De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Atheïsme op zijn retour?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Atheïsme op zijn retour?

6 minuten leestijd

Als we de Britse theoloog Alister McGrath mogen geloven, dan heeft het atheïsme zijn beste tijd gehad. Onlangs verscheen in Nederlandse vertaling een nieuw boek van hem, De ondergang van het atheïsme.

In het opinieblad VolZin van 21 april staat een uitvoerig interview met hem te lezen. Ik zet een aantal volzinnen van hem op een rij.
‘De atheïsten zitten in de schemering.’
‘De atheïsten hebben hun beste tijd gehad. De wereld kan dankbaar afscheid van hen nemen.’ Hij spreekt over ‘de schemering van het atheïsme, om aan te geven dat de zon van het atheïsme aan het dalen is.’ ‘Ik vraag me in het boek af waarom de westerse cultuur ooit verliefd is geworden op het atheïsme, het geloof dat God niet bestaat. En waarom de wittebroodsweken daarvan nu definitief voorbij zijn.’

Of McGrath gelijk heeft met zijn stellige beweringen, is voor mij een grote vraag. In het blad Confessioneel (4 mei) merkt drs. F. Cupido terecht op dat hij hoopt dat McGrath het gelijk aan zijn kant zal krijgen. Ik citeer: ‘De overtuigingskracht van het boek zal mijns inziens in belangrijke mate afhangen van wat de auteur onder atheïsme verstaat. Als bijvoorbeeld veel mensen zich gewonnen geven aan het zgn. ‘ietsisme’, wil dat dan zeggen dat het atheïsme overwonnen is? Is dat ‘ietsisme’ zelf misschien een vorm van atheïsme?’
Wat opmerkelijk is, is dat religie ondanks de ontkerstening en de leegloop van veel kerken aan de orde blijft, ook in onze samenleving. Daar vraagt filosoof Ger Groot in een onlangs verschenen studie aandacht voor. Groot, zelf naar hij zegt atheïst, vindt dat atheïsten te snel denken dat religie achterhaald is. In een gesprek met Tjerk de Reus in CV.Koers (mei 2006) merkt hij op: ‘Het taaie bestaan van religie maakt het atheïsme minder vanzelfsprekend.’ Ik citeer een fragment uit het gesprek van De Reus met Groot.

Mag uw boek beschouwd worden als eerherstel van religie?
Mijn boek mag je beschouwen als een eerherstel voor religie, in zoverre dat ik stel: het atheïsme is, ondanks de helderheid en de aannemelijkheid van zijn stellingnamen, niet van de godsdienst af. Ergens in mijn boek noem ik godsdienst het schandaal van de rede. Het ‘domme’ feit dat godsdienst er eenvoudigweg ís, betekent dat de ratio moet erkennen dat er iets bestaat buiten haar gebied. Dat is tandenknarsen voor het redenerende verstand. Want de redelijkheid heeft het in zich om alles te willen verklaren en begrijpen. Als dat niet lukt, stuit dat denken dus op een grens.
Je kunt het vergelijken met een tuin, die zich bevindt in het oerwoud. De ratio – het logische werkende verstand – ordent deze tuin en doorgrondt alles wat zich in deze tuin bevindt. Maar achter het hek is het oerwoud, de duisterheid en de grootsheid van iets, waarop de ratio geen grip heeft. In de geschiedenis van de filosofie zijn er vele denkers geweest die de patronen van het ordenende verstand ter discussie stelden, om het zich te openen op wat zich daarbuiten bevindt. Maar de ratio is gretig; voor je het weet, probeert zij iets van dat onbekende in te lijven in begrijpelijkheid en redelijke inzichtelijkheid.

Waarop precies heeft het redelijke geen grip, als het om godsdienst gaat?
Ik zou dat niet te snel zoeken in de inhoud van het geloof. Het credo als uitdrukking van wat je precies gelooft, dus leerstellig, heeft niet veel kansen in de moderne tijd, vermoed ik.
Geloofsuitspraken lijken vaak de pretentie te hebben iets over onze werkelijkheid te zeggen – en als die pretentie er is, vindt godsdienst de ratio op haar pad en zal zij het altijd moeten afleggen.
Want bij een eerlijke afweging tussen rationele verklaringen en inzichten in verschijnselen in onze werkelijkheid aan de ene kant en religieuze verklaringen anderzijds, staat het geloof niet sterk – zacht uitgedrukt. Dus als je vraagt: waarop heeft de ratio geen grip, denk ik niet zozeer aan de inhoud van religie, maar eerder aan het ritueel: de daad van vertrouwen, de deelname aan de liturgie, de act van toewijding. Het gebeuren, dat zich voor je ogen voltrekt. Mensen gaan naar een kerk, zijn bij elkaar, uiten hun verbondenheid met elkaar, met vorige generaties en met God. Ze zingen, knielen, ontvangen brood en wijn. Dat zijn rituelen die een religieuze sensatie teweegbrengen.
Precies deze sensatie van bijvoorbeeld troost, vertrouwen, vergeving of goedheid onttrekt zich aan de greep van de ratio. Het is voor gelovigen werkelijkheid, terwijl het redenerende verstand zegt: dit is onzin, dit is nergens op gebaseerd. Het atheïsme zegt dan: dit kan rationeel niet, dus mag het niet

N.a.v. Ger Groot
Het krediet van het credo. Godsdienst, geloof, katholicisme.
Uitg. SUN, Amsterdam; 160 blz.; € 17,50
.

bestaan – dus is het er niet. Maar dat is kortzichtig. Hoe ongrijpbaar en vreemd voor ons verstand, de religieuze ervaring is er eenvoudigweg en vormt voor gelovigen een ervaren werkelijkheid.’
De voornaamste stelling die Groot in zijn boek aan de orde stelt en verdedigt, luidt: Het gaat in de religie niet om de mythe, maar om de rite. Hij bedoelt: het verhaal, het credo, de leer van de kerk is niet waarom het vandaag veel gelovigen gaat. Het religieuze gebeuren, de handelingen, het samenzijn met anderen, kortweg ‘het krediet’ van het credo, dat bindt mensen in onze tijd aan allerlei vormen van kerk-zijn.
‘Niet de mythe maar de rite vormt de eigenlijke basis van de godsdienst. God is er omdat er godsdienst is.’ Groot wil zijn collegae-atheïsten wijzen op de grenzen van de absolute rede waarmee ze onophoudelijk ‘de onwaarheid van religieuze denkbeelden’ willen blijven aantonen. Hij denkt dan aan mensen als Paul Cliteur, Herman Philipse en Rudy Kousbroek. De vaak heftige toon van de religiekritiek in onze dagen komt voort ‘uit de absolute pretentie van het eigen gelijk.’ Atheïsme wordt zo een nieuwe religie, aldus Groot.
Wat Groot wil zeggen, is: erken als overtuigd atheïst je intellectuele grens en zie in dat er kennelijk meer is dan de ratio kan bevatten. Laat mensen hun heil en troost zoeken in de ‘rite’ en bemoei je niet met hun ‘mythe’. Hoe sympathiek de poging van Groot ook is, er zit voor mijn besef ook iets neerbuigends in. Laat ze toch naar de kerk gaan, een kruis slaan, vijfmaal op een dag naar het oosten buigen. Als ze zich daar nu prettig bij voelen en daar ‘krediet’ in beleven, gun ze dan hun ‘credo’.

Of de invloed van het atheïsme in onze samenleving aan het afnemen is, blijft voor mij de vraag. Het gaat om wat drs. F. Cupido in zijn artikel aan de orde stelt: Wat versta je onder atheïsme?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Atheïsme op zijn retour?

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's