De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Veel christenen erbij in Zimbabwe

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Veel christenen erbij in Zimbabwe

Verwonderd kijken naar Gods werk

11 minuten leestijd

Pinksterfeest is zendingsfeest. In dit nummer daarom een vraaggesprek met de 58-jarige ds. R.H.M. de Jonge, die zes jaar geleden door de GZB werd uitgezonden, om de Reformed Church of Zimbabwe te dienen.

Sinds vele jaren ondersteunt de GZB de Reformed Church of Zimbabwe en wonen theologen en artsen bij het Morgenster-ziekenhuis, in de buurt van Masvingo. Voor de twee gezinnen die er nu wonen – naast de fam. De Jonge de arts Herman ten Hove met zijn vrouw en dochter – is het leven in het land van president Mugabe er niet gemakkelijker op geworden, onder meer door een inflatie van duizend procent. Over enkele weken hoopt de fam. De Jonge naar Nederland terug te keren – reden om met ds. De Jonge door te spreken over zes jaar wonen en werken in Afrika. Op 52-jarige leeftijd ging hij nog uit als zendeling.
‘Ik had de gemeenten Bruinisse, Alphen aan den Rijn, Zaamslag en Puttershoek gediend en was toen ook wel bezig met de vraag: Hoe nu verder?
Zending heb ik altijd gezien als een belangrijk aspect van het kerk-zijn. Ik zat bijna altijd in gemeentelijke en classicale zendingscommissies. Het verwijdde je blik om via de zendingswerkers iets te horen over de overzeese kerken. Docent zijn zit wel in me. Ik kom uit een onderwijzersfamilie en leg mensen graag iets uit. Toen las ik voorjaar 1999 de herhaalde oproep van de GZB voor een docent in Zimbabwe. Het was echt een noodkreet, want op een eerdere advertentie was niemand gekomen.
Het liet ons niet los en we zijn de sollicitatieprocedure begonnen.’

Dat betekende dat vier van de vijf kinderen in Nederland moesten achterblijven.
‘Ja, dat was heel wat, voor ons beiden. Wel was het een oud ideaal van mijn vrouw om ooit met haar verpleegstersvak iets in de Derde Wereld te doen. Toen er kinderen kwamen, is dat op de achtergrond geraakt. Maar nu we ongeveer in de basisschoolleeftijd van onze jongste Johanna in Zimbabwe konden zijn, zagen we het als een bijzondere kans om die oude wens in vervulling te doen gaan.’

Was het voor u als confessioneel predikant vreemd om u door de GZB te laten uitzenden? ‘Ik sta theologisch en qua mentaliteit niet ver van de Gereformeerde Bond. Mijn schoonfamilie is ermee verweven. Voor mij was er geen probleem. Bij de rest van de kerk is de visie op zending trouwens aardig aan het verdwijnen. Kerkenraden zeggen gewoon: daar doen we niet meer aan. Vanuit een zekere gêne over het teruggaand kerkelijk leven heeft men niet het gevoel nog iets uit te dragen te hebben. Mensen die zich nog laten uitzenden, fungeren meer als een soort ‘observanten’ die naar Nederland doorseinen hoe het elders in de wereld toegaat. Ik vind dat geen zending. Ook in de postkoloniale wereld mogen wij met Paulus zeggen: 'Ik schaam mij het Evangelie niet.’

GZB is kerkelijk
‘In het confessionele deel van de kerk leeft nog sterk het idee: de zending moet van de hele kerk zijn. En de GZB is maar een ‘genootschap’, een ‘club van belangstellenden’, zeg maar.'
Dat is een volstrekt achterhaald idee. De GZB is kerkelijker dan Oegstgeest of MDO ooit geweest is. De MDO-werkers hebben soms helemaal geen zin om een band met gemeenten in een classis te onderhouden. Ze willen gewoon hun werk doen en niet dat geschrijf en die gemeenteavonden. In de gemeenten zijn het maar enkelen die zich er nog mee bemoeien en avonden zijn slecht bezocht. Bij de Gereformeerde Bond leeft zending nog in brede kringen. Er is bij velen een echte liefde voor dit werk en veel gebed. Ik krijg veel post en presentaties trekken altijd belangstelling. De confessionelen zouden zich eigenlijk en bloc bij de GZB moeten aansluiten. Die past geestelijk veel beter bij hen. Tegen de tijd dat ‘zending’ een vies woord gaat worden in de rest van de kerk, zal dat ook wel gebeuren. Ik ben de anderen gewoon een beetje vooruit.’
Voor de helft van zijn tijd is ds. De Jonge docent bij de predikantsopleiding van de Hervormde Kerk in Zimbabwe, een vierjarige opleiding gevestigd in de oudste zendingspost Morgenster.
‘We zijn met vier docenten voor ongeveer twintig studenten. Voor de andere helft ben ik ingehuurd om de toerusting van leidinggevenden in de gemeenten gestalte te geven.
De eerstejaars leer ik Hebreeuws, de taal van het Oude Testament. En ook de geschiedenis van het Oude Testament en wat de archeologie aan het licht heeft gebracht. Met de tweedejaars kijken we naar de totstandkoming van de Canon en de aardrijkskunde van de bijbelse landen. Ook lezen we passages uit de grondtekst van het Nieuwe Testament en proberen die zo goed mogelijk uit te leggen. Ik leer ze ook hoe ze een cursus voor gemeenteleden moeten opzetten.
De derdejaars doen bij mij inleiding op de boeken van het Nieuwe Testament en de geschiedenis van de handschriftoverlevering van de Bijbel.
De vierdejaars geef ik filosofie: de vragen rond geloven en weten en de kennis van God. Voor studenten van alle jaren samen geef ik vrijdagmiddag lessen over de diverse boeken van het Oude Testament, de uitleg van bepaalde passages (uit het Hebreeuws) en de boodschap van het Oude Testament. Laatst bijvoorbeeld hadden we onderwerpen als: het verbond, het profetisme, de Messiasverwachting. Dat zijn mijn fijnste uren. Ook heb ik de zorg voor de mooie bibliotheek voor ons seminarie.’

Toerusting
Eens per week is de zendeling voor het toerustingswerk op pad.
‘Ergens naar een dorp, hier 25 of ook wel 100 kilometer vandaan. De kerk heeft zo’n duizend ‘preekposten’, terwijl er maar vijftig dominees zijn. Het meeste werk: preken, onderwijzen, groepen leiden, huisbezoek, moet door ‘gewone’ gemeenteleden gedaan worden en die rusten we toe door cursussen over de bijbelse leer, het pastorale werk, het christelijke familieleven en het gebedsleven van een christen. Als je ergens een cursus aankondigt, komen er altijd mensen op af. Minstens twintig, maar ook wel vijftig. Het is heel gezegend werk om met deze groepen bezig te gaan. En ik verbaas me hoeveel huiswerk ze maken en van hoever ze soms komen lopen om erbij te zijn. De mensen zijn leergierig en houden van dit soort bijeenkomsten, die een vol seizoen van twaalf weken duren. Ik ben nu aan mijn achttiende cursus bezig en het verveelt nog niet.’
Ds. De Jonge hoopt niet dat een Nederlander dit werk moet blijven doen. ‘Ik moet me laten vertalen en dat is best omslachtig. Maar een leuk bij-effect is dat de vertaler die vier jaar met mij optrok, nu zelf ook al zijn derde cursus heeft opgezet. Mijn huidige vertaler gaat ook straks voor zichzelf beginnen. De laatste tijd gaan steeds meer jonge predikanten dit toerustingswerk doen. Ik moet ze instrueren en de nodige tekstboeken, schriften, etc. meegeven. Als zendingsmensen moeten we iets goeds opstarten, maar ons als het kan ook overbodig maken.’

Wat heeft uw vrouw de afgelopen jaren gedaan?‘
Ze had officieel geen functie, toen ze naar hier kwam, zou alleen onze dochter les geven. In de voorbereidingstijd had ze wel een scriptie geschreven over wat te doen voor vrouwen die de gevolgen van de aids-epidemie te verduren krijgen. Zonder te weten dat juist hier haar taak zou komen te liggen! Vanuit het ziekenhuis had men behoefte aan iemand die thuiszorggroepen kon begeleiden. Toen bleek dat vrouwen veelal ook voor kinderen van aan aids gestorven familieleden moesten zorgen, ontstond het idee een paar keer per week bij de school voor hen en andere wezen een voedzame maaltijd te gaan koken. Met veel eiwitten: om van te groeien en weerbaar te zijn.
Al gauw kwam de ene na de andere vrouwengroep vragen: komt u ook bij ons? Uiteindelijk werden het vijf scholen waar dit werk gebeurt. Eigenlijk zes, want nu de honger zo erg is, krijgen ook 150 kinderen van de school hier op Morgenster drie keer per week een maaltijd. Totaal gaat het om 1500 kinderen en de 160 vrouwen die in groepen voor hen koken, vinden een enorme voldoening in dit werk. Mijn vrouw koopt al het voedsel in. De groepen weten precies wanneer zij komt om hen te bevoorraden. Na afloop van het eten kunnen alle kinderen met uitslag, wonden, wormen of wat voor problemen dan ook bij haar komen om te kijken of er niet een of ander smeerseltje of tabletje zou kunnen helpen. Ook de vrouwen en mensen van buiten de groepen staan soms zo uren in de rij om door de ‘zuster’ gezien te worden. Door de huidige ondervoeding heeft iedereen wel wat. Dit voorziet in een stukje medische zorg voor mensen die niet eens geld hebben om met de bus naar Morgenster te komen, laat staan om medicijnen te betalen.’

Zimbabwe
‘Wij hebben Zimbabwe de afgelopen jaren enorm achteruit zien gaan. De productie is tot een derde teruggelopen, de export, de inkomsten aan valuta. Autobrandstof en medicijnen kunnen maar mondjesmaat worden ingekocht. De inflatie was in 2005, net als in 2004, 600% op jaarbasis en is inmiddels nog hoger. De weinigen die een salaris verdienen (20%), verdienen nog niet de helft van wat ze begin 2000 verdienden. Iedereen verarmt. Het enige wat niet achteruit gaat, is het kerkelijk leven. Velen stellen hun hoop toch op God. Er is in de Hervormde Kerk een gebedsbeweging (‘de Strijders’) die heel intensief bijeenkomt.
De mensen zijn rustig en vriendelijk, raken niet gauw in paniek. Openlijk verzet tegen de toestand zit er niet in. De mensen zijn lijdzaam en lijdelijk, veel meer dan wij zouden zijn. We verwonderen ons telkens weer hoeveel veerkracht en doorzetting de mensen hebben. Natuurlijk laat ook wel eens iemand de moed zakken, maar doorgaans tref je bij alle tegenslagen toch een zekere blijmoedigheid. Kinderlijke spontaniteit ook: mensen durven zichzelf te zijn, al houden ze niet van overdrijving of opvallen.’

Wat zouden wij vooral van de christenen in Zimbabwe kunnen leren?
Dat men zichzelf is in de kerk, voor het aangezicht van God. Men is niet in een kramp, doet zich niet ‘vroom’ voor. Als er iets is in de preek dat treft, dan reageert men hoorbaar. Na de verkondiging staan altijd drie, vier mensen in de gemeente op om voor te gaan in gebed.’

In welk opzicht zou u uw zendingswerk gereformeerd kunnen noemen?
Het Woord moet het doen. We verwachten het van het vormende en hervormende werk van Gods Woord. Mijn vrouw en haar groepen beginnen altijd met een stukje uit de Bijbel en een uitleg. Het zijn christenen van diverse pluimage, maar dáár vinden ze elkaar in. Ook ikzelf, in mijn lessen en toerusting, probeer ik alles terug te voeren op het Woord. Dat geeft je inzichten en ideeën kracht. De rooms-katholieken hebben in Afrika de Bijbel teruggevonden. Dat is heel positief. Maar in de praktijk is de Bijbel bij hen te weinig richtsnoer nog. Ze zijn heel makkelijk in zich aan te passen aan bestaande gewoonten: bidden tot de vooroudergeesten heeft bij hen een liturgische vorm gekregen. Dan zeg ik: de Afrikaanse zendelingen hebben het hier beter gedaan. Ze leerden de taal, maar namen niets over dat niet strookte met het Woord van God.’

Weerbaar tegen aids
Wat kunnen de kerken doen om de mensen weerbaar te maken tegen de aids-epidemie?

‘Ik geloof niet zo in het effect van voorlichting op de scholen en zo. Men moet wel gewaarschuwd zijn, akkoord. Maar als de hormoontjes gaan werken, doen de jongelui precies wat ze geleerd hebben om niet te doen. Al die organisaties die als paddenstoelen uit de grond schieten, helpen ook niet. Die maken het geld op van de donors, rijden rond in mooie auto’s, schrijven mooie rapporten, enzovoort. We hebben het slechts te verwachten van de doorwerking van Gods Woord. Die alleen leidt tot een verandering van levensstijl gebaseerd op een innerlijke overtuiging. Er zijn in korte tijd veel christenen bij gekomen in Zimbabwe. Maar de kerstening, met als voornaamste aspect de heiliging van het leven, is een proces dat net als in Nederland van vroeger tijden een paar honderd jaar in beslag neemt. De kerken moeten gestaag voortgaan met hun verkondigende taak.’

Zal de islam oprukken als het christelijk geloof faalt om echt verandering te brengen?
De islam schijnt enige voortgang te maken in het naburige Zambia, mede door goed opgezet sociaal werk. Toch geloof ik niet dat zielen te koop zijn. Dat is een waanidee van in wezen materialistische mensen. Wie zijn hart verpand heeft aan de Heere Jezus en die gekruisigd, wordt niet zomaar gewonnen voor iets anders. U kunt er zeker van zijn dat velen hier de evangelieboodschap diep verstaan en echt getroffen zijn door wat de Heere Jezus voor hen heeft overgehad.’

Welk advies heeft u voor uw opvolger, naar wie de GZB nu op zoek is?‘
Als die er mag komen, hoop ik dat hij veel aandacht geeft aan de taal van de mensen hier, het Shona. Hoe meer je ervan weet, hoe meer je de weg vindt naar de harten van de mensen. Verder hoop ik dat hij zich als gast opstelt, verwonderd kijkt naar wat zich hier als een wonder van Gods genade afspeelt en zich voorbereidt op het goede moment om de verantwoording voor de diverse taken aan mensen van hier over te dragen.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Veel christenen erbij in Zimbabwe

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 2006

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's