God kan geen knieval doen
BESTE BRAM & BESTE ROELOF
In de derde briefwisseling gaat ds. Kieskamp dieper in op het feit dat God geen enkele verantwoordelijkheid heeft voor het ontstaan van het kwaad in ons leven. Prof. Van de Beek stemt met hem overeen dat we niet kunnen theologiseren vanuit een selectie van Gods deugden. Hij benadrukt dat God één is en zich openbaart in de éne Christus.
Geroepen het Woord na te spreken
Beste Bram,
Dat enkel God bepaalt wat goed en kwaad is, ben ik geheel met je eens. Maar Hij heeft daarover wel het een en ander geopenbaard in zijn Woord. Wij worden geroepen God daarin na te spreken. Heel het christen-zijn en heel de theologie is daarom naspreken van het Woord. Dat wij daarin ten dele kennen, ontslaat ons niet van de taak naar de meest zuivere kennis te streven, temeer daar God ons Zijn Heilige Geest heeft gegeven, die ons in alle waarheid wil leiden.
Dat jij volledig met mij instemt dat God geen kwaad kan gedogen, doet me goed. Dat heeft echter wel gevolgen voor ons theologisch denken over in elk geval twee zaken. Ten eerste dat God geen enkele verantwoordelijkheid heeft voor het ontstaan van het kwaad in ons leven. Ten tweede de manier waarop Hij het kwaad gebruikt tot Zijn doel. Het tweede laat ik op dit moment rusten. Op het eerste wil ik dieper ingaan.
Dat God geen kwaad kan gedogen, betekent dus dat Hij geen enkele verantwoordelijkheid draagt voor het ontstaan ervan. Want God kan nooit een knieval voor de zonde doen. Zou God ooit tot zo'n knieval komen, dan is Hij geen God meer. Zijn heiligheid en rechtvaardigheid, ja al Zijn deugden zijn hierbij in het geding. Het lijkt me dan ook eenzijdig om te theologiseren vanuit een selectie van Gods deugden, zoals jij toch wel doet met je accent op Gods (goedheid en) almacht. Dat God geen kwaad kan gedogen, houdt ook in dat Hij alles goed heeft geschapen, zonder zonde. Er was een wereldtijd dat er geen zonde was. Het geschapen paradijs was tot aan de zondeval zondeloos (de zogenoemde ‘staat der rechtheid’). Zonde is erbij gekomen. Zou jij je gedachten hierover eens willen verwoorden?
Dan het punt dat God geen marionet van ons heeft willen maken die willoos was overgeleverd aan Zijn almacht. Het denken van prof. Berkhof speelt hierin bij mij geen rol en elke onbijbelse vorm van concurrentiedenken of partnerschap ook niet. Wel volg ik hierin Augustinus. Van belang is dat God de geschapen mens stevig op eigen benen heeft gezet. De mens had zondeloos kunnen blijven en niet hoeven te sterven, als hij gehoorzaam was gebleven aan God. Tot die gehoorzaamheid was hij ook geheel in staat. Het theologisch gegeven van het werkverbond hangt hiermee samen.
Het bijbelse beeld van God als Pottenbakker en de mens als klei in Zijn hand kan dus niet betrokken worden op het feit dat we zondaar geworden zijn. Doen we dat wel, dan zeggen we dat God ons als zondaar gemaakt heeft. Dat is Godslasterlijk. Het kan enkel gelden voor de mens na de zondeval die in opstand zich tegen God wil blijven verheffen. In deze zelfverheffing komt de gruwelijke hoogmoed van de mens openbaar, waarin hij gehoor geeft aan de stem van de duivel, die zei dat de mens als God zou wezen, wanneer hij naast het goed ook het kwaad leerde kennen.
Dat het moderne denken zwanger is van ophemelen van de mens tot Godgelijkheid, is helaas maar al te waar. Dat doet daarom des te meer een appèl op ons om scherp te zijn in het doorlichten van de tijdgeest door het Woord. Aan de ene kant zal dat
onze vreemdelingschap in deze wereld versterken. Aan de andere kant zal dat ons stimuleren om wegen te zoeken waarop we het Evangelie kunnen inbrengen. De in zonde gevallen wereld is immers door de goedheid van God geen hel geworden
waar het evangelie niets kan uitrichten. De zonde heeft de goede schepping wel totaal aangetast, maar niet geheel vernietigd. De gevallen schepping is schepping van God
gebleven. Ja toch?
Aan het einde van je tweede artikel heb je het over zonde als een oordeel Gods. Dat ontgaat mij ten enenmale en lijkt me geheel onaanvaardbaar. Immers, dan wordt God tot Auteur van de zonde gemaakt. God heeft de zonde dan als een oordeel
over ons gebracht. Onze zonde is dan geen schuld meer, wat onbestaanbaar is. Zonde is immers daad tegen God en daarin tegen Zijn heilig recht. Zonde is dus ook schuld op grond van een hogere wetgeving, hoewel die wetgeving niet boven God staat.
Het is daarom onbegrijpelijk dat je het initiatief tot zonde in het verlengde ziet van de ‘drang om de mens te handhaven als het beeld van God’. Dat het initiatief tot zonde, naast het verleid worden door satan, helaas bij ons ligt, heeft toch niets van
doen met enige grandeur van de mens, maar enkel met al zijn misère!! Dat de mens ook na de zondeval nog beeld van God genoemd wordt (Genesis 9:6), is geen zaak van enige vorm van mensverheerlijking, maar vergroot enkel zijn schuldige verantwoordelijkheid.
Zoals jij het in het slot van je tweede brief stelt, lijkt God het initiatief tot onze zonde in de schoenen te worden geschoven.
Beweer je daarmee niet dat God toch wel kwaad kan gedogen?
Ondertussen meen ik ook geantwoord te hebben op je vraag hoe ik over de mens denk. Deze is door de zonde weliswaar het volle beeld Gods kwijtgeraakt,
maar bleef tegelijk toch ook zoveel sporen ervan overhouden dat Genesis 9:6 de mens beeld Gods blijft noemen. Graag verneem ik je reactie.
Roelof
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's