Spelregels of leefregels?
We gaan weer voetballen
Morgen eindigt het aftellen voor veel Nederlanders, als de voetballen in Duitsland gaan rollen. Oranje kleurt straten en de winkels, terwijl in kerkbladen kritische kanttekeningen klinken. Op zoek naar een gesprek over onze opstelling tegenover de passie van miljoenen.
We moeten de aandacht voor het wereldkampioenschap voetbal aan de ene kant niet isoleren van de wekelijkse weekendinvulling van velen, die elke zondag de tribunes bevolken en voor wie sport de hoogste prioriteit in het leven betekent. Dat zijn er duizenden. Toen de ontkerkelijking voortging, nam het stadionbezoek in de steden toe. Er is dus een relatie tussen voetbal en geloof.
De Nijmeegse hoogleraar spiritualiteit Kees Waaijman zal binnenkort op zijn universiteit spreken over voetbal als religie. In de aankondiging citeert hij spirituele uitspraken van Johan Cruyff, zoals: ‘Je moet op het gegeven moment er zijn.’ Waaijman is het eens met Cruyff. ‘Voetbal is ruimte creëren en er op het juiste moment zijn.’ En een Duitse hoogleraar gaat dan in op de ervaring van de Duitse doelman Olivier Kahn, die ‘als een onsterfelijke god bejubeld werd, totdat hij een blunder maakte in de finale van het vorige wereldkampioenschap tegen Brazilië en meteen zijn onsterfelijkheid verloor.'
Hoogmoed komt voor de val. Ook Adam en Eva hebben hun onsterfelijkheid verloren en moesten het goddelijke paradijs verlaten.’ Voetbal wordt besproken in termen van godsdienst – en dat betekent dat erover spreken als gaat het slechts om het zien van een aantrekkelijke sportwedstrijd, heel lastig wordt.
Politiek, maatschappelijk, kerkelijk
Voetbal bepaalt dus doorlopend het ritme van de week voor miljoenen. Maar aan de andere kant is het oranje momenteel zo dominant op straat aanwezig, dat elk mens er wel een positie in moet kiezen. Meer en meer raakt een groot maatschappelijk evenement als het WK het politieke, maatschappelijke en zelfs het kerkelijk (!) leven.
Inzake landen waar een dictatuur is, worden sportcontacten gebruikt om een politieke visie te geven. Iran besloot al de televisiebeelden vooraf te screenen, opdat geen schaars geklede vrouwelijke supporters op de buis zullen komen.
Maatschappelijk is er zeker bij dit WK meer aan de hand. Onderzoek wees onlangs uit dat ruim veertig procent van de Nederlanders uit angst voor sancties van de baas tijdens het WK geen oranje kleren durft aan te trekken. Een oranje detail in de stropdas is het ‘hoogst haalbare’. Bijna veertig procent van de ondervraagden in het onderzoek geeft aan zich ziek te melden, als het Nederlands elftal speelt, waar tien procent bij komt die een vrije dag opneemt. Nederland is binnenkort dus enkele dagen niet bereikbaar.
Prostitutie
Een maatschappelijk verschijnsel van heel andere orde dan het ongeoorloofd ziekteverzuim, is de grootschalige vrouwenhandel en prostitutie, waarmee het evenement in Duitsland gepaard gaat. Bordeelhouders zijn de afgelopen weken bezig geweest te pogen 20.000 tot 40.000 vrouwen ‘te leveren’. Behalve mensenhandel met topvoetballers die voor miljoenen verkocht worden, is er rond deze sport dus nog een andere mensenhandel.
Schokkend! Het is terecht dat Kerk in Actie, de organisatie voor missionair en diaconaal werk van de Protestantse Kerk – ook sommige kamerleden trokken al aan de bel – een actie startte tegen het vervoeren van ‘na vorige evenementen afgedankte vrouwen’ naar de steden waar gespeeld wordt. Voetbal is niet alleen religie, maar ook industrie. Wie binnenkort avond aan avond voor de buis zit om geen voetbalminuut te missen, kan hier toch niet omheen? Het WK bepaalt voorts ook het kerkelijk leven, als we zien dat de classis Münster van de Evangelische Kirche in Westfalen het initiatief nam tot een tweedaagse ontmoeting tussen de kerken van Gronau en Enschede, waarbij ook de protestantse dienstencentra van Overijssel-Flevoland en Gelderland betrokken zijn.
Contacten tussen gemeenten over de grens zijn waardevol, maar wij kunnen géén begrip opbrengen voor het feit dat de kerken daarvoor het wereldkampioenschap voetbal nodig hebben, zeker niet als daarvoor komende zaterdag en zondag (!) gekozen worden. Voor zondag is er naast een gezamenlijke kerkdienst ‘een gevarieerd programma, waaronder de vertoning van de wedstrijd Nederland-Servië’. Met recht een vertóning, als de kerk Gods dag niet heiligt en aansluit bij de agenda van de wereld. Waarom laten de twee dienstencentra de zondag niet ongemoeid?
Christensporters
De wereld van het christelijk geloof en van de professionele sportbeoefening lijken minder dan in het verleden het geval was, gescheiden werelden te zijn. Topsporters presenteren zich hier en daar als belijdende christenen. Zo haalde topschaatser Jacques de Koning dit voorjaar de omslag van het EO-blad Visie, kort voor hij aan de Olympische Winterspelen zou meedoen. In het blad Het goede leven zei hij: ‘Ik heb God ook gevraagd of hij het goed vindt dat ik schaats. Want als ik aan de start sta, denk ik over mijn tegenstander: "die wil ik verslaan". Die eerzucht voelt niet christelijk.’
Tjeerd Korf, lid van de Nederlands gereformeerde kerk in Emmeloord, profvoetballer bij FC Zwolle en al enige keren geselecteerd voor Jong Oranje, zei in maart in het blad Opbouw dat ‘familieleden uit Urk’ grote moeite hadden met het feit dat hij op zondag speelt. ‘Dan verdedig ik mij door te zeggen dat ik nu de mogelijkheid krijg om het evangelie uit te dragen in een omgeving die anders niet in aanraking komt met het christelijk geloof.’ Het zal waar zijn dat deze speler anderen kan confronteren met zijn christelijke levensovertuiging, maar mag dat een doorslaggevend criterium zijn? Nee. Raken we hier niet aan wat de kerk en de christenen altijd bedreigd heeft, namelijk een ons niet meer onbesmet bewaren. Het gaat christenen toch om heiligmaking, om het níet wandelen in de schema’s van deze wereld.
Vroege kerk
We gaan hier voorbij aan de enorme toename van het aantal borden met Een vloek mist ieder doel, die de Bond tegen het vloeken het afgelopen jaar langs sportvelden plaatste, aan de eigenzinnige invulling van de zondag, aan de moderne variant van afgoderij die het professionele voetbal geworden is – aspecten waarbij overigens de heilige wet van God in het geding is. Is het beslissende criterium voor ons niet een radicale toewijding aan God, waardoor we in het leven met Hem keuzen maken, zonder ook maar ergens te vervallen in wettisch gedrag?
De afgelopen maanden heeft het boek van dr. Henk Bakker over het leven van de christenen in de tweede eeuw breed aandacht gekregen. Ze hebben lief, maar worden vervolgd. Waarom heeft deze uitgave nu al een tweede druk? Omdat het ons tóch aanspreekt te lezen over christenen die zich niet met het wereldse denken wilden compromitteren, en die een radicale vorm van geloven voorstaan, die respect afdwingt, omdat ze aan bijbelse principes vasthoudt? Bakker citeert de kerkvader Tertullianus, die de christenen als beoefenaars van geestelijke topsport met atleten vergelijkt. ‘Elke martelaar was in de ogen van de kerk een topatleet en verdiende daarom eeuwige roem bij God. De Heilige Geest was hun leider en trainer en stelde hen weliswaar onder een zwaar disciplinair programma, maar wie zijn aanwijzingen opvolgde, kon niet verliezen.’ De vraag lijkt me vooral of wij als christenen van onze dagen de discipline kunnen opbrengen om ons te oriënteren op de leefregels van het Koninkrijk van God.
Psalm 1
De eerste verzen van Psalm 1 leren ons dat die man welzalig is, ‘die niet wandelt naar de raad van de goddelozen, die niet staat op de weg van de zondaren, die niet zit in de zetel van de spotters, maar die zijn vreugde vindt in de wet van de Heere en Zijn wet dag en nacht overdenkt.’ In zijn verklaring zegt Calvijn dat de godsdienst dus niet naar ieders vrije wil uitgedacht wil worden, maar dat de regel van de vroomheid uit het Woord van God genomen moet worden. Hij geeft aan dat waar ‘de wereld thans meer verdorven is’ dan in de tijd van de psalmist, wij nu zeker elk schadelijk gezelschap moeten ontvluchten. Het zal duidelijk zijn dat de toepassing van deze psalm veel breder reikt dan een sportmanifestatie, maar dat neemt niet weg dat de oproep om te wandelen in het Woord ook tot ons komt, als Nederland massaal oranje kleurt.
Ik verdedig tot slot de stelling dat een christen niet op elk levensterrein actief moet kunnen zijn. In een bijdrage in het blad Wapenveld heeft EO-presentator Tijs van den Brink onlangs gepleit voor actieve deelname van christenen in de muziek- en cabaretwereld. Hij schrijft: ‘In wetenschap (Cees Dekker), politiek (André Rouvoet), literatuur (Willem Jan Otten), media (Andries Knevel), sport (schaatser Jacques de Koning en voetballer Hedwiges Maduro) en bedrijfsleven (Shell-Nederland-directeur Rein Willems) horen we met enige regelmaat van christenen die gewaardeerd worden om hun onomstreden vakmanschap en tegelijkertijd voluit zichzelf blijven.’ Daarmee vormen ze, aldus Van den Brink, die zichzelf van mij ook in deze rij had kunnen opnemen, een serieuze gesprekspartner voor hun seculiere collega’s. Op basis van Paulus’ en Petrus’ onderwijs over het leven als vreemdelingen in deze wereld blijf ik echter geen taak voor christenen in de betaalde sport zien. Laten we als wijze mensen voorzichtig wandelen (Ef. 5:15, 16 en Kol. 4:5), ook ten opzichte van ‘degenen die buiten zijn’. Die roeping mag ons ook de komende weken leiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's