De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

4 minuten leestijd

Ds. M.A. Kuyt ging in de toespraak bij zijn afscheid van de hervormde gemeente Genemuiden in op de kerkelijke verdeeldheid en citeerde daarbij ds. L. Vroegindeweij.

Het is net gegaan als bij het delen van een erfenis. De één neemt de mooie koperen doofpot mee en de ander het schitterende eikenhouten kabinet en de derde het orgel en de vierde een ander mooi stuk uit moeders huis, maar de band is weg. Zo is er de één met de verkiezing van door gegaan en de ander heeft het verbond een prachtig plaatsje in zijn kerk gegeven en de derde maakt allerlei grondjes en lofzangen van een vroom leven en heeft dus het orgel meegenomen, maar die dingen horen bij elkaar en nu dreigt elke kerk een eigen richting in te slaan, met ieder nog een stuk van vroeger, omdat er op een verkeerde manier mee en uit geleefd wordt.

*** Uit een prachtig boek over De Grote Kerk te Vlaardingen (red. Klaas Kornaat en Harm Jan Luth.), uitgegeven door Stichting Historische Publicaties Vlaardingen (bespreking volgt) twee fragmenten:

De stoelenstrijd (1745-1746)
Vlak na de bouw van de Grote Kerk in de huidige vorm werd besloten tot de plaatsing van stoelen, die de gelovigen niet alleen meer geld kostten (aanschaf, zitplaatsenhuur), maar ook een totale verandering van het interieur tot gevolg hadden. Daar was niet iedereen blij mee. De zeilmaker Abraham van der Linden kwam op 29 november 1745 kwaad de kerk binnen toen timmerlieden bezig waren met de stoelindeling: ‘Dat de gemelde Van der Linden daarop verstoort was gegaan naa seekere stoelen, staande schuyns over de preekstoel en doe gesien te hebben dat den voornoemde eerst sijn best deed om die stoelen van de latten met sijn handen los te breeken. Dat sulks niet willen lukke, hij vervolgens een mes nam, proberende die los te snijden en dat sulks meede niet lukkende hij deselve stoelen met sijn voet heeft los getrapt, met dreygende woorden seggende die hem sulks wilde beletten, het was wie het was, hij die door de kerk soude donderen.’

Men besloot dit incident niet al te zwaar op te nemen en nadat de zeilmaker zijn ‘berouw’ had betoond liet men het erbij. Enkele maanden later bleek de driftige kerkganger echter de motor achter een petitie van ontevreden gelovigen die het niet eens waren met de kwaliteit en posities van de nieuwe stoelen. Het kwam tot een aantal kleine schermutselingen en het stadsbestuur probeerde de zaak te sussen. Tot ongenoegen van de klagers, zo bleek op een dag toen zelfs burgemeester De With op de ‘Hoofdkade’ werd aangesproken over de zaak. Toen hij de kwade burger, ene De Back, toebeet dat dit toch niet paste, kreeg hij als antwoord: ‘Het past u veel minder mijn stoelen uyt de kerk te gooien’. Uiteindelijk bonden de protesterende kerkleden in en gingen mokkend op hun ongemakkelijke stoelen zitten.

De zangstrijd (1775-1778), het zogeheten ‘Vlaardingsche zangverschil’
Bij de invoering van de nieuwe psalmberijming in 1774 werd gekozen voor een snellere manier van zingen. Hoewel een en ander door de Staten-Generaal besloten was, waren er plaatselijk felle tegenstanders van de maatregel. Zij, waaronder de Vlaardingse voorzanger Anthony Buytenweg, wilden vasthouden aan de traditionele langzame, gedragen zangwijze. Na wat gekibbel binnen de gemeente, waarbij de predikant Buytenweg had gezegd, dat hij zich aan moest passen, ontaardde het conflict in een heuse zangstrijd. Tijdens de kerkdiensten probeerden de ‘lange’ en de ‘korte’ zangers elkaar te overstemmen en eindigde de dienst, vielen er klappen en een groep lange zangers trok door de stad op zoek naar lieden die het waagden snel te zingen. Volgens Jacob van Dijk, die het kleurrijke geschil in een lang gedicht beschreef, durfde geen korte zanger zich die dag te roeren: ‘Het pluimgedierte zweeg, er loeide stier noch koe. En waar men haastig zong, was ’t haastig: mondjes toe’. Uiteindelijk werd Buytenweg gedwongen op te stappen, maar het zangconflict sleepte nog jaren. De burgemeester maakte er in 1778 een einde aan door de grootste onruststokers streng aan te pakken. Soms werden er nog kerkgangers gehoord die een regel achterliepen, maar tot ongeregeldheden kwam het niet meer.

J. van der Graaf

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 mei 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's