De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GLOBAAL BEKEKEN

3 minuten leestijd

Drie en vier’ is de titel boven de bijdrage van dr. H. Florijn in zijn bekende rubriek in De Wachter Sions: ‘Jacobus Revius, de grootste calvinistische dichter uit de zeventiende eeuw, is al vaker in dit kerkblad aan het woord gekomen. Terecht, want zijn poëzie blijft de moeite waard om kennis van te nemen. Deze medewerker aan de Statenvertaling, onverdacht rechtzinnige predikant en regent van het Leidse Statencollege, had wat te zeggen, en dat niet alleen, hij deed dat ook bijzonder fraai en indringend. Wel merk je steeds meer dat de taal waarin hij zich uitdrukte niet meer de taal van onze tijd is. Dat blijkt ook uit het gedicht van hem dat hier wordt weergegeven. Maar hoewel er verschillen zijn, de strekking van zijn woorden is nog steeds heel duidelijk. En die geldt ook voor onze dagen.

Ik zal u verkwikken
Gij, die gewone zijt d’ ellendigen te helpen
Wil mijne grote druk, o Zaligmaker stelpen.
Drie arme tollenaars hebt Gij inzonderheid.
Uit hare droeve stand gebracht in eerlijkheid,
Die in de tempel bad, de wereldse Mattheüs,
En de (voor zijne boet) misdadige Zacheüs,
Gij hebt ze goediglijk gemaakt van kwale vrij:
Ach Heere! Laat toch toe dat ik vierde zij.

Drie mensen bedderee geraakt in al haar leden
Hebt Gij gerichtet op na vurige gebeden.
De jichtige die tot u daalde van het dak,
De kranke bij het bad in pijn en ongemak,
De vrouw die van de geest was schrikkelijk gebonden:
Gij hebbet haar voor al vergeven hare zonden.
En daarna door Uw woord genezen alle drij:
Ach Heere! latet toe dat ik de vierde zij.

Drie doden hebt Gij Heer verwekket tot het leven;
De zoon der weduwe zijn krachten weer gegeven,
Jairus’ dochtertje, en Lazarus daarbij:
Ach Heiland, latet toe dat ik vierde zij.’

Verder een gedicht uit Ad interim, het blad uit de andere uiterste kring van het kerkelijk spectrum, te weten van de vrijzinnige geloofsgemeenschappen:
• Corrie Jacobs, secretaris van de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten, verbindt de vrijzinnige traditie met een van de ‘leekedichtjes’ van P.A. de Genestet (1829-1861):

Niet in de scholen, neen, heb ik gevonden.
En van geleerden, och weinig geleerd;
Wat ons de wijzen als waarheid verkonden.
Straks komt een wijzer, die ’t wegredeneert.

’t Leven alleen is de school van het leven,
Levenservaring het heilige boek,
God! door Uw wijzenden vinger geschreven,
Daar ik niet vrucht'loos de waarheid in zoek.

Zelf moet gij ’t zoeken en zelf moet gij ’t vinden.
Mensch, in uw hart, in het Woord, in uw lot.
Anders zoo spelen de wervlende winden.
Mensch, met uw hart, uw geloof en uw God.’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's

GLOBAAL BEKEKEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006

De Waarheidsvriend | 13 Pagina's