dit model kan dan dienen om deze motieven te onderscheiden en kritisch te bespreken.
Sterven en opstaan
Gelukkig komt in de brochure ook de tegenovergestelde lijn aan de orde: ‘de doop is principieel een gave en een roeping van de andere kant’. De doop wil van Godswege iets (alles!) zeggen. In de doop worden we gedompeld in de heilsfeiten van Christus’ vernedering en verhoging. Dan vallen woorden als ‘sterven’ en ‘opstaan’. Terecht wordt daarom ook gesteld dat er geloof nodig is om de doop te kunnen verstaan, en dus ook om de doop te kunnen begeren. Van harte onderschrijf ik het pleidooi om werk te maken van de doopcatechese. Concreet wordt de mogelijkheid van drie bijeenkomsten genoemd, deels vóór en deels ná de doop. Laten doopouders elkaar ontmoeten. Laten de grote vragen rond de geloofsopvoeding al in een vroeg stadium gedeeld worden! En herinner ook de gehele gemeente met regelmaat aan de verantwoordelijkheid die we voor de kinderen van de gemeente op ons hebben genomen!
Uiteraard was ik erg benieuwd wat de werkgroep zou schrijven over de overdoop, en dan vooral welke pastorale houding hier verantwoord is. Aan het verlangen tot overdoop kunnen wij op geen enkele wijze tegemoet komen, is een van de terechte conclusies. Gesuggereerd wordt, de zaak niet op de spits te drijven maar met pastoraal begrip te benaderen en de deur open te houden. Maar met name breekt de werkgroep een lans voor het (opnieuw) uitleggen van de (kinder-)doop aan de gemeente. Daar hebben we tóch een theologie van de doop voor nodig, denk ik dan. Als de werkgroep hiermee nog eens aan de slag wil gaan (graag!), dan wil ik hen wijzen op wat het klassiek gereformeerd belijden van de kerk zegt over verbond en belofte, over teken en zegel, over Vader, Zoon en Heilige Geest! Wat mij betreft wordt de doop dan, veel sterker dan in deze brochure, gezet in het licht van de genadige rechtvaardiging van de goddeloze. Dan wordt het doopwater oneindig diep!
N.a.v. Pastoraat rond de doop.
Uitg. Protestantse Kerk in Nederland; 35 blz.; € 3,50, te bestellen via brochureverkoop@pkn.nl
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2006
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's