Boekbesprekingen
Patrick Nullens: Verlangen naar het goede. Bouwstenen voor een christelijke ethiek. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 317 blz.; € 26,50.Goffe Jensma (bez.): Het Oera Linda-boek Uitg. Verloren, Hilversum; 448 blz.; € 28,00.
Patrick Nullens:
Verlangen naar het goede. Bouwstenen voor een christelijke ethiek.
Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer; 317 blz.; € 26,50.
In dit lijvige boek biedt Patrick Nullens, onder andere hoogleraar aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven, bouwstenen voor een christelijke ethiek. Allereerst bedoeld als handboek voor studenten, wil het ook predikanten ondersteunen in hun taak als moreel consulent. Daarnaast beoogt de auteur de niet-theoloog voldoende achtergronden te geven bij het nemen van complexe morele beslissingen. Er zit een zekere dubbelheid in dit boek. De hoofdstukken 4 t/m 7 geven een instructieve inleiding in de hoofdstromingen van de ethische bezinning. Nullens verstaat de kunst om in betrekkelijk kort bestek opvattingen weer te geven en samen te vatten, zoals dat bij een handboek past.
Daarnaast bestaat het boek inderdaad, zoals de titel zegt, uit bouwstenen. Niet voor een systeem maar voor een model (13). Op zoek naar een omvattende ethiek die de postmoderne mens aanspreekt (67/87), behandelt de schrijver diverse thema’s. Voor een transcendente basis (‘van boven uit’) van zijn ethische model neemt Nullens zijn uitgangspunt heel mooi in de drie-enige God als bron van het goede. Dat is een opvallende insteek voor iemand die in zijn omgeving vertrouwd is met de praktijk van een Jezus-centrische ethiek. Als aanknopingspunt tussen christelijke en algemene ethiek (210) formuleert Nullens daarnaast een benadering van ‘onder uit’ (immanent). Dan gaat het over de mens in zijn relatie tot God, de naaste en de natuur.
Nullens geeft veel stof tot nadenken. Dat vind ik het aansprekende en spannende van zijn boek. Ik denk aan de ruime aandacht voor het geweten; zijn overwegingen bij de mens als beeld van God; de oriëntatie op John Wesley; zijn poging om een praktisch stappenplan te bieden voor moreel beraad. Aan de andere kant schuilt daarin misschien ook wel de zwakte van dit boek. Ook al hangt alles met alles samen, wordt hier niet te veel aangeroerd? Met name in de laatste hoofdstukken vallen veel theologische beslissingen. Naar mijn idee worden veel van die beslissingen onvoldoende uitgewerkt en/of verantwoord. Dat bedoel ik vooral tegenover de (post)moderne tegenstemmen.
Zeer zeker besteedt Nullens in zijn boek veel aandacht aan opvattingen van andersdenkenden, en hij treedt daar ook wel mee in gesprek. Daarnaast staat de auteur ook solidair-kritisch ten aanzien van de opvattingen in zijn eigen kring. Zo relativeert Nullens de pretentie van een begrip als ‘bijbelgetrouw’ (241, hoewel ook 14); voert hij een pleidooi voor intellectuele vorming (92) en neemt hij afstand van biblicisme (244). En toch is het model dat hij presenteert, mij te gepolijst. Toch is het bijbelgebruik mij te weinig ‘problematisch’. Ik mis bijvoorbeeld een grondige uiteenzetting met het gedachtegoed van H.M. Kuitert rond de mogelijkheid van het Schriftberoep. Te gemakkelijk gebruikt Nullens mijns inziens ook bijbelteksten als bewijsplaatsen (262).
Ik wil hiermee dit boeiende boek geen onrecht doen. Misschien heeft mijn moeite te maken met het feit dat ik me verwant voel met wat Nullens het ‘tragiekmodel’ noemt (301- 304). Dat wil zeggen: het besef te leven in een gebroken wereld; de ethiek is geworteld in de kruistheologie en heeft een fragmentarisch en interim karakter.
Overigens acht ik de benaming ‘tragiekmodel’ eenzijdig, ik mis in de beschrijving van dit model het aspect van de hoop. Opmerkelijk is verder dat Nullens bij dit model waarschuwt tegen de ‘goedkope genade’, uitgerekend een hoofdthema van een belangrijke vertegenwoordiger van dit model, D. Bonhoeffer.
Ten slotte nog iets over de uitvoering. Dit boek is helder geschreven. Hier en daar zitten in de tekst oneffenheden (speken 59; Niel Postman 93; de nummering van noten 283). Helaas ontbreekt een register. En passant leert de lezer wel enkele Vlaamse woorden (gelijkaardig; omwereld). Verlangen naar het goede geeft te denken en daagt uit tot tegenspraak.
Goffe Jensma (bez.):
Het Oera Linda-boek;
Uitg. Verloren, Hilversum; 448 blz.; € 28,00.
In 1867 dook bij een scheepstimmerbaas in Den Helder een handschrift op, waarin de geschiedenis wordt beschreven van een duizenden jaren oude, hoogstaande Friese samenleving, waaruit de hele westerse samenleving zou zijn voortgekomen. In 1872 werd het uitgegeven door de Leeuwarder classicus Ottema. Sindsdien is het heruitgegeven, in buitenlandse vertalingen verschenen en door de een als echt, door de ander als vals aangemerkt. Hoe dan ook werd het beschouwd als een historische tekst.
Goffe Jensma maakte aan alle onzekerheid een eind in zijn in 2004 verschenen dissertatie De gemaskerde god,François Haverschmidt en het Oera Linda-boek stelde hij vast dat het een negentiende-eeuwse literaire tekst was, waarvan de bekende moderne ofwel vrijzinnige predikant Haverschmidt de auctor intellectualis was. In dit boek geeft Jensma de tekst van het manuscript weer en een hedendaagse vertaling. In een uitvoerige inleiding beschrijft hij de ontstaansgeschiedenis van deze ‘mystifcatie’, compleet met aanwijzingen hoe men de tekst, die in een soort runenschrift lijkt te zijn geschreven, moet ontcijferen.
Eerdere onderzoeken passeren de revue. Hij maakt ook duidelijk hoe het eeuwenoud-ogende papier als jong werd ontmaskerd, eenvoudig door er scheurtjes in aan te brengen, waardoor bleek dat de binnenkant maagdelijk blank was. Hoewel de tekst van dit boek, die zich moeizaam laat lezen, literair is naar het stramien van Piet Paaltjens, is het document nochtans ook van historische betekenis: ‘Het Oera Linda-boek is een vrijzinnige aanklacht tegen het christelijk fundamentalisme.’ De richtingenstrijd uit de negentiende eeuw straalt er doorheen. Ottema maakte er op zijn beurt nog weer een rechtzinnige vertaling van, waardoor mensen in de echtheid gingen geloven, terwijl het een regelrechte verdediging van het modernisme is.
Al met al een curieus boek, dat zich als gezegd moeilijk laat lezen, met uitzondering dan van de boeiende inleiding van de samensteller. Het boek, dat door de auteur als een bijproduct van zijn dissertatie wordt aangemerkt, is fraai uitgevoerd en kreeg als veelzeggend motto mee een bekende uitspraak van Friedrich Schleiermacher (1768-1834): ‘Niet hij heeft godsdienst, die aan een heilige schrift gelooft, maar die er geene nodig heeft en er zelf wel eene zou kunnen schrijven.’ Verdere commentaar wat de inhoud van het Oera Linda-boek zelf betreft overbodig!
J. van der Graaf
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's