Boekbesprekingen
Henk de Roest: En de wind steekt op! Kleine ecclesiologie van de hoop. Uitg. Meinema, Zoetermeer; 248 blz.; € 16,50. Drs. Renata van Vulpen-de Mik: Herder van geestelijk zaad. Uitg. Stichting Multi Media, Doorn; 79 blz.; € 5,55.
Henk de Roest:
En de wind steekt op! Kleine ecclesiologie van de hoop.
Uitg. Meinema, Zoetermeer; 248 blz.; € 16,50.
De kerken verliezen hun plaats in het middelpunt van de samenleving en komen aan de rand terecht. Gemeenschappen worden kleiner. Maar prof. De Roest, kerkelijk hoogleraar in Leiden, ziet in West-Europa en de Verenigde Staten een nieuwe missionair-diaconale beweging. Terwijl de media een tobberig beeld van de kerk schetsen, bespeurt hij een nieuw elan. De titel van het boek dat hij schreef, getuigt van zijn hoop dat de kerk weer de wind in de zeilen krijgt. De datering van het inleidende hoofdstuk (‘Amersfoort, Pinksteren 2005’) onderstreept dat.
Deze praktisch-theologische studie ademt de sfeer die we kennen uit wat er in de Protestantse Kerk sinds 2004 ter synode gebeurt. Daar wordt ingezet op een missionaire kerk en aandacht voor de jeugd. De visienota Leren leven van de verwondering is inmiddels overal in de kerk onderwerp van bezinning. Het boek van De Roest leest als een onderbouwing van deze visie. Sleutelwoorden zijn betrokkenheid, bezieling en inspiratie.
Betrokkenheid bij een gemeenschap staat in onze tijd sterk onder druk. Allerlei organisaties en verenigingen ondervinden daar de gevolgen van. Verhelderend is de beschrijving van drie modellen van kerkelijke gemeenschapsvorming. Er is sprake van totale, graduele of incidentele betrokkenheid, waarbij enerzijds de binding aan de gemeenschap en anderzijds de vrijheid van het individu sterker of zwakker zijn. Terecht stelt De Roest dat het versterken van de persoonlijke vrijheid op den duur funest is voor het voortbestaan van de geloofsgemeenschap.
Een verkenning van de eerste christengemeenten levert op dat deze ontstaan rondom de Persoon van Jezus Christus. Interessant is verder dat er in die tijd al een heel communicatienetwerk is. Reizen, zoals die van Paulus, en brieven hebben tot gevolg dat er een uitwisseling is van inzichten en ervaringen tussen gemeenten over grote afstand. Zulke netwerken van gemeenten zijn ook voor onze tijd van groot belang.
Een voorbeeld van wat hem voor ogen staat, vindt De Roest in Groot-Brittannië. Daar functioneert een netwerk dat is voortgekomen uit het project Building Bridges of Hope (‘Bruggen van hoop bouwen’). Uit onderzoek komen zeven signalen naar voren die erop wijzen dat een gemeente zich bewust raakt van haar roeping: heldere visie, lokale partnerschappen, geloof en waarden delen, oriëntatie bieden voor het alledaagse leven, gedeeld leiderschap, openstaan voor begeleiding en leren van andere gemeenschappen.
In een hoofdstuk over missionaire communicatie worden de weerstanden daartegen, binnen en buiten de kerk benoemd. De gemeenschap met Christus geeft mensen echter toch de drang om te getuigen. Als criteria voor het getuigen formuleert De Roest de bezieling van degene die getuigt, de vrijheid voor de ander (in plaats van druk of dwang) en de echtheid van degene die communiceert.
Weinig inspirerend vond ik de excursie naar de wereld van het theater, bedoeld om te ontdekken wat inspiratie is. In het hoofdstuk Schipbreuk als kans, waarin het optreden van Paulus tijdens de schipbreuk in Handelingen 27 als uitgangspunt dient, krijgt de bijbelse geschiedenis mijns inziens een te willekeurige en agogische toepassing, hoewel er ook mooie dingen worden gezegd over het gedenken van de gekruisigde en opgestane Jezus. Dat laatste komt ook terug in het afrondende hoofdstuk, waar als voornaamste signaal wordt genoemd dat de gemeente een christelijke gemeenschap is.
Van de andere leerpunten die daar worden genoteerd, noem ik het belang van de omgang met de hele Schrift en de eigen levensstijl van christenen. De Roest kiest ten slotte voor een dubbel kerkmodel met ‘lidmaten’ en ‘liefhebbers’, zoals in de zestiende eeuw, of eigentijds: ‘toegewijden’ en ‘toehoorders’. Zo probeert hij de verschillende niveaus in betrokkenheid bij elkaar te houden in één gemeente. Daarmee komt hij heel dichtbij de praktijk van hervormde gemeenten die vanouds een volkskerkkarakter dragen, met enerzijds een meelevende kern en daaromheen een brede rand. Zijn boek reikt veel denkstof aan die ons kan helpen om op een nuchtere en wijze manier om te gaan met alles wat er aan modellen van gemeenteopbouw op ons af komt. De aandacht voor het vertrouwen op de Heere God doet weldadig aan en zou nog meer nadruk mogen krijgen.
H. van Ginkel
Drs. Renata van Vulpen-de Mik:
Herder van geestelijk zaad.
Uitg. Stichting Multi Media, Doorn; 79 blz.; € 5,55.
Onder de titel Herder van geestelijk zaad schreef drs. Renata van Vulpen-de Mik een boekje. Het gaat over mensen die pas wedergeboren zijn, bij wie het geloof dus nog in de kinderschoenen staat. Je zou hen de lammetjes van de kudde van Jezus kunnen noemen. Lammetjes hebben extra zorg nodig. Vandaar een appèl op alle aardse herders deze extra zorg ook metterdaad te geven. Jezus Zelf als de Opperherder geeft deze extra zorg ongetwijfeld ook, want ‘in zijn arm draagt Hij de lammeren’. Laten aardse herders, dus alle zielzorgers, dan ook tere en aparte zorg aan deze kleinen in het geloof besteden. Persoonlijk vinden we dat een zeer terecht appèl. Aan de ene kant is het waar dat met name predikanten het erg druk hebben en vaak niet verder komen dan crisispastoraat. Doch dat mag nooit ten koste gaan van deze lammeren in het geloof.
Een ander heel positief punt van het boek vinden we de kwestie dat het belang van de wedergeboorte aan de orde wordt gesteld. Vaak wordt dat helaas vergeten en wordt ervan uitgegaan dat geloof er vanzelfsprekend is. Geloof wordt dan voorgesteld als iets dat we van huis uit al bezitten en dat enkel nog wat moet groeien. Accent op de wedergeboorte, zoals in dit boekje, houdt de bijbelse waarheid vast dat we door wedergeboorte van dood levend gemaakt moeten worden.
Het bijzondere van dit boekje is vooral dat het de wedergeboorte en het pastoraat aan jong wedergeborenen, koppelt aan een vergelijking met de ontwikkelingspsychologie. Dat geeft bijzondere accenten die soms verrassend zijn. Dat geeft soms ook iets krampachtigs en versimpeling.
Het plaatje op de titelpagina, met allerlei baby's in het gras, had anders gemogen. Waarom geen lammetjes die in de wei huppelen? Voor het overige een boekje dat, mits met een zekere nuchterheid gelezen, veel positiefs biedt door aandacht te vragen voor beginnend gelovigen. Immers, zij hebben meer dan ooit veel leiding nodig. Wat zou het fijn zijn wanneer er in de diverse gemeenten veel van deze begingelovigen zouden komen en dat ze zoveel leiding krijgen dat ze tot geloofsvolwassenheid doorgroeien.
R.H. Kieskamp
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 2006
De Waarheidsvriend | 13 Pagina's